Tag Archives: 1908

De Gedempte Glashaven, 1908

De Gedempte Glashaven met rechts de Dortsche Bank, 1908-1912. In het midden de Jodensteeg en op de achtergrond de Zuiderkerk.

De Gedempte Glashaven is zo genoemd na demping van de Glashaven in 1882. De Glashaven is vernoemd naar de glasblazerij die daar vanaf 1614 was gevestigd. De Staten Generaal verleenden op 5 februari 1614 aan Claes Jansz. Wijtmans en Compagnie octrooi om allerhande soorten huis- en vensterglas te mogen maken. Enige weken later besloot de Rotterdamse vroedschap om aan de Compagnie een zestal erven aan de meest westelijke Dwarshaven, tussen Wijn- en Scheepmakershaven, af te staan voor de stichting van een glasblazerij of glashuis. De Compagnie verbond zich om gedurende twintig jaar nergens anders dit bedrijf uit te oefenen. De overige erven aan de Dwarshaven werden pas in mei 1614 verkocht. Aan de glasblazerij ontleende de haven sindsdien haar naam.

In de eerste tijd komt ze ook voor als Gelderse Juffrouwenhaven of haventje van het glashuis. In 1882 werd ze gedempt. Sindsdien sprak men van Gedempte Glashaven. Bij bovengenoemd besluit verviel het toevoegsel en werd de straat weer gewoon Glashaven genoemd.

De Jodensteeg dankte haar naam aan de Hoogduitse Joden die hun godsdienstoefeningen hielden in een huis aan de westzijde van de Glashaven. Het huis had een vrije uitgang uitkomende in de Glasdwarsstraat de oorspronkelijke naam van deze steeg, die ook wel Dwarsglasstraat werd genoemd. Sinds 1674 komt ze voor als Jodensteeg. In 1678 werd de Joodse Gemeente eigenares van het huis met een pakhuis daaronder en een loods en erven daarachter. Bij de uitgifte van de erven voor het Glashuis in 1614 werd de straat reeds vermeld. In 1725 is deze synagoge vervangen door het gebouw dat tot aan het bombardement in mei 1940 aan de Boompjes stond. De steeg liep van de Jufferstraat naar de Glashaven ten noorden van de Zuiderkerk.

De foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Een mosselenverkoopster bij de Oostpoort, aan het Oostplein, 1908

De Oostpoort in Rotterdam was een stadspoort die gelegen was ter hoogte van het huidige Oostplein.
Van de oudste Oostpoort is geen precies bouwjaar bekend. Waarschijnlijk is deze rond 1358 gebouwd. In 1563 is de Oostpoort door een grote brand getroffen. De Oostpoort werd toen hersteld. Op 9 april 1572 trok de Spaanse stadhouder Bossu via de Oostpoort de stad binnen en richtte er een bloedbad aan (zie Bestorming van Rotterdam (1572). Een tiental Rotterdammers vonden de dood waaronder Burgemeester Roos en Zwart Jan. In 1574 stortte de Oostpoort in.

In 1613 werd een nieuwe Oostpoort gebouwd die in 1836 werd gesloopt. De restanten van de poort werden in 1912 afgebroken.

De gevelsteen uit de poort van 1613 die herinnert aan de inval van Bossu is bewaard gebleven en ingemetseld in het filiaal van de Amsterdamse bank (nu ABN-AMRO) aan het Oostplein. Hier ligt ook het metrostation Oostplein.

Het Oostplein ligt nabij de plaats waar de vroegere Oostpoort stond. Er zijn verschillende poorten van deze naam geweest. De oudste poort moet kort na 1358 zijn gebouwd. De laatste Oostpoort werd in 1836 voor afbraak verkocht. Een klein gedeelte bleef nog tot 1912 staan. De naam Oostplein werd in 1871 gebruikt voor het gedempte gedeelte van de Oostvest, ook wel Oostvestplein geheten. In 1902 werd de naam gegeven aan het plein dat ontstaan is door demping van de uit 1576 daterende kolk aan de Oostpoort.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Korenmolen de Hoop aan de Coolvest, 1908

Gezicht op de korenmolen de Hoop aan de Coolvest, uit het noorden, 1908.

Korenmolen De Hoop was een stellingmolen aan de Coolvest (na demping daarvan tot Coolsingel hernoemd in 1923) in Rotterdam. De molen werd in 1736 door Gerrit van Driel gebouwd op de plaats van de Roomolen, een poldermolen die in 1619 op de Heer Jan Vettentoren was gebouwd. De molen werd in 1920 gesloopt voor de aanleg van de Coolsingel en de bouw van de huidige Beurs.

De Hoop was een uitzonderlijk hoge molen, volgens het artikel van de Molendatabase bij de sloop de hoogste van Nederland. Op de begane grond was een winkeltje van molenproducten. In 1918 werd de molen door de gemeente Rotterdam onteigend, omdat hij voor de plannen voor demping van de Coolvest en aanleg van een nieuwe verkeersweg (de huidige Coolsingel) in de weg stond. Eigenaar H. Miete kreeg een schadevergoeding van ƒ 60.000 toegewezen. De Hoop werd pas in 1920 daadwerkelijk gesloopt, in de twee tussenliggende jaren verhuurde de gemeente de molen aan molenaars Stok en De Boer uit Hillegersberg. Bij de sloop bleven de baard, de gevelsteen en een bijgebouwtje bewaard. De gevelsteen bevindt zich in Museum Rotterdam, de rest ging in het bombardement in 1940 verloren.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Leeuwenstraat, 1908

Gezicht in de Leeuwenstraat, 1908.

Volgens de kroniekschrijver Nicolaas Zas kwamen in 1584 in de Leeuwenstraat nog enige huizen voor ‘daer leeuwen op de gevels stonden, van dewelcke dese straet sijn naem behouden heeft’. Dat er in de straat enige huizen met leeuwen waren versierd lijkt wat overdreven. Waarschijnlijk is daar vroeger wel een huis ‘Leeuwenburg’ geweest. Ook is het mogelijk dat het bolwerk of de toren aan de stadsvest ten westen van de Leeuwenlaan onder die naam bekend was.

De huidige Leeuwenstraat ligt op dezelfde plaats als de vooroorlogse straat van die naam. De Leeuwenstraat kan men vereenzelvigen met ‘een weechtgen, dat men gaet uut der Westewagenstrate totter capellen upt Rodesant’, dat genoemd wordt in de stadsrekening van 1426/27. In het verlengde van de Leeuwenstraat, gelegen tussen Rodezand en de stadsvest, lag vroeger de Leeuwenlaan. Voor Leeuwenlaan en Leeuwenstraat komen in de 16de eeuw de namen Leeuwenburgschelaan of -straat, Nieuwelaan en Scheytlaan voor. De laatste naam ontving ze omdat ze een scheiding tussen twee tuinen vormde. De Leeuwenstraat werd ook wel Dwarszandstraat genoemd.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Goudsesingel, 1908

Gezicht op de markt op de Goudsesingel, 1908.

De Goudse Rijweg, Goudseweg en (vooroorlogse) Goudsewagenstraat vormden een onderdeel van de oude weg naar Gouda. De Goudsewagenstraat wordt reeds in 1366 in bronnen vermeld. Na 1358, toen er grachten om de stad gemaakt mochten worden, zal ook bij deze ‘rijweg’ aan de stadsvest een poort gebouwd zijn en kon men van Gouda daardoor met wagens in de stad, d.w.z. op de Hoogstraat, komen. Later was hier het beginpunt van het Goudse Wagenveer.

De Goudsewagenstraat heette oorspronkelijke Oostwagenstraat, in tegenstelling tot de Westewagenstraat. De brug over de Goudsevest heette ook nog op het einde van de 17de eeuw Oostwagenbrug. In de 18de eeuw zijn beide namen verdwenen .De Goudsewagenstraat liep vóór het bombardement in mei 1940 van de Goudsesingel naar de Hoogstraat. Ze lag iets westelijker dan de huidige straat van die naam. Het gedeelte tussen de Kipstraat en de Hoogstraat heette Korte Goudsewagenstraat. Onder Goudse Rijweg verstond men in de 16de eeuw ook de straat die thans Goudseweg heet. Tot 1900 droeg de westzijde van de Vlietlaan eveneens deze naam.

De Goudsesingel was oorspronkelijk de buiten de stad gelegen vestkade. In 1481 wordt de singel genoemd van de Oostpoort naar het kleine Goudse Poortje. Deze singel moet even ten noorden van de huidige Warande en het Ammanplein hebben gelegen. Na 1505, toen de stad in zuidelijke richting was ingekrompen, verstaat men onder Goudsesingel de weg van de Goudse Poort tot Couwenburghseiland (ter hoogte van het huidige Pompenburg). Ten oosten van de Goudse Poort heette hij Oostsingel. De Goudsesingel en Oostsingel waren de kaden ten noorden van de Goudsevest en de Oostvest. Het eerste gedeelte van de Oostvest werd in 1871 gedempt. Dit gedeelte heette sindsdien Gedempte Oostvest. In 1888 volgde de demping van het tweede gedeelte.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Schavensteeg, 1908

In de Schavensteeg, 1908. De Schavensteeg liep van de Leeuwenlaan naar de Hofstraat.

De Schavensteeg droeg in de loop der tijd verschillende namen. In 1743 is Dirk Schaaf eigenaar van een huis in de steeg. De steeg stond daarom ook wel bekend als Schaafsteeg. Zij liep van de Leeuwenlaan naar de Hofstraat ter plaatse waar thans het beursgebouw staat. Het terrein waarop de steeg werd aangelegd was het zogenaamde Susterenveld, dat behoorde tot het Sint Agathaklooster. In 1576 werd dit door kerkmeesters als bouwgrond uitgegeven. Verschillende erven aan deze nieuwe straat werden in 1579 gekocht door Pieter Pietersz. In datzelfde jaar wordt gesproken van de nieuwe straat van Pieter Pietersz. Bisschop apothecaris. De straat heette in de 16de en 17de eeuw Pieterstraat of Pietersteeg. In het begin van de 18de eeuw komt de naam Schavensteeg voor het eerst voor. Teuntje Dircx. Schaaff werd op 4 augustus 1712 eigenares van een huis aldaar; eerst in 1763 ging het door koop in andere handen over. Bij besluit B&W 26 maart 1937 werd de naam ingetrokken.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Kortekade,1908

De Kortekade bij de Plaszoom ter hoogte van molen De Lelie, 1908-1912.

Dze kade dankt haar naam aan haar lengte. Ze was oorspronkelijk de dijk die ten oosten van de Noordplas (nu Kralingseplas) lag. Aan de westzijde van deze plas lag een dijk die de naam Langekade droeg. Beide kaden komen voor op de kaart van Schieland van de kaartmeester Floris Balthazarsz. (1611).

De Lelie is een 8-kante stellingmolen uit 1740 gelegen aan de Kralingse Plas in Rotterdam, naast molen De Ster. In deze twee windmolens, die gebouwd werden als snuifmolens, worden nog altijd specerijen gemalen.

In 1740 werd de molen in het oude Kralingen gebouwd en heette toen De Ezel. In 1840 werd de molen naar de huidige plaats overgebracht.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Nieuwemarkt, 1908

De Nieuwemarkt met het monument ‘Maagd van Holland’, 1908. In het midden het mosselvrouwtje Jannetje Cornelia Visser.

De Nieuwemarkt ligt voor een groot gedeelte op het oude terrein van het Sint Agnietenconvent, dat in 1575 bijna geheel eigendom van de stad werd. In dat jaar werd het ingericht als woning voor de Prins van Oranje en ontving daarbij de naam Prinsenhof. Tot 1645 hield ook de Admiraliteit op de Maze hier haar zittingen. Kort daarop werd hier het plein aangelegd. Op een plattegrond van 1649 komt dit plein reeds voor. In 1660 werd besloten alle huizen ten oosten van het plein af te breken om zodoende het plein te vergroten en tot een grote kaasmarkt in te richten. Als zodanig heeft het plein nooit dienst gedaan. Wel vond op de Nieuwemarkt, zoals het plein werd genoemd, tot 1853 de veemarkt plaats. Een enkele maal wordt het plein onder de naam Prinsenmarkt vermeld.

De Maagd van Holland is een standbeeld in het centrum van Rotterdam op de Nieuwemarkt aan de Gedempte Botersloot. Het is een monument opgericht ter ere van de inneming van Den Briel door de Watergeuzen op 1 april 1572. Het beeld, onthuld in 1874 en officieel bijgenaamd het Vrijheidsbeeld, was bedoeld als centraal decor bij de uitbundige jaarlijkse 1-aprilvieringen. Het werd gemaakt door Joseph Graven.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Vogelenzang, 1908

Gezicht op de Vogelenzang, die liep van de Korte Pannekoekstraat naar de Korte Baanstraat, 1908.

De Vogelenzang wordt al genoemd aan het einde van de 15de eeuw. In 1507 werd de stad eigenares van een steeg, lopende van de Pannekoekstraat naar een lijnbaan, waarmee klaarblijkelijk deze steeg bedoeld was. De naam Vogelenzang mag misschien in verband worden gebracht met Jacob Pieter Nachtegaelsz., die in 1507 ten noorden van genoemde lijnbaan woonde. Daar er omstreeks deze tijd slechts lijnbanen en tuinen in dit stadsgedeelte gevonden werden, kunnen we echter ook denken aan de zangvogels die daar in struiken en bomen genesteld zullen hebben. Een andere veronderstelling is dat de straat haar naam dankte aan de daar verblijf houdende vrouwen, die het minder nauw namen met de goede zeden.

Voor de Tweede Wereldoorlog vond men in deze omgeving ook een straat die de naam Nieuwe Vogelenzang droeg. De straat dateerde van 1597. Toen werd de sloot ten oosten van de Pannekoekstraat, naar de mindere frisheid van het water Stinksloot geheten, gedempt. De daardoor ontstane straat bleef in de volksmond Stinksloot, Stinkslootsteeg of Stinksteeg heten. Daarnaast werd ze Nieuwe Vogelenzang genoemd. Ook kwam ze nog voor als Vogelenzangsteeg, omdat ze uitliep op de Vogelenzang. De vooroorlogse Vogelenzang lag ten zuiden van de huidige straat van die naam. Ze liep van de Korte Pannekoekstraat naar de Korte Baanstraat.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Haagseveer 1908

De hoek van het Haagseveer en het Gedempte Doelwater (rechts) met links de Delftsevaart, 1908-1912.

Het schippersveer op Den Haag was aan deze kade gelegen evenals het kantoor van het wagenveer. Een huis ”s-Gravenhage’ trof men hier al in 1596 aan. In het midden van de 17de eeuw is er sprake van ‘het Haagscheveer’ op de Delftsevaart, in 1707 is er bijgevoegd ‘naest het Coolhuys’ (de Sint Jorisdoelen). Delftsevaart was vroeger de gewone naam van deze straat. Later sprak men van Delftsevaart, anders genaamd Haagseveer. De laatste naam kwam in de 19de eeuw steeds meer in zwang. Na het bombardement werd het Haagseveer in zuidelijke richting verlengd met een gedeelte van de Westewagenstraat.

Het Doelwater dankt haar naam aan de Sint Jorisdoelen, het gebouw dat op deze plaats voor de voetboogschutters was opgericht. Wanneer dit gebouw gesticht is, valt niet na te gaan. Wel is bekend dat de stadsregering in 1418 aan 40 schutters verschillende voorrechten toekende en dat hun onder meer de ‘Doele’ weer werd afgestaan, die zij vroeger gekocht en bezeten hadden. Het gebouw is in 1821 aan zijn oude bestemming onttrokken. De Sociëteit Harmonie vestigde zich erin. Er werden feesten van allerlei aard in gehouden. Als concertzaal kreeg het zekere bekendheid. Het Doelwater of de Doelsloot was misschien nog een overblijfsel van het Zijltje, een riviertje dat ten zuiden van de Doelen, van de Delftsevaart naar de Coolvest stroomde en reeds in 1571 voorkomt. In het midden van de 17de eeuw werd ‘de opslag’ van de Doelsloot bebouwd en Doelwater of Doelsteeg genoemd. Het gedeelte van het Haagseveer, dat gelegen was tussen de Raambrug en de Doelen, werd ook wel Doelweg genoemd. In 1859 is het Doelwater gedempt.

De foto komt uit de collectie topografie Rotterdam en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen