Tag Archives: 1939

Berkelselaan, 1939

Huizen aan de Berkelselaan met op de achtergrond Tak van Poortvlietstraat, uit het zuidoosten gezien, 1939.

De Berkelselaan ontleent zijn naam aan het dorp Berkel, gelegen aan het spoortraject Rotterdam-Centraal – Den Haag-Centraal.

Johannes Pieter Roetert Tak van Poortvliet, heer van Poortvliet (Engelen, 21 juni 1839 – Den Haag, 26 januari 1904) was een Nederlands politicus.

Tak van Poortvliet was een lid van de familie Tak en een liberale Zeeuwse ambtenaar. Hij begon als commies-griffier van de Tweede Kamer en haalde in die functie tijdens de vergaderingen de stembriefjes op. Vanaf 1870 was hij zelf Kamerlid, en gaf onder andere de aanzet tot twee enquêtes.

Tak werd in het kabinet-Kappeyne van de Coppello minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid. Hij ontwierp de Kanalenwet, die onder meer beoogde om Amsterdam een snelle waterverbinding te geven met de Rijn. Toen de wet in 1879 door de Tweede Kamer werd verworpen, trad de regering af.

Kort daarop keerde Tak terug in het parlement. Hij behoorde tot de vooruitstrevende liberalen en werd in februari 1880 voorman van de Kappeynianen. Van 1887 tot 1891 was hij dijkgraaf van het Hoogheemraadschap van Delfland.

In 1891 wonnen de liberalen de verkiezingen. Tak aanvaardde het ministerschap van Binnenlandse Zaken in het kabinet-Van Tienhoven op voorwaarde, dat kiesrechtuitbreiding een kabinetskwestie zou zijn. Hij ontbond in 1894 de Kamer vanwege het verzet tegen dat voorstel. De verkiezingen stonden geheel in het teken van zijn kiesrechtvoorstel. Hij was na zijn nederlaag een gebroken man, wiens rol was uitgespeeld. Hem werd weleens gebrek aan tact en plooibaarheid verweten.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Maashaven, 1939

Schepen in de Maashaven en achterzijde van de meelfabrieken van Meneba aan de Brielselaan, 1939.

Op 14 juni 1895 werd in beginsel besloten deze haven, die naar de rivier de Maas is genoemd, te graven. In 1905 was ze voltooid. Een groot gedeelte van de polder Katendrecht alsmede vele huizen en buurten van het voormalige dorp Katendrecht moesten voor de havenaanleg verdwijnen.

Meneba is een graanverwerkend bedrijf dat zijn hoofdvestiging heeft in Maashaven te Rotterdam. De naam is een afkorting van: MEelfabrieken der NEderlandsche BAkkerij. Het bedrijf is in 1915 opgericht.

De oprichting van het bedrijf was een initiatief van de “Nederlandsche Bakkersbond”. Dit voorzag in de oprichting van een “onderlinge” meelfabriek. Bakkers konden een soort obligatie kopen en men had de medewerking van 5.000 van de in totaal 11.000 bakkers nodig. Initiatiefnemer was J.K.P. Kraan, die voordien werkzaam was geweest bij de Stoommeelfabriek “Holland”. De bedoeling was om minder afhankelijk te worden van particuliere fabrikanten die, tijdens de Eerste Wereldoorlog, de bloemprijzen voortdurend opdreven. Op 5 juli 1915 werden de “Eerste Nederlandsche Coöperatieve Meelfabrieken” opgericht en in augustus kwam een fabriek in ‘s-Hertogenbosch in werking. In 1916 werd de bedrijfsvorm omgezet in een NV. De aandelen daarvan mochten slechts in bezit van bakkers zijn of van anderen die de producten van de fabriek nodig zouden hebben. Er waren pakhuizen in Groningen, Alkmaar, Leiden en Zwolle. In 1916 werd een tweede fabriek gestart, en wel te Middelburg.

In november 1919 werd de in 1914 gebouwde Meelfabriek “De Maas” te Rotterdam overgenomen. Hier werd ook het hoofdkantoor gevestigd. De omzet steeg voortdurend.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Het Stokvisverlaat met de Delftse Poort, 1939

De naam van dit water is ontleend aan herberg ‘het Stockvischje’, die in de 17de en 18de eeuw herhaaldelijk wordt genoemd en in de Oppert bij de Hofpoort stond. Voor het bombardement in mei 1940 lagen het Stokviswater en de Stokvisbrug een stuk noordelijker ter hoogte van de Galerij. Bij bovengenoemd besluit werd de naam Stokviswater gegeven aan het kanaal dat Rotte en Delftsevaart verbindt. De brug over dit kanaal ten noorden van de huidige Oppert ontving de naam Stokvisbrug. Deze brug is de oude Teilingerbrug,die van 1915 tot 1940 ter hoogte van de Teilingerstraat over de thans gedempte Rotterdamse Schie lag.

De Delftsche Poort in Rotterdam was een stadspoort waarvan de laatste in 1764 werd gebouwd naar een ontwerp van architect Pieter de Swart. Het was reeds de derde poort op die plaats: de voorgaande twee waren wegens bouwvalligheid gesloopt. De eerste poort werd in de Middeleeuwen gebouwd en kreeg de naam de Noorderpoort en had een voorpoort. De tweede St. Joris- of Delftsche Poort werd in 1545 gebouwd.

In de jaren 30 van de 20e eeuw stond de poort in de weg: Rotterdam wilde een betere doorstroming van het toenemende verkeer. Men besloot de poort zo’n honderd meter te verplaatsen (afbreken stuitte op te veel weerstand). In 1939 begon men met de verplaatsing van het geheel. De onderbouw was in 1940 gereed, tijdens het bombardement werden zowel dit gedeelte als de opgeslagen beeldhouwwerken beschadigd. Een jaar later werd besloten dat “naar het inzicht van de meerderheid van de geraadpleegde deskundigen de poort niet meer afgebouwd kon worden en moest zij geheel verdwijnen”. Enkele sierwerken werden gered en opgenomen in de muren van de gebouwen op de hoek van het Stadhuisplein.

Vijftig jaar later werd er op nagenoeg de oorspronkelijke plaats van de Delftsche poort aan het Pompenburg een reconstructie in staal opgericht, ontworpen door de kunstenaar Cor Kraat. Rond de poort zijn enkele restanten opgesteld van de gebeeldhouwde ornamenten die de oorspronkelijke poort sierden.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Zomerhofstraat, 1939

De Zomerhofstraat bij het spoorwegviaduct en de Vijverhofstraat, 1939.

In de eerste helft van de 18de eeuw kocht Michiel Baelde verschillende tuinen aan de oostzijde van de Schiekade en liet daarop een buitenplaats aanleggen. De buitenplaats komt al in 1777 voor onder de naam ‘Zomerhof’. Omstreeks 1800 kwam ze in het bezit van de familie Van Oordt. In de jaren tachtig van de 19de eeuw werd de buitenplaats met de daarnaast gelegen gronden aangekocht door de gemeente en gesloopt voor de aanleg van nieuwe straten. Van 1896 tot 1959 lag aan het einde van de Zomerhofstraat bij de Schiekade het Zomerhofplein.

De Vijverhofstraat lag vroeger deels ter plaatse van buitenplaats ‘Vijverhof’. De dichter Dirk Smits noemt in 1750 in ‘De Rottestroom’ deze buitenplaats ‘het Temple dezer dagen, een Edens Eden’. De buitenplaats ‘Vijverhof’ was namelijk op 7 maart 1744 eigendom geworden van Egbert Edens (+1753). Het laatste huis op de buitenplaats was omstreeks 1830 als zomerverblijf gebouwd voor het echtpaar J.F. van Oordt-Gobius. Later werd het zowel ‘s zomers als ‘s winters bewoond. De familie Van der Ven bewoonde het huis van 1877 tot 1902. Daarna werd het buiten, nadat het woonhuis nog enige jaren in gebruik was geweest bij de R.K. Volksbond, in verschillende percelen verkocht voor f. 150.000,-. In 1907 werd het afgebroken.

Het Hofpleinlijnviaduct (ook wel de De Hofbogen) is een 1,9 kilometer lang buiten gebruik gesteld spoorwegviaduct in Rotterdam-Noord. Op 1 oktober 1908 werd het in gebruik genomen als onderdeel van de eerste elektrische spoorlijn van Nederland, de Hofpleinlijn van Rotterdam Hofplein naar Scheveningen. Tot 16 augustus 2010 reed RandstadRail over het viaduct.

Het Hofpleinlijnviaduct is de eerste grote constructie van gewapend beton in Nederland en werd gebouwd tussen 1904 en 1908. Het viaduct telt 189 bogen die oorspronkelijk open zouden blijven, maar al in 1909 was een goed deel van de ruimtes onder de bogen als bedrijfsruimte verhuurd. In de jaren dertig waren er zelfs plannen om noodwoningen te maken onder de bogen. Nog steeds zijn de meeste bogen in gebruik als opslagruimte en dergelijke. Halverwege het viaduct ligt het opgeheven station Rotterdam Bergweg.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Claes de Vrieselaan 1939

De Claes de Vrieselaan gezien uit het noorden, 1939. Op de voorgrond de hoek van de Schermlaan.

Claes de Vriese kreeg rond 1270 van graaf Floris V vergunning om Schoonderloo te bedijken.

De naam Schoonderloo herinnert aan het vroegere ambacht Schoonderloo, waarin Delfshaven is gelegen. Dit ambacht komt reeds in 1249 voor. Schoonderloo was destijds een afzonderlijke parochie. De kerk daarvan wordt reeds omstreeks 1276 genoemd. De opkomst van Delfshaven had echter het verval van deze kerk ten gevolge. In de eerste helft van de 16de eeuw werd de kapel in Delfshaven verheven tot parochiekerk, terwijl de Schoonderloose kerk tot kapel werd gedegradeerd. Schoonderloo werd in 1488 door de Hoekse troepen van Jonker Frans verwoest. De kerk liep daarbij grote schade op. In 1572 werd de kerk of kapel door de Spanjaarden onder Bossu in brand gestoken. De Schoonderloostraat droeg voor 1886 de dubbele naam Korte en Lange Nieuwstraat. De Korte Schoonderloostraat maakte tot 1927 deel uit van de Schoonderloostraat. De naam Schoonderloo is later gegeven aan de buurt, die ter plaatse van het vroegere ambacht ligt.

De Schermlaan ontleent haar naam aan de schermen van de hier vroeger gelegen schietbaan.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Meent met het Minervahuis I, 1939

De Meent met het Minervahuis I op de hoek van het Rodezand, 20 mei 1939.

Minervahuis I, II en III zijn drie aan elkaar grenzende kantoorgebouwen aan de Meent in het oude hart van Rotterdam, gebouwd in de periode 1937-1949/1950.
Het is een uniek ensemble want nergens zijn drie aangrenzende gebouwen door dezelfde architect, Ir J.P.L. Hendriks, winnaar Prix de Rome, in verschillende perioden en bouwstijlen gebouwd.

Minervahuis I
Dit gebouw (adres: Meent 106) werd gebouwd in 1937/38 en is het enige vooroorlogse kantoorgebouw achter de Coolsingel dat het bombardement overleefde dankzij zijn betonnen skelet. Het werd weliswaar ernstig beschadigd, maar kon kort erna weer in de oorspronkelijke staat worden herbouwd.

Minervahuis II
Dit is het eerste nieuwbouwkantoor in Rotterdam dat in 1941 na de brand ten gevolge van het bombardement werd opgeleverd. Het werd gebouwd met medewerking van de bezetter, op de fundamenten van een ruïne van een woongebouw, om bedrijven die hun gebouwen hadden verloren weer kantoor- en winkelruimte te bieden. Het werd in gebruik genomen in 1942. Het adres is Meent 94.
In de gevel zijn zeven beelden van kunstenaar Johan van Berkel opgenomen, die herinneren aan figuren uit de weggebombardeerde oude stad:
de visvrouw
het duivenvrouwtje
het ballonnenvrouwtje
het Boefje
de harmonikaspeler
de visser
de molentjesman

Minvervahuis III
Dit is een van de eerste gebouwen in de kenmerkende stijl van de Wederopbouwarchitectuur en is gebouwd op de plek waar voorheen de Rosaliakerk stond, op de hoek Rodezand (nummer 34) en Leeuwenstraat.

De Meent kan men identificeren met de in 1385 genoemde ‘der Stede wech’ en met de ‘Poortweg’, waarvan in 1404 sprake is. De naam Meent als straatnaam treft men niet aan vóór de tweede helft van de 16de eeuw. Aangenomen kan worden dat aan deze straatnaam de betekenis ‘gemeene weide’ ten grondslag lag. Dit blijkt onder meer uit een keur op de twee jaarmarkten uit de eerste helft van de 15de eeuw. De paardenmarkt moest toen gehouden worden ‘in de Lombaertstrate upte meente neffens de capelle ende aldaer omtrent’. In 1531 en later komt ‘Beestenmarkt’ voor, daarna ‘Varckenmart’, ‘Meent ende Varckenmarct’ of ‘Meent bij de Varckenmarct’. Oorspronkelijk liep de Meent van de Botersloot naar de Oppert. Ten behoeve van het toenemende verkeer werd een plan ingediend voor de aanleg van een brede straat door de oude stad, die een verbinding tussen Coolsingel en Goudsesingel zou vormen. De Heerenstraat en de Meent zouden worden verbreed en in westelijke richting worden doorgebroken. Op 19 juni 1913 aanvaardde de raad het doorbraakplan. Toen in mei 1940 de oorlog uitbrak was de nieuwe Meent voor het grootste gedeelte voltooid. In de volksmond heeft de Meent enige tijd de Doorbraak geheten. De huidige Meent ligt op dezelfde plaats als de vooroorlogse straat van die naam. Alleen het noordelijke gedeelte tussen de Botersloot en de Goudsesingel, de vroegere Heerenstraat, heeft een iets andere loop gekregen.

De foto komt uit de collectie Koops en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia en uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Rotterdamse diergaarde (kruiskade) 1939

De Rotterdamsche Diergaarde in 1939.

Rond 1855 richtten twee spoorwegbeambten een spoortuintje in de Rotterdamse binnenstad in om hun verzameling exotische vogels onder te brengen. Deze hobby-vogeltuin werd een groot succes en leidde tot de oprichting van de ‘De Rotterdamsche Diergaarde’ in 1857. De eerste directeur was Henri Martin, oorspronkelijk leeuwentemmer van beroep. Aanvankelijk mochten alleen leden van de vereniging de dierentuin bezoeken.

In 1857 kreeg J.D. Zocher van de gemeente de opdracht om de tuin voor de Diergaarde aan te leggen. De bedoeling was om op een aangename wijze kennis van dieren en planten te bevorderen. Zocher voerde het plan uit samen met zijn zoon Louis Paul. De Diergaarde was een enorm succes. Tijdens de aanleg kon men de dieren al bezichtigen en binnen acht maanden tijd leverde dat ruim twaalfduizend bezoekers op. Daaronder bevonden zich bijna vierduizend stadgenoten die geen lid waren. Het lidmaatschap was namelijk erg duur, maar eenmaal per jaar, tijdens de kermis, kon de gewone man voor een gereduceerd tarief de dierentuin bezoeken.

De ingang van de Diergaarde was aan de Kruiskade. Rondom het terrein was een fraai hek geplaatst. De dierenverblijven en andere gebouwen werden ontworpen door de architecten A.W. van Dam en H.J. de Haas. In 1862 werd de Diergaarde uitgebreid, waarbij opnieuw de hulp van Zocher werd ingeroepen. Dit gedeelte, dat bekend werd onder de naam Nieuwe Tuin, sloot naadloos aan bij het oude gedeelte. De Diergaarde kon zich meten met die van Amsterdam en Antwerpen dankzij de smaakvolle aanleg van Zocher.

In 1937 besloot het gemeentebestuur van Rotterdam dat de Diergaarde uit het stadscentrum moest wijken voor stedelijke bebouwing. Vanwege het steeds drukker wordende verkeer werd de Diergaarde verplaatst naar de wijk Blijdorp. Het jaar erop begon men met de bouw van de nieuwe Diergaarde ‘Blijdorp’, genoemd naar de polder Blijdorp, waar de tuin nog steeds gehuisvest is. Architect S. Van Ravesteyn kreeg de opdracht voor het ontwerp.

Toen de verhuizing naar Blijdorp in volle gang was, bombardeerden de Duitsers op 14 mei 1940 de binnenstad en daarmee ook de Diergaarde. De chaos was enorm en vele dieren overleefden het bombardement en de vuurzee niet. Voor zover mogelijk werden de overlevende dieren overgebracht naar Blijdorp, waar men nog volop bezig was met de bouw van de nieuwe tuin. Op 7 december 1940 werd de nieuwe Diergaarde officieel geopend.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Willemsbrug 1939

Drukte op de Willemsbrug vanuit de Van der Takstraat, 1939. Rechts de spoorbrug en op de achtergrond het Witte Huis.

De Willemsbrug is een brug over de Nieuwe Maas in het centrum van Rotterdam. De brug verbindt de rechteroever van de Nieuwe Maas met het Noordereiland. De huidige brug is de tweede Willemsbrug. De eerste werd ontworpen door C.B. van der Tak, is in 1878 opengesteld en werd vernoemd naar koning Willem III. De tweede brug is ontworpen door Cor Veerling en is opgeleverd in 1981.

In 1927 werd de brug enkele meters opgevijzeld en van zijn sierlijke ornamenten ontdaan. Ook werden het fiets- en voetpad naar de buitenzijde van de brug verplaatst, omdat het sterk toegenomen wegverkeer voor steeds gevaarlijkere situaties zorgde. De Willemsbrug was tot de opening van de Maastunnel tijdens de Tweede Wereldoorlog de meest westelijke vaste oeververbinding over de Maas, zodat ook het steeds belangrijker wordende internationale verkeer gebruik maakte van deze verbinding dwars door het oude centrum van Rotterdam.

Al voor de Tweede Wereldoorlog waren er plannen om de oude brug te vervangen. Geldgebrek leidde ertoe dat pas in 1981 de nieuwe tuibrug van Cor Veerling van de Dienst Gemeentewerken verwezenlijkt werd. Twee rode jukken van 50 meter hoogte dragen het wegdek. De op- en afritten van de brug zijn enigszins wonderlijk – ze liggen niet in het verlengde van de brug maar maken een bocht van 90 graden. De brug zou in eerste instantie de Maasboulevard rechtstreeks met de Oranjeboomstraat verbinden. Dat stuitte op bezwaren van omwonenden, die niet wilden dat de Oude Haven zou worden doorsneden en de Oranjeboomstraat tot stadssnelweg getransformeerd zou worden. In 1983 werd de nieuwe brug bekroond met de Nationale Staalprijs.

De Van der Takstraat draagt de naam van Christiaan Bonifacius van der Tak, 1814-1878, directeur van Gemeentewerken 1861-1878. Hij was de bouwer van de oude Willems- en Koningsbrug. Ook legde hij de Drinkwaterleiding in Kralingen en havens op Feijenoord aan.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia

Met medewerking van Rotterdam van toen

Passage (coolsingel) 1939

Interieur van de Passage, in de richting van de Korte Hoogstraat, 1939.

De Passage was een overdekte winkelgalerij in Rotterdam, gelegen tussen de Coolsingel en de Korte Hoogstraat. De Passage werd op 15 oktober 1879 geopend voor publiek. Tijdens het bombardement van 14 mei 1940 werd de Passage verwoest.

In de tweede helft van de negentiende eeuw ontstonden er plannen voor de bouw van een overdekte winkelgalerij in Rotterdam, de Passage. De Passage gaf Rotterdam een beetje de grandeur van de wereldsteden Brussel en Parijs, die ook over dergelijke

Interieur van de Passage, in de richting van de Korte Hoogstraat, 1939.

De Passage was een overdekte winkelgalerij in Rotterdam, gelegen tussen de Coolsingel en de Korte Hoogstraat. De Passage werd op 15 oktober 1879 geopend voor publiek. Tijdens het bombardement van 14 mei 1940 werd de Passage verwoest.

In de tweede helft van de negentiende eeuw ontstonden er plannen voor de bouw van een overdekte winkelgalerij in Rotterdam, de Passage. De Passage gaf Rotterdam een beetje de grandeur van de wereldsteden Brussel en Parijs, die ook over dergelijke overdekte winkelgalerijen beschikten. Het winkelcentrum werd opgeleverd in 1879. Het gebouw was honderd meter lang en in het midden acht meter breed. In de Passage waren op verschillende niveaus winkels te vinden, koffiehuizen, woningen en zelfs een badhuis.

De imponerende toegangspoort vormde het pronkstuk van de Passage. Van de Korte Hoogstraat gezien, zag de Passage eruit als een overdekte, langwerpig ovale straat, met een fontein in het midden. Aan deze overdekte straat lagen dertig winkels met daartoe behorende woningen, in totaal ruim zestig woningen op bovenverdiepingen. Daarnaast was er een hotel gevestigd in de Passage en twee koffiehuizen. ‘s Avonds werd de rij van dertig winkels door duizend gasvlammen verlicht, een verlichting, die door de glazen koepel weer duizendvoudig weerspiegeld werd.

De Rotterdammers waren dan ook diep onder de indruk van het ontwerp van architect J.C. van Wijk. De winkelgalerij van honderd bij acht meter werd vooral geprezen om haar bijzondere dak, dat geconstrueerd was van gietijzer en glas. Daardoor was het binnen licht, zodat het plezierig winkelen was. In 1882 was de Passage het eerste gebouw in Rotterdam dat elektrisch werd verlicht.

De enorme kelderruimte bood plaats aan een badinrichting, waar de Rotterdammer zowel een stoombad als een regenbad kon nemen. De badinrichting was er vanaf 1905 gevestigd en werd onder meer door de Mariniers van het Oostplein bezocht. In de kelder bevond zich ook een grote koffiehuiszaal, een keuken, bergplaatsen en een enorme zaal, die bedoeld was voor tentoonstellingen of als marktplaats. De kelderruimte van de Passage is echter nooit een groot succes geworden.

In de jaren dertig van de vorige eeuw had de Passage zwaar te lijden onder de crisis. Tijdens het bombardement van 14 mei 1940 werd de Passage volledig verwoest. Tegenwoordig bevindt zich op deze plek het warenhuis C&A.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

erdekte winkelgalerijen beschikten. Het winkelcentrum werd opgeleverd in 1879. Het gebouw was honderd meter lang en in het midden acht meter breed. In de Passage waren op verschillende niveaus winkels te vinden, koffiehuizen, woningen en zelfs een badhuis.

De imponerende toegangspoort vormde het pronkstuk van de Passage. Van de Korte Hoogstraat gezien, zag de Passage eruit als een overdekte, langwerpig ovale straat, met een fontein in het midden. Aan deze overdekte straat lagen dertig winkels met daartoe behorende woningen, in totaal ruim zestig woningen op bovenverdiepingen. Daarnaast was er een hotel gevestigd in de Passage en twee koffiehuizen. ‘s Avonds werd de rij van dertig winkels door duizend gasvlammen verlicht, een verlichting, die door de glazen koepel weer duizendvoudig weerspiegeld werd.

De Rotterdammers waren dan ook diep onder de indruk van het ontwerp van architect J.C. van Wijk. De winkelgalerij van honderd bij acht meter werd vooral geprezen om haar bijzondere dak, dat geconstrueerd was van gietijzer en glas. Daardoor was het binnen licht, zodat het plezierig winkelen was. In 1882 was de Passage het eerste gebouw in Rotterdam dat elektrisch werd verlicht.

De enorme kelderruimte bood plaats aan een badinrichting, waar de Rotterdammer zowel een stoombad als een regenbad kon nemen. De badinrichting was er vanaf 1905 gevestigd en werd onder meer door de Mariniers van het Oostplein bezocht. In de kelder bevond zich ook een grote koffiehuiszaal, een keuken, bergplaatsen en een enorme zaal, die bedoeld was voor tentoonstellingen of als marktplaats. De kelderruimte van de Passage is echter nooit een groot succes geworden.

In de jaren dertig van de vorige eeuw had de Passage zwaar te lijden onder de crisis. Tijdens het bombardement van 14 mei 1940 werd de Passage volledig verwoest. Tegenwoordig bevindt zich op deze plek het warenhuis C&A.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Slagveld 1939

Slagveld met een stukje van de lichtkrant van het Rotterdams Nieuwsblad, 1939.

Dit pleintje lag bij het Hofplein ter hoogte van de Schiekade en de Diergaardelaan. Oorspronkelijk was het Slagveld groter en strekte het zich uit aan beide zijden van de Schie. Een gedeelte van het plein heette in de 17de en 18de eeuw Stadsplein. De naam Slagveld valt moeilijk te verklaren. Het is heel goed mogelijk dat de verklaring moet worden gezocht in de nabijheid van de vroegere stad- of slagboom bij de Kruiskade over de Coolsingel, die eerst in 1803 is verdwenen. Ook kan het zijn dat de naam te danken is aan de herberg ‘ ‘t Slach van Goa ‘ , die even buiten de Hofpoort stond. Deze huisnaam herinnerde aan de strijd die de Hollanders en Portugezen in 1643 en 1644 voerden over de handelsnederzettingen in Voor-Indië, waaronder de Portugese plaats Goa. Het Slagveld was in de 18de eeuw geheel met bomen beplant, waardoor ook gesproken werd van de Bosjes of de Wandelbosjes bij de Delftsepoort. Bij besluit B&W 28 januari 1949 werd de naam ingetrokken.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen