Sloop van de Sint-Ignatiuskerk aan de Westzeedijk, 1968

Tijdens de sloop van de Sint-Ignatiuskerk wordt een torentje naar beneden getrokken, 16 februari 1968.

De Sint-Ignatiuskerk, van 1956 tot de sloop in 1968 de Sint-Laurentius en Ignatiuskathedraal, tevens bekend als de Westzeedijkkerk, was een rooms-katholieke kerk aan de Westzeedijk 90 in Rotterdam.

De Ignatiuskerk werd in 1891 gebouwd als parochiekerk voor de rooms-katholieke gemeenschap in het Scheepvaartkwartier en het zuidelijke stadscentrum. Architect Nicolaas Molenaar sr. ontwierp een driebeukige kruiskerk in neogotische stijl. De toren stond aan de linkervoorzijde van de kerk en bestond uit drie vierkante geledingen, met daarbovenop een opengewerkte achtkantige lantaarn met naaldspits. Het schip had drie traveeën en twee transepten. Na de eerste travee met de toren kwam het eerste transept, gevolgd door twee traveeën, het kruisingstransept en de travee van het priesterkoor, dat werd afgesloten met een zevenzijdige apsis. In de kerk stond een orgel dat in 1863 was gebouwd door de firma Loret & Vermeersch en in 1905 door Michaël Maarschalkerweerd van een nieuw front was voorzien.

De Ignatiuskerk overleefde het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940. Bij de stichting van het bisdom Rotterdam op 2 februari 1956 werd de Ignatiuskerk tot kathedraal verheven. Bij deze gelegenheid werd de kerk ook gewijd aan Sint-Laurentius, de patroonheilige van Rotterdam. Begin 1967 werd de kathedraal gesloten en werd de Elisabethkerk de nieuwe kathedraal van Rotterdam. De Eendrachtskerk aan de Eendrachtstraat werd de nieuwe parochiekerk voor deze wijk. Het beeld van Maria van de Wijnhaven werd in deze kerk geplaatst. Het uurwerk werd overgebracht naar de Heilig-Hartkerk in Schiedam. Het orgel werd verkocht aan de Sint-Augustinuskerk in Geleen.

De Sint-Laurentius en Ignatiuskathedraal werd in 1968 afgebroken. Op deze plaats kwam een kantoorgebouw, dat in 2018 is getransformeerd in een woongebouw met circa 200 appartementen.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Gezicht op de spoorwegovergang (ter hoogte van de latere Statentunnel) bij de Beukelsdijk, 1908

Stopplaats Beukelsdijk (telegrafische code: bkd) is een nooit in gebruik genomen stopplaats aan de Nederlandse spoorlijn Amsterdam – Rotterdam, destijds aangelegd en geëxploiteerd door de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HIJSM). De stopplaats lag ten westen van Rotterdam en ten oosten van Schiedam, net ten westen van de splitsing van de spoorlijn naar Utrecht. Aan de spoorlijn werd de stopplaats voorafgegaan door station Schiedam Centrum en gevolgd door station Rotterdam Delftsche Poort.

In 1903 ontwierp men het station als vorkstation bij de splitsing van de lijn vanuit Schiedam naar Rotterdam Delftsche Poort en Rotterdam Noord. Er staat nog een houten stationsgebouw van architect Dirk Margadant met aan weerszijden twee houten wachterswoningen (respectievelijk RFC-weg 165, 174 en 178). De gebouwen zijn in 1910 verbouwd tot woningen; in 2011 werd het stationsgebouw aangewezen als gemeentelijk monument.

Na de aanleg van de Ceintuurbaan tussen de stations Delftsche Poort en Rotterdam Maas in 1899 had Beukelsdijk een stopplaats moeten worden voor het treinverkeer tussen Hoek van Holland en Duitsland, zodat er niet meer op station Delftsche Poort gekeerd hoefde te worden. Het station dat in the middel of nowhere lag werd echter niet in gebruik genomen. Later werd het doorgaande spoor naar het noorden verlegd, aan de andere kant van het haltegebouw. Op de plek van het oude spoor werd later de RFC-weg aangelegd. Dit verklaart waarom het stationsgebouw niet parallel aan het huidige spoor staat.

De foto komt uit de collectie Topografie Rotterdam en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Gezicht op het Tiendplein met de West-Kruiskade, 1976

Een Tiende is een belastingvorm die dateert van de Middeleeuwen. Aan Hugo van Assendelft, abt van Egmond van 1353 tot 1366, waren door Claes de Vriese en diens oudste zoon Willem Visker alle handvesten, brieven en recht overgedragen, die ze op de tienden van Scoenreloo (Schoonderloo) hadden. Omstreeks 1358 had Aelwijn Aerntsz. van Scoenreloe de korentiende ‘in het Middellant in het ambacht van Scoenreloo’ van de abdij van Egmond in leen. Het Tiendplein vormde voor 1978 een onderdeel van de 1ste Middellandstraat en de Tiendstraat.

De Kruiskade komt reeds in 1506 onder deze naam voor. Het was toen nog maar een voetpad. Dit pad werd in de eerste helft van de 19de eeuw door de Rotterdamsche Werkvereeniging verbreed en tot een schelpweg gemaakt. In 1853 werd de weg door de stad overgenomen en bestraat. In 1401 werd ze de ‘Ka tot Rotterdam in Cool’ genoemd. De oudste kaart waarop de Kruiskade voorkomt dateert uit 1540. Hierop wordt het verlengde van deze kade in westelijke richting tot aan de Delfshavense Schie ‘doorgeghraven oude ka’ genoemd. De kade moet ouder zijn dan 1389, het jaar waarin toestemming werd verleend om deze Schie te graven. De Kruiskade en haar verlengingen (West-Kruiskade, Middellandstraat en Vierambachtsstraat) vormden de zuiddijk van de ambachten Blommersdijk en Beukelsdijk. Voor het graven van de Rotterdamse Schie zal de Kruiskade ten oosten aangesloten hebben op de Hofdijk. Haar naam dankte ze waarschijnlijk aan de ‘cruyskamp’, een stuk land dat vanaf het einde van de 15de tot in de 18de eeuw in Beukelsdijk in het ambacht van Cool was gelegen.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Kinderen doen spelletjes op het speelterrein op het Schuttersveld, 1939

Dit veld heet naar de schutters, die vroeger op het hier gelegen Exercitieveld oefenden. Bij besluit van B&W ontving het Excercitieveld officieel de naam Schuttersveld. Onder deze naam was het veld al jarenlang in de volksmond bekend. De naam Excercitieveld werd bij besluit 1 oktober 1993 ingetrokken.

Omstreeks 1337 komt de heer Van Voorne voor als eigenaar van het huis of de hofstede te Crooswijk. Dit huis kwam later aan de graaf van Holland. Het stond waarschijnlijk op de plaats van het oude Duifhuis, een toltoren die door de Romeinen was gesticht. Het huis komt voor op een kaart van 1567 van Jan Potter. In 1828 kocht de stad de buitenplaats ‘het Huis te Crooswijk’, ook bekend onder de naam van Duifhuis, met de daarbij behorende grond. Het huis werd gesloopt en op het terrein werd een begraafplaats aangelegd. Alle hierboven genoemde straten liggen in het voormalige ambacht Crooswijk. De Crooswijkseweg wordt reeds in 1489 genoemd. Deze liep van de huidige Goudse Rijweg naar de vroegere Oudedijk. Ze kwam ook voor onder de namen Crooswijksche Binnenweg, Goudscheweg, Rubroekscheweg, Oudelandscheweg, Schinkelweg en Gerrit Berchmansweg. De Crooswijksebocht werd voor 1948 alleen aangeduid met de naam Crooswijk.

De vervaardiger is de Maasbode en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De bouw van de Meentbrug over de Delftsevaart, 1926-1930

De Meentbrug is een hefbrug in de Meent en is nog van voor de oorlog. De brug kan niet meer worden bediend, omdat niet alle kabels meer zijn gemonteerd aan de brug. Het was ooit een hefbrug met vier torentjes. De brug was voorzien van uitschuifbare trapjes, zodat voetgangers gewoon door konden lopen als de brug openstond. Een van de torentjes stond in de weg van het nieuwe gebouw dat ernaast werd gezet, maar werd gewoon geïntegreerd in het gebouw. De katrol hangt in de buitenmuur van het café-restaurant, het contragewicht hangt binnen.

De Meent kan men identificeren met de in 1385 genoemde ‘der Stede wech’ en met de ‘Poortweg’, waarvan in 1404 sprake is. De naam Meent als straatnaam treft men niet aan vóór de tweede helft van de 16de eeuw. Aangenomen kan worden dat aan deze straatnaam de betekenis ‘gemeene weide’ ten grondslag lag. Dit blijkt onder meer uit een keur op de twee jaarmarkten uit de eerste helft van de 15de eeuw. De paardenmarkt moest toen gehouden worden ‘in de Lombaertstrate upte meente neffens de capelle ende aldaer omtrent’. In 1531 en later komt ‘Beestenmarkt’ voor, daarna ‘Varckenmart’, ‘Meent ende Varckenmarct’ of ‘Meent bij de Varckenmarct’. Oorspronkelijk liep de Meent van de Botersloot naar de Oppert. Ten behoeve van het toenemende verkeer werd een plan ingediend voor de aanleg van een brede straat door de oude stad, die een verbinding tussen Coolsingel en Goudsesingel zou vormen.

De fotograaf is J.H.C. Vermeulen van de Maasbode en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia en uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Werkzaamheden aan het Hofplein en de bijbehorende verplaatsing van de Delftse Poort, 1939

De Delftsche Poort in Rotterdam was een stadspoort waarvan de laatste in 1764 werd gebouwd naar een ontwerp van architect Pieter de Swart. Het was reeds de derde poort op die plaats: de voorgaande twee waren wegens bouwvalligheid gesloopt. De eerste poort werd in de Middeleeuwen gebouwd en kreeg de naam de Noorderpoort en had een voorpoort. De tweede St. Joris- of Delftsche Poort werd in 1545 gebouwd.

In de jaren 30 van de 20e eeuw stond de poort in de weg: Rotterdam wilde een betere doorstroming van het toenemende verkeer. Men besloot de poort zo’n honderd meter te verplaatsen (afbreken stuitte op te veel weerstand). In 1939 begon men met de verplaatsing van het geheel. De onderbouw was in 1940 gereed, tijdens het bombardement werden zowel dit gedeelte als de opgeslagen beeldhouwwerken beschadigd. Een jaar later werd besloten dat “naar het inzicht van de meerderheid van de geraadpleegde deskundigen de poort niet meer afgebouwd kon worden en moest zij geheel verdwijnen”. Enkele sierwerken werden gered en opgenomen in de muren van de gebouwen op de hoek van het Stadhuisplein.

Vijftig jaar later werd er op nagenoeg de oorspronkelijke plaats van de Delftsche poort aan het Pompenburg een reconstructie in staal opgericht, ontworpen door de kunstenaar Cor Kraat. Rond de poort zijn enkele restanten opgesteld van de gebeeldhouwde ornamenten die de oorspronkelijke poort sierden.

De foto is vervaardigd door de Maasbode en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Delftsevaart met de Galerijbrug, rechts het Haagseveer, 1928

De Delftsevaart kan men beschouwen als een gedeelte van de vaart ‘van Rotterdam naar de Schie’, voor het graven waarvan graaf Willem IV op 9 juni 1340 aan Rotterdam vergunning gaf. Zij dankt haar naam aan de stad Delft. In 1368 sprak men van de vaart van der Spoeije en veel later nog, o.a. in 1608, is er sprake van Schieweg W.Z.. aan de Doelweg (Haagseveer). Beide zijden van de vaart hebben lang de naam Delftsevaart gedragen. De kaden werden eerst in het midden van de 16de eeuw bebouwd. Voor die tijd lagen hier slechts tuinen en scheepstimmerwerven. In het begin van de 19de eeuw noemde men het gedeelte dat tussen de Galerij en de Sint Jacobsstraat lag Rijkelui Delftsevaart. Verderop sprak men van de Gemeenelui Delftsevaart.

Vóór het bombardement in mei 1940 lag over de Delftsevaart een brug die Galerijbrug heette. Van de Hofpoort naar de Delftsche Poort liep vroeger een met bogen voorziene vestmuur, die bedoeld was om als verdedigingswerk dienst te doen. Later werd ze als kazerne gebruikt. In het laatst van de 18de eeuw is deze muur weggebroken. De naam bleef echter bestaan. Misschien was de ‘galerij’ één van de verdedigingswerken die na de Jonkerfransenoorlog werden gebouwd. Wij weten alleen zeker, dat er een galerij bij de waterpoort tussen twee torens in 1534 bestond, welke toen in betere staat is gebracht. Daar bij de Blauwe toren in het Westnieuwland in 1578 een galerij wordt genoemd, kan deze echter ook bedoeld zijn. Huizen met een galerij kwamen trouwens meer voor in Rotterdam. In de 17de en 18de eeuw treft men minstens zes huizen in verschillende straten aan, die ‘de Gelderij’ heetten. De huidige Galerij ligt iets ten zuiden van de vroegere straat van die naam. Bij besluit B. 30 juni 1942 werd de naam ingetrokken.

De fotograaf is J.H.C. Vermeulen van de Maasbode en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Hef in aanbouw, 1926

Man op de Hef met uitzicht op de Koningshaven tijdens de bouw van de heftorens van de spoorbrug, 1926. Rechts de Koninginnebrug.

ROTTERDAM. DE HEFBRUG OVER DE KONINGSHAVEN.
Lezing Ir. P. Joosting. De hefbrug over de Koningshaven nadert haar langverwachte voltooiing. Reeds is de vloer van de brug gelegd, binnen enkele dagen zal met het monteeren der hef- en zakmachinerieën begonnen worden en voor de lente in het land is, zal de scheepvaart belangrijk minder vertraging ondervinden. Gisterenavond hield Ir. P. Joosting uit Utrecht, die deze hefbrug volgens Amerikaansch voorbeeld ontworpen heeft, voor leden van het Rotterdamsch Natuurkundig Genootschap een lezing met lichtbeelden over de constructie van dit gevaarte dat in de belangstelling van de meeste stadgenooten een plaats inneemt. Daar spr. zijn onderwerp reeds meerdere malen in onze stad besprak was de belangstelling zeer matig. Inmiddels was de lezing welke met duidelijke lichtbeelden en vele foto’s geïllustreerd werd, ook thans zeer interessant, daar men weer het besef kreeg, met welk een uiterste nauwkeurigheid en hoe berekend de gansche bouw op papier is gezet en uitgevoerd. Nadat spr. had aangetoond van hoe een voortreffelijk belang de verhooging van het middengedeelte der spoorbrug tot de hoogte der vaste overspanningen is, daar hierdoor voor een veel kleiner aantal schepen de brug omhoog hoeft te gaan dan tot nog toe het geval is en diverse soorten van hefbruggen had besproken, legde hij de constructie van de Koningshavenbrug tot in détails uit en demonstreerde een model der brug, nagenoeg geheel als de oorspronkelijke, in miniatuur vervaardigd, dat door electrische kracht in werking werd gesteld.

De prentbriefkaart is vervaardigd door de Maasbode en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt via delpher.nl uit de Maasbode van 26 november 1926.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De bouw van het wijkcentrum De Larenkamp aan de Slinge, 1973

Thomassen: „Doelen werd ook duur gevonden” ‘LARENKAMP’ OPEN
(Van een onzer verslaggevers)

ROTTERDAM — Met een grote sleutel die door vier estafette-lopers vanaf de deelgemeente secretarie van Charlois was aangedragen, heeft burgemeester Thomassen zaterdagmorgen het nieuwe wijkgebouw De Larenkamp in Zuidwijk officieel geopend. De opening was het startsein voor een feestweek in en om het wijkgebouw die tot aanstaande zaterdag zal duren.

In zijn openingstoespraak ging burgemeester Thomassen in op de kritiek op de hoge kosten (ƒ 9 miljoen) van het gebouw. „Toen de Doelen werd geopend,” zo zei hij, „werd hetzelfde gezegd. Maar nu zegt iedereen: hoe heeft Rotterdam de Doelen voor zo weinig geld kunnen bouwen. Hopelijk wordt dat later ook over De Larenkamp gezegd.”

De burgemeester gaf de echte sleutel van het wijkgebouw, die in de grote sleutel verborgen zat, over aan wethouder J. G. van der Ploeg, die hem op zijn beurt aan de voorzitter van de beheerscommissie van De Larenkamp, de heer J. Nederlof, gaf. Wethouder Van der Ploeg zei, dat Rotterdam aan gebouwde en nog in voorbereiding zijnde wijkgebouwen nu.ƒ 50 miljoen heeft besteed.

Na de officiële opening bood de stichting Bewonersfonds het nieuwe wijkcentrum een vleugel en een piano aan. De stichting Tuinstad Zuidwijk droeg aan De Larenkamp het al boven de hoofdingang hangende carillon over. Het CWO-Zuidwijk, voorzitter J. Zwakhals van de deelgemeente Charlois en IJsselmonde boden het wijkcentrum respectievelijk de vlag van Zuidwijk, van Charlois en van Rotterdam aan. Daarna maakten de genodigden een rondgang in het nieuwe gebouw, gevolgd door een receptie waarop talloze Rotterdamse bestuurders, onder wie wethouder Riezenkamp, hun gelukwensen kwamen aanbieden. De feestelijke opening werd ook bijgewoond door veertig willekeurig uitgekozen bewoners van Zuidwijk.

‘s Middags waren er cabaret en balletvoorstellingen en gaf een padvindersgroep buiten het gebouw een demonstratie. ‘s Avonds was er voor de jeugd een popshow en een disco-avond. Gisteren hield het nieuwe wijkgebouw open huis voor de inwoners van Zuidwijk.

Kleien is in het nieuwe wijkcentrum De Larenkamp maar één van de duizend-en-één mogelijkheden.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt via delpher.nl uit het Vrije Volk van 12 november 1973.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Spiegelnisserkade bij de Meubelstraat en de Van Galenstraat, 1928

De Spiegelnisserkade heet naar de Spiegelnisserpolder in Schieland. De polder heette vroeger ook wel Kleyn-polder of het Oudeland. Reeds in 1392 wordt het ambacht Spiegelnisse in het Oudeland vermeld. Dit ambacht was het noordelijkste gedeelte van de polder Achter-Rubroek of het Oudeland.

De Meubelstraat, een zijstraat van de Spiegelnisserkade, ontleent zijn naam aan de nabijgelegen meubelfabriek van de firma Allan & Co. Bij besluit B&W 10 oktober 1986 werd de naam ingetrokken.

Jan (Johan) van Galen (Essen, 1604/1605 – Livorno, 23 maart 1653) was een vlootvoogd van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

Jan van Galen werd in 1604 of 1605 geboren in Essen in het Rijnland. Zijn vader stierf al jong en Jan was door geldnood gedwongen om zijn fortuin op zee te zoeken in de Republiek. Hij trad in 1630, kennelijk meteen als kapitein, in dienst bij de ‘directiekamer van Amsterdam’, de Directie voor Vaart op het Oosten en Noorwegen, een particuliere instantie die de oorlogsvloot moest bijstaan. Hij was op dat moment luitenant-commandeur van een klein schip. Van 1631 tot 1638 voer hij op de konvooidienst in Het Kanaal en de Oostzee. In 1633 viel hij met de Maurits twee Duinkerker kapers en een kaper uit Lübeck aan. Hij veroverde er twee, waarvoor hij een gouden ereketen kreeg. Hij werd in 1635 benoemd tot ordinaris-kapitein, dus in vaste dienst, omdat men bang was dat zo’n bekwaam zeeman anders als kapitein bij een andere marine in dienst zou treden. In 1636 raakte hij voor een paar maanden in Engelse gevangenschap omdat hij een Duinkerker tot in de haven van Helford – nabij Falmouth (Cornwall) – achtervolgde en prijsnam. Na moeizaam diplomatiek overleg werd hij vrijgelaten.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen