Tag Archives: 1909

Het Grote Kerkplein, met de Laurenskerk en het spoorwegviaduct, 1909

Gezicht op het Grote Kerkplein, met de Laurenskerk en het spoorwegviaduct, 1909. De foto is gemaakt vanaf het Leidseveer.

De Grote of Sint-Laurenskerk, vaak kortweg Laurenskerk genoemd, is een gotisch kerkgebouw in Rotterdam. Ze is het enige overblijfsel van het middeleeuwse Rotterdamse stadscentrum. De huidige kerk is een kruising tussen een hallenkerk en een kruisbasiliek. In de kerk is in een van de tentoonstellingskapellen nog een knopkapiteel aanwezig van haar voorganger, een tweebeukige hallenkerk zonder koor en toren. De kerk is gewijd aan Laurentius van Rome, de patroon van Rotterdam.

Het Leidseveer was een aanlegplaats voor schepen naar Leiden en Schiedam. Dit straatje liep van de 1ste Lombardstraat naar de Binnenrotte. De vroedschap besloot in 1635 bij de Turfmarkt aan de Binnenrotte een aanlegplaats voor de Leidse en Schiedamse marktschuiten te maken. Hiervoor moesten enige huizen aan de Turfmarkt, gelegen naast een buur- of watersteeg, worden gesloopt. De verbrede steeg ontving de naam Leidscheveer. Op de Turfmarkt, die langs de Binnenrotte lag, werd turf en stro verhandeld. Reeds in 1551 kwam ze op deze plaats voor. Later werd ze verplaatst naar de Hooimarkt.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

‘s-Gravendijkwal met links de Nieuwe Kerk (Delfshaven), 1909

Gezicht op de ‘s-Gravendijkwal met links de Nieuwe Kerk (Delfshaven) en het weiland aan het eind van de straat achter de Ochterveltstraat, 14 mei 1909. Vlaggen ter ere van de geboorte van prinses Juliana.

Deze kerk is gebouwd als nieuwe Nederlands Hervormde kerk van Delfshaven, vermoedelijk ter vervanging van een te klein geworden voorganger. Inwijding 23 juni 1903. Zaalkerk in de vorm van een Grieks kruis, inwendig voorzien van galerijen. Vierkante toren met helmdak links naast de voorgevel. Forse rondboogvensters in voor- en zijgevels, voorzien van bakstenen traceringen. Karakteristiek werk in het oeuvre van B. Hooijkaas en M. Brinkman, gebouwd onder invloed van de stilistische vernieuwing in de protestantse kerkbouw van omstreeks 1900 in de geest van het rationalisme. Als gevolg van teruglopend kerkbezoek buiten gebruik gesteld in 1974 en in het jaar daarna gesloopt.

De ‘s-Gravendijkwal is vernoemd naar de vroeger ongeveer op deze plaats gelegen dijk in het ambacht Cool, die al in 1358 onder de naam ‘s-Gravendijkwal voorkomt. De dijk, gelegen ten oosten van het Middelland die later ook wel Dijkwal wordt genoemd, is misschien onder graaf Floris V aangelegd. Voor het gebouw van de voormalige Eerste H.B.S. aan de ‘s-Gravendijkwal staat het monument van de beroemde Rotterdamse scheikundige Dr. Jacobus Henricus van ‘t Hoff 1852-1911. Dit monument werd op 17 april 1915 onthuld.

De foto komt uit de collectie topografie Rotterdam en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt uit het Stadsarchief Rotterdam en van Reliwiki.nl

Met medewerking van Rotterdam van toen

Sint-Jacobstraat, 1909

Doorkijk in de Sint-Jacobstraat vanuit het huis aan de Westewagenstraat nummer 1, 1909. Op de voorgrond de Raambrug en de Delftsevaart.

De Sint-Jacobstraat heet naar een heilige aan wie in de oude binnenstad een kapel was gewijd. Voor het bombardement in mei 1940 lag in deze buurt een Sint-Jacobstraat, die liep van de Delftsevaart naar de Oppert. De mening, dat deze straat haar naam zou hebben ontleend aan een Sint Jacobskapel in de Oppert is niet waarschijnlijk. Ten eerste was de in 1470 aldaar aangetroffen kapel van de wevers niet aan Sint Jacob, maar aan Sint Seveer gewijd, en ten tweede komt omstreeks die tijd een Sint Jacobskapel in de Lombardstraat voor. De Sint Jacobstraat wordt reeds in 1426 genoemd en die St. Jacobskapel in de Oppert zou dus nog ouder moeten zijn. Er bestaat echter een mogelijkheid, dat de twee kapellen in Oppert en Lombardstraat van heilige gewisseld hebben. In 1427 krijgen de wolwevers een ordonnantie, waarin bepaald wordt dat de klok van de kapel in de Lombardstraat de uren van de werktijden zal aangeven. In die kapel wordt het beeld genoemd van de heilige bisschop Sint Severus. De wolwevers hadden dus, voor 1470 reeds, een andere kapel gekregen en hun schutspatroon overgebracht. Misschien is Sint Jacob toen van de Oppert naar de Lombardstraat verhuisd. Een moeilijkheid blijft echter nog, dat de kapel in de Oppert niet op de hoek van de Sint Jacobstraat lag, doch het derde huis ten noorden daarvan was. Oorspronkelijk was de straat een steeg, die langs een smal watertje liep, dat in 1497 reeds gedempt bleek te zijn. Misschien heeft het beeld van Sint Jacob op de hoek van de straat gestaan, maar dit is niet meer dan een gissing.

De Raambrug herinnert aan de lakenindustrie, in vroeger tijd een belangrijke bron van bestaan in Rotterdam. Het laken werd om te drogen en uit te rekken op ramen gespannen. In het oudste keurboek van ca. 1410 werd bepaald dat alle lakenramen uit de kerk verwijderd moesten worden. Voor die tijd schijnt het dus gewoonte te zijn geweest ze daar te plaatsen. Het einde van de Lombardstraat werd toen door de stad aangewezen voor het plaatsen van de ramen. Op 3 november 1508 besloot de vroedschap om land voor de ramen aan te kopen op het einde van de Westewagenstraat bij de Sint Jorisdoelen. Het Hof van Holland had enige jaren daarvoor, in 1504, toestemming verleend om een laan te maken van de Westewagenstraat naar de Coolvest. Dit was de latere Raamstraat. Ten noorden daarvan werden nu geleidelijk aan de ramen geplaatst.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Noordsingel 1909

De Noordsingel vanaf de Hofdijk, 1909. Op de achtergrond de Zomerhofbrug. Rechts de hoek van de Tollensstraat.

De Noordsingel heet zo omdat zij in het noordelijkste deel van het omstreeks 1862 voltooide waterproject van Rose is gelegen.

De Hofdijk herinnert aan de ridderhofstad Weena, die noordoostelijk van het huidige Hofplein was gelegen. De Hofdijk komt al in 1397 in bronnen voor. Het slot wordt reeds in 1306 vermeld. De oorspronkelijke Hofdijk stamde uit de 13de eeuw en strekte zich langs de Rotte uit tot het Zwaanshals en de Oudedijk. Het Hofplein ontstond in de eerste helft van de 19de eeuw nadat de Kolk of Gracht tussen de Delftse Poort en de Hofpoort was gedempt. Van 1853 tot 1875 was het plein als veemarkt ingericht. De oudste naam is Hofpoortplein naar de Hofpoort die daar stond en in 1833 is afgebroken. In 1908 werd aan het plein het station van de Zuid-Hollandsche Electrische Spoorweg-Maatschappij, de lijn Rotterdam-Scheveningen, geopend. Bij besluit B&W 13 september 1949 ontving het verkeersplein op het kruispunt Coolsingel, Weena, Schiekade, Pompenburg de naam Hofplein. Zie ook Weena.

De Zomerhofbrug is vernoemd naar de voormalige buitenplaats Zomerhof. In de eerste helft van de 18de eeuw kocht Michiel Baelde verschillende tuinen aan de oostzijde van de Schiekade en liet daarop een buitenplaats aanleggen. De buitenplaats komt reeds in 1777 voor onder de naam ‘Zomerhof’. Omstreeks 1800 kwam ze in het bezit van de familie Van Oordt. In de jaren tachtig van de 19de eeuw werd de buitenplaats met de daarnaast gelegen gronden aangekocht door de gemeente en gesloopt voor de aanleg van nieuwe straten. Van 1896 tot 1959 lag aan het einde van de Zomerhofstraat bij de Schiekade het Zomerhofplein.

De Tollensstraat heet naar Henricus Franciscus Tollens, 1780-1856, koopman en dichter. Hij was geboren en woonachtig in Rotterdam, waar hij een verfhandel dreef. Hij kreeg bekendheid als dichter van het volkslied ‘Wien Neerlands bloed’.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam. Kijk verder op http://www.stadsarchief.rotterdam.nl/straatnamen-overzicht/noordsingel

Met medewerking van Rotterdam van toen

Kruisstraat 1909

De ingang van de Rotterdamsche Diergaarde aan de Kruisstraat, uit het oosten, gezien vanaf de Diergaardelaan, 1909.

De Rotterdamsche Diergaarde is een van de oudste dierentuinen van Nederland; aanvankelijk een exotische vogeltuin, gevestigd in de binnenstad van Rotterdam bij de Kruiskade. In 1937 werd besloten de Diergaarde te verplaatsen naar de wijk Blijdorp. Tijdens het bombardement in 1940 werd de Diergaarde in de binnenstad zwaar beschadigd.

Rond 1855 richtten twee spoowegbeambten een spoortuintje in de Rotterdamse binnenstad in om hun verzameling exotische vogels onder te brengen. Deze hobby-vogeltuin werd een groot succes en leidde tot de oprichting van de ‘De Rotterdamsche Diergaarde’ in 1857. De eerste directeur was Henri Martin, oorspronkelijk leeuwentemmer van beroep. Aanvankelijk mochten alleen leden van de vereniging de dierentuin bezoeken.

In 1857 kreeg J.D. Zocher van de gemeente de opdracht om de tuin voor de Diergaarde aan te leggen. De bedoeling was om op een aangename wijze kennis van dieren en planten te bevorderen. Zocher voerde het plan uit samen met zijn zoon Louis Paul. De Diergaarde was een enorm succes. Tijdens de aanleg kon men de dieren al bezichtigen en binnen acht maanden tijd leverde dat ruim twaalfduizend bezoekers op. Daaronder bevonden zich bijna vierduizend stadgenoten die geen lid waren. Het lidmaatschap was namelijk erg duur, maar eenmaal per jaar, tijdens de kermis, kon de gewone man voor een gereduceerd tarief de dierentuin bezoeken.

De ingang van de Diergaarde was aan de Kruiskade. Rondom het terrein was een fraai hek geplaatst. De dierenverblijven en andere gebouwen werden ontworpen door de architecten A.W. van Dam en H.J. de Haas. In 1862 werd de Diergaarde uitgebreid, waarbij opnieuw de hulp van Zocher werd ingeroepen. Dit gedeelte, dat bekend werd onder de naam Nieuwe Tuin, sloot naadloos aan bij het oude gedeelte. De Diergaarde kon zich meten met die van Amsterdam en Antwerpen dankzij de smaakvolle aanleg van Zocher.

In 1937 besloot het gemeentebestuur van Rotterdam dat de Diergaarde uit het stadscentrum moest wijken voor stedelijke bebouwing. Vanwege het steeds drukker wordende verkeer werd de Diergaarde verplaatst naar de wijk Blijdorp. Het jaar erop begon men met de bouw van de nieuwe Diergaarde ‘Blijdorp’, genoemd naar de polder Blijdorp, waar de tuin nog steeds gehuisvest is. Architect S. Van Ravesteyn kreeg de opdracht voor het ontwerp.

Toen de verhuizing naar Blijdorp in volle gang was, bombardeerden de Duitsers op 14 mei 1940 de binnenstad en daarmee ook de Diergaarde. De chaos was enorm en vele dieren overleefden het bombardement en de vuurzee niet. Voor zover mogelijk werden de overlevende dieren overgebracht naar Blijdorp, waar men nog volop bezig was met de bouw van de nieuwe tuin. Op 7 december 1940 werd de nieuwe Diergaarde officieel geopend.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Noordeinde 1909

Gezicht op het Noordeinde, het verlengde van de Dijkstraat, 1909. Halverwege links en rechts de Gashouderstraat. Op de achtergrond de Oudedijk.

Het Noordeinde werd als het verlengde van de Dijkstraat beschouwd, hoewel zij daar niet vlak tegenover lag, maar wel als het ware het noordeinde vormde. Na het bombardement in mei 1940 is de situatie in dit gebied drastisch gewijzigd. Beide straten komen thans niet meer schuin tegenover elkaar op de Lusthofstraat uit. Bij besluit van B&W op 23-09-2010 heeft de aangrenzende parkeerplaats ook de naam Noordeinde gekregen.

De Dijkstraat dankt haar naam aan de Oostzeedijk (Schielands Hoge Zeedijk), waarop ze uitloopt.

De Gashouderstraat is vernoemd naar de gashouders van de voormalige Rotterdamsche Gasfabriek te Kralingen, opgericht in 1854 en door de gemeente Rotterdam in 1884 overgenomen. Het Gashouderpark is het noordelijke gedeelte van de vroegere Nieuwe Plantage. Bij besluit van B&W op 23-09-2010 is de Gashouderstraat gedeeltelijk gewijzigd in Noordeinde.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Schavensteeg 1909

Kijk in de Schavensteeg, van de Leeuwenlaan naar de Hofstraat, uit het zuiden, 1909.

De Schavensteeg droeg in de loop der tijd verschillende namen. In 1743 is Dirk Schaaf eigenaar van een huis in de steeg. De steeg stond daarom ook wel bekend als Schaafsteeg. Zij liep van de Leeuwenlaan naar de Hofstraat ter plaatse waar thans het beursgebouw staat. Het terrein waarop de steeg werd aangelegd was het zogenaamde Susterenveld, dat behoorde tot het Sint Agathaklooster. In 1576 werd dit door kerkmeesters als bouwgrond uitgegeven. Verschillende erven aan deze nieuwe straat werden in 1579 gekocht door Pieter Pietersz. In datzelfde jaar wordt gesproken van de nieuwe straat van Pieter Pietersz. Bisschop apothecaris. De straat heette in de 16de en 17de eeuw Pieterstraat of Pietersteeg. In het begin van de 18de eeuw komt de naam Schavensteeg voor het eerst voor. Teuntje Dircx. Schaaff werd op 4 augustus 1712 eigenares van een huis aldaar; eerst in 1763 ging het door koop in andere handen over. Bij besluit B&W 26 maart 1937 werd de naam ingetrokken.

De Leeuwenlaan was de laan in het verlengde van de Leeuwenstraat tussen Rodezand en de stadsvest. Volgens de kroniekschrijver Nicolaas Zas kwamen in 1584 in de Leeuwenstraat nog enige huizen voor ‘daer leeuwen op de gevels stonden, van dewelcke dese straet sijn naem behouden heeft’. Dat er in de straat enige huizen met leeuwen waren versierd lijkt wat overdreven. Waarschijnlijk is daar vroeger wel een huis ‘Leeuwenburg’ geweest. Ook is het mogelijk dat het bolwerk of de toren aan de stadsvest ten westen van de Leeuwenlaan onder die naam bekend was. Bij besluit B&W 26 maart 1937 werd de vooroorlogse straatnaam ingetrokken. De Leeuwenstraat kan men vereenzelvigen met ‘een weechtgen, dat men gaet uut der Westewagenstrate totter capellen upt Rodesant’, dat genoemd wordt in de stadsrekening van 1426/27. Voor Leeuwenlaan en Leeuwenstraat komen in de 16de eeuw de namen Leeuwenburgschelaan of -straat, Nieuwelaan en Scheytlaan voor. De laatste naam ontving ze omdat ze een scheiding tussen twee tuinen vormde. De Leeuwenstraat werd ook wel Dwarszandstraat genoemd.

De Hofstraat is vernoemd naar de Hofstraat aan de Westewagenstraat. Later liep de straat van de Coolsingel naar de Zandstraat. Bij besluit B&W 26 september 1930 werd de naam ingetrokken. In 1576 werd het terrein van het Sint Agathazusterhuis aan de Westewagenstraat verkocht. Verschillende erven waren toen gelegen aan de nieuwe Hofstraat ‘int witte Susterhuijs’, dat zijn naam dankte aan de kleding van de zusters. De naam zal zijn afgeleid van de oude tuin of hof, waarop deze straat gedeeltelijk was aangelegd en die te danken was aan de oud-secretaris Mathijs Barck, die in 1654 die grond van het klooster had gekocht.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen