Tag Archives: 1916

West-Varkenoordseweg, 1916

Schade veroorzaakt aan de West-Varkenoordseweg, hoek Beukelaarstraat, door de stormvloed van 13 januari 1916.

Uit het Rotterdamsch Nieuwsblad van 20 januari 1916:
Hedenmiddag heeft Prins Hendrik der Nederlanden een bezoek gebracht aan het geteisterde gebied van West-Varkenoord. Teruggekeerd van een tocht over de Zuid-Hollandse eilanden heeft hij de burgemeester ten stadhuize afgehaald en met de adjudant des prinsen is hij naar Hillesluis gereden.

Op het terrein, waar de prins het allereerst vanmiddag verwacht wordt, aan het eind der Rosestraat, bij het door hooge water doorgebroken zomerkaadje, is tegen half twee den middag de politie bezig enige maatregelen te treffen in ‘t belang van een geregeld verkeer. Door de politie te voet en te paard wordt de weg afgezet en het verkeer voorbeeldig geregeld.

Dan gaat den prins naar de West-Varrkenoordseweg 32, naar de woning van de landweerman H. Smit, die twee kinderen bij de ramp verloor. Aan den ingang staan opgesteld de redders der zes kinderen van Smit, die gespaard bleven.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt via delpher.nl uit het Rotterdamsch Nieuwsblad van 20 januari 1916.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Hoek van de Boompjes en de Rederijstraat, 1916

Gezicht op de hoek van de Boompjes en de Rederijstraat, 10 april 1916.

Deze straat dankt zijn naam aan de dubbele rij lindenbomen die in 1615 werd geplant. In mei 1613 werden 117 erven langs de muur en de wallen tussen de Leuvehaven en de Oudehaven door de stad voor scheepswerven uitgegeven. Het eerste huis werd daar in 1614 gebouwd en in het daaropvolgende jaar werd een dubbele rij lindebomen geplant. Toen er huizen werden gebouwd is de noordelijkste rij bomen gerooid. In 1619 is de kade bestraat. Het oostelijk gedeelte van de Boompjes werd vroeger Koperroodkade genoemd naar de lading van de schepen die hier aanlegden. Ter gelegenheid van de geboorte van de zoon van Keizer Napoleon in 1811 werd de Boompjes verdoopt in Quai Napoléon of Napoleons Kaay. Deze naam is maar korte tijd van kracht geweest. De Boompjes vormen thans een onderdeel van de Maasboulevard. De lage laad- en loskade langs het water ontving de naam Boompjeskade.

De Rederijstraat werd aangelegd op het emplacement van de vroegere Nederlandsche Stoomboot-Reederij, die jarenlang het verkeer tussen Rotterdam en Mannheim-Ludwigshafen onderhield. Na de Tweede Wereldoorlog werd de oude Rederijbrug vervangen door een nieuwe brug, die even ten oosten van de oude kwam te liggen. Ook de huidige Rederijstraat ligt even ten oosten van de oude straat van die naam. Van 1900 tot 1950 lag ten zuiden van de Scheepmakershaven ter hoogte van bovengenoemde brug de Rederijkade. De Rederijhaven vormt een onderdeel van het zogeheten Leuvehavenbekken.

De fotograaf is Antonie Schaller en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Gedempte Botersloot, 1916

De Gedempte Botersloot met o.a. het Telefoonkantoor (gebouw met klok) en aan het einde het oude stadhuis aan de Kaasmarkt, 8 juli 1916.

De Gedempte Botersloot is zo genoemd na demping van de Botersloot in 1866. De naam Botersloot komt in 1433 voor het eerst in de bronnen voor. Het was destijds de benaming voor het water dat van de Buitenrotte tot in de Kipsloot, of Rotte binnen de stad, bij de Huibrug liep. Het noordelijkste gedeelte, ook wel Buitenbotersloot genaamd, omdat het buiten de stad was gelegen, heeft later de naam van Karnemelkshaven gekregen.

De kaden langs de Botersloot kwamen eerst als Achterweg voor. Beide kanten waren ook wel ‘s-Gravenstraat genaamd, voor de oostkant dikwijls met de bijvoeging ‘in Quakernaat’. De oostkant kwam ook voor als ‘s-Gravenweg. Het zuidelijkste gedeelte was bekend onder de naam Huibrug. Deze laatste naam werd ook vaak alleen vermeld. Later heetten beide zijden Botersloot. De raad besloot in 1866 het water te dempen. Vanaf die tijd sprak men van de Gedempte Botersloot. De Botersloot dankte zijn naam aan de zuivelprodukten die voornamelijk met schuitjes langs de Rotte worden aangevoerd. De huidige Botersloot ligt op dezelfde plaats als de vroegere Gedempte Botersloot. Alleen het gedeelte van de straat, gelegen tussen de Meent en de Goudsesingel is vervallen.

In het begin van de 14e eeuw stond aan de Hoogstraat een stedelijk gastverblijf waar handelaren en kooplui op doorreis logeerden. De gemeente nam dit pand later in gebruik als raadshuis. Het gebouw werd in 1606 voorzien van nieuwe classicistische gevels, ontworpen door stadsarchitect Pieter Adams. Na een uitbreiding in 1832 kwam de voorgevel aan de kant van de Kaasmarkt te liggen.

Aan het eind van de 19e eeuw werd het raadshuis te klein bevonden en niet meer passen bij de groeiende stad. Ook de ligging, tussen de vele nauwe stegen, werd steeds meer gezien als een onpraktisch situatie. In 1904 werd besloten dat er een nieuw raadshuis moest komen. Er werd gekozen voor een stadsboulevard, een statige laan met monumentale gebouwen waaronder het nieuwe stadhuis en het postgebouw, op de plaats van de Coolvest. Dit idee was al voorbereid in 1860. Voor de uitvoering werd de Coolvest gedempt en de rosse wijk Zandstraatbuurt, waar zo’n 2.400 mensen woonden, gesloopt.

De foto komt uit de collectie topografie Rotterdam en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Schiedamsesingel 1916

Gezicht op de Schiedamsesingel vanaf de Hoffmansbrug, 1916-1920. Op de achtergrond molen de Hoop.

De Schiedamsesingel is de naam van de in 1608 ten westen van de Schiedamsevest aangelegde en met bomen beplante weg. De Schiedamsedijk vormt een onderdeel van Schielands Hoge Zeedijk, aangelegd in het midden van de 13de eeuw. Een strook grond langs dit gedeelte van de dijk werd in 1598 als bouwgrond uitgegeven. In oude bronnen komt de straat afwisselend voor als Hoogstraat en Schiedamsedijk. In 1610 werd dit gedeelte van de dijk bestraat. Over de Schiedamsedijk en verder over de Schielands Hoge Zeedijk (de latere Westzeedijk) liep de weg naar Schiedam. Het zuidelijke gedeelte van de Schiedamsedijk heette in de 17de en 18de eeuw ook heel vaak Schotschedijk vanwege het grote aantal Schotten dat zich daar had gevestigd.

Eveneens in het laatst van de 16de eeuw werd begonnen met het graven van de stadsvest, van de Binnenweg naar het Vasteland. De Schiedamsesingel tussen Binnenweg en Witte de Withstraat werd rond 1900 gedempt. Tot 1930 heette dit gedeelte Schiedamsevest. Daarna sprak men van Schiedamsesingel. De demping van het resterende gedeelte volgde in 1940. In 1949 werd de naam Schiedamse Vest gegeven aan de Schiedamsesingel tussen Binnenweg en Witte de Withstraat alsmede aan de in het verlengde aangelegde weg in zuidelijke richting. Het gedeelte tussen Binnenweg en Westblaak is thans een deel van de Coolsingel.

Brug over de Schiedamsevest ter hoogte van de Witte de Withstraat en de Schildersteeg. Deze brug was genoemd naar burgemeester Johan Frederik Hoffman (1791-1870). Ten gevolge van het dempen van de vest in de jaren 1929/30 is de brug verdwenen.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

 

De Kolk 1916

Gezicht op de Kolk met het verzamelgebouw Plan C en het Beursstation, 1916.

De Kolk herinnert aan het water van die naam, dat vóór het bombardement in mei 1940 in deze buurt lag. Dit water heette oorspronkelijk Haven, doch kwam al in de 17de eeuw voor onder de naam Kolk. De naam Kolk spreekt voor zichzelf; het was een gegraven waterloop, die de Oude Haven met de Steigersgracht verbond. Ten zuiden van de Kolk lag een straat, die sinds 1884 Kolkkade heette. Voorheen was dit een gedeelte van de Kleine Draaisteeg. Na het bombardement werd de Kolk gedempt. Op deze plaats ligt nu het plein, waarop tweemaal per week markt wordt gehouden.

Plan C was een bedrijfsverzamelgebouw in Rotterdam. Het is in 1880 ontworpen door architect Constantijn Muysken en werd op 4 maart 1889 geopend. Bij het bombardement op Rotterdam van 14 mei 1940 is Plan C verloren gegaan.

Plan C was een onderdeel van een stedenbouwkundige ingreep van de directeur van Gemeentewerken Rotterdam, G.J. de Jongh. Het gebied tussen de Kolk en de Oude Haven werd opnieuw ingericht in verband met de verkeersproblemen (op het land én het water) in dit gebied. Plan A en B waren twee bruggen die deel uitmaakten van het plan, Plan C was het bedrijfsverzamelgebouw.
Plan C had een vierhoekige plattegrond. Op de begane grond waren winkels gevestigd. Aan de kant van de Oude Haven en de Kolk waren arcades waardoor mensen bij regen droog konden winkelen. Er was een expeditiehof voor de bevoorrading van winkels. In de twee verdiepingen erboven waren kantoren en woningen. De gevels van Plan C waren opgetrokken in natuursteen en baksteen in Beaux-Arts-stijl.

Onder Plan C waren twee doorgangen voor de scheepvaart tussen de Kolk en de Oude Haven.

Aan de noordzijde van de Oude Haven is nog steeds de balustrade van Plan C te zien. De onderdoorgangen zijn na het bombardement afgesloten. De naam Plan C leeft weer voort in het ‘Theatercafé Plan C’ dat gevestigd is in het Oude-Havengebied in Rotterdam

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Coolsingel 1916

De Coolsingel met rechts korenmolen De Hoop en achterin het in aanbouw zijnde stadhuis, 1916.

Het ambacht Cool komt al voor omstreeks 1280. In 1596 kocht de stad de ambachtsheerlijkheid Cool, Blommersdijk en Beukelsdijk van Jonkheer Jacob van Almonde. Bij Koninklijk Besluit van 20 september 1809 werd het ambacht Beukelsdijk, Oost- en West-Blommersdijk, genaamd Cool, tot een zelfstandige gemeente verheven. In 1811 werd Cool door Rotterdam geannexeerd. Naast het ambacht had men ook nog de polder Cool. Deze lag tussen de Rotterdamse en Delfshavense Schie. Deze werd in 1925 opgeheven. Een gedeelte van het grondgebied van Cool was reeds in 1358 bij de stad getrokken na de vergunning van hertog Aelbrecht van Beieren om grachten om de stad te graven en het stadsgebied te vergroten met het Rodezand in het ambacht Cool. De Coolvest scheidde voortaan stad en ambacht. In 1480 is er al sprake van de singel tegenover de vest achter Bulgersteyn, later Coolsingel genoemd. De singel is in verband met de aanleg van een brede verkeersweg in de jaren 1913-1922 geheel gedempt. De naam Coolvest is daardoor verdwenen

De Hoop werd gebouwd op de plaats van de voormalige Heer Jan Vettentoren. In 1619 liet de stad Rotterdam op deze Heer Jan Vettentoren een watermolen bouwen om de laaggelegen Bulgersteynse gronden te bemalen. In 1736 werd de molen vervangen. De stenen molen werd gebouwd door Gerrit van Driel. In 1918 werd de molen onteigend. Hij moest verdwijnen voor de herinrichting van de Coolsingel met onder andere een nieuw beursgebouw.

De molen was uitzonderlijk hoog. De Hoop stond ongeveer ter hoogte van het huidige World Trade Center. De laatste eigenaar was H. Miete. Hij kreeg een schadevergoeding van fl. 60.000. De molen werd pas twee jaar na de onteigening afgebroken. Het interieur zou bij de afbraak in 1920 verkocht zijn aan een winkelier te Delft.

De fotograaf is Francois Henry van Dijk en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van molendatabase.org (geschreven door Rob Pols). http://www.molendatabase.org/molendb.php…

Met medewerking van Rotterdam van toen

Coolsingel 1916

Links sociëteitsgebouw de Harmonie/de Doelen en op de achtergrond de bouw van het stadhuis, 1916.

De Doelen dankt haar naam aan de Sint Jorisdoelen, het gebouw dat op deze plaats voor de voetboogschutters was opgericht. Wanneer dit gebouw gesticht is, valt niet na te gaan. Wel is bekend dat de stadsregering in 1418 aan 40 schutters verschillende voorrechten toekende en dat hun onder meer de ‘Doele’ weer werd afgestaan, die zij vroeger gekocht en bezeten hadden. Het gebouw is in 1821 aan zijn oude bestemming onttrokken. De Sociëteit Harmonie vestigde zich erin. Er werden feesten van allerlei aard in gehouden. Als concertzaal kreeg het zekere bekendheid. Het Doelwater of de Doelsloot was misschien nog een overblijfsel van het Zijltje, een riviertje dat ten zuiden van de Doelen, van de Delftsevaart naar de Coolvest stroomde en reeds in 1571 voorkomt. In het midden van de 17de eeuw werd ‘de opslag’ van de Doelsloot bebouwd en Doelwater of Doelsteeg genoemd. Het gedeelte van het Haagseveer, dat gelegen was tussen de Raambrug en de Doelen, werd ook wel Doelweg genoemd. In 1859 is het Doelwater gedempt.

In 1904 werd besloten dat er een nieuw raadshuis moest komen. Er werd gekozen voor een stadsboulevard, een statige laan met monumentale gebouwen waaronder het nieuwe stadhuis en het postgebouw, op de plaats van de Coolvest. Dit idee was al voorbereid in 1860. Voor de uitvoering werd de Coolvest gedempt en de rosse wijk Zandstraatbuurt, waar zo’n 2.400 mensen woonden, gesloopt.

In 1911 maakte Henri Evers een eerste ontwerp van het plan en ook na een besloten prijsvraag werd het nieuwbouwplan van professor Evers, met motto S.P.Q.R., in 1913 door de Gemeenteraad onder burgemeester Zimmerman aanvaard. Er was enige kritiek op de uitslag omdat velen de voorkeur gaven aan het ontwerp van Willem Kromhout en juryvoorzitter Zimmerman nauwe banden onderhield met Evers. De bouw kostte ƒ 2.850.000,-. De eerste paal werd geslagen op 12 augustus 1914. Op 1 september 1920 werd het gebouw tijdens een speciale zitting van de gemeenteraad officieel in gebruik genomen.

De fotograaf is Francois Henry van Dijk en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Eenhoornstraat 1916

De Eenhoornstraat uit oostelijke richting gezien, 1916. Rechts de Herderstraat. Op de achtergrond de Zalmhaven en de kerktorens van de Sint-Ignatiuskerk en de Nieuwe Zuiderkerk aan de Westzeedijk.

De Eenhoornstraat liep van de Zalmhaven naar de Leuvehaven. In 1746 trof men op deze plaats brouwerij ‘de Eenhoorn’ aan. Vóór 1877 heette de straat Westmolenwerf naar de korenmolen, die daar al op de kaart van 1626 wordt aangegeven. Bij besluit B&W 15 mei 1959 werd de naam ingetrokken.

De Herderstraat lag vroeger in de omgeving van de Zalmhaven en de Schiedamsedijk. De stad gaf op 5 juni 1699 erven uit op het einde van de Schiedamsedijk, ten oosten van genoemde haven. Tot de kopers behoorde de metselaar Leunis den Herder. De Herderinnestraat, die evenals de Herderstraat aan een vroedschapsresolutie van 24 juni 1698 te danken is, heeft zich in naam bij de laatste aangesloten. De naam Herderstraat is bij besluit B&W 28 mei 1957 ingetrokken.

De oorspronkelijk Zalmhaven, ook wel ‘Salmgat’ geheten, was het meest zuidelijke deel van de Schiedamsevest buitendijks. In 1612, toen de stad werd uitgebreid langs de Schiedamsedijk en Leuve tot aan de Maas, had men eerst ook het plan nog meer westelijk te gaan. Er waren reeds erven uitgegeven aan een geprojecteerde Vissershaven, Elfthaven en Zalmhaven. Het plan werd niet uitgevoerd en de kopers moesten in 1620 schadeloos worden gesteld. Toch heette het eerdergenoemde gedeelte van de vest voortaan Salmgat, later Salmhaven. Door de verplaatsing van de scheepstimmerwerven van de Blaak naar het Nieuwewerk moest deze haven of dit gat vergroot worden. Toen is de kom gegraven, die in 1693 Salmhaven of Nieuwe Buijsegat’ wordt genoemd. De oude Zalmhaven, die toegang gaf tot de nieuwe, werd voor de behoefte te smal en te ondiep. In 1702 is er een nieuwe doorvaart gemaakt door het Westerse Hoofd, uitkomende in de Leuvehaven. De oude toegang werd in 1782 gedempt. Als Balkengat bleef het oude Salmgat nog tot 1891 bestaan. Toen werden de slikken opgehoogd en op het daardoor verkregen terrein werd de Zalmstraat aangelegd. De haven en straat danken hun naam aan de zalmvisserij op de Maas. Van 1886 tot 1959 liep van de Zalmhaven naar het Nieuwland de Zalmhavensteeg. De haven is gedempt, de naam is op 28 januari 1997 ingetrokken door B&W.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Coolsingel 1916

De Coolsingel met links het Coolsingelziekenhuis, in het midden het Calandmonument en rechts op de achtergrond korenmolen De Hoop, 1916.

Het ambacht Cool komt al voor omstreeks 1280. Naast het ambacht had men ook nog de polder Cool. Deze lag tussen de Rotterdamse en Delfshavense Schie. Deze werd in 1925 opgeheven. Een gedeelte van het grondgebied van Cool was reeds in 1358 bij de stad getrokken na de vergunning van hertog Aelbrecht van Beieren om grachten om de stad te graven en het stadsgebied te vergroten met het Rodezand in het ambacht Cool. De Coolvest scheidde voortaan stad en ambacht. In 1480 is er al sprake van de singel tegenover de vest achter Bulgersteyn, later Coolsingel genoemd. De singel is in verband met de aanleg van een brede verkeersweg in de jaren 1913-1922 geheel gedempt. De naam Coolvest is daardoor verdwenen.

Het Grote Ziekenhuis of Coolsingelziekenhuis is een voormalig Rotterdams ziekenhuis. Het gebouw stond op de hoek van de Van Oldenbarneveltstraat en de Coolsingel. De oorspronkelijke architect was Willem Nicolaas Rose (1801 – 1877).

Het ziekenhuis werd tussen 1839 en 1848 gebouwd en in de jaren 1880 aan de achterkant uitgebreid.
De eerste directeur was Dr. J.B. Molewater (1813 – 1864). Molewater hanteerde het ‘profijtbeginsel’, je betaalde voor wat je kreeg en had daardoor rechten die men in het Gasthuis niet had, daar was je afhankelijk van de ‘relatie die je opbouwde met de doktoren’.

Tot die tijd was het gebruikelijk dat de hogere klassen zich thuis lieten verplegen, want die konden dit betalen. Door de introductie van verschillende verpleegklassen dacht Molewater de financiering van heel zijn ziekenhuis gezond te houden. Voor 1853 nam het Coolsingelziekenhuis zelfs alleen maar betalende patiënten aan, de rest moest zich behelpen met het oude Gasthuis.

Het ziekenhuis leed in de beginperiode grote verliezen. De gemeente subsidieerde het ziekenhuis al fors en was bovendien bang dat als ze alles zouden betalen, de diaconieën ook al hun patiënten zouden gaan doorsturen naar het Coolsingelziekenhuis. Men stelde toen nog prijs op een sterke scheiding van staat en kerk, ieder moest voor zichzelf zorgen. Uiteindelijk kwam men tot het besef dat enige coördinatie toch voordelen zou bieden en dus zouden in het Coolsingelziekenhuis ook ‘armlastigen’ worden geaccepteerd, ook al werden die gestuurd door de diaconieën. Ook toen al kon men berekenen dat bij een hoge subsidie een paar extra gratis patiënten echt geen verschil meer zou maken. Het uiteindelijke doel was dat zoveel mensen als mogelijk van het ziekenhuis gebruik zouden gaan maken: leegstand is altijd duurder en hoe meer patiënten hoe hoger de omzet, dacht men.

Vanuit heel Europa kwam men op bezoek in het modernste ziekenhuis van Europa, het Coolsingelziekenhuis. In 1864 overleed Molewater en het ziekenhuis verloor al snel zijn voorsprong op andere ziekenhuizen.

Het Calandmonument in het Scheepvaartkwartier te Rotterdam gedenkt ingenieur Pieter Caland, die de Nieuwe Waterweg, de directe verbinding met zee, ontwierp. Het monument is onthuld in 1907 naar een ontwerp uit 1906 door H.J. Evers met Arend Odé, en werd bekostigd door de Rotterdamse burgerij.

Het gedenkteken bestaat uit een monumentale fontein waarin een vierkante hoge onderbouw een obelisk draagt die door een bolvormige motief wordt bekroond. Hierop staat als symbool voor Rotterdam een gevleugelde vrouwenfiguur, die de Mercuriusstaf hoog houdt. Hieronder staan de wapens van stad en provincie, die herinneren aan de loop van de Waterweg. Aan de voorzijde staat een gedenksteen met het bronzen profiel van Caland, door een lauwerkrans en toepasselijk opschrift omgeven. Toepasselijke opschriften bevinden zich ook op de gedenktafels die tegen de drie overige zijden zijn geplaatst. Twee bronzen kinderfiguren symboliseren de handel en nijverheid van Rotterdam als handelsplaats.

Het monument stond van 1907 tot 1939, dus net voor de Tweede Wereldoorlog, aan het Van Hogendorpsplein, ongeveer waar nu het Churchillplein is.

In 1939 werd het monument om verkeerstechnische redenen verplaatst naar de Veerkade bij de Veerhaven, en heeft daarmee het bombardement van mei 1940 overleefd.

Molen De Hoop is in 1920 gesloopt.

De foto is gemaakt door Francois Henry van Dijk en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen