Tag Archives: 1935

Station Delftsepoort-Proveniersplein, 1935

De achterzijde van het station Delftse Poort, met de toegangsbrug aan het Proveniersplein, 5 juli 1935.

Station Rotterdam Delftsche Poort was een spoorwegstation aan de Oude Lijn van Amsterdam naar Rotterdam. Het station lag ten oosten van het huidige station Rotterdam Centraal.

Het eerste station Delftsche Poort werd geopend in 1847 bij de voltooiing van de spoorlijn Amsterdam – Rotterdam. Het station werd ontworpen door Cornelis Outshoorn, een assistent van Frederik WillemConrad. Hij koos voor een neo-Tudorstijl met drie grote bogen over het spoor waar de stoomtrein onder door kon.

In 1868 werd besloten een spoorwegviaduct (het Luchtspoor) door de stad te bouwen voor de verbinding met Dordrecht. De ligging van het station Delftsche Poort bleek niet te combineren met het aan te leggen viaduct, waarna een nieuw station Delftsche Poort ten noordwesten van het oude station werd gebouwd. Dit station was ontworpen door K.H. van Brederode en werd opgeleverd in 1877. Het eerdere stationsgebouw werd omstreeks 1878 afgebroken.

Door het bombardement van 14 mei 1940 raakte het station Delftsche Poort ernstig beschadigd. Het station werd in 1957 vervangen door het Station Rotterdam CS, dat, behoudens op het stationsgebouw zelf, in de communicatie van de NS sinds 29 mei 2000 Rotterdam Centraal heette.

De foto komt uit de Collectie Koops en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Gezicht onder het spoorwegviaduct over de Binnenrotte, 1935

De Binnenrotte is de straat tussen de Lombardkade en de Hoogstraat waar de centrummarkt wordt gehouden, oorspronkelijk een gedeelte van de rivier de Rotte.

Op de kruising van de Hoogstraat en de Binnenrotte ontstond rond 1270 op de plek waar de dam in de Rotte werd geslagen de stad Rotterdam. In 1340 ontving Rotterdam het stadsrecht en in 1358 werd de stad omvest. Vanaf 1600, toen de uitleg naar de Maas was voltooid, had de stad Rotterdam de vorm van een driehoek. Ze bestond uit twee delen: het waterrijke deel tussen Maas en Blaak waar zich de haven ontwikkelde (Waterstad), en het ommuurde gedeelte tussen Goudsesingel, Coolsingel en Blaak (Landstad).

Het hart van de oude Landstad heet nu Laurenskwartier, genoemd naar het oudste gebouw: de Laurenskerk. Tussen 1600 en 1650 groeide de bevolking van 13.000 naar 30.000 inwoners. Eeuwenlang vonden de belangrijkste activiteiten plaats rond de Laurenskerk. Tegen 1700 was de stadsdriehoek volgebouwd en Rotterdam een bloeiende koopmansstad.

De Binnenrotte was oorspronkelijk een gedeelte van de rivier de Rotte. Aan de Binnenrotte vond in de negentiende eeuw de grootste verkeersdoorbraak plaats, omdat er een rechtstreekse railverbinding moest komen tussen Antwerpen en Rotterdam met aansluiting op de spoorbrug over de Maas. Men besloot voor een verbinding over een viaduct hoog boven de stad. Daarvoor werd in 1871 de Binnenrotte gedempt. Daarmee kwam er definitief een einde aan het water waarlangs Rotterdam is ontstaan. Voor de doorbraak werden ter hoogte van de Moriaansteeg negentien huizen gesloopt evenals de Korenbeurs aan het Steiger.

Het luchtspoor werd op 1 mei 1877 in gebruik genomen. De bogen van het luchtspoor verschaften niet alleen een droog onderdak aan straathandelaren maar ook voor prostituees was het een perfect werkterrein. In 1993 werd het viaduct gesloopt nadat het overbodig was geworden door de aanleg van de Willemsspoortunnel. Tijdens de werkzaamheden kwam de oude loop van de Rotte weer te voorschijn en speciaal de plaats van de dam.

De Binnenrotte werd een grote open ruimte die sinds 1995 op dinsdag en zaterdag gebruikt wordt door de Rotterdamse Centrummarkt, een algemene warenmarkt met ruim 450 kramen. Tot de afbraak van het viaduct dienden de bogen als plaats voor de weekmarkt, die in 1958 van het Noordplein naar de Binnenrotte was verplaatst. Een tijdelijke verhuizing naar de Mariniersweg vond plaats in 1989 in verband met de aanleg van de Spoortunnel.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam

Met medewerking van Rotterdam van toen

Het Haagseveer en de Kikkersteeg, 1935

Het Haagseveer en de Kikkersteeg, 1935. Op de achtergrond de toren van het stadhuis.

Het schippersveer op Den Haag was aan deze kade gelegen evenals het kantoor van het wagenveer. Een huis ”s-Gravenhage’ trof men hier al in 1596 aan. In het midden van de 17de eeuw is er sprake van ‘het Haagscheveer’ op de Delftsevaart, in 1707 is er bijgevoegd ‘naest het Coolhuys’ (de Sint Jorisdoelen). Delftsevaart was vroeger de gewone naam van deze straat. Later sprak men van Delftsevaart, anders genaamd Haagseveer. De laatste naam kwam in de 19de eeuw steeds meer in zwang. Na het bombardement werd het Haagseveer in zuidelijke richting verlengd met een gedeelte van de Westewagenstraat.

De naam Kikkersteeg is waarschijnlijk terug te voeren op een huisnaam. In de periode 1585-1620 komt naast de naam Kikkersteeg ook die van Hollandsche Nachtegaalsteeg voor naar het huis ‘de Hollandsche Nagtegael’ in deze steeg. In het midden van de 18de eeuw stond op de hoek van het Haagseveer en de steeg een huis met een tegel, waarop drie kikvorsen waren afgebeeld. Het is ook mogelijk dat de steeg deze naam dankte aan de grote hoeveelheid kikkers, die hier vroeger werden aangetroffen. Dat in 1585 Jan Cornelisz. ‘Bouman’ verschillende erven verkocht, wijst op een boerenbedrijf dat daar gevestigd was. Ook kwam in dit gebied in 1812 nog een Kikkerslooot voor. De kroniekschrijver Jan Gerritsz. Van Waerschutvermeldt, dat omstreeks 1584 dit gehele terrein nog een laag moeras was. De steeg liep van het Haagseveer naar de Coolvest. Bij besluit B&W 26 maart 1937 werd de naam Kikkersteeg ingetrokken.

De foto is gemaakt door Volkshuisvesting en Bouwpolitie en komt uit de collectie topografie Rotterdam. De foto en informatie komen uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Vroesenlaan, 1935

Panden aan de Vroesenlaan, 1935.

De Vroesenlaan is vernoemd naar de vooraanstaande Rotterdamse familie Vroesen. In de zeventiende en achttiende eeuw waren verschillende familieleden lid van de Rotterdamse vroedschap en burgemeester van de stad. Niet iedereen hield zich alleen met besturen bezig. Zo’n voorbeeld is Adriaen Vroesen, die in 1669 zijn vader als burgemeester opvolgde. Als rijke regent was hij ook geïnteresseerd in het sociale en wetenschappelijke leven. Hij liet zelfs voor het (Rotterdamse) volk een enorm planetarium bouwen om ze daarmee te overtuigen dat niet de aarde maar de zon het middelpunt van het heelal was. Dat was ruim een eeuw eerder dan het nu bekende planetarium van Eise Eisinga in Franeker. Het planetarium werd in 1710 geschonken aan de Leidse Universiteit, vervolgens aan de Leidse sterrenwacht en het werd in 1931 overgedragen aan Museum Boerhaave in Leiden.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Groenendaal, 1935

Onder deze naam komt al in 1550 de kade ten zuiden van de Steigersgracht voor. Pas in 1576 werd de verbinding tussen deze gracht en de Nieuwehaven tot stand gebracht. Het gedeelte van de Steigersgracht, waarlangs het Groenendaal liep en dat gelegen was tussen de Valkenbrug en de Nieuwehaven, kwam ook voor onder de naam Groenendaalsgracht. De naam Groenendaal herinnert aan de oude toestand in het begin van de 16de eeuw, toen dat gehele gedeelte nog weiland en tuin was en men ten zuiden van de buitendijksloot (Steigersgracht) als in een groen dal kwam. Op 11 januari 1911 werd besloten tot demping van de Groenendaalsgracht. Daarbij verviel ook de vroegere Poppenbrug, die over deze gracht lag ter hoogte waar ze in de Nieuwehaven uitkwam. Het huidige Groenendaal ligt ongeveer ter plaatse van de vroegere straat van die naam.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Rubroekstraat 1935

De Rubroekstraat, 1935.

Deze straat heet naar het vroegere ambacht Rubroek, dat reeds omstreeks 1283 wordt vermeld. De oudste vorm is Rubroke, later komt ook voor Ruychbroek en Ruychpolder. Ruw en ruig zijn verwanten woorden. Rubroek moet verklaard worden als woest, nog niet ontgonnen moerasland. De polder Rubroek, bestaande uit Achter- of Oud-Rubroek en uit Voor-Rubroek of Vorenbroek werd vroeger, wat betreft waterschapszaken, bestuurd door ambachtsheren of molenbewaarders. Deze werden reeds in het midden van de 16de eeuw door Rotterdam aangesteld. Achter- of Oud-Rubroek behoorde tot de jurisdictie van Hillegersberg, Voor-Rubroek tot die van Rotterdam. Beide gedeelten waren gescheiden door de Oude Zeedijk. Van 1897 tot 1949 had men in deze buurt ook het Rubroekspad.

De foto komt uit de collectie Topografie Rotterdam en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Sportveld en tennisbaan op Dijkzigt, 1935-1940

Op de voorgrond de Melkkoplaan. Op de achtergrond het kantoorgebouw van Unilever.

De wijk Dijkzigt ligt in het vroegere Land van Hoboken, dat tot 1924 als een groene oase in de stad Rotterdam lag. De naam Dijkzigt komt van de ‘Villa Dijkzigt’ van de familie van Hoboken. In deze villa aan de Westzeedijk is tegenwoordig het Natuurhistorisch Museum Rotterdam gevestigd.

In de wijk Dijkzigt zijn voornamelijk musea, onderwijsinstellingen en kantoren gevestigd. Het grootste complex in de wijk is het Erasmus MC, dat momenteel vernieuwd wordt.

De Melkkoplaan herinnert aan boerderij ‘De Melkkop’, die vroeger in deze buurt lag. De boerderij kwam al in 1572 voor. In het midden van de 19de eeuw was ze een druk bezochte uitspanning, waar men melk, karnemelk en room kon krijgen. Ze werd daarom ook wel het Groote Roomhuis genoemd. Achter de boerderij strekte zich in noordelijke richting de Melkkopperwetering uit, die voor 1886 een onderdeel was van de grens tussen Rotterdam en Delfshaven. Bij de opspuiting van het Land van Hoboken rond 1927 zijn boerderij en wetering verdwenen. Voordien vormde dit pad een onderdeel van de Museumlaan. Bij besluit B&W 2 oktober 1963 werd de naam ingetrokken. Sindsdien vormt de laan een onderdeel van de Westzeedijk.

Het voormalig kantoor van Unilever is thans de hoofdvestiging van Hogeschool Rotterdam aan het Museumpark in Rotterdam. Het is tussen 1930 en 1931 gebouwd als hoofdkantoor van Unilever in zakelijk-expressionistische trant naar een ontwerp van architect H.F. Mertens.

Het gebouw ligt precies in de zichtas van het Eendrachtsplein en neemt door zijn architectonische autoriteit een cruciale positie in binnen het stedenbouwkundige plan dat W.G. Witteveen in 1926 voor dit gebied, het voormalige Land van Hoboken, maakte.

Tussen 1959 en 1962 werd het voormalige Unilevergebouw aan de zuidwestelijke zijde uitgebreid met een schijfvormige hoogbouw naar ontwerp van architect A.J.B. van der Graaf.

In 1993-94 werd het kantoor door EGM-architecten verbouwd ten behoeve van de Hogeschool Rotterdam en Omstreken, waardoor het oorspronkelijk interieur grotendeels verloren ging

De fotograaf is Richard Boske en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Libanon Hogere Burgerschool aan de Ramlehweg, 1935

De Libanon Hogere Burgerschool aan de Ramlehweg, 1935. Op de achtergrond de gasfabriek van Kralingen.

Het Libanon Lyceum is een openbare school voor voortgezet onderwijs voor mavo, havo, en vwo (Atheneum en Gymnasium) in Rotterdam. De school bestaat uit twee gebouwen, de onderbouw (klassen 1, 2 en 3 havo/vwo) krijgt les op de Mecklenburglaan, en de bovenbouw (klassen 3 mavo, 4, 5 en 6) op de Ramlehweg. Het gebouw aan de Ramlehweg is ontworpen door Grandpré Moliere.

Marinus Granpré Molière (1883-1972) behoort niet tot de bekendste architecten van Nederland, maar wel tot de invloedrijkste. Hij was de voorman van de zgn. Delftse School, een architectuurstroming die een tegenwicht voor het Nieuwe Bouwen vormde en een terugkeer beoogde naar traditionele waarden, vormen en materialen in de architectuur.

De naam Delftse School is afgeleid van de Delftse Technische Hogeschool, waar Granpré Molière van 1924 tot 1953 hoogleraar was. Zijn meeslepende colleges over Schoonheidsleer en Stedebouw waren invloedrijk en hij inspireerde een hele generatie architecten: J.F. Berghoef, A.J. Kropholler, de gebroeders Van der Laan, Pouderoyen en Kraaijvanger. Maar ook niet-traditionele architecten als Rietveld, Van Tijen en Bakema waren geboeid door zijn ideeën. Mart Stam werkte enige tijd op zijn bureau.
Molière bekeerde zich in 1927 tot het katholicisme. Het mede door hem opgerichte Rooms Katholiek Bouwblad was vanaf 1929 de spreekbuis van de Delftse School.

Granpré Molière studeerde in 1908 cum laude af aan de TH in Delft. Van 1910 tot 1914 werkte hij bij Gemeentewerken in Rotterdam. Hij ontwierp onder anderen de Libanon HBS aan de Ramlehweg.

De Ramlehweg ligt ter hoogte van het vroegere buitenhuis ‘Ramleh’ dat in de tweede helft van de jaren dertig werd gesloopt. Het droeg de naam van een stad in Israël.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt uit het Stadsarchief Rotterdam, van Wikipedia en van rotterdam.nl.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Nieuwe Leuvebrug, 1935

Een ambtenaar van de Havendienst, vermoedelijk brugwachter, ter hoogte van de Nieuwe Leuvebrug, 12 januari 1935.

Deze brug werd vernoemd naar de oude kreek ‘de Leuve’ of ‘de Loeve’, zoals de naam meermalen in de stadsrekening van 1426/27 voorkomt. In de 16de eeuw was de stad eigenares geworden van het land aan de Leuve. Op 23 april 1598 werd aan de westzijde van de kreek de grond in erven uitgegeven. Daarna begon men met het graven van de haven die in 1608 gereed kwam. In het begin sprak men van Nieuwehaven, doch daar dit verwarring kon geven, werd Leuvehaven al spoedig de enige naam.

Over de haven lagen twee bruggen, de Leuvebrug en de Nieuwe Leuvebrug. Eerstgenoemde brug, ook wel Oude of Lange Leuvebrug genoemd, dateerde uit 1609 en werd kort na de Tweede Wereldoorlog gesloopt. De straat die op de brug uitliep heette Leuvebrugsteeg, vroeger ook wel Breede Leuvestraat of Brugsteeg geheten. Bij het bombardement in mei 1940 is de steeg verdwenen. De ten zuiden van de Leuvebrug gelegen Nieuwe Leuvebrug was in 1849 gebouwd. In de jaren vijftig van de 20ste eeuw werd ze afgebroken en vervangen door een nieuwe brede brug die eveneens deze naam kreeg. Het havenhoofd bij de Boompjes, waar het koopvaardijmonument ‘De Boeg’ werd geplaatst, ontving tegelijkertijd de naam Leuvehoofd. De daar gebouwde sluis werd Nieuwe Leuvesluis genoemd. Na het bombardement werd ten zuiden van de Steigersgracht de Leuvekolk gegraven. Via een onderdoorgang onder de Blaak stond dit water in verbinding met de Leuvehaven. Door de aanleg van de oost-westlijn van de metro is deze verbinding vervallen.

De foto komt uit de Collectie Koops en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De bouw van de kuip, 1935

Een foto van de bouw van De Kuip, 1935-1936. Feyenoord wil De Kuip verlaten om een nieuw stadion te betrekken.

Al decennialang is Feyenoord de ‘bewoner’ van De Kuip. Het stadion is ontworpen door architect Van der Vlugt. Grote man achter dit idee was Leen van Zandvliet. De voorzitter van Feyenoord in de jaren 30 riep op een dag uit “Ik heb het, ik heb het!” Hij was wakker geworden uit een droom; hij schreef het idee snel op een kladblok. De vorm van het stadion, met een ‘loshangende’ tweede ring zodat niets het uitzicht van de toeschouwers zou belemmeren, zou zijn droom tot hem zijn gekomen. Enkele maanden later werd architect Van der Vlugt uitgenodigd voor een gesprek. Een stadion met twee verdiepingen moest gerealiseerd worden. De kern van het gesprek was ‘eenvoud’, verfraaiingen kwamen er niet aan te pas.

In 1934 maakte Van Zandvliet enkele trips naar het buitenland om op zoek te gaan naar andere, soortgelijke stadions. Het Highbury van Arsenal FC maakte indruk op hem. Dat had namelijk ook sinds 1932 twee verdiepingen, hetzelfde idee als Van Zandvliet dus. Van Zandvliet vond dat de enorme toestroom van publiek tijdens wedstrijden van Feyenoord de bouw van een modern voetbalstadion met plaats voor tienduizenden toeschouwers rechtvaardigde. Hij ondernam tevens een studiereis naar Amerika en bezocht het stadion van de Boston Red Sox wat hem inspireerde om deze nieuwe inzichten van faciliteiten gecombineerd met meerdere lagen waarvanuit elk gezichtspunt de wedstrijd toch goed te zien zou zijn te verwezenlijken. Voor de financiering steunde hij op havenbaron Daniël George van Beuningen.

Eind 1934 werd er contact gezocht met Braat-constructiewerkplaatsen. Die wilde de taak op zich nemen en ging aan de slag. Een voetbalwedstrijd duurt twee keer drie kwartier. Tussendoor moet men spanning kwijt en wat kunnen eten. Zo zijn er dus zowel onder als boven toiletten tussen de stalen spanten gebouwd. Tevens moest er plaats zijn voor een vergaderruimte, een werkvloer, kleedlokalen, een hokje voor de officials en er is een politiebureau en ook nog een brandweerkazerne en het bevat ook nog eens 4 woningen. De trappen aan de buitenzijde van het stadion konden tevens als tribune dienen voor het trainingsveld. Van Zandvliet had haast; zo gauw er een bouwtekening klaar was, gaf hij direct de opdracht om te beginnen met de bouw van het stadion.

De eerste paal werd geslagen door Puck van Heel op 16 september 1935. Daarna werden er nog 578 heipalen 21 meter diep de grond ingeslagen. De bouw van het stadion werd in 1936 afgerond, maar doordat de door de gemeente beloofde infrastructuur rondom het stadion nog niet was aangelegd, stond het stadion er maandenlang onbruikbaar bij en vond de opening pas in maart 1937 plaats. Stadion Feijenoord had een capaciteit van 65.000, met onder meer veel staanplaatsen.

De fotograaf is Adrianus Langejan en de foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen