Tag Archives: 1930

Gezicht in de Diergaardelaan met links de Stationsweg, 1930

Gezicht in de Diergaardelaan met links de Stationsweg, 1930. Op de achtergrond de Delftse Poort.

De Diergaardelaan dankte haar naam aan de in 1857 opgerichte Rotterdamsche Diergaarde. De Diergaardekade heette in 1858 Westerkade bij de Kruiskade, later Smalle Westerkade. De Diergaardelaan heette destijds Papagaaienlaan, een naam die geen verklaring behoeft. Bij besluit B&W 28 januari 1949 werd de naam 2de Diergaardestraat ingetrokken. Bij besluit B&W 13 september 1949 werden de namen Diergaardekade en Diergaardelaan ingetrokken. Bij besluit B&W 21 december 1954 werd de naam 1ste Diergaardestraat ingetrokken. Bij besluit B&W 6 mei 1955 werd de naam Diergaardebrug ingetrokken.

Deze Stationsweg liep van de Diergaardelaan naar het Stationsplein en moet dus niet worden verward met de Stationsweg die van het Centraal Station naar Station Hofplein liep. Het betreft hier het Centraal Station (later Station Delftse Poort) van de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij, dat in 1877 werd gebouwd. Het station werd tijdens het bombardement in mei 1940 gedeeltelijk verwoest. In 1957 werd het vervangen door een nieuw Centraal Station, dat iets westelijker werd gebouwd. Bij besluit B&W 15 januari 1952 werd de naam ingetrokken.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Gezicht op de Vierambachtsstraat vanaf het Mathenesserplein, 1930

Gezicht op de Vierambachtsstraat vanaf het Mathenesserplein met rechts de Mathenesserlaan, 1930.

De Vierambachtsstraat ligt ter plaatse waar vroeger de ambachten Beukelsdijk en Schoonderloo aan elkaar grensden. Ze vormde de verbinding tussen het Middelland en Mathenesse. Alleen Middelland komt nooit afzonderlijk als ambacht voor. Zodoende is de straatnaam niet geheel juist.

Deze laan draagt de naam van de ambachtsheerlijkheid Mathenesse die al in 1276 voorkomt. De naam zal een samenvoeging zijn van de woorden made (weide) en nes (aangeslibd land). Als oudste ambachtsheer wordt genoemd Dirk Bokel, wiens kleinzoon zich Dirk van Mathenesse noemde. Het Slot Mathenesse of Huis te Riviere, waarvan nog een ruïne aanwezig is, lag aan de Schiedamse Schie ten noordwesten van Schiedam. Binnen de ambachtsheerlijkheid lagen de polder Nieuw- en Oud-Mathenesse.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Crooswijkseweg gezien vanuit het noorden, 1930

Omstreeks 1337 komt de heer Van Voorne voor als eigenaar van het huis of de hofstede te Crooswijk. Dit huis kwam later aan de graaf van Holland. Het stond waarschijnlijk op de plaats van het oude Duifhuis, een toltoren die door de Romeinen was gesticht. Het huis komt voor op een kaart van 1567 van Jan Potter. In 1828 kocht de stad de buitenplaats ‘het Huis te Crooswijk’, ook bekend onder de naam van Duifhuis, met de daarbij behorende grond. Het huis werd gesloopt en op het terrein werd een begraafplaats aangelegd. Alle hierboven genoemde straten liggen in het voormalige ambacht Crooswijk. De Crooswijkseweg wordt reeds in 1489 genoemd. Deze liep van de huidige Goudse Rijweg naar de vroegere Oudedijk. Ze kwam ook voor onder de namen Crooswijksche Binnenweg, Goudscheweg, Rubroekscheweg, Oudelandscheweg, Schinkelweg en Gerrit Berchmansweg. De Crooswijksebocht werd voor 1948 alleen aangeduid met de naam Crooswijk.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Oudehaven, 1930

Houtvlotten in de Oudehaven met op de achtergrond het gebouw Plan C en de Mosseltrap, 1930.

In het charter van 25 juli 1328 is sprake van het maken van een haven te Rotterdam en in 1351 vindt men hier reeds een steiger. Deze haven was toen het water, van de Blaak tot het Moriaansplein (de vroegere Kolk), waar zich de Dordtsche Steiger bevond. De uitbreiding van de stad naar het zuiden had ook tengevolge, dat de haven in zuidelijke richting werd verlengd. De kade tussen de Mosseltrap en de Geldersekade ontving in 1884 de naam Oudehavenkade. De huidige Oudehavenkade ligt op dezelfde plaats als haar voorganger.

Plan C was een bedrijfsverzamelgebouw in Rotterdam. Het is in 1880 ontworpen door architect Constantijn Muysken en werd op 4 maart 1889 geopend. Bij het bombardement op Rotterdam van 14 mei 1940 is Plan C verloren gegaan.

Plan C was een onderdeel van een stedenbouwkundige ingreep van de directeur van Gemeentewerken Rotterdam, G.J. de Jongh. Het gebied tussen de Kolk en de Oude Haven werd opnieuw ingericht in verband met de verkeersproblemen (op het land én het water) in dit gebied. Plan A en B waren twee bruggen die deel uitmaakten van het plan, Plan C was het bedrijfsverzamelgebouw.

Plan C had een vierhoekige plattegrond. Op de begane grond waren winkels gevestigd. Aan de kant van de Oude Haven en de Kolk waren arcades waardoor mensen bij regen droog konden winkelen. Er was een expeditiehof voor de bevoorrading van winkels. In de twee verdiepingen erboven waren kantoren en woningen. De gevels van Plan C waren opgetrokken in natuursteen en baksteen in Beaux-Arts-stijl.

Onder Plan C waren twee doorgangen voor de scheepvaart tussen de Kolk en de Oude Haven. Aan de noordzijde van de Oude Haven is nog steeds de balustrade van Plan C te zien. De onderdoorgangen zijn na het bombardement afgesloten.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Van Nellefabriek, 1930

Verbindingskokers of luchtbruggen tussen fabriekshallen bij de Van Nellefabriek, 1930.

De gemeente Rotterdam, tal van specialisten en de eigenaar van de fabriek CV Van Nelle Ontwerpfabriek hebben voor elkaar gekregen dat de iconische Van Nelle fabriek op de UNESCO Werelderfgoedlijst terecht is gekomen. De procedure voor de nominatie is in het najaar van 2011 in gang gezet door Rijksdienst Cultureel Erfgoed en Bureau Monumenten Gemeente Rotterdam.

“De nominatie is niet om het gebouw te beschermen, het is al een rijksmonument, maar als erkenning voor de status van dit bijzondere bouwwerk en de relatie die het heeft met de stad”, zegt Joris Molenaar, architect en auteur van genoemd boek. “Zo’n erfgoederkenning krijg je niet voor het gebouw maar welke betekenis het heeft gehad in samenhang met de stad en samenleving. Daarom is de Van Nellefabriek interessant”.

De architecten Brinkman & Van der Vlugt verrichten in de jaren ’20 en ’30 baanbrekend werk. Zij pionieren op het gebied van het modernisme. Voorbeelden daarvan zijn de eerste galerijflat van Nederland: het Justus van Effencomplex, de Van Nellefabriek, voetbalstadion de Kuip en de telefooncel. Van de telefooncel staat een laatste model op de binnenplaats van Museum Boijmans van Beuningen.

Voor het ontstaan van de moderne Van Nellefabriek kan de directeur van de koffie-, thee- en tabaksfabriek niet onvermeld blijven: Kees van der Leeuw. Hij is niet alleen de aanjager van de Van Nellefabriek, hij bemoeide zich ook met de arbeidsomstandigheden van zijn personeel, de vormgeving van zijn producten en het aanzien van de stad. Auteur Joris Molenaar verwoordt het als volgt: “Het was Van der Leeuw niet alleen te doen om een fabriek maar ook om verbetering van de leefomstandigheden van zijn arbeiders en de uitstraling op het leven in de stad.”

Alleen al bij het horen van de woorden ‘tabak, thee, koffie en cacao’ gaat er een wereld open, een wereld van rituelen, een wereld van koloniale handel en misstanden (Multatuli), een wereld van cultuur in de zin van verbouw van gewassen en in de zin van beschaving. Kijk maar met welke vormgevingskunst (Jac. Jongert) genoemde genotmiddelen voor ons werden aangeprezen.

Het Stadsarchief Rotterdam beheert het Van Nelle-archief, dat onder meer fraai vorm gegeven reclame-uitingen bevat. De ontwerpen van Jac. Jongert zijn al te bewonderen in onze beeldcatalogus. De Van Nellefabriek en het Van Nelle-archief vertellen samen het verhaal van een bijzondere bedrijfsgeschiedenis: wereldgeschiedenis in een wereldhavenstad.

De fotograaf is Evert Marinus van Ojen en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam

Met medewerking van Rotterdam van toen

Regentessebrug – Posthoornsteeg met de Lutherse kerk, 1930

Uitzicht vanaf een huis aan de zuidzijde van de Wijnhaven op de Regentessebrug en de Posthoornsteeg met de Lutherse kerk, 1930.

Deze brug is vernoemd naar Koningin Emma, 1858-1934, die van 1890 tot 1898 het regentschap voor haar minderjarige dochter Wilhelmina voerde. Tijdens het officiële bezoek van de beide vorstinnen aan Rotterdam op 9 juni 1899 is de brug voor het publiek geopend.

Deze steeg draagt de naam van de 17de-eeuse brouwerij De Posthoorn. Van deze steeg, waarvan de erven in 1611 werden uitgegeven, heette eertijds het gedeelte van de Zuidblaak naar de Wijnstraat ‘Keizerstraat’, ‘Zuid-Keizerstraat’ of ‘Keizersbrugstraat’. Naar de brouwerij ‘de Oranjeboom’ die ten oosten van deze steeg, tussen de Wijnhaven en de Wijnstraat, lag, komen omstreeks 1620 de namen Oranjestraat, Oranjeboomstraat en Oranjebuurt voor. Tengevolge van de naamsverandering van de brouwerij omstreeks 1636 in ‘de Posthoorn’, kreeg de steeg kort daarna de naam Posthoornsteeg. In de 19de eeuw werd er echter nog steeds gesproken van Oranje- of Posthoornsteeg.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Café Sport aan de IJsselmondse Dordtsestraatweg , 1930

Café Sport aan de IJsselmondse Dordtsestraatweg vanuit het oosten, 1930.

De Dordtsestraatweg loopt in de richting van de stad Dordrecht. De Dordtsestraatweg is de oude Charloisse Zeedijk, de noordoostelijke grens van de voormalige polder Charlois. Ze stond vroeger bekend onder de naam Oudeweg. De weg is onder keizer Napoleon bestraat. Vanwege deze betere bestrating heette hij ook wel Koninklijke Straatweg. In 1960 ontving het gedeelte van de Dordtsestraatweg, dat door de wijk Lombardijen loopt, de namen Spinozaweg en Pascalweg. De loop van dit gedeelte van de weg werd enigszins gewijzigd.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Katendrechtse Lagedijk, 1930

De Katendrechtse Lagedijk bij het kruispunt met de Boergoensestraat, 1930.

Over het ontstaan van de naam Katendrecht zijn de meningen verdeeld. Deze zou zijn afgeleid van een Duitse volksstam, de Catten, of van het geslacht Cats. De naam Katendrecht of Kattendrecht zou, volgens sommigen, zijn afgeleid van de Katten (Catten), een Duitse volksstam die omstreeks het begin van onze jaartelling in dit gebied zou hebben gewoond. Volgens anderen moet de naam in verband worden gebracht met het Zeeuwse geslacht Cats, dat hier veel bezittingen zou hebben gehad. Ook wordt het woord in verband gebracht met caten (koten, eenvoudig of klein huis). Drecht betekent veer of waterloop. In 1199 is voor het eerst sprake van een ambacht Katendrecht, dat behoorde aan de heer van Putten. Bij dijkdoorbraken in 1373 en 1374 overstroomde geheel Katendrecht. In 1375 gaf hertog Aelbrecht van Beieren opdracht aan de ambachtsheer om het land opnieuw te bedijken. Jacob van Gaesbeek, heer van Putten, verleende in 1410 aan Wolphaert Jansz. en Jan Wolphaertsz. vergunning om een nieuw zomerland in Katendrecht te bedijken. Dit wordt later vermeld als Jacob Potsland of Oud-Katendrecht.

Boergoens is een verbasterde afleiding van Bourgondië. Karel de Stoute (1433-1477) was hertog van Bourgondië en heer van Charlois. Bourgondië is een Franse streek waar goede wijnen worden geproduceerd.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Grand Hotel Moderne-hotel Atlanta Coolsingel, 1930

De bouw van Grand Hotel Moderne, later hotel Atlanta op de hoek Coolsingel – Aert van Nesstraat, 1930. Werkzaamheden op het dak.

Hotel Atlanta is een viersterrenhotel in het centrum van Rotterdam, op de hoek van de Coolsingel en de Aert van Nesstraat. De officiële naam van het hotel luidt NH Atlanta Rotterdam.

Het hotel is gebouwd tussen 1929 en 1931 naar een ontwerp van architect F.A.W. van der Togt. Het gebouw had 8 hotelverdiepingen en een café-restaurant op de begane grond. Met een hoogte van 36 meter torende het gebouw aan de toenmalige Coolsingel uit boven de overige bebouwing. Het hotel werd uitgevoerd met een betonnen skelet, bekleed met baksteen en natuurstenen plinten.

In 1938 kwam de Oekraïense nationalist Jevhen Konovalets door een bomaanslag op de Coolsingel om het leven, nadat hij in Hotel Atlanta van NKVD-lid Pavel Soedoplatov een bompakket in de vorm van een doos chocolade had gekregen.

Hotel Atlanta overleefde het bombardement op Rotterdam van 14 mei 1940. In 1950 werd het hotel aan de kant van de Aert van Nesstraat uitgebreid met een nieuwe vleugel die harmonieerde met de rest van het gebouw. In 1965 werd wederom een uitbreiding gebouwd en de begane grond aan de Coolsingel werd verbouwd. Deze uitbreiding werd uitgevoerd met grove betonnen panelen en contrasteert sterk met de rest van het gebouw.

In 1998 werd het gebouw aangewezen als gemeentelijk monument.

De fotograaf is Francois Henry van Dijk en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Bisonpoort, 1930

Bezoek van de Joegoslavische gezant aan de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij, RDM, en Heijplaat, 21 juni 1930. Het gezelschap bij de Bisonpoort.

Het bijzondere van Heijplaat is niet alleen zijn afgelegen ligging, maar vooral de combinatie van tuindorp en scheepswerf is karakteristiek. De wijk, die nog geen 2.000 inwoners telt, ligt ingeklemd tussen Waalhaven, Heysehaven en Eemhaven. De enige toegang is de Waalhavenweg. Heijplaat is als woonwijk opgezet voor de werknemers van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij (RDM), die in 1902 begon met de bouw en het onderhoud van schepen.

Het RDM-complex bestaat uit in staal opgetrokken werkplaatsen naast kantoren van baksteen in een massieve expressionistische stijl, ontworpen door architect H.A.J. Baanders. Hij ontwierp in 1914 ook het dorp. Gebouwd op een L-vormige kavel grenst Heijplaat aan de hallen van de RDM. De grens tussen werf en dorp werd opgelost door een soort ‘gebouwenmuur’ met een fraai poortgebouw.

Het dorp kent een gevarieerd grondplan met verspringende rooilijnen en krommingen in de centrale route. De huizen werden opgetrokken in verschillende stijlen met in het oog springende details. Bij oplevering in 1920 telde het dorp ongeveer 400 woningen, drie kerken, twee scholen en een bibliotheek, een vergadergebouw met winkels, een was- en een badgebouw en een ontspanningsgebouw met café (zonder alcohol) en theater. Voor iedere rang was een huizenblok beschikbaar.

Na enkele jaren werd in zuidelijke richting uitgebouwd en in 1930 verrees op de zo geschikt afgelegen plek ook een gemeentelijk quarantaineterrein. Het was bedoeld voor bestrijding van besmettelijke ziekten van schepelingen. Het is echter nooit zodanig gebruikt, wel voor verpleging van tbc-patiënten. De streng geometrische inrichting werd in expressionistische stijl gebouwd door J.G. Snuif van Gemeentewerken. Het complex telde tien gebouwen, waaronder een reinigingsgebouw, een isoleerbarak en een zusterhuis, waarvan er nog negen over zijn. Sinds begin 1980 is het complex in gebruik als atelierruimte voor kunstenaars, die ijveren voor de monumentenstatus van de unieke gebouwen.

RDM ging failliet en in 1990 kwam Heijplaat onder vuur te liggen toen b&w bekend maakte dat het dorp na 2005 zou worden gesloopt om plaats te maken voor havenbedrijven. Na een handtekeningenactie en een protestmeeting werd van sloop afgezien. De wijk werd ingrijpend gerenoveerd. In 2008 werd de veerdienst met Rotterdam, die in 1968 was gesloten, weer hervat in de vorm van de Aqualiner.

Heijplaat zal komende jaren een metamorfose ondergaan. Het hoofdkantoor is inmiddels omgevormd tot onderwijs- en congresgebouw. Momenteel wordt op het RDM-terrein een RDM-campus ontwikkeld: een samenwerkingsverband tussen onderzoeksinstellingen, Havenbedrijf Rotterdam, Hogeschool Rotterdam en het Albeda-college, die havengerelateerd onderwijs aanbieden. RDM staat daarom tegenwoordig voor Research, Design & Manufacturing.

De foto komt uit de collectie RDM en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen