Tag Archives: 1935

Ungerplein, 1935

De Rotterdamse Schie vanaf de Schiekade oostzijde, 1935. Op de achtergrond de flat aan het Ungerplein en rechts net zichtbaar de Heulbrug.

De naam van deze kade is ontleend aan de Rotterdamse Schie, de vaart ten gevolge van een handvest van 9 juni 1340 gegraven van Overschie naar Rotterdam. Ze sloot aan op de reeds bestaande Delftse of Oude Schie, die Delft met Overschie verbond. Ter plaatse van het latere Hofplein kwam de Schie uit in de Kolk welke door de Rotte was gevormd. Vanaf dit punt ging de vaart door de stad onder de naam Delftsevaart. Deze was via een spuisluis verbonden met de Merwede (Nieuwe Maas). De Schie komt ook een enkele maal voor als Spuivaart. Langs beide zijden van de vaart werden kaden aangelegd. In het begin waren deze van weinig betekenis.

De Ungerpleinflat is een op de noordelijke hoek Schiekade/Ungerplein gelegen torenflat van dertien bouwlagen waarin zich oorspronkelijk luxe-appartementen bevonden. De torenflat maakt onderdeel uit van het Ungerpleincomplex, in 1928-1934 gebouwd naar ontwerp van Jo van den Broek in samenwerking met Heinrich Leppla volgens de principes van het Nieuwe Bouwen. Het complex is een rijksmonument.

De torenflat heeft per etage één vijf-kamerappartement op het Ungerplein en één zes-kamerappartement met dienstbodekamer georiënteerd op de Schiekade. De kamers waren bij beide woningtypen centraal gegroepeerd rond een hal en werden ontsloten door een ruim centraal trappenhuis met een dubbele lift. De flat, die volledig is opgetrokken in een betonskelet, vormt een architectonische eenheid met de aangrenzende bouwblokken rond het plein en aan de Schiekade doordat de borstweringen tussen de verdiepingen van de laagbouw doorlopen in de borstweringen van de flat. Aan het Ungerplein kragen de borstweringen van de flat iets uit. De hoofdingang bevindt zich aan het Ungerplein onder een betonnen luifel met een natuurstenen trappartij.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Gezicht in de Dordtselaan ter hoogte van de Mijnsherenlaan, 1935

Gezicht in de Dordtselaan ter hoogte van de Mijnsherenlaan, 1935.

De Dordtselaan loopt in de richting van de stad Dordrecht. De Dordtsestraatweg is de oude Charloisse Zeedijk, de noordoostelijke grens van de voormalige polder Charlois. Ze stond vroeger bekend onder de naam Oudeweg. De weg is onder keizer Napoleon bestraat. Vanwege deze betere bestrating heette hij ook wel Koninklijke Straatweg. In 1960 ontving het gedeelte van de Dordtsestraatweg, dat door de wijk Lombardijen loopt, de namen Spinozaweg en Pascalweg. De loop van dit gedeelte van de weg werd enigszins gewijzigd.

De Mijnsheerenlaan heet naar het dorp Mijnsheerenland in de Hoeksche Waard.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit de collectie Topografie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Rotte bij het Stroveer, met rechts de Langebrug, 1935

De Rotte bij het Stroveer, met rechts de Langebrug, 1935. Op de achtergrond de Rechter Rottekade en de Karnemelksbrug.

Het Stroveer verwijst naar een ligplaats voor met stro geladen schepen. In een ordonnantie op het hooi van 1720 staat vermeld dat met hooi geladen schepen, die niet bestemd waren voor de hooimarkt en langs de Schie of de Rotte de stad binnenkwamen om onderzocht te worden, moesten blijven liggen aan de Singel tussen de brug over de Schie en de Hofpoort, of tussen de Hofpoort en de ‘Vishoek’. Wat voor hooi gold, zal ook wel voor stro zijn bedoeld. Dit verklaart de naam. In het begin van de 19de eeuw sprak men van Strooveer of van Stroomarkt. Ook komt deze kade in die tijd voor als Schipperstentenveer of Tentenveer. Deze namen zullen ontleend zijn aan de tenten, die de stroschippers ter beschutting van hun waren op de schepen hadden neergezet. Voor het bombardement in mei 1940 lag het Stro(o)veer langs de Rotte in het verlengde van de Rechter Rottekade tussen Katshoek en spoorwegviaduct. De huidige straat van die naam maakt deel uit van het buurtje op het voormalige Heliportterrein, in de volksmond bekend als Klein Volendam. Ze ligt ter plaatse van het vroegere Stroveer.

De Langebrug verkreeg haar naam om haar lengte. Het was brede overwelfde stenen brug over de Rotte bij de Pompenburgsingel. Deze brug kwam tot stand ten gevolge van de demping van Goudsesingel en Pompenburgsingel in 1904. Voordien lag op deze plaats een brug als verbinding tussen het Strooveer en het Couwenburgseiland.

De naam van de Karnemelksbrug verwijst naar de zuivelproducten van de dorpen aan de Rotte die via de nabijgelegen Karnemelkshaven in de stad werden gebracht. De Karnemelkshaven was oorspronkelijk de verbinding tussen de Rotte en de stadsvest (Goudsesingel). De oude naam was Buitenbotersloot of Dwarsrottekade. De haven is in 1861 gedempt. De Karnemelksbrug lag over de Rotte in het verlengde van de gedempte haven. De huidige brug van die naam ligt in de Goudsesingel over het Stokviswater. De huidige Karnemelkshaven is een watertje dat ligt tussen het huizencomplex bij Hofdijk en Admiraal de Ruyterweg en dat in de Rotte stroomt.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Delistraat, 1935

Gezicht in de Delistraat bij de Lombokstraat, 1935. Rechts de Veerlaan.

In 1863 begon de Nederlander Jacob Nienhuys een tabaksplantage op Deli, en in het volgend jaar kwam de eerste Delitabak in Amsterdam op de markt. De kwaliteit was verbluffend goed, en de plantage werd snel uitgebreid. In 1869 richtte Nienhuys de Deli Maatschappij op. In de volgende jaren werden hij en andere planters schatrijk, maar dit ging ten koste van de vele koelies, die ze voor het plantagewerk uit Java hadden gehaald. Om hen onder de duim te houden vaardigde het gouvernement van Nederlands-Indië de Koelie-ordonnantie uit, waarin strafrechtelijke bevoegdheden werden overgedragen aan de plantagehouders. Zo ontstond in feite een nieuwe vorm van lijfeigenschap, al was formeel sprake van arbeidscontracten.

Lombok is een Indonesisch eiland dat behoort tot de Kleine Soenda-eilanden. Het ligt in de Indische Oceaan ten oosten van Bali en ten westen van Soembawa. Het heeft een oppervlakte van 4725 km² en telt 2,4 miljoen inwoners. De hoofdstad is Mataram. De stad telt ongeveer 365.000 inwoners en ligt aan de westkant van het eiland. Senggigi, halverwege Mataram en de Gili-eilanden. Lombok is wat kleiner dan Bali, is veel minder toeristisch en de bevolking is er minder welvarend.

De Veerlaan herinnert aan het veer van Rotterdam naar Katendrecht. In 1599 kreeg de stad dit veer tussen Katendrecht en Coolhoek voor 10 gulden per jaar in erfpacht van de Ridderschap, Edelen en Steden van Holland en West-Friesland. De stad kocht in 1849 voor 150 gulden die recognitie af.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Willemsbrug met voetgangers en fietsers, 1935

De Willemsbrug met voetgangers en fietsers, 1935. Op de achtergrond de Boompjes.

De Willemsbrug is een brug over de Nieuwe Maas in het centrum van Rotterdam. De brug verbindt de rechteroever van de Nieuwe Maas met het Noordereiland. De huidige brug is de tweede Willemsbrug. De eerste werd ontworpen door C.B. van der Tak, werd in 1878 opengesteld en vernoemd naar koning Willem III. De tweede brug is ontworpen door Cor Veerling en is opgeleverd in 1981.

In 1927 werd de brug enkele meters opgevijzeld en van zijn ornamenten ontdaan. Ook werden het fiets- en voetpad naar de buitenzijde van de brug verplaatst, omdat het sterk toegenomen wegverkeer voor steeds gevaarlijkere situaties zorgde. De Willemsbrug was tot de opening van de Maastunnel tijdens de Tweede Wereldoorlog de meest westelijke vaste oeververbinding over de Maas, zodat ook het steeds belangrijker wordende internationale verkeer gebruik maakte van deze verbinding dwars door het oude centrum van Rotterdam.

Deze straat dankt zijn naam aan de dubbele rij lindenbomen die in 1615 werd geplant. In mei 1613 werden 117 erven langs de muur en de wallen tussen de Leuvehaven en de Oudehaven door de stad voor scheepswerven uitgegeven. Het eerste huis werd daar in 1614 gebouwd en in het daaropvolgende jaar werd een dubbele rij lindebomen geplant. Toen er huizen werden gebouwd is de noordelijkste rij bomen gerooid. In 1619 is de kade bestraat. Het oostelijk gedeelte van de Boompjes werd vroeger Koperroodkade genoemd naar de lading van de schepen die hier aanlegden. Ter gelegenheid van de geboorte van de zoon van Keizer Napoleon in 1811 werd de Boompjes verdoopt in Quai Napoléon of Napoleons Kaay. Deze naam is maar korte tijd van kracht geweest. De Boompjes vormen thans een onderdeel van de Maasboulevard. De lage laad- en loskade langs het water ontving de naam Boompjeskade.

De foto komt uit de collectie Koops en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia en uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Statensingel met de Prinsekerk, 1935

Deze singel is vernoemd naar de Staten van Holland. Dit college ontstond in de middeleeuwen als samenwerkingsorgaan van de schillende staten (standen). In Holland waren hierin de ridderschap en de steden vertegenwoordigd. De staten werden oorspronkelijk door de landsheer (in Holland de graaf) bijeengeroepen indien deze geld nodig had voor het overheidsapparaat of het voeren van oorlog. Dit geld werd hem dan verstrekt tegen toekenning van privileges (voorrechten). Sinds 1572 kwamen de Staten van Holland op eigen gezag bijeen. In 1581 werd de landsheer (koning Filips II) afgezworen. Tot 1795 vormden de Staten de regering over het autonome gewest Holland.

De Prinsekerk werd gebouwd naar een ontwerp van de architecten Meischke en Schmidt en dit fraaie gebouw werd gesitueerd op de hoek van de Statensingel en de Schepenstraat. De eerste steen werd gelegd door Mr. Abm. van der Hoeven op 17 December 1932. Op 13 december 1933 werd de kerk door ds. A.C.G. den Hertog in gebruik genomen.

De naam Prinsekerk ontleende men aan het feit dat het in 1933 vierhonderd jaar geleden was dat Willem de Zwijger werd geboren.

Toen in 1933 de laatste dienst plaats vond in de Hervormde Oosterkerk te Rotterdam, gebouwd in 1682 en gesloopt in 1933/1934, besloot men het orgel en het merendeel van het meubilair over te brengen naar de toen nieuw gebouwde Prinsekerk. Mede hierdoor is het interessant om deze kerk eens van binnen te bezichtigen. Zo zijn er bijzonder fraaie meubelstukken bewaard gebleven, t.w.: de vierkanten eiken preekstoel met drie weelderig met lover gesneden rechthoekige panelen. Het voorste toont een opengeslagen bijbel als symbool van het geloof. Het linker paneel heeft het anker als teken van de hoop. De liefde en barmhartigheid wordt op het rechterpaneel gesymboliseerd door een gevleugeld en brandend hart.

De foto komt uit de collectie Koops en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van reliwiki. https://www.reliwiki.nl/…/Rotterdam,_Schepenstraat_69_-_Pri…

Met medewerking van Rotterdam van toen

Gezicht in het Plaswijckpark, 1935

Gezicht in het Plaswijckpark met het paviljoen voor de witte konijnen, pauwen en fazanten, 1935 (geschat).

Het Plaswijckpark werd in 1923 opgericht in Hillegersberg door de Rotterdamse horecaondernemer C.N.A. Loos, als Theetuin Hillegersberg. De theetuin was een van de vroegst opgezette recreatieparken in Nederland. Het park bestond naast de theeschenkerij uit een Engelse landschapstuin, speeltuin met uitkijktoren en een dierentuin, waar onder meer apen en wallabies te zien waren. Omdat het park in één jaar zoveel bezoekers trok, werd het een jaar later uitgebreid met een bloemen- en plantenkwekerij.

De volledige naam van het ruim opgezette recreatiepark langs de Bergse Achterplas luidde: Plaswijckpark, Wandel- en Dierenpark. Stapsgewijs werd het park uitgebreid met onder andere een rotsplateau, een rosarium, een tuin met een vijver en een café-restaurant . Dit horecapaviljoen met verschillende niveaus en terrassen werd het Amphitheater genoemd.

Het park ontwikkelde de eerste tien jaar goede spel- en sportvoorzieningen. In het park konden roeibootjes en kano’s worden gehuurd, er was een rondvaartboot, plekken voor sportvissers en een deel van het park werd bestemd voor een ijsbaan. In de zomer was het strandbad geopend, dat vanwege het donkere water de Inktpot werd genoemd. Ook was er een tennisbaan, maar daar konden alleen leden gebruik van maken.

De kracht van het Plaswijckpark was de veelzijdigheid van het park. Vanaf het begin waren er speciale attracties voor kinderen, zoals schommels, klimrekken en wippen. Het park vormde een ontspannings- en vermaakcentrum voor het hele gezin. Plaswijck was er om te flaneren, had goede sport- en spelmogelijkheden en speelde een educatieve rol, waarbij de dieren en planten tot kennisvergroting dienden. Naast de vaste attracties waren er ook culturele evenementen, zoals muziekuitvoeringen en poppenkastvoorstellingen.

Door haar veelzijdigheid kon het Plaswijckpark zich meten met de grote Europese stadsparken. Tussen 1923 en 1933 telde het park tweehonderdvijftigduizend bezoekers per jaar. Het park was tegen betaling toegankelijk, of mensen konden lid worden en dan was de toegang gratis. De toegang was relatief laag, zodat het park betaalbaar was voor de meeste Rotterdamse arbeidersgezinnen. Zij maakten in de zomer massaal gebruik van het park.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Rooms-katholieke Kruisvindingkerk aan de Beukendaal , 1935

Gezicht op de rooms-katholieke Kruisvindingkerk aan de Beukendaal (rechts), 1935. Links de Breeweg.

Parochie, opgericht jaren 1920, in een toen in aanbouw zijnde wijk in Rotterdam-Zuid, aan de rand van tuindorp Vreewijk.

Grote, driebeukige basilicale kerk met breed middenschip en vierkante westtoren, opgetrokken in een traditionalistische stijl, onder invloed van het romaans. Gebouwd als zogenaamde volkskerk (alle gelovigen vinden in het middenschip een plaats met onbelemmerd zicht op het altaar) is het typerend in het oeuvre van H.P.J. de Vries. De ronde mozaïeken afbeeldingen van de Twaalf Apostelen werden in de jaren 1940 door L. Lourijsen aangebracht.

De Rotterdamse architect De Vries (1895-1965), winnaar van de Prix de Rome in 1918, was samen met onder andere A.J. Kropholler toonaangevend in de R.K. kerkbouw van het interbellum. Hij ontwierp destijds een aantal kerken, onder andere de Christus Koning in Rotterdam-Hillegersberg, de St. Jan de Doper in Leeuwarden-Huizum, de bedevaartskerk H.H. Martelaren van Gorcum in Brielle en de St. Jan de Evangelist in Breezand.

Het orgel, dat vroeger achterin (onderin de toren) stond, staat nu in het koor. Kerk, pastorie en andere gebouwen in dit blok zijn in 2018 aangewezen als Gemeentelijk monument.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van reliwiki.nl. https://reliwiki.nl/…/Rotterdam,_Beukendaal_2_-_Kruisvinding

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Rotterdamse Schie met de Schieweg en de Heulbrug, 1935

De Rotterdamse Schie met de Schieweg en de Heulbrug, 1935-1939. Rechts de Walenburgerweg. Op de achtergrond de Schiekade.

De Rotterdamse Schie is de vaart, die ten gevolge van een handvest van 9 juni 1340 werd gegraven van Overschie naar Rotterdam. Ze sloot aan op de reeds bestaande Delftse of Oude Schie, die Delft met Overschie verbond. Ter plaatse van het latere Hofplein kwam de Schie uit in de Kolk welke door de Rotte was gevormd. Vanaf dit punt ging de vaart door de stad onder de naam Delftsevaart. Deze was via een spuisluis verbonden met de Merwede (Nieuwe Maas). De Schie komt ook een enkele maal voor als Spuivaart. Langs beide zijden van de vaart werden kaden aangelegd. In het begin waren deze van weinig betekenis.

De gemeenteraad besloot op 22 juni 1939 tot demping van het gedeelte van de Schie, gelegen tussen het Hofplein en het Stadhoudersplein. Deze demping geschiedde voor een groot gedeelte met het puin van de huizen, die verwoest waren bij het bombardement. Sindsdien is een bekend Rotterdams gezegde ‘Eerst lag de Schie in Rotterdam, thans ligt Rotterdam in de Schie’.

De Walenburgerweg herinnert aan de vroegere hofstede Walenburg. In 1579 kocht Hillegont Pieters, echtgenote van Adriaen Pietersz., ‘de ruyge werff groot omtrent vijf hont lants’. Hierop werd een hofstede gebouwd, die vermoedelijk al vrij spoedig de naam ‘Walenburg’ gedragen zal hebben naar de op dit terrein gelegen Waal. De zoon van genoemde Hillegont Pieters noemde zich in 1594 namelijk Pieter Adriaensz. Walenburg. In de transportregisters komt de naam voor het eerst voor in een akte uit 1727. Er is dan nog steeds sprake van een hofstede. Eerst in 1801 komt ‘Walenburg’ voor als buitenplaats met herenhuis. De buitenplaats werd in 1881 verkocht en daarna als bouwgrond uitgegeven. Het herenhuis is eerst in de jaren vijftig van de 20ste eeuw afgebroken. De Walenburgerweg vormde voor 1886 een onderdeel van de Beukelsdijkscheweg. De oudste benaming van dit weggedeelte was West Blommersdijkscheweg. Het Walenburgerplein ligt op het terrein van de vroegere buitenplaats. Op de plaats van het plein lag van 1896 tot 1932 de Walenburgstraat.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Voorhaven met op de achtergrond molen de Distilleerketel, 1935

De Voorhaven met op de achtergrond molen de Distilleerketel, 1935-1939. Op de voorgrond worden vaten verladen op de kade voor Henkes distilleerderij.

Voor Delfshaven en Rotterdam in 1886 werden samengevoegd, droeg de Voorhaven de naam Oudehaven. Daar laatstgenoemde naam reeds in Rotterdam voorkwam werd de naam Voorhaven, waaronder de haven ook wel bekend stond, officieel vastgesteld. Eveneens werd in 1886 de naam Voorstraat officieel vastgesteld. Deze naam, die aansluit op denaam Voorhaven, was reeds voor 1886 in gebruik.

In 1824 kocht Johannes Hermanus Henkes samen met twee vennoten, Arie de Jong en Gerke d’Arnaud Gerkens, de reeds bestaande korenwijnbranderij aan de Voorhaven 27 te Delfshaven op en noemden deze: De Ooyevaar. Ook namen zij een aandeel in de moutmolen “De Distilleerketel”, die zich op het Middelhoofd bevond. De ooievaar kan mogelijk in verband gebracht worden met de Haagse afkomst van Arie de Jong.

Op het ogenblik van koop was de branche herstellende van de crisis onder de Napoleontische tijd, toen bijna de helft van de Delfshavense destilleerderijen moest worden gesloten. In 1850 verving hij de rosmolen in de destilleerderij door een stoommachine en was daarmee de eerste in zijn branche die zulks deed. In de jaren 60 van de 19e eeuw werd het nog bestaande pand gebouwd, dat de hele wand Voorhaven 19-31 bestreek.

Het product van De Ooyevaar werd ook geëxporteerd en verwierf een medaille op de Wereldtentoonstelling van 1867 te Parijs.

De familie Henkes ondertussen spreidde haar activiteiten. Zo werd de Rotterdamsche Boek- en Kunstdrukkerij opgezet. Daarnaast werd een vennootschap aangegaan met de steenfabriek De Vlijt te Halsteren.

Van 1948 tot 1977 werden merken als Henkes Jonge Jenever, Henkes Vieux, Henkes Bessenjenever en vruchtendranken op de Nederlandse markt gebracht. In 1959 verkreeg Henkes het predicaat “Hofleverancier”. In 1967 werd de productie verplaatst naar Hendrik-Ido-Ambacht. Henkes was nu in handen gekomen van de Suiker Unie. In 1970 werd de Henkes Verenigde Distilleerderijen (HVD) opgericht, waarin de distilleerderijen van de Koninklijke Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek en die van de Zuid-Nederlandsche Melasse-Spiritusfabriek werden ondergebracht. Iets later werd Rynbende overgenomen.

In 1986 begon Bols, toen reeds marktleider op dit terrein, zijn positie te verstevigen en kocht Henkes op. Henkes werd daarmee een merk van Bols.

De foto komt uit het archief van Spaarnestad en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen