Category Archives: Tarwewijk

Gezicht in de Brielselaan, 1926

De Brielselaan is vernoemd naar de stad Brielle op het eiland Voorne-Putten, een van de bestemmingen van de stoomtram van de Rotterdamsche Tramweg Maatschappij. Deze stoomtram reed door de Brielselaan.

Brielle, in de middeleeuwen de vijfde stad van het gewest Holland, is een oude vestingstad en de bekendste bedevaartsplaats van Zuid-Holland. De grotendeels uit de 17e eeuw stammende vesting van Brielle is een rijksmonument en een van de best bewaard gebleven verdedigingswerken in Nederland.

De naam gaat terug op het Keltische woord ‘brogilo’ (‘ingesloten gebied, jachtgebied’) en uit de oudste geschriften blijkt, dat de huidige locatie ‘de nieuwe Briel’ is. In de 11e en 12e eeuw bestond Voorne uit een paar kleine en grote eilandjes. Op die eilanden begonnen zich boerenfamilies te vestigen. Ze ontgonnen veengronden die ze daarna in gebruik namen voor landbouw en veeteelt, maar deze gebieden overstroomden regelmatig door de Noordzee en de Maas. De boerenfamilies begonnen daarom dijken aan te leggen waardoor ze toch in die gebieden konden blijven wonen. Door de vele overstromingen werd het ontgonnen land een eiland en zo ontstond langzamerhand Brielle. Brielle had in de eerste eeuwen een rijk Rooms leven. De Sint-Catharijnekerk werd gebouwd en vele kloosters ontstonden en daar is de stad verder omheen gebouwd.

Op 1 april 1572 werd de stad ingenomen door de Watergeuzen onder leiding van Lumey en Bloys van Treslong, waarbij de veerman Jan Koppestok een belangrijke rol vervulde. De Inname van Den Briel wordt algemeen gezien als het eigenlijke begin van de opstand tegen Filips II; zie ook Tachtigjarige Oorlog. Aan dit feit dankt Brielle haar schildspreuk Libertatis Primitiae, “eersteling der vrijheid”. Dit historisch feit wordt ieder jaar op 1 april gevierd.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Gemeentelijke Telefoondienst aan de Wevershoekstraat, 1932

Gebouw van de Gemeentelijke Telefoondienst aan de Wevershoekstraat, oktober 1932. Links de Moerkerkestraat.

De Wevershoekstraat dankt zijn naam aan het buurschap aan de noordoever van de Waal , tegenover het buurschap Strevelshoek. Beide buurschappen liggen in de gemeente Ridderkerk.

Wevershoek is een buurtschap in de gemeente Ridderkerk en deels in de gemeente Barendrecht, in de Nederlandse provincie Zuid-Holland. Het ligt in het zuiden van de gemeente in de polder Oud-Reijerwaard tussen Zwaantje en Barendrecht.

Het ambacht Mijnsheerenland van Moerkerke, vormde tezamen met de ambachten Puttershoek, Maasdam en Heinenoord het Moerkerkeland.

De foto is gemaakt door Gemeentewerken Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Mijnsherenlaan en de hoek van de Wevershoekstraat, 1960

De Mijnsherenlaan heet naar het dorp Mijnsheerenland in de Hoeksche Waard.

De Wevershoekstraat dankt zijn naam aan het buurschap aan de noordoever van de Waal , tegenover het buurschap Strevelshoek. Beide buurschappen liggen in de gemeente Ridderkerk.

Over het dorp Mijnsherenland:
Na de Sint-Elisabethsvloed werd het voormalig land van Schobbe en Everocken in 1437-1438 herbedijkt door ridder Lodewijk van Praet van Moerkerken. Men spreekt dan ook wel van het “Mijnsheerenland van Moerkerken”. De herkomst van de naam is niet religieus, maar geeft de feitelijke situatie weer, namelijk het land van Heer Praet van Moerkerken.

Naast de oude dorpskern ligt de middeleeuwse buitenplaats het Hof van Moerkerken. Hier staat thans een landhuis uit de 18e eeuw. Op het Hof van Moerkerken woonde de ambachtsheer. Enkele bekende mensen hebben op het Hof gewoond, zoals Frederik van Eeden. Zijn roman Van de koele meren des doods is daar geschreven en deels verfilmd. Het Hof is nog steeds bewoond en daarom niet toegankelijk voor het publiek.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Bas Jungeriusstraat,1932

De Bas Jungeriusstraat met een brood- en een melkbezorger in de straat, 1932.

Deze straat draagt de naam van Bastiaan Jungerius (1821-1898), dijkgraaf van de polder Charlois.

Charlois (spreek uit: sjaarloos) en de Riederwaard (Reijerwaard) behoorden vroeger tot het land van Putten, een geheel onafhankelijk gebied met een eigen regering en een eigen recht. In 1456 ging dit gebied over van de heren van Gaesbeek op de hertog van Bourgondië, die er zijn zoon Karel de Stoute, graaf van Charollois (een graafschap in Bourgondië), mee beleende. Door de vele hoge vloeden in de 14de en 15de eeuw liep dit gebied regelmatig onder water. Karel de Stoute wilde in 1460 ‘die lande, slijck, uterwairt ende Rietbroek, geheiten Riderwairt’ laten bedijken. Als voorwaarden werden daarbij gesteld dat dit land niet meer Riederwaard, doch Charlois zou heten, en dat er een kerk gesticht zou worden, gewijd aan Sint Clemens. Dit land omvatte de latere polders Karnemelksland, de Hille, Charlois, Robbenoord en Plompert. Door de goede bedijking en de gunstige ligging werd het gebied spoedig bebouwd. Charlois was zowel een ambachtsheerlijkheid als een grondheerlijkheid. Bij eerstgenoemde berustte de jurisdictie, terwijl aan het bestuur van laatstgenoemde de zorg voor waterstaatszaken was opgedragen. In 1895 is Charlois door Rotterdam geannexeerd.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Café-restaurant ‘t Schuttershof aan de Pleinweg, 1956

Café-restaurant ‘t Schuttershof aan de Pleinweg bij het Zuidplein, 1956.

De Pleinweg vormt de verbinding tussen twee pleinen, het Maastunnelplein en het Zuidplein. In 1928 wordt de ligging van de weg als volgt omschreven: ‘de weg die van het zuidwesten van en evenwijdig aan de Bas Jungeriusstraat de Velgersdijk verbindt met de Katendrechtsche Lagedijk’. Als toevoeging wordt vermeld: ‘deze weg vormt den verbindingsschakel tusschen het Karel de Stouteplein en het nieuwe centrale plein aan den Linker Maasoever.’ Het nieuwe centrale plein werd later Zuidplein genoemd. Bij besluit B&W van 30 januari 1934 werd de Pleinweg verlengd tot aan de Mijnsherenlaan en kreeg eveneens de naam Pleinweg.

Het Zuidplein dankt zijn naam aan de ligging in het zuidelijke stadsdeel. Zuidplein Hoog is het plateau boven dit plein waarop zich het winkelcentrum bevindt.

De foto is gemaakt door Gemeentewerken Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Maashaven, 1939

Schepen in de Maashaven en achterzijde van de meelfabrieken van Meneba aan de Brielselaan, 1939.

Op 14 juni 1895 werd in beginsel besloten deze haven, die naar de rivier de Maas is genoemd, te graven. In 1905 was ze voltooid. Een groot gedeelte van de polder Katendrecht alsmede vele huizen en buurten van het voormalige dorp Katendrecht moesten voor de havenaanleg verdwijnen.

Meneba is een graanverwerkend bedrijf dat zijn hoofdvestiging heeft in Maashaven te Rotterdam. De naam is een afkorting van: MEelfabrieken der NEderlandsche BAkkerij. Het bedrijf is in 1915 opgericht.

De oprichting van het bedrijf was een initiatief van de “Nederlandsche Bakkersbond”. Dit voorzag in de oprichting van een “onderlinge” meelfabriek. Bakkers konden een soort obligatie kopen en men had de medewerking van 5.000 van de in totaal 11.000 bakkers nodig. Initiatiefnemer was J.K.P. Kraan, die voordien werkzaam was geweest bij de Stoommeelfabriek “Holland”. De bedoeling was om minder afhankelijk te worden van particuliere fabrikanten die, tijdens de Eerste Wereldoorlog, de bloemprijzen voortdurend opdreven. Op 5 juli 1915 werden de “Eerste Nederlandsche Coöperatieve Meelfabrieken” opgericht en in augustus kwam een fabriek in ‘s-Hertogenbosch in werking. In 1916 werd de bedrijfsvorm omgezet in een NV. De aandelen daarvan mochten slechts in bezit van bakkers zijn of van anderen die de producten van de fabriek nodig zouden hebben. Er waren pakhuizen in Groningen, Alkmaar, Leiden en Zwolle. In 1916 werd een tweede fabriek gestart, en wel te Middelburg.

In november 1919 werd de in 1914 gebouwde Meelfabriek “De Maas” te Rotterdam overgenomen. Hier werd ook het hoofdkantoor gevestigd. De omzet steeg voortdurend.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen