Tag Archives: 1934

Bloemfonteinstraat vanuit het noordwesten, 1934

De Bloemfonteinstraat vanuit het noordwesten, 1934. Op de achtergrond de Sint-Franciscuskerk aan de Paul Krugerstraat.

Bloemfontein is een Zuid-Afrikaanse stad in de gemeente Mangaung, provincie Vrijstaat, met ongeveer 250.000 inwoners. Ze is de hoofdplaats van de Vrijstaat en een van de drie officiële hoofdsteden van Zuid-Afrika. Als gerechtelijke hoofdstad huisvest ze onder meer het Hooggerechtshof.

Vanaf de jaren 30 van de 19e eeuw verlieten vele Nederlandstalige Voortrekkers de Britse Kaapkolonie tijdens de Grote Trek. In 1840 begon de Voortrekker Johannes Nicolaas Brits een boerderij bij een waterbron bij de Modderrivier. Deze boerderij werd zes jaar later gekocht door de Britse majoor Henry Douglas Warden, die hier Fort Drury bouwde. In 1848 lijfde de Britse gouverneur Harry Smith het gebied tussen de Oranje- en Vaalrivier in als de Britse Oranjeriviersoevereiniteit, met Bloemfontein als hoofdstad. De Boeren kwamen in opstand en wisten Warden te verjagen, maar werden uiteindelijk door Smith verslagen in de Slag bij Boomplaats die te Bloemfontein het nieuwe Queen’s Fort bouwde.

Vanwege dure conflicten met de Basotho overhandigden de Britten de Soevereiniteit aan de Boeren bij de Conventie van Bloemfontein, getekend op 23 februari 1854.

Stephanus Johannes Paulus (Paul) Kruger (Bulhoek (Britse Kaapkolonie), 10 oktober 1825 – Clarens (Zwitserland), 14 juli 1904), ook bekend als Oom Paul, was de vijfde president van de Zuid-Afrikaansche Republiek (Transvaal) en de meest prominente Boer tijdens en tussen de Boerenoorlogen.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Luchtopname van Rotterdam vanuit het zuiden, 1934

Luchtopname van Rotterdam met links de Waalhaven en daarnaast Oud-Charlois en de wijk Feijenoord. Onder
het Vliegveld Waalhaven, boven de Nieuwe Maas en de westelijke wijken van Rotterdam, 1934-1938.

De Waalhaven is vernoemd naar de rivier de Waal. Op 13 juni 1907 werd besloten tot aanleg van de haven. Bij deze aanleg verdween het grondgebied van de polders Robbenoord en Plompert. Ten zuiden van de Waalhaven werd in 1922 een vliegveld in gebruik genomen. Dit werd in mei 1940 door de Duitsers gebombardeerd. Op deze plaats ligt thans een bedrijventerrein. De namen van de hier aangelegde straten zijn vernoemd naar personen, die op enigerlei wijze iets met de luchtvaart te maken hadden.

In het begin van de vijftiende eeuw was het gebied dat tegenwoordig Charlois is, een onbebouwd terrein van slikken, kreken en uitgestrekte watervlakten. Dijken en sluizen ontbraken, eb en vloed hadden er vrij toegang, waardoor bewoning op dat stuk grond vrijwel onmogelijk moet zijn geweest. Deze toestand is waarschijnlijk ontstaan in het jaar 1373, toen een overstromingsramp de bestaande dijken had doorbroken en de oorspronkelijke bewoners had verjaagd als zij niet waren verdronken. Bijna een eeuw bleef het latere Charlois verlaten, in 1460 zijn er voor het eerst plannen voor het opnieuw bedijken van het gebied.

Het was Karel de Stoute, later hertog, maar op dat moment nog graaf van Charlois, die op 24 april van dat jaar de gronden van het gebied met de bijbehorende jacht- en visrechten aan een drietal edelen ten geschenke gaf. Karel had een jaar eerder de heerlijkheden Putten en Strijen van zijn vader ontvangen en daardoor de beschikking gekregen over het bovenbeschreven verdronken land, dat de naam Riederwaard droeg. De gift aan de drie edelen omvatte overigens niet de gehele Riederwaard, maar slechts het westelijk deel van dit gebied. Dat bleek duidelijk uit de tekst van de schenkingsoorkonde, waar de grenzen van het betreffende gebied minutieus beschreven worden. Dit westelijk deel van de Riederwaard werd de latere heerlijkheid Charlois.

Charlois bleef tot de annexatie door Rotterdam in 1895 een zelfstandige, agrarische gemeente.

De foto is gemaakt door KLM Aerocarto en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Zicht op de Galerij (links) en de Delftsevaart (rechts), 1934

Van de Hofpoort naar de Delftsche Poort liep vroeger een met bogen voorziene vestmuur, die bedoeld was om als verdedigingswerk dienst te doen. Later werd ze als kazerne gebruikt. In het laatst van de 18de eeuw is deze muur weggebroken. De naam bleef echter bestaan. Misschien was de ‘galerij’ één van de verdedigingswerken die na de Jonkerfransenoorlog werden gebouwd. Wij weten alleen zeker, dat er een galerij bij de waterpoort tussen twee torens in 1534 bestond, welke toen in betere staat is gebracht. Daar bij de Blauwe toren in het Westnieuwland in 1578 een galerij wordt genoemd, kan deze echter ook bedoeld zijn. Huizen met een galerij kwamen trouwens meer voor in Rotterdam. In de 17de en 18de eeuw treft men minstens zes huizen in verschillende straten aan, die ‘de Gelderij’ heetten. De huidige Galerij ligt iets ten zuiden van de vroegere straat van die naam. Vóór het bombardement in mei 1940 lag over de Delftsevaart een brug die Galerijbrug heette.

De Delftsevaart kan men beschouwen als een gedeelte van de vaart ‘van Rotterdam naar de Schie’, voor het graven waarvan graaf Willem IV op 9 juni 1340 aan Rotterdam vergunning gaf. Zij dankt haar naam aan de stad Delft. In 1368 sprak men van de vaart van der Spoeije en veel later nog, o.a. in 1608, is er sprake van Schieweg W.Z.. aan de Doelweg (Haagseveer). Beide zijden van de vaart hebben lang de naam Delftsevaart gedragen. De kaden werden eerst in het midden van de 16de eeuw bebouwd. Voor die tijd lagen hier slechts tuinen en scheepstimmerwerven. In het begin van de 19de eeuw noemde men het gedeelte dat tussen de Galerij en de Sint Jacobsstraat lag Rijkelui Delftsevaart. Verderop sprak men van de Gemeenelui Delftsevaart.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Rijnhaven, 1934

De Rijnhaven aan de noordzijde met op de kade personenauto’s van het merk Dodge, aangekomen per schip, 1934.

De Rijnhaven is een havenbekken in Rotterdam. De Rijnhaven is een van de oudste havens op de zuidoever van de Nieuwe Maas. De aanleg duurde van 1887 tot 1895. De oppervlakte is 28 ha.

De haven werd in eerste instantie gegraven als berghaven voor rijnschepen, voornamelijk voor in de winter als de rijnschepen door bevriezing van de bovenrivieren de Rijn niet konden opvaren. In 1888 schreef de directeur van Gemeentewerken, G.J. de Jongh in een rapport echter dat het transitoverkeer op Rotterdam bleef toenemen en dat daarom de nieuwe Rijnhaven door uitdieping geschikt moest worden gemaakt voor de grootste zeeschepen. De Rijnhaven werd een haven voor de overslag van massagoed ‘op stroom’. De zeeschepen meerden aan boeien, los van de kade. Later verloor de Rijnhaven de overslagfunctie en werd het weer vooral een berghaven voor binnenvaartschepen. Anno 2015 is zijn de ligplaatsen voor de binnenvaart verplaatst naar onder meer de Maashaven. De enige schepen die er nog varen komen om te lossen bij de Codricofabriek.

Dodge is een Amerikaans automerk dat in 1914 werd opgericht door John Francis Dodge en diens broer Horace Elgin Dodge. In 1928 werd het merk overgenomen door Chrysler en van 1998 tot 2007 maakte het deel uit van het Duitse concern DaimlerChrysler. Sinds 2014 maakt het deel uit van Fiat Chrysler Automobiles N.V., afgekort met FCA.

De broers John en Horace Dodge hadden als kind al een passie voor techniek. Na in Detroit in een fabriek van scheepsmotoren te hebben gewerkt richtten ze in 1887 een fietsbedrijf op, Dodge Brothers Bicycle & Machine Factory geheten. Beiden vulden elkaar hiervoor goed aan. John was het meest geïnteresseerd in het commerciële, Horace in het technische. Ze waren ook harde werkers en het bedrijf boekte al snel succes.

De fotograaf is Francois Henry van Dijk en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Het terrein van brouwerij d’Oranjeboom aan de Oranjeboomstraat, 1934

Luchtopname van het terrein van brouwerij d’Oranjeboom aan de Oranjeboomstraat, 1934.

De geschiedenis van de brouwerij gaat terug tot 1671. Met het samenvoegen van de Brouwerij De Dissel, die lag aan de Coolvest, vlak bij de Delftse Poort en de Brouwerij D’Orangienboom, die het jaar ervoor was opgericht in Rotterdam, wordt De Dissel in 1682 omgedoopt naar d’Orangienboom. Er volgde een groot aantal wisselingen van eigenaren in de jaren daarna.

Bij de verkoop in 1742 was de naam den Oranjeboom. Deze Rotterdamse brouwerij werd pas Bredaas toen in 1968 de brouwerij Drie Hoefijzers uit Breda samenging met Oranjeboom. De Drie Hoefijzers werd opgericht in 1538 als Den Boom. In 1628 werd de brouwerij hernoemd naar De Drie Hoefijzers, een vernoeming naar de tegenover gelegen smidse De Drij Hoefijssers. In 1885 werd de nieuwe brouwerij d’Oranjeboom in Rotterdam in gebruik genomen aan de Oranjeboomstraat. De BV van de in 1968 samengevoegde brouwerij kreeg de naam Oranjeboom Bierbrouwerij B.V. en viel onder de Nederlandse tak van het Britse Allied Breweries onder de naam Verenigde Bierbrouwerijen Breda-Rotterdam B.V.

In 1973 werd de naam gewijzigd in Skol Brouwerijen N.V. en verdween het merk Oranjeboom om plaats te maken voor Skol, maar toen dit merk geen succes bleek te zijn werd begin jaren 80 van de twintigste eeuw de naam Oranjeboom hersteld. De brouwerij in Rotterdam werd gesloten in 1990, de productie vond vanaf toen alleen nog in Breda plaats. Op 5 april 1993 werd naam van de Verenigde Bierbrouwerijen Breda-Rotterdam B.V. veranderd in de Oranjeboom Bierbrouwerij B.V. Op 6 februari 1995 nam het Belgische concern Interbrew de B.V. over van Allied Domecq. Op 29 mei 2004 werd de brouwerij van Oranjeboom in Breda gesloten. In 2007 werd het merk in een managementbuy-out meeverkocht aan United Dutch Breweries BV. Met uitzondering van de Benelux zijn zij nu eigenaar van het merk Oranjeboom.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Strevelsweg, 1934

De Strevelsweg bij het Sandelingplein met rechts de gereformeerde Sandelingpleinkerk, 1934.

De Strevelsweg draagt de naam van het gehucht Strevelshoek in de Zwijndrechtsche Waard. De Strevelswijk is onderdeel van de wijk Bloemhof, gelegen tussen de Strevelsweg en de Lange Hilleweg. De straten in deze buurt zijn genoemd naar dorpen, gehuchten, ambachten en polders uit de vroegere Zwijndrechtsche Waard.

Het Sandelingplein is vernoemd naar het Sandelingenambacht of Adriaan Pietersambacht in de Zwijndrechtse Waard.

De Sandelingpleinkerk was een karakteristiek Gereformeerd kerkgebouw met dakruiter. Buiten gebruik in 1968, sloop in 1970. In dit deel van Rotterdam-Zuid zijn destijds drie Gereformeerde kerkgebouwen in gebruik geweest:

Putsepleinkerk – gesloopt ;
Sandelingpleinkerk – gesloopt ;
Breepleinkerk, architectonisch de interessantste van deze drie, nog wel in gebruik.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Reliwiki. Zie http://www.reliwiki.nl/…/Rotterdam,_Strevelsweg_1_-_Sandeli…

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Lede, 1934

De Lede bij de Groenezoom met op de achtergrond de toren van de Vredeskerk, 1934.

De Lede is een landelijke naam in Tuindorp Vreewijk, die oorspronkelijk watering betekent.

De Vredeskerk is gebouwd als Hervormde Kerk. Het is een architectonisch zeer belangrijke interbellumkerk. Later een kerk van de Samen-Op-Weg Gemeente. Als kerk van de PKN buiten gebruik gesteld in 2005. Sinds 2005 in gebruik als Servisch Orthodoxe Kerk. Het interieur is sindsdien aangekleed met vele iconen. De oorspronkelijke ruimtewerking van de kerkzaal is vrijwel volledig intact.

De PKN maakt sinds 2005 (weer) gebruik van de houten Vredeskerk, gebouwd als noodkerk vlak ten oosten van de “grote” Vredeskerk.

In 1913 werd de NV Eerste Rotterdamse Tuindorp opgericht door K. P. van der Mandele, J. Mees en L.J.C.J. van Ravesteyn. Het doel van deze NV was “het stichten en exploiteren van een of meer tuindorpen, bijzonderlijk ten behoeve van de minder gegoede bevolkingsklasse”.

Het stratenplan van de wijk is gebaseerd op het oorspronkelijke sloten- en greppelpatroon van de voormalige polder, de singel langs de Langegeer was een brede sloot genaamd de Vliet en de Leede was een hoofdsloot. De vliet ontstond in de 15e eeuw en vormde de grens tussen het baljuwschap Putten in het westen en het baljuwschap Zuid-Holland in het oosten. De Vliet vormde ook de scheiding tussen de heerlijkheden West-IJsselmonde en Charlois en de polders Karnemelksland en Varkensoord.

Vreewijk is opgezet als een dorp en wordt gekenmerkt door veel groen. In het centrum ligt, zoals een clichématig dorp betaamt, De Brink. Het stratenplan werd ontwikkeld door Berlage (westelijk deel) en Granpré Molière (oostelijk deel). De huizen werden ontworpen door Granpré Molière, J.H. de Roos en W.F. Overeijnder.

In 1919 werden de eerste woningen opgeleverd. Het laatste deel, ten oosten van de Dordtsestraatweg, werd tijdens de Tweede Wereldoorlog opgeleverd.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Kipstraat 1934

De Kipstraat met rechts de Raadhuisstraat, 1934.

Al in 1373 komt een straat onder de naam Kipsloot voor die langs het water van die naam liep. Nu loopt de Kipstraat van de Goudsesingel naar het Groenendaal. In oude stukken, tot in het midden van de 16de eeuw, komt het water ook wel onder de naam Rotte voor. De naam Dijksloot herinnerde aan de oorspronkelijke bestemming, namelijk die van binnendijksloot langs de Schielands Hoge Zeedijk of Hoogstraat. Het gedeelte van de Oostpoort tot de Binnenrotte onderscheidde men als Kipsloot, het resterende deel van de sloot tot aan de Coolvest had verschillende benamingen. De Korte Kipstraat was de oudste benaming van het Achterklooster. Later werd de naam Korte Kipstraat gegeven aan de latere Kaasmarkt, die voordien Huibrug heette. De Kipsloot werd in 1860 gedempt. De oorsprong van de naam ligt in het duister. Deze staat in ieder geval niet in verband met de dieren van die naam. Gedacht zou kunnen worden aan een huisnaam. De Kipstraat liep vóór in mei 1940 het bombardement van de Botersloot naar de Goudsewagenstraat. Na de oorlog is de naam Kipstraat gegeven aan een straat die van de Goudsesingel naar het Groenendaal loopt.

De Raadhuisstraat is vernoemd naar het nabijgelegen raadhuis. Bij besluit B. 30 juni 1942 werd de naam gewijzigd in Stadhuisstraat.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Zuidhoek 1934

Café de Kruin aan de Zuidhoek vanaf de Grondherendijk, 1934 (geschat). Links de naar beneden lopende Charloisse Kerksingel.

De Zuidhoek is zo genoemd omdat ze zuidwaarts van de voormalige sluis te Charlois loopt. Ook de zuidwesthoek van de polder Charlois heette vanouds Zuidhoek.

De Grondherendijk is vernoemd naar de grondheren (grondeigenaars) van Charlois. Vóór 1895 droeg de Grondherendijk de naam Hooge Dijk. De Grondherenstraat ligt op het terrein van de vroegere Kerkegrient.

De Charloisse Kerksingel loopt rond de uit de 15de eeuw daterende Sint Clemenskerk in het oude dorp Charlois. Charlois en de Riederwaard (Reijerwaard) behoorden vroeger tot het land van Putten, een geheel onafhankelijk gebied met een eigen regering en een eigen recht. In 1456 ging dit gebied over van de heren van Gaesbeek op de hertog van Bourgondië, die er zijn zoon Karel de Stoute, graaf van Charollois (een graafschap in Bourgondië), mee beleende.

Door de vele hoge vloeden in de 14de en 15de eeuw liep dit gebied regelmatig onder water. Karel de Stoute wilde in 1460 ‘die lande, slijck, uterwairt ende Rietbroek, geheiten Riderwairt’ laten bedijken. Als voorwaarden werden daarbij gesteld dat dit land niet meer Riederwaard, doch Charlois zou heten, en dat er een kerk gesticht zou worden, gewijd aan Sint Clemens. Dit land omvatte de latere polders Karnemelksland, de Hille, Charlois, Robbenoord en Plompert. Door de goede bedijking en de gunstige ligging werd het gebied spoedig bebouwd.

Charlois was zowel een ambachtsheerlijkheid als een grondheerlijkheid. Bij eerstgenoemde berustte de jurisdictie, terwijl aan het bestuur van laatstgenoemde de zorg voor waterstaatszaken was opgedragen. In 1895 is Charlois door Rotterdam geannexeerd. De genoemde wegen komen in het begin van de 17e eeuw reeds officieel voor als Kade, Singel of Kerksingel en Lage Dijk. Het Charloisse Hoofd is het landhoofd dat ter hoogte van het voormalige dorp Charlois in de Nieuwe Maas ligt. Voordien was het Charloissche Hoofd de aanlegsteiger aan de westzijde van de Dokhaven. Aan het Hoofd lag de veerboot van Charlois op Schoonderloo. De Kerksingel loopt in de vorm van een halve maan rondom de Oude Kerk. Tot 1963 lag hier ook nog het Charloisse Spui, een besloten water, dat via een spuileiding in verbinding stond met de Dokhaven.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Boergoensevliet 1934

Gezicht op de Boergoensevliet uit het noorden, 1934.

Boergoens is een verbasterde afleiding van Bourgondië. Karel de Stoute (1433-1477) was hertog van Bourgondië en heer van Charlois. Bourgondië is een Franse streek waar goede wijnen worden geproduceerd.

Charlois (spreek uit: sjaarloos) en de Riederwaard (Reijerwaard) behoorden vroeger tot het land van Putten, een geheel onafhankelijk gebied met een eigen regering en een eigen recht. In 1456 ging dit gebied over van de heren van Gaesbeek op de hertog van Bourgondië, die er zijn zoon Karel de Stoute, graaf van Charollois (een graafschap in Bourgondië), mee beleende.

Door de vele hoge vloeden in de 14de en 15de eeuw liep dit gebied regelmatig onder water. Karel de Stoute wilde in 1460 ‘die lande, slijck, uterwairt ende Rietbroek, geheiten Riderwairt’ laten bedijken. Als voorwaarden werden daarbij gesteld dat dit land niet meer Riederwaard, doch Charlois zou heten, en dat er een kerk gesticht zou worden, gewijd aan Sint Clemens. Dit land omvatte de latere polders Karnemelksland, de Hille, Charlois, Robbenoord en Plompert. Door de goede bedijking en de gunstige ligging werd het gebied spoedig bebouwd.

Charlois was zowel een ambachtsheerlijkheid als een grondheerlijkheid. Bij eerstgenoemde berustte de jurisdictie, terwijl aan het bestuur van laatstgenoemde de zorg voor waterstaatszaken was opgedragen. In 1895 is Charlois door Rotterdam geannexeerd. De genoemde wegen komen in het begin van de 17e eeuw reeds officieel voor als Kade, Singel of Kerksingel en Lage Dijk. Het Charloisse Hoofd is het landhoofd dat ter hoogte van het voormalige dorp Charlois in de Nieuwe Maas ligt. Voordien was het Charloissche Hoofd de aanlegsteiger aan de westzijde van de Dokhaven. Aan het Hoofd lag de veerboot van Charlois op Schoonderloo. De Kerksingel loopt in de vorm van een halve maan rondom de Oude Kerk. Tot 1963 lag hier ook nog het Charloisse Spui, een besloten water, dat via een spuileiding in verbinding stond met de Dokhaven.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen