Tag Archives: 1937

Station Delftschepoort, 1937

Het vernieuwde Stationsplein voor station Delftse Poort, 1937 (geschat). Op de voorgrond taxi’s.

Station Rotterdam Delftsche Poort was een spoorwegstation aan de Oude Lijn van Amsterdam naar Rotterdam. Het station lag ten oosten van het huidige station Rotterdam Centraal.

Het eerste station Delftsche Poort werd geopend in 1847 bij de voltooiing van de spoorlijn Amsterdam – Rotterdam. Het station werd ontworpen door Cornelis Outshoorn, een assistent van Frederik Willem Conrad. Hij koos voor een neo-Tudorstijl met drie grote bogen over het spoor waar de stoomtrein onder door kon.

Tweede station (1877)
In 1868 werd besloten een spoorwegviaduct (het Luchtspoor) door de stad te bouwen voor de verbinding met Dordrecht. De ligging van het station Delftsche Poort bleek niet te combineren met het aan te leggen viaduct, waarna een nieuw station Delftsche Poort ten noordwesten van het oude station werd gebouwd. Dit station was ontworpen door K.H. van Brederode en werd opgeleverd in 1877. Het eerdere stationsgebouw werd omstreeks 1878 afgebroken.

Door het bombardement van 14 mei 1940 raakte het station Delftsche Poort ernstig beschadigd. Het station werd in 1957 vervangen door het Station Rotterdam CS, dat, behoudens op het stationsgebouw zelf, in de communicatie van de NS sinds 29 mei 2000 Rotterdam Centraal heette.

De foto is gemaakt door ontdek uw stad en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Zalmhaven, 1937

Gezicht op de Zalmhaven met op de achtergrond de toren van de Sint-Ignatiuskerk aan de Westzeedijk, 1937.

De oorspronkelijk Zalmhaven, ook wel ‘Salmgat’ geheten, was het meest zuidelijke deel van de Schiedamsevest buitendijks. In 1612, toen de stad werd uitgebreid langs de Schiedamsedijk en Leuve tot aan de Maas, had men eerst ook het plan nog meer westelijk te gaan. Er waren reeds erven uitgegeven aan een geprojecteerde Vissershaven, Elfthaven en Zalmhaven. Het plan werd niet uitgevoerd en de kopers moesten in 1620 schadeloos worden gesteld. Toch heette het eerdergenoemde gedeelte van de vest voortaan Salmgat, later Salmhaven. Door de verplaatsing van de scheepstimmerwerven van de Blaak naar het Nieuwewerk moest deze haven of dit gat vergroot worden. Toen is de kom gegraven, die in 1693 Salmhaven of Nieuwe Buijsegat’ wordt genoemd.

De oude Zalmhaven, die toegang gaf tot de nieuwe, werd voor de behoefte te smal en te ondiep. In 1702 is er een nieuwe doorvaart gemaakt door het Westerse Hoofd, uitkomende in de Leuvehaven. De oude toegang werd in 1782 gedempt. Als Balkengat bleef het oude Salmgat nog tot 1891 bestaan. Toen werden de slikken opgehoogd en op het daardoor verkregen terrein werd de Zalmstraat aangelegd. De haven en straat danken hun naam aan de zalmvisserij op de Maas. Van 1886 tot 1959 liep van de Zalmhaven naar het Nieuwland de Zalmhavensteeg. De haven is gedempt, de naam is op 28 januari 1997 ingetrokken door B&W.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Halstraat, 1937

Winkels in de Halstraat, 1937-1940.

De Halstraat dankt haar naam aan het Boterhuis of de Boterhal, dat in 1662 aan de Nieuwemarkt ten oosten van de Prinsekerk werd gebouwd. Het werd afgebroken voor de bouw van de Gemeentebibliotheek. Een Boterhuis heeft Rotterdam lange tijd gehad, eerst tegenover het Stadhuis op de Hoogstraat, daarna van 1622 tot 1654 aan de Botersloot op de plaats van de latere Vleeshal, daarna van 1654 tot 1662 in het oude Admiraliteitshuis aan de Nieuwemarkt (zuidwesthoek), waarin in 1644 het Zakkendragerhuis reeds een onderkomen had gevonden. Het vierde Boterhuis heeft niet tot het laatst toe voor het oorspronkelijke doel gediend. Sinds 1812 werd het ook gebruikt voor de soepkokerij of spijsuitdeling; allerlei commissies hielden er hun jaarvergaderingen en de Muziekschool was er jarenlang gevestigd. De vroegere Halstraat vormde een onderdeel van de Pannekoekstraat. Thans is de Halstraat een zijstraat van laatstgenoemde straat.

De fotograaf is Jan van der Kamp en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met mdewerking van Rotterdam van toen

De Paradijskerk aan de Nieuwe Binnenweg, 1937

In 1647 stichtte kapelaan Bernardus Hoogewerff een nieuwe kerkplek in Rotterdam, omdat de schuilkerk aan de Oppert (HH. Laurentius en Maria Magdalena of Oppertse Kerk) te klein was geworden. Hij deed dit in zijn geboortehuis genaamd Het Paradijs, gelegen in de oude binnenstad tussen de Slijkvaart (later Lange Torenstraat) en de Delftsevaart, niet ver van de St. Laurenskerk. De kerk werd gewijd aan Petrus en Paulus, en stond in het begin ten dienste van de klopjes, maar werd later in 1649 door Philippus Rovenius erkend als een zelfstandige gemeente.

In 1718 werd aan de Lange Torenstraat op de plaats van een te klein geworden kapel een nieuwe schuilkerk gebouwd die een jaar later gereed kwam. De kerk werd ingericht met beeldhouwwerken van Alexander Dominicus Pluskens. Bij het Utrechts schisma van 1723 koos de parochie samen met haar zusterparochie van de Oppertse Kerk de kant van het Utrechtse kapittel, waardoor zij ging behoren tot de Oud-Bisschoppelijke Clerezie (later Oud-Katholieke Kerk van Nederland). Pas toen het gebouw in 1901 een nieuwe voorgevel kreeg was het van buitenaf als kerk herkenbaar.

In 1907 werden er verzakkingen en vermolming van het hout van de galerijen geconstateerd waarna de kerk wegens bouwvalligheid niet meer gebruikt kon worden. Men besloot naar ontwerp van architect Petrus Augustinus Weeldenburg aan de Nieuwe Binnenweg een nieuw kerkgebouw te doen verrijzen. In 1908 werd met de bouw begonnen en in op 30 juni 1910 werd de nieuwe kerk geconsacreerd door mgr. N.B.P. Spit, bisschop van Deventer en pastoor van de Paradijskerk.

De kerk valt op door zijn twee torens in barokstijl die beide 50 meter hoog zijn. Slechts in de rechter toren bevinden zich luidklokken. De eerste klok is in 1960 door parochianen geschonken bij het vijftigjarig bestaan van de Paradijskerk. Tot die tijd had de kerk geen klokken. De vier luidklokken worden met de hand geluid.

De foto is gemaakt door ‘ontdek uw stad’ en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Hofplein, 1937

Het Hofplein met een vrachtwagen van de De Maasbode en op de achtergrond café-restaurant Loos, 1937-1939.

Het Hofplein herinnert aan de ridderhofstad Weena, die noordoostelijk van het huidige Hofplein was gelegen. De Hofdijk komt al in 1397 in bronnen voor. Het slot wordt reeds in 1306 vermeld. De oorspronkelijke Hofdijk stamde uit de 13de eeuw en strekte zich langs de Rotte uit tot het Zwaanshals en de Oudedijk.

Het Hofplein ontstond in de eerste helft van de 19de eeuw nadat de Kolk of Gracht tussen de Delftse Poort en de Hofpoort was gedempt. Van 1853 tot 1875 was het plein als veemarkt ingericht. De oudste naam is Hofpoortplein naar de Hofpoort die daar stond en in 1833 is afgebroken. In 1908 werd aan het plein het station van de Zuid-Hollandsche Electrische Spoorweg-Maatschappij, de lijn Rotterdam-Scheveningen, geopend. Bij besluit B&W 13 september 1949 ontving het verkeersplein op het kruispunt Coolsingel, Weena, Schiekade, Pompenburg de naam Hofplein.

Station Hofplein was het Rotterdamse eindpunt van de Hofpleinlijn, de voormalige ZHESM lijn tussen Rotterdam en Scheveningen. Het station was tot juni 2006 in gebruik bij de NS en vervolgens bij de RET als eindpunt van RandstadRail, tot de sluiting van het station in augustus 2010.

Het stationsgebouw op deze plaats werd geopend op 1 oktober 1908. Het bijzondere halfronde gebouw, ontworpen door Jacobus Pieter Stok werd gebouwd aan het drukke vooroorlogse Hofplein, dat even ten oosten lag van het huidige Hofplein. Het stationsgebouw werd gescheiden van het emplacement en de perrons door het luchtspoor Rotterdam-Dordrecht. Onderlangs was een passage. Het stationsgebouw kwam op de plaats van enkele woningen en koffiehuizen, waaronder dat van het later bekend geworden café Loos. Loos heeft deze gedwongen situatie in zijn voordeel omgezet door zich tijdelijk onder het emplacement en later, prominent, in het stationsgebouw te vestigen. Het stationsgebouw werd vernield tijdens het bombardement van 14 mei 1940.

De fotograaf is J. Tieman en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Coolsingel 1937

De Coolsingel met links de hoek van de Aert van Nesstraat, 1937.

Het ambacht Cool komt al voor omstreeks 1280. In 1596 kocht de stad de ambachtsheerlijkheid Cool, Blommersdijk en Beukelsdijk van Jonkheer Jacob van Almonde. Een gedeelte van het grondgebied van Cool was reeds in 1358 bij de stad getrokken na de vergunning van hertog Aelbrecht van Beieren om grachten om de stad te graven en het stadsgebied te vergroten met het Rodezand in het ambacht Cool. De Coolvest scheidde voortaan stad en ambacht. In 1480 is er al sprake van de singel tegenover de vest achter Bulgersteyn, later Coolsingel genoemd. De singel is in verband met de aanleg van een brede verkeersweg in de jaren 1913-1922 geheel gedempt. De naam Coolvest is daardoor verdwenen.

Aert Jansse van Nes (Rotterdam, ged. 13 april 1626 – aldaar, 13 of 14 september 1693) was een Nederlandse marineofficier uit de 17e eeuw.

Aert ging op zijn elfde naar zee. Bij het begin van de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog van 1652-1653 had Van Nes zich opgewerkt tot schipper (de hoogste onderofficier) van een gewapende koopvaarder onder bevel van zijn vader. Op 23 augustus 1652 werd Van Nes door de Staten van Holland als directe vervanger van zijn overleden vader tot kapitein van de Gelderland benoemd, toen dat schip enige tijd door de Fransen geïnterneerd was in de haven van La Rochelle. Hij vocht in de Driedaagse Zeeslag, de Zeeslag bij Nieuwpoort en de Slag bij Ter Heijde. Ook deed hij mee aan het ontzet van Danzig in 1656 en aan de expeditie tegen Portugal in 1657. Daarbij won hij twee ‘prijzen’, dat wil zeggen dat hij twee schepen buitmaakte.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Het parkeerterrein aan het Beursplein en de Blaak, 1937

Dit plein dankte zijn naam aan het oude beursgebouw alhier. Op 9 februari 1635 besloot de vroedschap de vismarkt op het oosteinde van de Noordblaak tot beursgebouw in te richten ter vervanging van de oude Beurs aan het Haringvliet. In de jaren 1722-1736 werd ze verbouwd naar een ontwerp van de beroemde schilder en bouwmeester ridder Adriaan van der Werff (1569-1722). Ze zou ruim twee eeuwen het commerciële centrum van de stad vormen. In het begin van de negentiende eeuw werd de binnenplaats van de Beurs overdekt met een gietijzeren koepeldak.

Na de voltooiing van de Beurs in 1736 werd de oude Gapersbrug over de Blaak vervangen door een nieuwe brug. In 1826 werd deze gesloopt. Hiervoor in de plaats kwam een breed overwelfd brugplein, dat beursbrug en later Koninginnebrug heette. Het pleintje aan de voorzijde van het beursgebouw kreeg de naam Beursplein. Toen door de aanleg van het spoorwegviaduct en de bouw van het Beursstation de brug in 1872 werd afgebroken, ontstond op deze plaats een groot plein dat onder de naam Beursplein bekend werd. Het plein kwam in het begin ook voor onder de naam Dam. De Beurssteeg lag achter het beursgebouw en liep van de Vissersdijk naar het Beursplein. De Beurs werd verwoest tijdens het bombardement van 14 mei 1940. Bij besluit B. 30 juni 1942 zijn de namen Beursplein en Beurssteeg ingetrokken.

De betekenis van de naam Blaak is niet geheel zeker. Het is heel goed mogelijk dat de naam is afgeleid van het Zuidnederlandse woord ‘blak’, dat stil rustig water betekent. Ook kan gedacht worden aan het Middelnederlandse ‘blec’, dat de betekenis heeft van ‘Land, dat even boven het water uitkomt’. De Blaak was de oude vest voor de uitleg van de stad in het laatst van de 16de eeuw. In de stadsrekeningen van 1480/81 en 1481/82 wordt deze vest ‘die Blake’ genoemd.

De foto is gemaakt door de Gemeentelijke Technische Dienst en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Stadion Feijenoord 1937

Het pas gebouwde Stadion Feijenoord met publiek op de tribunes tijdens een wedstrijd van de club, 1937.

Al decennialang is Feyenoord de ‘bewoner’ van De Kuip. Het stadion is ontworpen door architect Van der Vlugt. Grote man achter dit idee was Leen van Zandvliet. De voorzitter van Feyenoord in de jaren 30 riep op een dag uit “Ik heb het, ik heb het!” Hij was wakker geworden uit een droom; hij schreef het idee snel op een kladblok. De vorm van het stadion, met een ‘loshangende‘ tweede ring zodat niets het uitzicht van de toeschouwers zou belemmeren, zou zijn droom tot hem zijn gekomen. Enkele maanden later werd architect Van der Vlugt uitgenodigd voor een gesprek. Een stadion met twee verdiepingen moest gerealiseerd worden. De kern van het gesprek was ‘eenvoud’, verfraaiingen kwamen er niet aan te pas.

In 1934 maakte Van Zandvliet enkele trips naar het buitenland om op zoek te gaan naar andere, soortgelijke stadions. Het Highbury van Arsenal FC maakte indruk op hem. Dat had namelijk ook sinds 1932 twee verdiepingen, hetzelfde idee als Van Zandvliet dus. Van Zandvliet vond dat de enorme toestroom van publiek tijdens wedstrijden van Feyenoord de bouw van een modern voetbalstadion met plaats voor tienduizenden toeschouwers rechtvaardigde. Hij ondernam tevens een studiereis naar Amerika en bezocht het stadion van de Boston Red Sox wat hem inspireerde om deze nieuwe inzichten van faciliteiten gecombineerd met meerdere lagen waarvanuit elk gezichtspunt de wedstrijd toch goed te zien zou zijn te verwezenlijken. Voor de financiering steunde hij op havenbaron Daniël George van Beuningen.

Eind 1934 werd er contact gezocht met Braat-constructiewerkplaatsen. Die wilde de taak op zich nemen en ging aan de slag. Een voetbalwedstrijd duurt twee keer drie kwartier. Tussendoor moet men spanning kwijt en wat kunnen eten. Zo zijn er dus zowel onder als boven toiletten tussen de stalen spanten gebouwd. Tevens moest er plaats zijn voor een vergaderruimte, een werkvloer, kleedlokalen, een hokje voor de officials en er is een politiebureau en ook nog een brandweerkazerne en het bevat ook nog eens 4 woningen. De trappen aan de buitenzijde van het stadion konden tevens als tribune dienen voor het trainingsveld.

Van Zandvliet had haast; zo gauw er een bouwtekening klaar was, gaf hij direct de opdracht om te beginnen met de bouw van het stadion. De eerste paal werd geslagen door Puck van Heel op 16 september 1935. Daarna werden er nog 578 heipalen 21 meter diep de grond ingeslagen. De bouw van het stadion werd in 1936 afgerond, maar doordat de door de gemeente beloofde infrastructuur rondom het stadion nog niet was aangelegd, stond het stadion er maandenlang onbruikbaar bij en vond de opening pas in maart 1937 plaats.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Schiedamseweg 1937

Gezicht op de Schiedamseweg met rechts op de voorgrond de Spanjaardstraat, 1937.
De Schiedamseweg is de naam van de weg, die van Delfshaven naar Schiedam loopt. Bij besluit B&W 19 mei 1933 werd deze naam eveneens gegeven aan het gedeelte van de Mathenesserdijk tussen Marconiplein en de grens van Schiedam.
De straatnaam Spanjaardstraat herinnert aan de bezetting door de Spanjaarden. Zij hielden van 10 april tot 21 juli 1572 verschrikkelijk huis in Delfshaven. Na hun vertrek werd de havenplaats rondom met wallen en schansen versterkt.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Wilhelminakade 1937

Bluswerkzaamheden tijdens een brand in het pakhuis Sumatra van Pakhuismeesteren aan de Wilhelminakade, 1 november 1937.

‘Pakhuismeesteren’ is het meervoud van ‘pakhuismeester’. Een pakhuismeester is een opzichter van een pakhuis. Van Dale vermeldt tegenwoordig als synoniemen magazijnbaas, magazijnhouder en stapelmeester. Als meervoudsvorm werden pakhuismeesters en pakhuismeesteren willekeurig naast elkaar gebruikt. Het was destijds ook de benaming van een door de Vereenigde Oost-Indische Compagnie (V.O.C.) en later door het gouvernement aangestelde ambtenaar die belast was met het toezicht op de pakhuizen waarin de koloniale waren werden opgeslagen. Pakhuismeester(en) was aanvankelijk uitsluitend de benaming van een activiteit, een beroep, die echter later ook doordrong tot de firmanamen van bedrijven die zich met die dienstverlening en daarmee verband houdende handel bezighielden.

Na haar oprichting in 1818 nam ‘Pakhuismeesteren van de Thee’ een deel van de Rotterdamse theehandelsactiviteiten van de V.O.C. over. De laatste was hierin actief tot haar nationalisatie in 1795, kort na het begin van de Bataafse Republiek. De Rotterdamse tak van de V.O.C. en later dus Pakhuismeesteren van de Thee waren destijds gevestigd in het Oost-Indisch Huis aan de Boompjes, dat in de Tweede Wereldoorlog als gevolg van het bombardement verloren ging. De firma ‘Pakhuismeesteren van de Thee’ werd destijds opgericht door de bekende families Voorhoeve, De Monchy en Van Rossem.

De komst naar Rotterdam in 1862 van de eerste petroleum was voor Pakhuismeesteren de start om zich intensief met de opslag van petroleum en andere aardolieproducten bezig te gaan houden. Daar kwamen later andere vloeibare stoffen bij. Die tankopslag en de distributie van chemicaliën hebben in de loop der jaren, samenlopend met de fusies tussen Pakhuismeesteren en Blaauwhoed tot Pakhoed in 1967, en daarna die van Pakhoed en Phs. Van Ommeren tot Koninklijke Vopak in 1999, de op- en overslag van stukgoederen geheel verdrongen.

Op de Wilhelminapier in Rotterdam staat tussen de Wilhelminakade en de Otto Reuchlinweg nog een veemgebouw van het voormalige Pakhuismeesteren, dat niet meer in gebruik is, maar dat alle vooroorlogse kenmerken van een dergelijk pakhuis in zich draagt. Er zijn vergevorderde plannen om het pand te renoveren en boven op het bestaande pakhuis appartementen te bouwen. Architect Fumi Hoshino maakte het ontwerp. In het pakhuis zullen ongeveer 2500 m² detailhandel en 437 m² vloeroppervlakte horeca gevestigd worden. Op de eerste en tweede etage komt 4500 m² kantoorruimte. Het lijkt erop dat de toekomstige exploitant van dit voormalige veemgebouw het wil vernoemen naar de vroegere eigenaar Pakhuismeesteren. Deze bedrijfsnaam staat nog steeds op de gevel van het pand.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen