Pakhuis De Twee Leeuwen – Leuvehaven, 1932

Pakhuis De Twee Leeuwen, voorheen een brouwerij, op nummer 48 aan de oostzijde van de Leuvehaven, 1932. Links de Twee Leeuwensteeg en op de achtergrond de toren van de Zuiderkerk.

Deze steeg was vernoemd naar brouwerij ‘de twee Witte, klimmende Leeuwen’, ten oosten van de steeg. Zij liep voor het bombardement in mei 1940 van de Jufferstraat naar de Leuvehaven.

Brouwerij de Twee Witte Klimmende Leeuwen aan de oostzijde van de Leuvehaven werd in 1621 opgericht door Jacob Jacobszoon van Couwenhoven. Deze was in dat jaar eigenaar geworden van drie aaneengrenzonde percelen aan deze steeg en had door aantrekking der eigendommen van zijn zwager Dammas Janszoon Pesser het terrein verkregen. Hierop werd de brouwerij met mouterij gesticht. Door latere aankoopen werd het terrein nog flink uitgebreid.

In de eerste helft van de 18de eeuw komt de brouwerij in eigendom aan de familie De Monchy, die er in 1750 een vennootschap van maakte. Op 19 maart 1782 werd de brouwerij door brand geheel verwoest maar spoedig daarna weer herbouwd. Tijdens de herbouw ging de leverantie van bier gewoon door. De hiertoe benodigde voorraden werden door collega’s van de bierbrouwer beschikbaar gesteld. De solidariteit onder de Rotterdammers bleek reeds in die dagen….

In 1833 verkocht Salomon de Monchy, die inmiddels de enige eigenaar was geworden, alles aan Samuel Dunlop, die het brouwbedrijf ophief en het gebouw als pakhuis ging gebruiken.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt uit het Stadsarchief Rotterdam en van biernet.nl. Zie https://www.biernet.nl/…/zuid-hol…/rotterdam/twee-leeuwen-de

Met medewerking van Rotterdam van toen

Bas Jungeriusstraat,1932

De Bas Jungeriusstraat met een brood- en een melkbezorger in de straat, 1932.

Deze straat draagt de naam van Bastiaan Jungerius (1821-1898), dijkgraaf van de polder Charlois.

Charlois (spreek uit: sjaarloos) en de Riederwaard (Reijerwaard) behoorden vroeger tot het land van Putten, een geheel onafhankelijk gebied met een eigen regering en een eigen recht. In 1456 ging dit gebied over van de heren van Gaesbeek op de hertog van Bourgondië, die er zijn zoon Karel de Stoute, graaf van Charollois (een graafschap in Bourgondië), mee beleende. Door de vele hoge vloeden in de 14de en 15de eeuw liep dit gebied regelmatig onder water. Karel de Stoute wilde in 1460 ‘die lande, slijck, uterwairt ende Rietbroek, geheiten Riderwairt’ laten bedijken. Als voorwaarden werden daarbij gesteld dat dit land niet meer Riederwaard, doch Charlois zou heten, en dat er een kerk gesticht zou worden, gewijd aan Sint Clemens. Dit land omvatte de latere polders Karnemelksland, de Hille, Charlois, Robbenoord en Plompert. Door de goede bedijking en de gunstige ligging werd het gebied spoedig bebouwd. Charlois was zowel een ambachtsheerlijkheid als een grondheerlijkheid. Bij eerstgenoemde berustte de jurisdictie, terwijl aan het bestuur van laatstgenoemde de zorg voor waterstaatszaken was opgedragen. In 1895 is Charlois door Rotterdam geannexeerd.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Het terrein van brouwerij d’Oranjeboom aan de Oranjeboomstraat, 1934

Luchtopname van het terrein van brouwerij d’Oranjeboom aan de Oranjeboomstraat, 1934.

De geschiedenis van de brouwerij gaat terug tot 1671. Met het samenvoegen van de Brouwerij De Dissel, die lag aan de Coolvest, vlak bij de Delftse Poort en de Brouwerij D’Orangienboom, die het jaar ervoor was opgericht in Rotterdam, wordt De Dissel in 1682 omgedoopt naar d’Orangienboom. Er volgde een groot aantal wisselingen van eigenaren in de jaren daarna.

Bij de verkoop in 1742 was de naam den Oranjeboom. Deze Rotterdamse brouwerij werd pas Bredaas toen in 1968 de brouwerij Drie Hoefijzers uit Breda samenging met Oranjeboom. De Drie Hoefijzers werd opgericht in 1538 als Den Boom. In 1628 werd de brouwerij hernoemd naar De Drie Hoefijzers, een vernoeming naar de tegenover gelegen smidse De Drij Hoefijssers. In 1885 werd de nieuwe brouwerij d’Oranjeboom in Rotterdam in gebruik genomen aan de Oranjeboomstraat. De BV van de in 1968 samengevoegde brouwerij kreeg de naam Oranjeboom Bierbrouwerij B.V. en viel onder de Nederlandse tak van het Britse Allied Breweries onder de naam Verenigde Bierbrouwerijen Breda-Rotterdam B.V.

In 1973 werd de naam gewijzigd in Skol Brouwerijen N.V. en verdween het merk Oranjeboom om plaats te maken voor Skol, maar toen dit merk geen succes bleek te zijn werd begin jaren 80 van de twintigste eeuw de naam Oranjeboom hersteld. De brouwerij in Rotterdam werd gesloten in 1990, de productie vond vanaf toen alleen nog in Breda plaats. Op 5 april 1993 werd naam van de Verenigde Bierbrouwerijen Breda-Rotterdam B.V. veranderd in de Oranjeboom Bierbrouwerij B.V. Op 6 februari 1995 nam het Belgische concern Interbrew de B.V. over van Allied Domecq. Op 29 mei 2004 werd de brouwerij van Oranjeboom in Breda gesloten. In 2007 werd het merk in een managementbuy-out meeverkocht aan United Dutch Breweries BV. Met uitzondering van de Benelux zijn zij nu eigenaar van het merk Oranjeboom.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

SS Rotterdam (RDM-300) in aanbouw – Rotterdamsche Droogdok Maatschappij, 1958

SS Rotterdam (RDM-300) in aanbouw op helling 7 van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij, 4 september 1958.

De Rotterdam uit 1959 is het vijfde schip met die naam, in dienst van de Holland-Amerika Lijn (HAL). Het is een stoomschip met oliegestookte stoomketels en stoomturbines.

Het is een van de bekendste naoorlogse Nederlandse passagiersschepen. Het maakte tussen 1959 en eind 2000 het laatste decennium mee van de trans-Atlantische lijnvaart en was daarna een succesvol cruiseschip. Sinds 4 augustus 2008 ligt het schip als drijvende attractie (rondleidingen, hotel-café-restaurant) aan het Derde Katendrechtse Hoofd in de Maashaven in Rotterdam.

Op 27 oktober 1955 bestelde de Holland-Amerika Lijn het schip bij de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij NV (RDM) in Rotterdam. Op 14 december 1956 werd onder bouwnummer 300 de kiel van het schip gelegd. De doop en tewaterlating op 13 september 1958 door koningin Juliana was een enorme publiekstrekker, die door tienduizenden belangstellenden aan beide oevers van de rivier werd bekeken en met camera’s vastgelegd. Op 11 juli 1959 vond de eerste proefvaart plaats, van 1 tot en met 6 augustus werden de technische proefvaarten gehouden en op 20 augustus 1959 droeg de werf tijdens de officiële proefvaart, wederom in aanwezigheid van koningin Juliana, het schip aan de HAL over.

De foto komt uit de collectie RDM van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Café-restaurant ‘t Schuttershof aan de Pleinweg, 1956

Café-restaurant ‘t Schuttershof aan de Pleinweg bij het Zuidplein, 1956.

De Pleinweg vormt de verbinding tussen twee pleinen, het Maastunnelplein en het Zuidplein. In 1928 wordt de ligging van de weg als volgt omschreven: ‘de weg die van het zuidwesten van en evenwijdig aan de Bas Jungeriusstraat de Velgersdijk verbindt met de Katendrechtsche Lagedijk’. Als toevoeging wordt vermeld: ‘deze weg vormt den verbindingsschakel tusschen het Karel de Stouteplein en het nieuwe centrale plein aan den Linker Maasoever.’ Het nieuwe centrale plein werd later Zuidplein genoemd. Bij besluit B&W van 30 januari 1934 werd de Pleinweg verlengd tot aan de Mijnsherenlaan en kreeg eveneens de naam Pleinweg.

Het Zuidplein dankt zijn naam aan de ligging in het zuidelijke stadsdeel. Zuidplein Hoog is het plateau boven dit plein waarop zich het winkelcentrum bevindt.

De foto is gemaakt door Gemeentewerken Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Gezicht onder het spoorwegviaduct over de Binnenrotte, 1935

De Binnenrotte is de straat tussen de Lombardkade en de Hoogstraat waar de centrummarkt wordt gehouden, oorspronkelijk een gedeelte van de rivier de Rotte.

Op de kruising van de Hoogstraat en de Binnenrotte ontstond rond 1270 op de plek waar de dam in de Rotte werd geslagen de stad Rotterdam. In 1340 ontving Rotterdam het stadsrecht en in 1358 werd de stad omvest. Vanaf 1600, toen de uitleg naar de Maas was voltooid, had de stad Rotterdam de vorm van een driehoek. Ze bestond uit twee delen: het waterrijke deel tussen Maas en Blaak waar zich de haven ontwikkelde (Waterstad), en het ommuurde gedeelte tussen Goudsesingel, Coolsingel en Blaak (Landstad).

Het hart van de oude Landstad heet nu Laurenskwartier, genoemd naar het oudste gebouw: de Laurenskerk. Tussen 1600 en 1650 groeide de bevolking van 13.000 naar 30.000 inwoners. Eeuwenlang vonden de belangrijkste activiteiten plaats rond de Laurenskerk. Tegen 1700 was de stadsdriehoek volgebouwd en Rotterdam een bloeiende koopmansstad.

De Binnenrotte was oorspronkelijk een gedeelte van de rivier de Rotte. Aan de Binnenrotte vond in de negentiende eeuw de grootste verkeersdoorbraak plaats, omdat er een rechtstreekse railverbinding moest komen tussen Antwerpen en Rotterdam met aansluiting op de spoorbrug over de Maas. Men besloot voor een verbinding over een viaduct hoog boven de stad. Daarvoor werd in 1871 de Binnenrotte gedempt. Daarmee kwam er definitief een einde aan het water waarlangs Rotterdam is ontstaan. Voor de doorbraak werden ter hoogte van de Moriaansteeg negentien huizen gesloopt evenals de Korenbeurs aan het Steiger.

Het luchtspoor werd op 1 mei 1877 in gebruik genomen. De bogen van het luchtspoor verschaften niet alleen een droog onderdak aan straathandelaren maar ook voor prostituees was het een perfect werkterrein. In 1993 werd het viaduct gesloopt nadat het overbodig was geworden door de aanleg van de Willemsspoortunnel. Tijdens de werkzaamheden kwam de oude loop van de Rotte weer te voorschijn en speciaal de plaats van de dam.

De Binnenrotte werd een grote open ruimte die sinds 1995 op dinsdag en zaterdag gebruikt wordt door de Rotterdamse Centrummarkt, een algemene warenmarkt met ruim 450 kramen. Tot de afbraak van het viaduct dienden de bogen als plaats voor de weekmarkt, die in 1958 van het Noordplein naar de Binnenrotte was verplaatst. Een tijdelijke verhuizing naar de Mariniersweg vond plaats in 1989 in verband met de aanleg van de Spoortunnel.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam

Met medewerking van Rotterdam van toen

Hofplein,1926

Het Hofplein met op de achtergrond molen De Blauwe Molen en het spoorwegviaduct, 1926.

Het Hofplein herinnert aan de ridderhofstad Weena, die noordoostelijk van het huidige Hofplein was gelegen. De Hofdijk komt al in 1397 in bronnen voor. Het slot wordt reeds in 1306 vermeld. De oorspronkelijke Hofdijk stamde uit de 13de eeuw en strekte zich langs de Rotte uit tot het Zwaanshals en de Oudedijk. Het Hofplein ontstond in de eerste helft van de 19de eeuw nadat de Kolk of Gracht tussen de Delftse Poort en de Hofpoort was gedempt. Van 1853 tot 1875 was het plein als veemarkt ingericht. De oudste naam is Hofpoortplein naar de Hofpoort die daar stond en in 1833 is afgebroken. In 1908 werd aan het plein het station van de Zuid-Hollandsche Electrische Spoorweg-Maatschappij, de lijn Rotterdam-Scheveningen, geopend.

De oudste vermelding van een molen op deze plaats dateert van 1424, waarschijnlijk kreeg de molen in 1663 zijn latere
vorm. De naam Blauwe molen was misschien afkomstig van een dergelijk gekleurde voorganger, een standerdmolen.
In 1880 werd de molen onttakeld en voorzien van een stoommachine. De molen stond toen ook wel bekend onder de naam De Molen zonder wieken. In 1874 werd de Binnenrotte gedempt. In de romp naast brouwerij De Posthoorn was jarenlang een winkel gevestigd, met een opvallende gevel met Jugendstil-kenmerken. Na het bombardement van mei 1940 werd de molen in de maand juli van hetzelfde jaar gesloopt.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van molendatabase.nl. Lees verder op http://www.molendatabase.org/molendb.php…

Met medewerking van Rotterdam van toen

Het Excercitieveld vanaf de Schuttersweg, 1981

Dit veld heet naar de schutters, die vroeger op het hier gelegen Exercitieveld oefenden. Bij besluit van B&W ontving het Excercitieveld officieel de naam Schuttersveld. Onder deze naam was het veld al jarenlang in de volksmond bekend. De naam Excercitieveld werd bij besluit 1 oktober 1993 ingetrokken.

In de tijd van graaf Albrecht van Beieren bestond de Rotterdamsche schutterij uit 200 schutters die in twee gilden waren verdeeld, de Sint Sebastiaans Gilde en de Sint Joris Gilde. De broeders van de St Sebastiaans Gilde oefenden met hun voetboog op een terrein waar later de Lombardstraat kwam en de broeders van de St. Jorisgilde hadden een terrein langs de Delftsche Vaart waar zij met hun Sint Jans- of balansboog konden oefenen.

In 1557 werden de bogen afgeschaft. De St Sebastiaans Gilde werd toegevoegd aan de St Joris Gilde. De heren kwamen niet meer bij elkaar als tijdverdrijf, maar kregen de taak om voor de veiligheid zorg te dragen. De Burgerwacht moest overdag bij iedere poort met zes man de wacht houden, en iedere nacht met veertig man paraat zijn samen met drie leden van de vroedschap. De broeders werden hiervoor betaald uit de helft van de opbrengst van de visafslag. Van het overgebleven geld werd de doelen onderhouden en in 1622 vernieuwd. In 1620 was de schutterij van Rotterdam uitgegroeid tot zes vaandels van 140 man.

De Unie van Utrecht bepaalde in 1579 dat voortaan alle mannen in krijgsdienst moesten. Tot hun taken behoorde de burgerwacht en het blussen van branden. Enkele jaren later werd de leeftijd beperkt tot 18 tot 55-jarigen. In Rotterdam waren twee bataljons, ieder bestaande uit zes compagnieën van ongeveer 100 man. Ze kregen een snaphaan met bajonet, een sabel en een patroontas, en droegen een witte broek en blauwe jas met zilveren knopen, die ze zelf moesten betalen.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Het kantoor van Van Ommeren aan de Westerkade, 1967

Het kantoor van Van Ommeren aan de Westerkade op de hoek met de Westerlaan, 1967 (geschat).

De Rotterdamse rederij Van Ommeren beschikte in de jaren vijftig over een hoofdkantoor dat aan de Westerlaan was ondergebracht in een rijtje gedateerde panden aan de Westerlaan, die onderling waren verbonden met trappen en gangen. In 1957 werd besloten tot de bouw van een nieuw modern kantoorgebouw op de zelfde locatie, nadat plannen om dichter bij het centrum of op De Heuvel in Het Park te bouwen niet door gingen.

Het architectenbureau Verhave – Luyt – De Jongh was verantwoordelijk voor het ontwerp van het nieuwe kantoorgebouw bestaande uit een hoge toren en een lang laag blok aan de Westerlaan. Eerst werd op de braakliggende hoek van Westerlaan en Calandstraat de hoogbouw gerealiseerd terwijl de kantoren in de oude panden in gebruik bleven. Deze maakten pas plaats voor de laagbouw toen het torengebouw betrokken kon worden. Dat resulteerde in een lange bouwtijd: de uitvoering door aannemer J.P. van Eesteren begon in december 1958; de toren werd medio april 1962 in gebruik genomen; de laagbouw van het gebouwencomplex werd in 1965 voltooid. De toren was zestien verdiepingen hoog en voorzien van een helikopterplatform, dat overigens al snel onbruikbaar bleek te zijn wegens problemen met turbulentie en andere veiligheidsproblemen. Ook beschikte het bedrijf aan de Westerkade over een nog steeds aanwezig speciaal gegraven haventje voor directie- en inspectievaartuigen. Het aangrenzende kantoorgebouw aan de Westerkade, dat op de begane grond een doorgang heeft naar het achterliggende parkeerterrein van toen nog Van Ommeren is ook in 1965 gerealiseerd door dezelfde architect en aannemer.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Luchtopname van de Zalmhaven, 1947

Luchtopname van de Zalmhaven met links het Willemsplein en op de voorgrond de Leuvehaven, 1947.

De oorspronkelijk Zalmhaven, ook wel ‘Salmgat’ geheten, was het meest zuidelijke deel van de Schiedamsevest buitendijks. In 1612, toen de stad werd uitgebreid langs de Schiedamsedijk en Leuve tot aan de Maas, had men eerst ook het plan nog meer westelijk te gaan. Er waren reeds erven uitgegeven aan een geprojecteerde Vissershaven, Elfthaven en Zalmhaven. Het plan werd niet uitgevoerd en de kopers moesten in 1620 schadeloos worden gesteld. Toch heette het eerdergenoemde gedeelte van de vest voortaan Salmgat, later Salmhaven. Door de verplaatsing van de scheepstimmerwerven van de Blaak naar het Nieuwewerk moest deze haven of dit gat vergroot worden. Toen is de kom gegraven, die in 1693 Salmhaven of Nieuwe Buijsegat’ wordt genoemd. De oude Zalmhaven, die toegang gaf tot de nieuwe, werd voor de behoefte te smal en te ondiep. In 1702 is er een nieuwe doorvaart gemaakt door het Westerse Hoofd, uitkomende in de Leuvehaven. De oude toegang werd in 1782 gedempt. Als Balkengat bleef het oude Salmgat nog tot 1891 bestaan. Toen werden de slikken opgehoogd en op het daardoor verkregen terrein werd de Zalmstraat aangelegd. De haven en straat danken hun naam aan de zalmvisserij op de Maas. Van 1886 tot 1959 liep van de Zalmhaven naar het Nieuwland de Zalmhavensteeg. De haven is gedempt, de naam is op 28 januari 1997 ingetrokken door B&W.

De Willemskade werd in 1847 aangelegd op slikken in het zogenaamde Tweede Nieuwewerk. De erven aldaar werden in 1848 uitgegeven. Kade en plein heetten oorspronkelijk, volgens besluit B&W 3 mei 1850, Westerkade en Westerplein. Naar aanleiding van het bezoek van Koning Willem III op 28 juli 1851, werden de namen gewijzigd.

De foto is gemaakt door KLM Aerocarto en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam

Met medewerking van Rotterdam van toen