Category Archives: Crooswijk

De verlaten fabriek van de firma C. Jamin, augustus 1958

In 1870 opende Cornelis Jamin (1850-1907) een chocolateriewinkel in Rotterdam. De zaak liep goed en hij kon uitbreiden. In 1880 begon hij suikerwerkfabrieken aan het Rodezand en aan de Crooswijksekade, en in 1883 opende de eerste Jamin-winkel. Toen Cornelis Jamin in 1907 overleed, waren er in en om Rotterdam 50 Jamin-winkels.

De vier zonen van Cornelis Jamin, Cornelis jr., Louis, Pierre en Harry zetten het bedrijf van hun vader voort. In 1918 telde het bedrijf 100 winkels. Midden jaren twintig waren er 135 winkelfilialen, tien jaar later was het aantal meer dan verdubbeld tot rond de 300. In de jaren vijftig en zestig groeide het aantal Jamin-winkels tot boven de 600. De Jamin-fabriek verhuisde in 1957 van Rotterdam naar Oosterhout. Het bedrijf raakte later in de problemen, door de grote concurrentie van de supermarkten, die een toenemend marktaandeel verkregen en waarbij de formule bestond uit zelfbediening door de klant.

De starheid binnen het bedrijf door de leiding Eef Jamin, een zoon van Louis, voorkwam eveneens een verdere aanpassing van de veranderende markt. Na zijn pensioen volgde pas in 1981 de benoeming van een nieuwe president-directeur. Deze kon niet voorkomen, dat de verliezen steeds verder opliepen. Een ingrijpende sanering, waarbij 200 winkels werden afgestoten, kon niet meer voorkomen dat Jamin in 1985 uiteindelijk failliet ging. De bedrijfsnaam C.Jamin werd voor het symbolische bedrag van één gulden verkocht. Winkels en fabrieken werden gesplitst en afzonderlijk voortgezet. Van het personeel werd ongeveer een derde ontslagen. Onder de naam Jamin gingen de winkels verder of keerden eerder gesloten winkels terug. Na enkele overnames en ingrijpende reorganisaties in de jaren 80 van de 20e eeuw werd een nieuwe winkelformule ingevoerd: de Verwenwinkel (1988) met veel zelfschepsnoep, -drop en -koekjes en voorverpakte zoetwaren, maar ook inkoop van producten, dat voorheen niet mocht, verbreedde het assortiment.

Ahold was eigenaar van 1993 tot 2008, waarna een groep investeerders de onderneming heeft overgenomen onder de naam 2Buy Jamin BV. In 2010 nam Hermans Retail Europe BV een meerderheidsbelang in 2Buy Jamin BV. Tot 1 september 2011 werd Jamin geleid door Anita Wetterhahn-Reijnen, die vóór Jamin jarenlang commercieel directeur bij Jan Linders Supermarkten was. In 2012 zijn de aandelen van 2Buy Jamin BV die door Hermans Retail Europe BV gehouden werden, ondergebracht bij Hermans Investments BV. In 2015 zijn deze aandelen ondergebracht bij Take Share Holding BV. Aan het hoofd van deze groep staat Soulmates Holding B.V.

De fotograaf is Frans van Dijk en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Kinderen doen spelletjes op het speelterrein op het Schuttersveld, 1939

Dit veld heet naar de schutters, die vroeger op het hier gelegen Exercitieveld oefenden. Bij besluit van B&W ontving het Excercitieveld officieel de naam Schuttersveld. Onder deze naam was het veld al jarenlang in de volksmond bekend. De naam Excercitieveld werd bij besluit 1 oktober 1993 ingetrokken.

Omstreeks 1337 komt de heer Van Voorne voor als eigenaar van het huis of de hofstede te Crooswijk. Dit huis kwam later aan de graaf van Holland. Het stond waarschijnlijk op de plaats van het oude Duifhuis, een toltoren die door de Romeinen was gesticht. Het huis komt voor op een kaart van 1567 van Jan Potter. In 1828 kocht de stad de buitenplaats ‘het Huis te Crooswijk’, ook bekend onder de naam van Duifhuis, met de daarbij behorende grond. Het huis werd gesloopt en op het terrein werd een begraafplaats aangelegd. Alle hierboven genoemde straten liggen in het voormalige ambacht Crooswijk. De Crooswijkseweg wordt reeds in 1489 genoemd. Deze liep van de huidige Goudse Rijweg naar de vroegere Oudedijk. Ze kwam ook voor onder de namen Crooswijksche Binnenweg, Goudscheweg, Rubroekscheweg, Oudelandscheweg, Schinkelweg en Gerrit Berchmansweg. De Crooswijksebocht werd voor 1948 alleen aangeduid met de naam Crooswijk.

De vervaardiger is de Maasbode en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Crooswijkseweg gezien vanuit het noorden, 1930

Omstreeks 1337 komt de heer Van Voorne voor als eigenaar van het huis of de hofstede te Crooswijk. Dit huis kwam later aan de graaf van Holland. Het stond waarschijnlijk op de plaats van het oude Duifhuis, een toltoren die door de Romeinen was gesticht. Het huis komt voor op een kaart van 1567 van Jan Potter. In 1828 kocht de stad de buitenplaats ‘het Huis te Crooswijk’, ook bekend onder de naam van Duifhuis, met de daarbij behorende grond. Het huis werd gesloopt en op het terrein werd een begraafplaats aangelegd. Alle hierboven genoemde straten liggen in het voormalige ambacht Crooswijk. De Crooswijkseweg wordt reeds in 1489 genoemd. Deze liep van de huidige Goudse Rijweg naar de vroegere Oudedijk. Ze kwam ook voor onder de namen Crooswijksche Binnenweg, Goudscheweg, Rubroekscheweg, Oudelandscheweg, Schinkelweg en Gerrit Berchmansweg. De Crooswijksebocht werd voor 1948 alleen aangeduid met de naam Crooswijk.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

de Zaagmolenbrug met links Zaagmolenkade en rechts Zaagmolendrift,1988

De Rotte ter hoogte van de Zaagmolenbrug, 6 februari 1988. Links de Zaagmolenkade en rechts de Zaagmolendrift.

De Zaagmolenbrug is vernoemd naar de houtzaagmolens, die vroeger aan de Rotte stonden. In 1671 kwam de houtzaagmolen bij de buitenplaats ‘Woelwijk’, genaamd ‘de twee Zwanen’ al voor. Verder was hier in 1784 een houtkoperij met twee zaagmolens, ‘de Ooievaar’ en ‘de Zwaan’ geheten. De Zaagmolendrift heette van 1910 tot 1912 Zaagmolenstraat en van 1912 tot 1926 Nieuwe Zaagmolenstraat. De Zaagmolenstraat droeg voor 1897 de naam Van Bommelstraat naar Cornelis van Bommel, die hier o.a. in 1869 bezittingen had. De Zaagmolenbrug was oorspronkelijk een ijzeren ophaalbrug, die in 1895 was gebouwd en tot 1910 ter hoogte van het Noordplein en de Crooswijksesingel over de Rotte lag. Daarna werd ze verplaatst naar de Zaagmolendrift en de Crooswijksestraat. Ze ontving toen de naam Zaagmolenbrug. In 1956 werd ze vervangen door de huidige brug van die naam.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met  medewerking van Rotterdam van toen

bouw van de Koninginnekerk aan de Boezemweg, 1907

De protestantse Koninginnekerk aan de Boezemsingel op de grens tussen de wijken Crooswijk en Kralingen in de gemeente Rotterdam werd in 1907 in gebruik genomen. Ze was genoemd naar koningin Wilhelmina.

Begin twintigste eeuw waren veel Rotterdammers naar nieuwe wijken buiten het stadscentrum verhuisd. Sommige in het centrum gelegen kerkgebouwen kampten daardoor met verminderd bezoek en werden gesloten en verkocht. De opbrengst investeerde men in nieuwe kerken in de randwijken. De Koninginnekerk werd op dergelijke wijze gerealiseerd. Bovendien ontving men een belangrijke gift van de gezusters Van Dam, die ook de Wilhelminakerk in Rotterdam-Zuid hadden gefinancierd en de bouw van het Rotterdamse Diaconessenhuis mogelijk maakten. In juli 1904 werd de eerste steen gelegd en op 1 april 1907 kon de nieuwe kerk plechtig worden ingewijd. Het ontwerp was van de architecten Barend Hooijkaas jr. en Michiel Brinkman. Het gebouw telde 1750 zitplaatsen. In de loop der jaren werd de Koninginnekerk een begrip in Rotterdam. Eind jaren zestig werd in de Rotterdamse gemeenteraad besloten het statige gebouw met zijn twee imposante torens af te breken. Dit leidde in de stad tot veel protest. Desondanks werd het godshuis gesloopt nadat er op 31 december 1971 de laatste eredienst was gehouden.

Op de plaats waar de kerk stond verrees een dertien etages hoge verzorgingsflat voor ouderen, woonzorgcentrum Hoppesteyn geheten. Hiernaast kwam in 2001 de Koninginnetoren te staan, een 78 meter hoog gebouw met 85 seniorenappartementen. De bovenste etages zijn groen gemaakt als herinnering aan de kopergroene daken op de torens van de kerk.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De 2e Crooswijksedwarsstraat, met rechts de Rubroekstraat, 1952

Omstreeks 1337 komt de heer Van Voorne voor als eigenaar van het huis of de hofstede te Crooswijk. Dit huis is later aan de graaf van Holland gekomen. Het stond waarschijnlijk op de plaats van het oude Duifhuis, een toltoren die door de Romeinen was gesticht. Het huis komt voor op een kaart van 1567 van Jan Potter. In 1828 kocht de stad de buitenplaats ‘het Huis te Crooswijk’, ook bekend onder de naam van Duifhuis, met de daarbij behorende grond. Het huis werd gesloopt en op het terrein werd een begraafplaats aangelegd.

De Rubroekstraat heet naar het vroegere ambacht Rubroek, dat reeds omstreeks 1283 wordt vermeld. De oudste vorm is Rubroke, later komt ook voor Ruychbroek en Ruychpolder. Ruw en ruig zijn verwanten woorden. Rubroek moet verklaard worden als woest, nog niet ontgonnen moerasland. De polder Rubroek, bestaande uit Achter- of Oud-Rubroek en uit Voor-Rubroek of Vorenbroek werd vroeger, wat betreft waterschapszaken, bestuurd door ambachtsheren of molenbewaarders. Deze werden reeds in het midden van de 16de eeuw door Rotterdam aangesteld. Achter- of Oud-Rubroek behoorde tot de jurisdictie van Hillegersberg, Voor-Rubroek tot die van Rotterdam. Beide gedeelten waren gescheiden door de Oude Zeedijk. Van 1897 tot 1949 had men in deze buurt ook het Rubroekspad.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Café Boezemzicht aan de Boezemsingel, 1959

De Boezemsingel ontleent haar naam aan de Hoge Boezem. Op 14 januari 1769 werd door de Staten van Holland en West-Friesland octrooi verleend om, tot ontlasting van de gemeene boezem de Rotte, een tweede boezem te maken in de polder Rubroek. Het overtollige water kon door een sluis bij de Oostpoort ontlast worden in de Nieuwe Maas. De aanbesteding van de hoge en de lage boezem en de watermolens vond plaats op 25 april 1772. In 1854 werd nog een Reserveboezem gegraven. In 1897 werden de Hoge en Lage Boezem gedeeltelijk en de Reserveboezem geheel gedempt. De 2de Reserveboezemstraat heette van 1914 tot 1918 Kampioenstraat, een naam die herinnerde aan het door de voetbalvereniging ‘Sparta’ behaalde kampioenschap. Deze vereniging oefende op het nabijgelegen Exercitieveld.

De Boezemweg vormde vóór 1973 een onderdeel van de Boezemsingel. Hoewel de naam Hoge Boezem als straatnaam reeds jarenlang in gebruik is, werd hij pas bij bovengenoemd besluit officieel vastgesteld. Op een plattegrond van 1881 komt de Boezemstraat voor onder de naam Abattoirstraat naar het slachthuis of abattoir, dat daar geprojecteerd was. Dit abattoir werd op 1 mei 1883 geopend.

De fotograaf is P. Visser en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Veemarkt- Goudserijweg / Hugo de Grootstraat, 1946

Op de Veemarkt staan dames met honden voor een hondenshow, 1946.

De Veemarkt in Rotterdam bestaat niet meer en was gevestigd aan de Goudserijweg / Hugo de Grootstraat, op de grens tussen Kralingen en Crooswijk. De markt is weg sinds 1973, nu zijn er woningen gebouwd en een van de huidige straten op dit gebied heet de Veemarktstraat.

Blikvanger op het terrein was de Koninginnekerk aan de Boezemsingel. Deze kerk werd in 1907 in gebruik genomen en was genoemd naar koningin Wilhelmina. Opvallend waren de kopergroene daken van dit in de art-deco stijl ontworpen gebouw.
Bij het bombardement werd een groot deel van deze buurt vernield, de Koninginnekerk werd niet getroffen.
In de zeventiger jaren bleek dat het gebouw gesloopt zou gaan worden, wat leidde tot veel protest in de stad. Op 31 december 1971 was de laatste dienst. In 1972 werd het gebouw gesloopt en verrees er een verzorgingsflat op dit terrein.

Binnen de veehandel waren er aardig wat handelaren van Joodse afkomst. Met name onder de Joodse inwoners van Noord- en Oost-Nederland was dit beroep van groot belang. Deze handelaren trokken naar de grote veemarkten om hun vee te verkopen, en de veemarkt in Rotterdam was een belangrijke veemarkt in Nederland. Het was daarom van belang dat er in de stad logeermogelijkheden waren waar kosjer gegeten kon worden.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van http://www.joodsamsterdam.nl/rotterdam/strveemarkt.htm

Met medewerking van Rotterdam van toen

Linker Rottekade,1951

De Linker Rottekade bij de Jonker Fransstraat, gezien vanaf de Noorderbrug, 1951.

Deze kade heet naar het riviertje de Rotte, waaraan de stad Rotterdam zijn naam te danken heeft. De Rotte wordt in 1242 voor het eerst genoemd. Ze moet echter eeuwen oud zijn, want in een oorkonde uit 1028 is er sprake van een nederzetting ‘Rotta’.

De Rotte werd voor 1200 ter hoogte van Crooswijk voor het eerst afgedamd in het kader van de aanleg van een dijk vanwege de grote 12de-eeuwse overstromingen. De aanleg van Schielands Hoge Zeedijk meer naar het zuiden rond het midden van de 13de eeuw, betekende een tweede afdamming. In deze dam, het midden van de latere Hoogstraat, bevonden zich enkele uitwateringssluizen waardoor de (Binnen-)Rotte in verbinding bleef staan met de Maas.

De beide kaden langs de Rotte ten noorden van de oude stad ontvingen de namen Rechter en Linker Rottekade. Waar deze kaden door Hillegersberg en Terbregge lopen kregen ze na de annexatie de plaatsnamen als toevoegsel. De Rottebrug verbindt over de Rotte de Gordelweg met de Boezembocht. De Rottestraat ontving haar naam omdat ze op de Rotte uitloopt.

Deze straat draagt de naam van Jonker Frans van Brederode (1466-1490), die als aanvoerder van de Hoeken in 1488 Rotterdam tegen Maximiliaan van Oostenrijk wist te verdedigen. In de volksmond werd de straat wel Jonker Frankenstraat genoemd naar analogie van de vooroorlogse Lange en Korte Frankenstraat. Vroeger liep hier ter plaatse, van de Goudsesingel naar de Rubroekse molen, een pad dat vanwege haar lengte in de volksmond ‘het Gebed zonder end’ heette.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Het Excercitieveld vanaf de Schuttersweg, 1981

Dit veld heet naar de schutters, die vroeger op het hier gelegen Exercitieveld oefenden. Bij besluit van B&W ontving het Excercitieveld officieel de naam Schuttersveld. Onder deze naam was het veld al jarenlang in de volksmond bekend. De naam Excercitieveld werd bij besluit 1 oktober 1993 ingetrokken.

In de tijd van graaf Albrecht van Beieren bestond de Rotterdamsche schutterij uit 200 schutters die in twee gilden waren verdeeld, de Sint Sebastiaans Gilde en de Sint Joris Gilde. De broeders van de St Sebastiaans Gilde oefenden met hun voetboog op een terrein waar later de Lombardstraat kwam en de broeders van de St. Jorisgilde hadden een terrein langs de Delftsche Vaart waar zij met hun Sint Jans- of balansboog konden oefenen.

In 1557 werden de bogen afgeschaft. De St Sebastiaans Gilde werd toegevoegd aan de St Joris Gilde. De heren kwamen niet meer bij elkaar als tijdverdrijf, maar kregen de taak om voor de veiligheid zorg te dragen. De Burgerwacht moest overdag bij iedere poort met zes man de wacht houden, en iedere nacht met veertig man paraat zijn samen met drie leden van de vroedschap. De broeders werden hiervoor betaald uit de helft van de opbrengst van de visafslag. Van het overgebleven geld werd de doelen onderhouden en in 1622 vernieuwd. In 1620 was de schutterij van Rotterdam uitgegroeid tot zes vaandels van 140 man.

De Unie van Utrecht bepaalde in 1579 dat voortaan alle mannen in krijgsdienst moesten. Tot hun taken behoorde de burgerwacht en het blussen van branden. Enkele jaren later werd de leeftijd beperkt tot 18 tot 55-jarigen. In Rotterdam waren twee bataljons, ieder bestaande uit zes compagnieën van ongeveer 100 man. Ze kregen een snaphaan met bajonet, een sabel en een patroontas, en droegen een witte broek en blauwe jas met zilveren knopen, die ze zelf moesten betalen.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen