Tag Archives: 1908

Korenmolen de Hoop aan de Coolvest, 1908

Gezicht op de korenmolen de Hoop aan de Coolvest, uit het noorden, 1908.

Korenmolen De Hoop was een stellingmolen aan de Coolvest (na demping daarvan tot Coolsingel hernoemd in 1923) in Rotterdam. De molen werd in 1736 door Gerrit van Driel gebouwd op de plaats van de Roomolen, een poldermolen die in 1619 op de Heer Jan Vettentoren was gebouwd. De molen werd in 1920 gesloopt voor de aanleg van de Coolsingel en de bouw van de huidige Beurs.

De Hoop was een uitzonderlijk hoge molen, volgens het artikel van de Molendatabase bij de sloop de hoogste van Nederland. Op de begane grond was een winkeltje van molenproducten. In 1918 werd de molen door de gemeente Rotterdam onteigend, omdat hij voor de plannen voor demping van de Coolvest en aanleg van een nieuwe verkeersweg (de huidige Coolsingel) in de weg stond. Eigenaar H. Miete kreeg een schadevergoeding van ƒ 60.000 toegewezen. De Hoop werd pas in 1920 daadwerkelijk gesloopt, in de twee tussenliggende jaren verhuurde de gemeente de molen aan molenaars Stok en De Boer uit Hillegersberg. Bij de sloop bleven de baard, de gevelsteen en een bijgebouwtje bewaard. De gevelsteen bevindt zich in Museum Rotterdam, de rest ging in het bombardement in 1940 verloren.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Leeuwenstraat, 1908

Gezicht in de Leeuwenstraat, 1908.

Volgens de kroniekschrijver Nicolaas Zas kwamen in 1584 in de Leeuwenstraat nog enige huizen voor ‘daer leeuwen op de gevels stonden, van dewelcke dese straet sijn naem behouden heeft’. Dat er in de straat enige huizen met leeuwen waren versierd lijkt wat overdreven. Waarschijnlijk is daar vroeger wel een huis ‘Leeuwenburg’ geweest. Ook is het mogelijk dat het bolwerk of de toren aan de stadsvest ten westen van de Leeuwenlaan onder die naam bekend was.

De huidige Leeuwenstraat ligt op dezelfde plaats als de vooroorlogse straat van die naam. De Leeuwenstraat kan men vereenzelvigen met ‘een weechtgen, dat men gaet uut der Westewagenstrate totter capellen upt Rodesant’, dat genoemd wordt in de stadsrekening van 1426/27. In het verlengde van de Leeuwenstraat, gelegen tussen Rodezand en de stadsvest, lag vroeger de Leeuwenlaan. Voor Leeuwenlaan en Leeuwenstraat komen in de 16de eeuw de namen Leeuwenburgschelaan of -straat, Nieuwelaan en Scheytlaan voor. De laatste naam ontving ze omdat ze een scheiding tussen twee tuinen vormde. De Leeuwenstraat werd ook wel Dwarszandstraat genoemd.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Goudsesingel, 1908

Gezicht op de markt op de Goudsesingel, 1908.

De Goudse Rijweg, Goudseweg en (vooroorlogse) Goudsewagenstraat vormden een onderdeel van de oude weg naar Gouda. De Goudsewagenstraat wordt reeds in 1366 in bronnen vermeld. Na 1358, toen er grachten om de stad gemaakt mochten worden, zal ook bij deze ‘rijweg’ aan de stadsvest een poort gebouwd zijn en kon men van Gouda daardoor met wagens in de stad, d.w.z. op de Hoogstraat, komen. Later was hier het beginpunt van het Goudse Wagenveer.

De Goudsewagenstraat heette oorspronkelijke Oostwagenstraat, in tegenstelling tot de Westewagenstraat. De brug over de Goudsevest heette ook nog op het einde van de 17de eeuw Oostwagenbrug. In de 18de eeuw zijn beide namen verdwenen .De Goudsewagenstraat liep vóór het bombardement in mei 1940 van de Goudsesingel naar de Hoogstraat. Ze lag iets westelijker dan de huidige straat van die naam. Het gedeelte tussen de Kipstraat en de Hoogstraat heette Korte Goudsewagenstraat. Onder Goudse Rijweg verstond men in de 16de eeuw ook de straat die thans Goudseweg heet. Tot 1900 droeg de westzijde van de Vlietlaan eveneens deze naam.

De Goudsesingel was oorspronkelijk de buiten de stad gelegen vestkade. In 1481 wordt de singel genoemd van de Oostpoort naar het kleine Goudse Poortje. Deze singel moet even ten noorden van de huidige Warande en het Ammanplein hebben gelegen. Na 1505, toen de stad in zuidelijke richting was ingekrompen, verstaat men onder Goudsesingel de weg van de Goudse Poort tot Couwenburghseiland (ter hoogte van het huidige Pompenburg). Ten oosten van de Goudse Poort heette hij Oostsingel. De Goudsesingel en Oostsingel waren de kaden ten noorden van de Goudsevest en de Oostvest. Het eerste gedeelte van de Oostvest werd in 1871 gedempt. Dit gedeelte heette sindsdien Gedempte Oostvest. In 1888 volgde de demping van het tweede gedeelte.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Schavensteeg, 1908

In de Schavensteeg, 1908. De Schavensteeg liep van de Leeuwenlaan naar de Hofstraat.

De Schavensteeg droeg in de loop der tijd verschillende namen. In 1743 is Dirk Schaaf eigenaar van een huis in de steeg. De steeg stond daarom ook wel bekend als Schaafsteeg. Zij liep van de Leeuwenlaan naar de Hofstraat ter plaatse waar thans het beursgebouw staat. Het terrein waarop de steeg werd aangelegd was het zogenaamde Susterenveld, dat behoorde tot het Sint Agathaklooster. In 1576 werd dit door kerkmeesters als bouwgrond uitgegeven. Verschillende erven aan deze nieuwe straat werden in 1579 gekocht door Pieter Pietersz. In datzelfde jaar wordt gesproken van de nieuwe straat van Pieter Pietersz. Bisschop apothecaris. De straat heette in de 16de en 17de eeuw Pieterstraat of Pietersteeg. In het begin van de 18de eeuw komt de naam Schavensteeg voor het eerst voor. Teuntje Dircx. Schaaff werd op 4 augustus 1712 eigenares van een huis aldaar; eerst in 1763 ging het door koop in andere handen over. Bij besluit B&W 26 maart 1937 werd de naam ingetrokken.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Kortekade,1908

De Kortekade bij de Plaszoom ter hoogte van molen De Lelie, 1908-1912.

Dze kade dankt haar naam aan haar lengte. Ze was oorspronkelijk de dijk die ten oosten van de Noordplas (nu Kralingseplas) lag. Aan de westzijde van deze plas lag een dijk die de naam Langekade droeg. Beide kaden komen voor op de kaart van Schieland van de kaartmeester Floris Balthazarsz. (1611).

De Lelie is een 8-kante stellingmolen uit 1740 gelegen aan de Kralingse Plas in Rotterdam, naast molen De Ster. In deze twee windmolens, die gebouwd werden als snuifmolens, worden nog altijd specerijen gemalen.

In 1740 werd de molen in het oude Kralingen gebouwd en heette toen De Ezel. In 1840 werd de molen naar de huidige plaats overgebracht.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Nieuwemarkt, 1908

De Nieuwemarkt met het monument ‘Maagd van Holland’, 1908. In het midden het mosselvrouwtje Jannetje Cornelia Visser.

De Nieuwemarkt ligt voor een groot gedeelte op het oude terrein van het Sint Agnietenconvent, dat in 1575 bijna geheel eigendom van de stad werd. In dat jaar werd het ingericht als woning voor de Prins van Oranje en ontving daarbij de naam Prinsenhof. Tot 1645 hield ook de Admiraliteit op de Maze hier haar zittingen. Kort daarop werd hier het plein aangelegd. Op een plattegrond van 1649 komt dit plein reeds voor. In 1660 werd besloten alle huizen ten oosten van het plein af te breken om zodoende het plein te vergroten en tot een grote kaasmarkt in te richten. Als zodanig heeft het plein nooit dienst gedaan. Wel vond op de Nieuwemarkt, zoals het plein werd genoemd, tot 1853 de veemarkt plaats. Een enkele maal wordt het plein onder de naam Prinsenmarkt vermeld.

De Maagd van Holland is een standbeeld in het centrum van Rotterdam op de Nieuwemarkt aan de Gedempte Botersloot. Het is een monument opgericht ter ere van de inneming van Den Briel door de Watergeuzen op 1 april 1572. Het beeld, onthuld in 1874 en officieel bijgenaamd het Vrijheidsbeeld, was bedoeld als centraal decor bij de uitbundige jaarlijkse 1-aprilvieringen. Het werd gemaakt door Joseph Graven.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Vogelenzang, 1908

Gezicht op de Vogelenzang, die liep van de Korte Pannekoekstraat naar de Korte Baanstraat, 1908.

De Vogelenzang wordt al genoemd aan het einde van de 15de eeuw. In 1507 werd de stad eigenares van een steeg, lopende van de Pannekoekstraat naar een lijnbaan, waarmee klaarblijkelijk deze steeg bedoeld was. De naam Vogelenzang mag misschien in verband worden gebracht met Jacob Pieter Nachtegaelsz., die in 1507 ten noorden van genoemde lijnbaan woonde. Daar er omstreeks deze tijd slechts lijnbanen en tuinen in dit stadsgedeelte gevonden werden, kunnen we echter ook denken aan de zangvogels die daar in struiken en bomen genesteld zullen hebben. Een andere veronderstelling is dat de straat haar naam dankte aan de daar verblijf houdende vrouwen, die het minder nauw namen met de goede zeden.

Voor de Tweede Wereldoorlog vond men in deze omgeving ook een straat die de naam Nieuwe Vogelenzang droeg. De straat dateerde van 1597. Toen werd de sloot ten oosten van de Pannekoekstraat, naar de mindere frisheid van het water Stinksloot geheten, gedempt. De daardoor ontstane straat bleef in de volksmond Stinksloot, Stinkslootsteeg of Stinksteeg heten. Daarnaast werd ze Nieuwe Vogelenzang genoemd. Ook kwam ze nog voor als Vogelenzangsteeg, omdat ze uitliep op de Vogelenzang. De vooroorlogse Vogelenzang lag ten zuiden van de huidige straat van die naam. Ze liep van de Korte Pannekoekstraat naar de Korte Baanstraat.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Haagseveer 1908

De hoek van het Haagseveer en het Gedempte Doelwater (rechts) met links de Delftsevaart, 1908-1912.

Het schippersveer op Den Haag was aan deze kade gelegen evenals het kantoor van het wagenveer. Een huis ”s-Gravenhage’ trof men hier al in 1596 aan. In het midden van de 17de eeuw is er sprake van ‘het Haagscheveer’ op de Delftsevaart, in 1707 is er bijgevoegd ‘naest het Coolhuys’ (de Sint Jorisdoelen). Delftsevaart was vroeger de gewone naam van deze straat. Later sprak men van Delftsevaart, anders genaamd Haagseveer. De laatste naam kwam in de 19de eeuw steeds meer in zwang. Na het bombardement werd het Haagseveer in zuidelijke richting verlengd met een gedeelte van de Westewagenstraat.

Het Doelwater dankt haar naam aan de Sint Jorisdoelen, het gebouw dat op deze plaats voor de voetboogschutters was opgericht. Wanneer dit gebouw gesticht is, valt niet na te gaan. Wel is bekend dat de stadsregering in 1418 aan 40 schutters verschillende voorrechten toekende en dat hun onder meer de ‘Doele’ weer werd afgestaan, die zij vroeger gekocht en bezeten hadden. Het gebouw is in 1821 aan zijn oude bestemming onttrokken. De Sociëteit Harmonie vestigde zich erin. Er werden feesten van allerlei aard in gehouden. Als concertzaal kreeg het zekere bekendheid. Het Doelwater of de Doelsloot was misschien nog een overblijfsel van het Zijltje, een riviertje dat ten zuiden van de Doelen, van de Delftsevaart naar de Coolvest stroomde en reeds in 1571 voorkomt. In het midden van de 17de eeuw werd ‘de opslag’ van de Doelsloot bebouwd en Doelwater of Doelsteeg genoemd. Het gedeelte van het Haagseveer, dat gelegen was tussen de Raambrug en de Doelen, werd ook wel Doelweg genoemd. In 1859 is het Doelwater gedempt.

De foto komt uit de collectie topografie Rotterdam en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Warmoeziersstraat, 1908

De Warmoeziersstraat met op de achtergrond de rooms-katholieke kerk aan het Boschje, 1908.

De straat liep voor het bombardement in mei 1940 van de Kortebrantstraat naar de Goudseweg. Ze vormde een onderdeel van het vroegere lanengebied ten noorden van de Goudsesingel. De Warmoezierslaan, die door de gemeente in 1863 van de eigenaars was overgenomen, dankte haar naam aan de vele warmoezerijen, die men hier vroeger aantrof. Reeds in het midden van de 18de eeuw wordt de naam genoemd. Bij bovengenoemd besluit werd de benaming laan in straat veranderd. De laan kwam in de 17de en 18de eeuw voor onder de namen Tuynderslaan in Rubroek en Tuynmanslaan bij de Goudseweg, die ontleend waren aan hetzelfde bedrijf. Ook de naam Moordenaarslaan voor deze laan kwam voor, waarschijnlijk naar een moord die in deze buurt is gepleegd. Bij besluit B. 21 april 1942 werd de naam ingetrokken.

De Sint-Antonius van Paduakerk, beter bekend als de Bosjeskerk (of Boschjeskerk), was een rooms-katholieke kerk in Rotterdam.

De Bosjeskerk werd in 1866 gebouwd aan het Boschjet in Rotterdam. Het was de eerste kerk die door Evert Margry, een leerling van Pierre Cuypers, werd gebouwd. Margry ontwierp een grote driebeukige kruiskerk in de voor deze tijd kenmerkende neogotische stijl. Het oorspronkelijke ontwerp had ook een hoge klokkentoren, maar die is nooit gebouwd.

Bij het bombardement op Rotterdam in mei 1940 werd de Bosjeskerk verwoest.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Looijerstraat 1908

De Looijerstraat, een zijstraat van de Heerenstraat, 1908.

De naam van de Looijerstraat is ontleend aan de leerlooierijen aan de vroegere binnenvest.

Al in 1522 komt er een ‘Heerstraat’ bij de Lombardstraat voor. Dat zegt overigens niets omdat in 1568 eveneens een ‘Heerstraat’ met de bijvoeging ‘genaemt de Meent’ wordt aangetroffen. De meeste nieuwe straten en stegen, die van stadswege werden aangelegd en niet aan particulieren toebehoorden, werden, voor ze een eigen naam kregen gewoonlijk zo aangeduid. De heren waren in dit geval de stadsbestuurders. De in de stadsrekening van 1426/27 vermelde Lammitgenssteeg, op het einde waarvan toen een brug bij de nieuwe vest werd gemaakt, was vermoedelijk een oudere naam voor deze straat. Zeker is, dat daar vroeger reeds een weg gelopen heeft als een verbinding van de Meent met zowel de stadsvest als de Pannekoekstraat. Aangenomen mag worden dat de naam Meent in de 16de eeuw ook wel voor de Heerenstraat voorkomt. Misschien is na 1587 laatstgenoemde naam in zwang gekomen. De straatnaam herinnert aan de Heerenstraat, die vóór het bombardement in mei 1940 in deze buurt lag. Ze lag in het verlengde van de Meent en liep van de Botersloot naar de Goudsesingel.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met  medewerking van Rotterdam van toen