Tag Archives: 1923

Buizengat, 1923

Balken hout van de familie Abraham van Stolk & Zn. in het water aan het Buizengat, 1923-1927.

Abraham van Stolk (1762-1819) was eigenaar van de gelijknamige Rotterdamse houthandel. De familie Van Stolk bezat vanaf 1727 een houthandel aan de Rotterdamse Schie. Deze firma droeg sedert het begin van de negentiende eeuw de naam Abraham van Stolk. Wegens stadsuitbreiding werd het bedrijf in 1927 gedwongen te verhuizen naar de Delfshavense Schie. De weg langs het nieuwe bedrijf heet sinds 1928 de Abraham van Stolkweg.

Het Buizengat was een winterbergplaats voor haringbuizen. De stadsregering liet in 1591 in een gedeelte van de buitengrond nabij de Oostpoort een ruime winterbergplaats maken voor de haringbuizen. Deze lagen tot dusver gedurende de winter in de Blaak. De haven werd met palissaden omringd en van een muur voorzien. In 1689 werd het zogenaamde Reuzeneiland door de stad aan de Admiraliteit op de Maze overgedragen. Deze ontving daarvoor onder meer in ruil twee scheepstimmerwerven op het einde van het Haringvliet en de Nieuwehaven, genaamd de Binnenwerf. Evenals het daarvoor gelegen Bolwerk is deze weggegraven om beide havens in de Maas door het Buizengat te doen uitwateren. Het oude Buizengat is grotendeels weer aangepleind en Admiraliteitswerf geworden. Het overblijvende gedeelte ontving de naam Boerengat. In 1699 werd de haven in oostelijke richting vergroot. Een gedeelte kreeg de oude naam Buizengat, hoewel de bergplaats voor de haringbuizen toen naar het westen van de stad was verlegd.

De foto komt uit de collectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Veerhaven,1923

Overzicht van de Veerhaven met onder andere Maritiem Museum Prins Hendrik, 1923.

De Veerhaven is een haven op de Rechter-Maasoever waar voorheen het veer op Katendrecht aanlegde. In 1599 kreeg de stad dit veer tussen Katendrecht en Coolhoek voor 10 gulden per jaar in erfpacht van de Ridderschap, Edelen en Steden van Holland en West-Friesland. De stad kocht in 1849 voor 150 gulden die recognitie af. Coolhoek was het gedeelte van Schielands Hoge Zeedijk, waar deze zich bij het Vasteland ombuigt naar het westen. Het veer is later zuidelijker verplaatst, toen het Nieuwewerk bij de stad is getrokken. In 1708 werd gesproken van de nieuwe pont op het tolhuis. Het werd toen Ponteveer genoemd en het haventje aldaar, dat door de aanleg van het Tweede Nieuwewerk naar het zuiden verlegd moest worden, eerst Pontegat, later Veerhaven. In 1827 werd het maken van de Veerdam en het graven van de Kleine Veerhaven of Nieuwehaven aanbesteed. Deze haven is in 1910/11 gedempt. De Veerhaven is in de jaren 1852-1854 gegraven. De Linker Veerdam en Linker Veerhaven ontvingen deze bijvoeging omdat ze op de Linker Maasoever liggen. De Veerlaan loopt over het schiereiland Katendrecht naar de Linker Veerdam.

Het was de wens van de Prins om oprichting van roei- en zeilverenigingen te bevorderen. Aanvankelijk had hij als doelstelling hiervoor een nationale organisatie op te richten met leden uit het hele land. Dit plan was te ambitieus, met als gevolg dat er lokale initiatieven volgden voor de oprichting van plaatselijke verenigingen. In 1845 werd in Rotterdam de Koninklijke Nederlandsche Yacht-Club opgericht, waar vele vooraanstaande Rotterdammers lid van werden. Prins Hendrik werd gekozen tot voorzitter voor het leven van de club, met de titel Stichter.

Op 20 juli 1851 kon de Yacht-Club zijn nieuwe clubgebouw betrekken aan de Maas, op de hoek van de Veerkade en de Willemskade. In 1852 werd in dit clubgebouw de Modelkamer van de vereniging ingericht. Enkele leden van de Yacht-Club evenals de Prins zelf schonken verschillende scheepsmodellen aan de Modellenkamer, waarmee de basis werd gelegd voor de modellencollectie van het museum. Financieel gezien ging het niet goed met de Yacht-Club, waardoor de vereniging besloot de Modellenkamer, op 15 februari 1874, open te stellen voor het publiek. In dit eerste jaar kwamen er meer dan tweeduizend betalende bezoekers kijken naar iets meer dan honderd maritieme voorwerpen. Ondanks deze openstelling kon de Yacht-Club het niet redden en werd deze in mei 1880 opgeheven.

Na opheffing van de Yacht-Club in 1880 werd in 1885 de gemeente Rotterdam eigenaar van de collectie. De gemeente kocht zowel het clubgebouw als de museale activiteiten, waarna de museale activiteiten werden voortgezet onder de naam Maritiem Museum ‘Prins Hendrik’.

De foto is gemaakt door KLM Aerocarto en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Graaf Florisstraat 1923

Gezicht op de Rotterdamse Huishoudschool aan de Graaf Florisstraat, 1923-1927.

In 1925 betrok de N.V. Rotterdamse Huishoudschool het pand waarin nu het Chinese bejaardenhuis Ka Fook Mansion gehuisvest is. Het cursuspakket van de toenmalige huishoudschool bood tal van mogelijkheden. Zo waren er speciale cursussen voor padvindsters, weesmeisjes en kinderjuffrouwen. Erg populair was de “volledige damescursus”, of “trouwcursus”, die bestemd was voor jonge vrouwen die van plan waren in het huwelijk te treden. Deze cursus moest voorkomen dat het prille huwelijksgeluk door aangebrande aardappels werd verstoord. Er was tevens een internaat aan de school verbonden. Op de grote zolderetage bevond zich een gymnastieklokaal. In de oorlog was de Meskamp, de Repatrieringsdienst Rotterdam, in de school gevestigd.

Na de oorlog werden de onderwijsactiviteiten voortgezet, waarbij de opleiding tot inrichtingsassistente (Inas) grote populariteit genoot. Voorts was er een vormingsklas, die door veel meisjes werd bezocht die van de middelbare school afkwamen. In 1972 werd de naam van de school in Scholengemeenschap Graaf Florisstraat veranderd. In 1980 werd een fusie aangegaan met Scholengemeenschap de Voorpost in de Schietbaanstraat. Het schoolgebouw in de Graaf Florisstraat werd hiermee tijdelijk buiten gebruik gesteld. In de jaren 90 is het pand verbouwd t.b.v. Stichting Welzijnsbehartiging Chinezen in Rotterdam, kortweg Wah Fook Wui.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van http://www.graafflorisstraat.nl/…/de-rotterdamse-huishouds…/ via Engelfriet.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Dorpstraat 1923

De Dorpsstraat in Overschie, 1923. Links de grof- en kachelsmederij van Noorlander, rechts het postkantoor (met het wapen boven de ingang), daarnaast het statige huis van notaris D. van den Berg en het raadhuis (met de lantaarns).

De Dorpsstraat is de hoofdstraat in het voormalige dorp Overschie. Bij besluit B. 16 december 1941 werd de naam gewijzigd in Overschiese Dorpsstraat.

Het dorp Overschie, eigenlijk Ouderschie, Ouwerschie of Oldschie geheten, moet al voor het jaar 1063 hebben bestaan.Op 28 december van dat jaar sloot de bisschop van Utrecht, Willem van Gelder, met Reginbertus, de abt van Echternach, een verdrag waarbij eerstgenoemde afstand deed van een aantal kerken in Holland, waaronder die van Schee of Schie. Ook onder de naam Oud-Schiedam komt het dorp wel voor. Het dorp Overschie behoorde tot de heerlijkheid van die naam, die ook een aantal polders omvatte. In 1409 werd deze heerlijkheid door graaf Willem VI van Holland in erfleen gegeven aan Filips van Spangen. Later kwam ze in bezit van de stad Delft. Overschie werd in 1941 door Rotterdam geannexeerd. De Kerksingel is vernoemd naar de hervormde Grote kerk. Het oudste kerkgebouw van Overschie werd in de 10de eeuw gesticht. In de 14de en 15de eeuw brandde het gebouw verschillende malen af en werd vervolgens steeds herbouwd. De kerk brandde in 1899 eveneens af; ze werd door een nieuw gebouw vervangen. De Overschiese Kleiweg is een onderdeel van de Kleiweg. De Overschieseweg heette voor 1940 Schiedamseweg. Hij vormde de verbinding van Schiedam met Overschie.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

1e Middellandstraat 1923

De 1e Middellandstraat, in de richting van de West-Kruiskade, 1923-1927. Op de voorgrond de ‘s-Gravendijkwal (rechts) en de Henegouwerlaan (links).

De 1e Midellandstraat is vernoemd naar een onbedijkt stuk land tussen Schoonderloo en Beukelsdijk dat omstreeks 1280 werd bedijkt. Door Ghisebrecht Bokel was in de tweede helft van de 13de eeuw aan Claes de Vriese verboden om een stuk land, dat grensde aan Bokels ambacht, te bedijken. Daardoor bleef midden tussen Schoonderloo en Beukelsdijk een onbedijkt land liggen. Omstreeks 1280 krijgt Jan van Scoenreloo, zoon van Claes de Vriese, toestemming tot bedijken. Dit Middelland heeft waarschijnlijk ongeveer ter plaatse van de huidige straat gelegen. Een ‘Middelwateringhe’ komt aldaar reeds in 1410 voor. Op de kaart van Stampioen (1653) heet deze watering Scheydsloot. Ze vormde de scheiding tussen twee ambachten. In 1906 werd de Middellandstraat in 1ste Middellandstraat verdoopt, terwijl toen tevens de 2de Middellandstraat haar naam ontving. De naam Middelland is later gegeven aan de wijk waarin genoemde straten liggen.

De Kruiskade komt reeds in 1506 onder deze naam voor. Het was toen nog maar een voetpad. Dit pad werd in de eerste helft van de 19de eeuw door de Rotterdamsche Werkvereeniging verbreed en tot een schelpweg gemaakt. In 1853 werd de weg door de stad overgenomen en bestraat.

In 1401 werd ze de ‘Ka tot Rotterdam in Cool’ genoemd. De oudste kaart waarop de Kruiskade voorkomt dateert uit 1540. Hierop wordt het verlengde van deze kade in westelijke richting tot aan de Delfshavense Schie ‘doorgeghraven oude ka’ genoemd. De kade moet ouder zijn dan 1389, het jaar waarin toestemming werd verleend om deze Schie te graven.

De Kruiskade en haar verlengingen (West-Kruiskade, Middellandstraat en Vierambachtsstraat) vormden de zuiddijk van de ambachten Blommersdijk en Beukelsdijk. Voor het graven van de Rotterdamse Schie zal de Kruiskade ten oosten aangesloten hebben op de Hofdijk. Haar naam dankte ze waarschijnlijk aan de ‘cruyskamp’, een stuk land dat vanaf het einde van de 15de tot in de 18de eeuw in Beukelsdijk in het ambacht van Cool was gelegen.

Vroeger was het Kruisplein een pleintje aan het begin van de West-Kruiskade en de Diergaardesingel. Nu is het het lange plein, dat de verbinding vormt tussen het Stationsplein en de Westersingel. De Kruisstraat liep vóór het bombardement in mei 1940 van de Kruiskade naar het Stationsplein. Ze lag op de plaats van de oude Koningslaan, die in 1881 door de stad werd overgenomen. De Koningslaan was waarschijnlijk genoemd naar de aanlegger van de laan. In 1648 is er sprake van de Cruyslaan buiten de Delftse Poort. Misschien is dit dezelfde laan. De huidige Kruisstraat is een straat achter het concertgebouw De Doelen, lopende van de Karel Doormanstraat naar het Kruisplein.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Schiedamseweg 1923

Schiedamseweg met het klooster Regina Pacis in aanbouw aan het Willem Beukelszplein, 1923-1927. Rechts het politiebureau.

De Schiedamseweg is de naam van de weg, die van Delfshaven naar Schiedam loopt. Bij besluit B&W 19 mei 1933 werd deze naam eveneens gegeven aan het gedeelte van de Mathenesserdijk tussen Marconiplein en de grens van Schiedam.

Het Willem Beukelszplein is vernoemd naar Willem Beukelsz. van Biervliet. Hij was een visser, die omstreeks 1397 het haringkaken uitvond. Het plein heeft bestaan van 1920 tot 1952.

Uit het Rotterdamsch Nieuwsblad van 28 april 1930:
Het nieuwe klooster ‘Regina Pacis’, van de broeders van de Onbevlekte Ontvangenis, die met het onderwijs voor de jongens zijn belast, op het Willem Beukelszoonplein in Spangen. Het is gebouwd naar teekening van architect Jos Margry en vorige week door den deken van Rotterdam, kanunnik J.W. van Heeswijk, plechtig ingezegend.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van delpher.nl

Speelmanstraat 1923

De Speelmanstraat op 13 oktober 1923.

Cornelis Janszoon Speelman (Rotterdam, 3 maart 1628 – Batavia, 11 januari 1684) was van 1681 tot 1684 gouverneur-generaal van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC).

De tijd van Speelman als gouverneur-generaal kenmerkt zich vooral door het onderwerpen van de sultanaten van Ternate, Makassar en Bantam. Hij was een expert in boekhouden en kenner van de inheemse wereld. Volgens Wolter Robert van Hoevell behoort hij tot de kundigste ambtenaren die in de Oost hebben gefunctioneerd.

Cornelis Speelman werd geboren op 3 maart 1628 als zoon van een Rotterdamse koopman en was een telg uit de familie Speelman. Al op zijn 16de vertrok hij aan boord van de Hillegersberg als assistent in dienst van de VOC naar Java. Hij kwam in mei 1645 in Batavia aan. In 1648 werd hij boekhouder, in 1649 onderkoopman. In 1651 werd hij secretaris van de Raad van Indië. Hij reisde datzelfde jaar met de gezant Joan Cunaeus naar Perzië en schreef het reisverslag. Hij bezocht de ruïne van Darius in Persepolis en maakte een feestelijk ontvangst door de sjah Abbas II mee. Nog voor het einde van reis werd hij in 1652 tot koopman bevorderd. Terug in Batavia werkte hij op het kantoor van boekhouder-generaal die hij lange tijd waarnam en uiteindelijk in 1657 opvolgde. Ondertussen was hij in 1653 getrouwd met de vijftienjarige Petronella Maria Wonderaer, dochter van de ontvanger-generaal/havenmeester Sebald Wonderaer. In 1659 werd hij “kapitein over de compagnie pennisten” in Batavia. In 1661 werd hij schepen van Batavia.

Op 12 juni 1663 werd Cornelis Speelman door Joan Maetsuycker aangesteld als gouverneur en directeur van Coromandel. Hij werd in september 1665 geschorst door de Heren XVII op beschuldiging van particuliere handel. Hij had een diamant gekocht voor zijn vrouw die doorverkocht werd omdat ze hem niet mooi vond. Ondanks zijn krachtig protest werd hij door het gerecht in Batavia om een voorbeeld te stellen veroordeeld tot een schorsing van vijftien maanden en een boete van 3.000 gulden. Hij werd in 1666 benoemd als admiraal en superintendent van een expeditie naar Makassar. Op 18 november 1667 sloot hij het Verdrag van Bongaja. In hetzelfde jaar werd hij benoemd tot commissaris over Ambon, Banda-eilanden en Ternate en extra-ordinaris raad van Indië. In 1669 ging hij opnieuw als admiraal naar Makassar en onderwierp het rijk volledig. In 1670 werd hij daarvoor met een gouden keten met medaille beloond.

Op 23 maart 1671 werd hij ordinaris raad van Indië. Het jaar daarop is hij admiraal van een vloot tegen de Fransen. In december 1676 ging hij als leider van een expeditie naar Midden-Java omdat Amangkoerat II van Mataram de soesoehoenan van Mataram in het nauw kwam; en Speelman moest de alliantie met Mataram redden. Op Java’s oostkust trok hij ten strijde tegen Trunojoyo en veroverde Soerabaja. Het zou enige tijd duren voordat de rust er zich herstelde. Eind 1677 werd hij naar Batavia teruggeroepen en op 18 januari 1678 benoemd tot eerste raad en directeur-generaal van Indië. Eveneens in 1678 werd hij aangesteld tot president van het college van schepenen in Batavia. Op 29 oktober 1680 volgde zijn benoeming tot gouverneur-generaal; in die functie volgde hij op 25 november 1681 Rijcklof van Goens op.

Tijdens het bestuur van Cornelis Speelman als gouverneur-generaal werd de sultan van Ternate onderworpen. Vervolgens stond de sultan de landen die tot zijn rijk behoorden aan de VOC in eigendom af.

In 1680 verklaarde het Sultanaat Bantam de VOC de oorlog. In 1683 gaf het zich over. De Engelsen verdwenen in 1684 uit Bantam (stad) en verhuisden naar het voor hen veel ongunstiger gelegen Benkoelen.

Cornelis Speelman overleed in het kasteel te Batavia. De begrafenis vond plaats met grote luister en kosten noch moeite werden gespaard. Hij is in de Kruiskerk begraven waarbij 229 kanonschoten werden gelost. Joannes Camphuys volgde hem als gouverneur-generaal op.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen