Ommoordseweg, 1969

Oud en nieuw Ommoord in de sneeuw, 1969 (geschat). Op de voorgrond de Acht Zaligheden, acht arbeiderswoningen aan de Ommoordseweg 222-236.

Ommoord is een wijk in het noordwesten van het Rotterdamse stadsdeel Prins Alexander. Ommoord wordt omsloten door de autosnelweg A20 in het zuiden, de rivier de Rotte in het noorden, de wijk Zevenkamp in het oosten en het Terbregseveld in het westen. Qua oppervlakte en inwonersaantal behoort Ommoord tot de grootste wijken van Rotterdam.

Het gebied waar van af 1965 een woonwijk verrees, heeft een lange voorgeschiedenis. De naam Ommoord is waarschijnlijk ontstaan uit Ouwe Moor, = oud moeras. In 1300 is er al sprake van het Ouwemoorse Meertje.

In de eerste helft van de 19e eeuw bestond het gebied ten noordoosten van Rotterdam grotendeels uit veenplassen die door het afgraven van het veen ten behoeve van turf waren ontstaan. In 1843 werden de eerste plannen gemaakt voor droogmaking, maar het duurde tot 1859 voor er bruikbare plannen op tafel kwamen. Voordat het droogmalen begon (1867), werden eerst de ringdijken en -vaarten verstevigd of opgehoogd. In 1868 kregen de huurders van de onteigende percelen de aanzegging om het veld te ruimen. Bij het opnieuw inrichten van de drooggemaakte polder wilde men alles egaliseren en een nieuw verkavelingsplan maken. Op 26 oktober 1866 legde prins Alexander, de jongste zoon van koning Willem III en koningin Sophie van Württemberg, de eerste steen voor het stoomgemaal in Kralingse Veer, het Prins Alexander gemaal. In augustus 1869 kwam het in bedrijf en drie jaar later werden de eerste stukken drooggevallen grond verhuurd. Eind 1872 was de polder redelijk droog, maar er werd gewacht met de verkoop van gronden totdat sloten en tochten voldoende functioneerden. Het grondpeil eindigde in 1873 op ca. 6,30 meter onder zeeniveau. De grond was bestemd voor landbouw en veeteelt. Op 31 mei 1873 gaf de regering de polder de naam Prins Alexanderpolder, naar prins Alexander. Bijna honderd jaar heeft het gebied dienstgedaan als (vooral) tuinbouwgebied. Door het gebied liep een kronkelige weg, de Ommoordseweg, die Terbregge verbond met Oud Verlaat.

Vanwege de grote behoefte aan woningen in de regio Rotterdam werd in 1959 het structuurplan Rotterdam-Capelle uitgebracht, de eerste ideeën gingen uit van een nieuw te bouwen woonwijk met zo’n 50.000 woningen. De wijk Ommoord werd ontworpen in de jaren zestig van de vorige eeuw volgens een steden­bouwkundig concept van Lotte Stam-Beese en kent in het middengebied veel hoogbouw, terwijl de laagbouw aan de randen hieromheen is gesitueerd. Ommoord kenmerkt zich door veel groen en een open ruimtelijke opzet. Wethouder mr. H. Bavinck sloeg op 29 december 1965 de eerste paal voor de Kellogg ERA-flat de grond in, de start voor een wijk die uiteindelijk 12.500 woningen zou gaan tellen.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Nieuwe Binnenweg, 1969

Het nachtleven op de Nieuwe Binnenweg, februari 1969.

Al in 1454 liep door de Coolpolder een binnenweg van Rotterdam naar Schoonderloo. Ze werd Coolsche weg of Binnenweg genoemd. De Binnenweg had een afslag naar Delfshaven; het laatste gedeelte komt voor als Schoonderloosche of Delfshavensche weg of Binnenweg, maar heet na 1610 gewoonlijk Geldelooze pad. Hier vandaan liep een uitpad over een vonder of passerel naar de Ossewei en daarover naar het Lage Erf.

De bebouwing aan de Binnenweg bij Rotterdam had in de 17de eeuw de tegenwoordige Mauritsstraat bereikt; in 1706 werd dit gedeelte bestraat en met bomen beplant. Pas het graven van de Westersingel bracht hierin verandering. Ten westen daarvan op Delfshavens grondgebied kwamen toen ook straten en sinds 1852 bestaan er plannen om de Binnenweg te verbeteren en een betere verkeersweg te maken tussen Rotterdam en Delfshaven. In 1876 werd daarmee begonnen.

De oude Binnenweg bleef tot de Josephstraat bestaan, doch vandaar is zuidelijk van de bestaande Binnenweg een nieuwe verkeersweg gemaakt tot het hierboven genoemde uitpad. Dit pad werd verbeterd en verbreed tot Delfshaven. In 1888 is voor het gedeelte van de Coolsingel tot Westersingel de bijvoeging ‘oude’ verdwenen, het gedeelte van de Westersingel tot Josephstraat is, hoewel oud, behoort tot de Nieuwe Binnenweg. Het oude gedeelte, dat van de Josephstraat de polder inliep langs de tegenwoordige Schietbaanstraat, tot waar het met een hoek op de tegenwoordige Schonebergerweg uitkwam, bleef Oude Binnenweg en van die hoek tot het kerkhof te Schoonderloo, Geldelooze pad of Zwarte wegje. In 1894 waren èn deze Oude Binnenweg èn het Geldelooze pad verdwenen door de aanleg van straten.

In 1977 is de bijvoeging ‘oude’ weer in ere hersteld voor het gedeelte van de Binnenweg tussen Karel Doormanstraat en Westersingel. Het gedeelte van de weg tussen Coolsingel en Karel Doormanstraat heet sinds 1971 Binnenwegplein.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Lijn 5 op het tramviaduct aan de Schieweg, 1969

Tramrijtuig van lijn 5 op het tramviaduct aan de Schieweg ter hoogte van de Talmastraat, 16 januari 1969.

De Rotterdamse Schie is de vaart, die ten gevolge van een handvest van 9 juni 1340 werd gegraven van Overschie naar Rotterdam. Ze sloot aan op de reeds bestaande Delftse of Oude Schie, die Delft met Overschie verbond. Ter plaatse van het latere Hofplein kwam de Schie uit in de Kolk welke door de Rotte was gevormd. Vanaf dit punt ging de vaart door de stad onder de naam Delftsevaart. Deze was via een spuisluis verbonden met de Merwede (Nieuwe Maas). De Schie komt ook een enkele maal voor als Spuivaart. Langs beide zijden van de vaart werden kaden aangelegd. In het begin waren deze van weinig betekenis. De Oost-Schiekade was omstreeks 1562 nog maar een betrekkelijk smalle zomerkade. Eerst in 1741 werd deze door de stad bestraat, voor rekening van de eigenaars van de huizen aan de kade en de 1ste, 2de en 3de Schielaan. Dit waren drie laantjes die vanaf de Oost-Schiekade langs de tuinen van de buitenhuizen liepen. De West-Schiekade was breder en werd als rijweg naar Delft gebruikt. Bij een overeenkomst in 1471 werd bepaald dat het onderhoud van deze weg van de Delftse Poort tot aan het Leprooshuis voor rekening van de stad kwam. Het onderhoud van het gedeelte tot aan de Waelheul (Heulbrug) zou worden betaald door de ingelanden van de ambachten van Beukelsdijk, Cool, Schoonderloo, West-Blommersdijk en Blijdorp.

De Talmastraat herinnert aan Aritius Sybrandus Talma, 1864-1916, staatsman en theoloog, lid van de Tweede Kamer, minister van Landbouw, Nijverheid en Handel. Hij was de grondlegger van de sociale verzekeringswetgeving.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam

Met medewerking van Rotterdam van toen

Mauritsweg, 1969

Lijn 3 komt uit de Van Oldenbarneveltstraat en slaat rechtsaf naar de Mauritsweg, 1969 (geschat).

Deze straat is vernoemd naar Johan van Oldenbarnevelt, 1547-1619, pensionaris van Rotterdam 1576-1586, raadpensionaris van Holland 1586-1618. Stadspensionaris van 1576 tot 1586. Hij slaagde erin de positie van Rotterdam te versterken door onder meer de stad in 1581 een stem te geven in de Staten van Holland. Tijdens de tien jaren van zijn pensionarisschap werd Rotterdam de zevende van de grote steden van Holland, in plaats van de eerste van de kleine steden. Van Oldenbarnevelt speelde ook een belangrijke rol bij de oprichting van de VOC. Tijdens de godsdiensttwisten gedurende het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) kwam Van Oldenbarnevelt, inmiddels raadpensionaris van de Staten van Holland, tegenover stadhouder Maurits te staan. Dit leidde in 1619 tot zijn terechtstelling. Zijn standbeeld staat voor het stadhuis.

Deze weg draagt de naam van Prins Maurits, 1567-1625, stadhouder van Holland 1585-1625. Maurits gaf de opdracht om Van Oldenbarnevelt terecht te stellen. De Mauritsstraat heette voor 1876 Waschbleeklaan. Deze laan, waaraan zich verschillende washuizen en blekerijen bevonden, dateerde van omstreeks 1650. In 1660 komt ze reeds onder deze naam voor, in 1870 werd ze door de stad overgenomen.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van rotterdam van toen

Boszoom, 1969

Foto vanaf de Huslystraat/Viervantstraat richting sportvelden aan de Boszoom, 1969-1970 (geschat). Op de voorgrond de A16 en recht de Prinsenlaan.

De Boszoom is aangelegd op het tracé van een oude spoorbaan . Zij ligt niet ver van het Kralingse Bos.

De Prinsenlaan ligt in de Prins Alexanderpolder, waaraan zij haar naam ontleent. Prinsenland is een van de wijken in deze polder.

De Huslystraat en Viervantstraat zijn vernoemd naar architecten.

Rijksweg A16, ook wel A16 is een rijksweg uitgevoerd als autosnelweg in Nederland. De A16 vormt een belangrijke verbinding tussen Rotterdam en België. De weg begint in Rotterdam-Oost bij knooppunt Terbregseplein en loopt via Dordrecht en Breda naar België ter hoogte van Hazeldonk. Daarbij moet de snelweg drie brede waterwegen passeren: de Nieuwe Maas (over de Van Brienenoordbrug), de Oude Maas (door de Drechttunnel) en het Hollands Diep (over de Moerdijkbrug). De gehele A16 valt ook onder de E19 van Amsterdam naar Parijs.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Pelgrimsvaderkerk aan de Aelbrechtskolk, 1968

Avondfoto van de Pelgrimsvaderkerk aan de Aelbrechtskolk, 1968-1969 (geschat).

De Oude of Pelgrimvaderskerk aan de Aelbrechtskolk 20 is een kerk in historisch Delfshaven. Het exterieur heeft een karakteristieke voorgevel in régencestijl (1761) en klokkentorentje.

De kerk is als Sint-Antoniuskapel gebouwd in 1417 en maakte deel uit van de parochie Schoonderloo. In 1574 is de kerk in protestantse handen terechtgekomen.

De Oude of Pelgrimvaderskerk dankt haar internationale bekendheid aan de Pelgrimvaders. In 1620 hebben de Pilgrim Fathers hier hun laatste dienst in Nederland gehouden voor zij naar Amerika vertrokken. In de Verenigde Staten is de kerk daarom ook bekend onder de naam ‘Pilgrim Father Church’.

In 1761 is de kerk ingrijpend verbouwd. De kerk kreeg zijn huidige voorgevel en werd ook 3,5 meter verhoogd. De kerk is in 1958 gerestaureerd. Na aankoop door de Stichting Oude Hollandse Kerken is de kerk in de laatste jaren van de vorige eeuw (afronding in 1998) gerestaureerd. Ook het Witte-orgel is toen hersteld.

De belangrijkste bijzonderheden van de Oude Kerk zijn naast het orgel een 44 klokken tellend carillon, de rijk versierde preekstoel uit de 18de eeuw, het doophek, de glas-in-loodramen en de in oude stijl herstelde tuin.

De belangrijkste gebruiker van de Oude of Pelgrimvaderskerk is nog steeds de Hervormde Gemeente Delfshaven. Naast de kerkelijke activiteiten wordt de Oude of Pelgrimvaderskerk verhuurd voor concerten, lezingen, trouwerijen en exposities.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Admiraliteitskade, 1966

Gezicht vanaf de Admiraliteitskade met op de achtergrond de openstaande Oostbrug in de Oostmolenwerf over het Haringvliet en in de verte de Hef, oktober 1966.

De Admiraliteitskade is genoemd naar de admiraliteit op de Maze, sinds 1586 een van de vijf admiraliteitscolleges in de Republiek der Verenigde Nederlanden. Deze colleges waren onder het opperbewind van de admiraal-generaal belast met het bestuur van de zeemacht en tevens met het ontvangen van de in- en uitvoerrechten (convooien en licenten). Het admiraliteitscollege kocht voor haar werven in 1689 van de stad aan het Reuzeneiland in het Buizengat. In 1849 werd de Marinewerf, zoals de naam van de werf luidde nadat in 1795 de admiraliteiten waren ontbonden,aldaar opgeheven. Het gebouw van de admiraliteit werd in 1855 ingericht als Rijksentrepot. In 1891 werd het door brand verwoest.

De Molenwerf in het Oostnieuwland dankt haar naam aan de molen ‘de Roode Leeuw’ of kortweg ‘Roomolen’. Zij was op stadsgrond gebouwd en werd daar al in de tweede helft van de 16de eeuw aangetroffen. De molen was oorspronkelijk een houten standaard, doch ze moet in 1581 als stenen runmolen zijn herbouwd. In 1858 werd de molen ontdaan van haar wieken en balie. Daarna was ze als tapperij in gebruik. Het restant van de molen werd bij het bombardement in 1940 verwoest.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Van der Sluysstraat, 1965

De Van der Sluysstraat met op de achtergrond het stationspostkantoor en rechts de Provenierskerk, november 1965.

Deze straat is vernoemd naar Simon Doedesz. van der Sluys, +1499, en diens neef Willem Jacobsz. van der Sluys, geb. 1453. Simon was sinds 1463 doctor en raad van hertog Karel van Bourgondië en van 1474 tot 1499 domproost van Utrecht. Zijn neef Willem was van 1500 tot ca. 1509 pastoor van de Sint Laurenskerk te Rotterdam. Beiden hielden zich bezig met de geschiedschrijving van Rotterdam en Schieland.

Het stationspostkantoor uit 1959 is een typisch voorbeeld van Rotterdamse wederopbouwarchitectuur. Ontwerp en uitvoering verraden iets van het karakter van het bureau van de gebroeders Evert en Herman Kraaijvanger. In de naoorlogse periode ontwierpen zij robuuste bouwwerken, niet zelden met natuurstenen elementen verrijkt en vaak voorzien van tegeltableaus van de beeldhouwer M. van der Plas. Degelijkheid, solide bouw, duurzame materialen: het zijn de kenmerken die de status van het bureau hebben bepaald. De grote bloeiperiode kwam met de wederopbouw. Als zoveel Rotterdamse architecten profiteerden de gebroeders Kraaijvanger van de verwoesting van de Maasstad op 14 mei 1940.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van 100 jaar architectuur in Rotterdam. https://couvreur.home.xs4all.nl/…/architec…/100jaar/1959.htm

Met medewerking van Rotterdam van toen

Politie te paard in de Hoogstraat, 1965

Politie te paard in de Hoogstraat met links de V&D, 15 mei 1965.

De naam Hoogstraat komt voor het eerst in 1396 voor. Dit was het gedeelte van de Schielands Hoge Zeedijk, dat tot dan toe Oosteinde (1338), Middeldam (1357) en Westeinde (1359) had geheten. Deze namen hadden echter niet alleen betrekking op de Hoogstraat, maar ook op de straten in het Oost-, Midden- en Westvak gelegen.

De Middeldam, die in 1351 nog Dam heette, is rond het midden van de 13de eeuw aangelegd in de Rotte. Deze mondde met enkele duikersluizen uit in de Maas. De Middeldam strekte zich uit van de oosthoek van de Kerkstraat en de Grotemarkt tot de Lamsteeg.

In 1533 besloot de vroedschap de Hoogstraat (in de resolutie Dijkstraat geheten) te verhogen van de Schiedamsepoort tot de Oostpoort. Ook de naam Hooge Dijkstraat komt voor. Het grootste gedeelte van de Hoogstraat loopt oost-west, een klein gedeelte noord-zuid. Dit laatste gedeelte wordt Korte Hoogstraat genoemd. Vroeger heette dit ook wel Schiedamsedijk.

De huidige Korte Hoogstraat ligt op dezelfde plaats als de vooroorlogse straat van die naam. De huidige Hoogstraat heeft van de Korte Hoogstraat tot de Botersloot haar oorspronkelijke ligging behouden. Vanaf laatstgenoemde straat tot het Oostplein is ze in noord-oostelijke richting omgebogen.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Achterhaven, 1965

De westzijde van de Achterhaven met het restant van molen De Distilleerketel, 10 april 1965. Links de Voorhaven.

De Achterhaven ligt achter, of ten oosten van, de Voorhaven in Delfshaven. De Achterhaven is gegraven volgens een concessie van 3 juli 1451, waarbij de stad Delft van hertog Philips van Bourgondi toestemming verkreeg tot het graven van een ‘nieuwe haven’. Tot de vereniging van Delfshaven met Rotterdam in 1886 werd deze zowel Achterhaven als Nieuwehaven genoemd. De straten langs de haven heetten toen Achterstraat en Achterwater. Omdat in Rotterdam eveneens een Nieuwehaven bestond, besloot men de haven en de erlangs lopende straten de naam Achterhaven te geven. In 1962 werd een gedeelte van de bebouwing van de Havenstraat en het Piet Heynsplein afgebroken ten behoeve van een doorvaartverbinding van de Achterhaven met de Coolhaven.

De Distilleerketel is een in 1986 gebouwde windmolen. Het is een stellingmolen en dus een bovenkruier. De stelling zit op 10 m hoogte. De molen staat in het Rotterdamse Delfshaven.

De molen is gebouwd naast de plek waar de oorspronkelijk in 1727 gebouwde Distilleerketel stond. Deze in 1899 afgebrande molen werd herbouwd en in 1940 tijdens oorlogshandelingen in brand geschoten. Deze molen maalde mout tot moutschroot voor de distilleerderijen.

Het besluit de molen te herbouwen kwam dusdanig laat dat herbouw op de oorspronkelijke plek onmogelijk was geworden vanwege de geplande bouw van een flat waar de stelling overheen zou komen te hangen. Bovendien was men al met de sloop van de oude molenromp begonnen. Door de Distilleerketel elf meter verderop te herbouwen, werd voorkomen dat de stelling boven de flat zou komen die naast de molen werd gebouwd. Bij de herbouw is de romp een meter hoger opgebouwd, waardoor de nieuwe molen slanker lijkt dan de oude.

De uit 1985 afkomstige bovenas is van gietijzer. De as wordt gesmeerd met reuzel en de kammen (tanden) op de tandwielen met bijenwas. De vang, waarmee het wiekenkruis wordt afgeremd, is een met een wipstok bediende Vlaamse vang.

De molen beschikte tot 2007 over de klassieke wiekvoering, met zeil en zeilrail oudhollandse tuigage; tegenwoordig zitten op de binnenroede fokwieken volgens het systeem Fauël, in combinatie met remkleppen. Vlucht van de molen is op de buitenroede 27,50 meter.

De molen heeft twee koppel maalstenen en wordt gebruikt voor het malen van graan voor consumptie.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen