Category Archives: Tarwewijk

Bas Jungeriusstraat,1932

De Bas Jungeriusstraat met een brood- en een melkbezorger in de straat, 1932.

Deze straat draagt de naam van Bastiaan Jungerius (1821-1898), dijkgraaf van de polder Charlois.

Charlois (spreek uit: sjaarloos) en de Riederwaard (Reijerwaard) behoorden vroeger tot het land van Putten, een geheel onafhankelijk gebied met een eigen regering en een eigen recht. In 1456 ging dit gebied over van de heren van Gaesbeek op de hertog van Bourgondië, die er zijn zoon Karel de Stoute, graaf van Charollois (een graafschap in Bourgondië), mee beleende. Door de vele hoge vloeden in de 14de en 15de eeuw liep dit gebied regelmatig onder water. Karel de Stoute wilde in 1460 ‘die lande, slijck, uterwairt ende Rietbroek, geheiten Riderwairt’ laten bedijken. Als voorwaarden werden daarbij gesteld dat dit land niet meer Riederwaard, doch Charlois zou heten, en dat er een kerk gesticht zou worden, gewijd aan Sint Clemens. Dit land omvatte de latere polders Karnemelksland, de Hille, Charlois, Robbenoord en Plompert. Door de goede bedijking en de gunstige ligging werd het gebied spoedig bebouwd. Charlois was zowel een ambachtsheerlijkheid als een grondheerlijkheid. Bij eerstgenoemde berustte de jurisdictie, terwijl aan het bestuur van laatstgenoemde de zorg voor waterstaatszaken was opgedragen. In 1895 is Charlois door Rotterdam geannexeerd.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Café-restaurant ‘t Schuttershof aan de Pleinweg, 1956

Café-restaurant ‘t Schuttershof aan de Pleinweg bij het Zuidplein, 1956.

De Pleinweg vormt de verbinding tussen twee pleinen, het Maastunnelplein en het Zuidplein. In 1928 wordt de ligging van de weg als volgt omschreven: ‘de weg die van het zuidwesten van en evenwijdig aan de Bas Jungeriusstraat de Velgersdijk verbindt met de Katendrechtsche Lagedijk’. Als toevoeging wordt vermeld: ‘deze weg vormt den verbindingsschakel tusschen het Karel de Stouteplein en het nieuwe centrale plein aan den Linker Maasoever.’ Het nieuwe centrale plein werd later Zuidplein genoemd. Bij besluit B&W van 30 januari 1934 werd de Pleinweg verlengd tot aan de Mijnsherenlaan en kreeg eveneens de naam Pleinweg.

Het Zuidplein dankt zijn naam aan de ligging in het zuidelijke stadsdeel. Zuidplein Hoog is het plateau boven dit plein waarop zich het winkelcentrum bevindt.

De foto is gemaakt door Gemeentewerken Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Maashaven, 1939

Schepen in de Maashaven en achterzijde van de meelfabrieken van Meneba aan de Brielselaan, 1939.

Op 14 juni 1895 werd in beginsel besloten deze haven, die naar de rivier de Maas is genoemd, te graven. In 1905 was ze voltooid. Een groot gedeelte van de polder Katendrecht alsmede vele huizen en buurten van het voormalige dorp Katendrecht moesten voor de havenaanleg verdwijnen.

Meneba is een graanverwerkend bedrijf dat zijn hoofdvestiging heeft in Maashaven te Rotterdam. De naam is een afkorting van: MEelfabrieken der NEderlandsche BAkkerij. Het bedrijf is in 1915 opgericht.

De oprichting van het bedrijf was een initiatief van de “Nederlandsche Bakkersbond”. Dit voorzag in de oprichting van een “onderlinge” meelfabriek. Bakkers konden een soort obligatie kopen en men had de medewerking van 5.000 van de in totaal 11.000 bakkers nodig. Initiatiefnemer was J.K.P. Kraan, die voordien werkzaam was geweest bij de Stoommeelfabriek “Holland”. De bedoeling was om minder afhankelijk te worden van particuliere fabrikanten die, tijdens de Eerste Wereldoorlog, de bloemprijzen voortdurend opdreven. Op 5 juli 1915 werden de “Eerste Nederlandsche Coöperatieve Meelfabrieken” opgericht en in augustus kwam een fabriek in ‘s-Hertogenbosch in werking. In 1916 werd de bedrijfsvorm omgezet in een NV. De aandelen daarvan mochten slechts in bezit van bakkers zijn of van anderen die de producten van de fabriek nodig zouden hebben. Er waren pakhuizen in Groningen, Alkmaar, Leiden en Zwolle. In 1916 werd een tweede fabriek gestart, en wel te Middelburg.

In november 1919 werd de in 1914 gebouwde Meelfabriek “De Maas” te Rotterdam overgenomen. Hier werd ook het hoofdkantoor gevestigd. De omzet steeg voortdurend.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen