Tag Archives: 1958

Het politiebureau Marconiplein aan de Hudsonstraat, 1958

Sinds 1908 ligt op de plaats van het huidige Marconiplein de kruising van de Havenspoorlijn en de tramlijn tussen Rotterdam en Schiedam. In de jaren 1920 werd het Marconiplein bebouwd. Enige tijd was hier de eerste Nederlandse Fordfabriek gevestigd, deze verhuisde begin jaren 1930 naar Amsterdam.

Bij het geallieerde bombardement op Rotterdam-West van 31 maart 1943 zijn plein en omgeving zwaar getroffen. De brandgrens is nog steeds zichtbaar: alleen het huizenblok tussen de Mathenesserweg en de Mathenesserdijk stamt van voor de oorlog, de rest van de bebouwing is van na de Tweede Wereldoorlog.

Sinds 25 april 1986 is onder het plein metrostation Marconiplein van de Calandlijn in gebruik.

De Hudsonstraat is vernoemd naar Henry Hudson (1565-1611), Engels ontdekkingsreiziger. In dienst van de Verenigde Oost-Indische Compagnie ging hij aan boord van het schip de ‘Halve Maen’ op zoek naar een noord-westelijke route naar China. Tijdens deze expeditie ontdekte hij in 1609 de rivier in Amerika, die naar hem genoemd werd. Zie ook Halve Maenpad.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Centraal Station, 1958 (geschat)

Kinderen rolschaatsen door de voetgangerstunnel onder het Centraal Station, 1958 (geschat).

Hoewel het in de meidagen van 1940 flink beschadigd raakt, blijft station Delftse Poort na de oorlog nog enkele jaren dienst doen. In 1957 opent het nieuwe stationsgebouw van architect Sybold van Ravesteyn zijn deuren. De naam Deftse Poort wordt ingeruild voor Rotterdam Centraal Station en niet ten onrechte want vanaf hier kan de reiziger nu bijna alle bestemmingen bereiken, inclusief Gouda en Utrecht. Bijna honderd jaar was de trein naar Utrecht namelijk vertrokken vanaf het Maasstation, in de buurt van het Haringvliet. In 1953 was echter een nieuw tracé via de Ceintuurbaan in gebruik genomen en was dit station gesloopt. Alleen de Hofpleinlijn houdt nog tot 2010 een eigen station.

Architect Sybold van Ravesteyn ontwierp een markant stationsgebouw bestaande uit een centrale hal, twee vleugels aan weerszijden en perrons die door twee tunnels te bereiken waren. Voor het ontwerp liet Van Ravesteyn zich inspireren door de Italiaanse stationsbouw, waarvan het materiaalgebruik en de strakke lijnvoering een duidelijk voorbeeld zijn. Het gebruik van travertin, marmer en goudkleurig aluminium gaven het gebouw een bepaalde grandeur; de hardheid van strakke belijningen en het natuursteen suggereerden autoriteit. Op de perrons ontwierp Sybold van Ravesteyn de V-vormige betonnen perronoverkappingen en bijbehorende personeelsverblijven. Monumentaal waren ook de stationsklokken.

In 2004 werd begonnen met een totale herbouw van het oude station en omgeving. Dit om het toenemende verkeer van treinen, bijvoorbeeld de hogesnelheidstrein tussen Amsterdam, Brussel en Parijs te kunnen verwerken. Het oude station was te klein geworden om het grote aantal passagiers te verwerken. In 2008 werd het station van Van Ravesteyn gesloopt. Naast de nieuwbouw van het treinstation, werd ook het ondergrondse metrostation uitgebreid, van twee naar drie sporen. De metro werd aangesloten op de RandstadRail-verbinding met Den Haag Centraal en de Hofpleinlijn werd met een nieuwe tunnel op het Centraal Station verbonden. Op 13 maart 2014 is het nieuwe station officieel geopend door koning Willem-Alexander

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

SS Rotterdam (RDM-300) in aanbouw – Rotterdamsche Droogdok Maatschappij, 1958

SS Rotterdam (RDM-300) in aanbouw op helling 7 van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij, 4 september 1958.

De Rotterdam uit 1959 is het vijfde schip met die naam, in dienst van de Holland-Amerika Lijn (HAL). Het is een stoomschip met oliegestookte stoomketels en stoomturbines.

Het is een van de bekendste naoorlogse Nederlandse passagiersschepen. Het maakte tussen 1959 en eind 2000 het laatste decennium mee van de trans-Atlantische lijnvaart en was daarna een succesvol cruiseschip. Sinds 4 augustus 2008 ligt het schip als drijvende attractie (rondleidingen, hotel-café-restaurant) aan het Derde Katendrechtse Hoofd in de Maashaven in Rotterdam.

Op 27 oktober 1955 bestelde de Holland-Amerika Lijn het schip bij de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij NV (RDM) in Rotterdam. Op 14 december 1956 werd onder bouwnummer 300 de kiel van het schip gelegd. De doop en tewaterlating op 13 september 1958 door koningin Juliana was een enorme publiekstrekker, die door tienduizenden belangstellenden aan beide oevers van de rivier werd bekeken en met camera’s vastgelegd. Op 11 juli 1959 vond de eerste proefvaart plaats, van 1 tot en met 6 augustus werden de technische proefvaarten gehouden en op 20 augustus 1959 droeg de werf tijdens de officiële proefvaart, wederom in aanwezigheid van koningin Juliana, het schip aan de HAL over.

De foto komt uit de collectie RDM van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Coolsingel, 1958

De Coolsingel met op de voorgrond een parkeerplaats voor fietsen en bromfietsen voor warenhuis de Bijenkorf en bioscoop Cineac-NRC, 1958-1962.

Het ambacht Cool komt al voor omstreeks 1280. In 1596 kocht de stad de ambachtsheerlijkheid Cool, Blommersdijk en Beukelsdijk van Jonkheer Jacob van Almonde. Bij Koninklijk Besluit van 20 september 1809 werd het ambacht Beukelsdijk, Oost- en West-Blommersdijk, genaamd Cool, tot een zelfstandige gemeente verheven. In 1811 werd Cool door Rotterdam geannexeerd. Naast het ambacht had men ook nog de polder Cool. Deze lag tussen de Rotterdamse en Delfshavense Schie. Deze werd in 1925 opgeheven. Een gedeelte van het grondgebied van Cool was reeds in 1358 bij de stad getrokken na de vergunning van hertog Aelbrecht van Beieren om grachten om de stad te graven en het stadsgebied te vergroten met het Rodezand in het ambacht Cool. De Coolvest scheidde voortaan stad en ambacht. In 1480 is er al sprake van de singel tegenover de vest achter Bulgersteyn, later Coolsingel genoemd. De singel is in verband met de aanleg van een brede verkeersweg in de jaren 1913-1922 geheel gedempt. De naam Coolvest is daardoor verdwenen.

De Rotterdamse vestiging van De Bijenkorf is één van de drie grootste vestigingen van de warenhuisketen. Het gebouw dateert uit 1957 en is een symbool van de wederopbouw van de stad Rotterdam. Het is met die in Amsterdam en Den Haag een van de drie zogeheten flagship stores, de belangrijkste winkels uit de keten. Geruime tijd waren de vestigingen van Amsterdam, Den Haag en Rotterdam de enige in Nederland. Eindhoven was in 1969 de vierde vestiging en de eerste buiten de Randstad.

Het gebouw staat prominent tegenover de Beurs aan de Coolsingel, sinds 2012 naast de B’Tower. De huidige Bijenkorf verrees als vervanging van het voormalige gebouw dat door de bombardementen zwaar getroffen was en is ontworpen door de Hongaars-Amerikaanse architect Marcel Breuer (1902–1981).

Eveneens onderdeel van het rijksmonumentale complex is de ernaast gelegen met toegang vanuit de Bijenkorf en gelijktijdig gebouwde bioscoop van Cineac-NRC, vanaf 1977 Cineac Bijenkorf genoemd, die in 1989 gesloten werd.

De foto is gemaakt door de Gemeentepolitie Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Schere, 1958

Opening winkels aan de Schere in Zuidwijk, 21 november 1958.

De straatnaam Schere is ontleend aan een oude havezate in Salland.

Een havezate (of havezathe of havesate) is een versterkt huis (burcht), hofstede, hof of hoeve. Oorspronkelijk was het een benaming voor een grote boerderij met land. In de 17e eeuw was de havezate een riddermatig goed. Het bezit hiervan was een voorwaarde voor lidmaatschap van een ridderschap.

Havezaten kwamen voor in het graafschap Zutphen (in de 13e eeuw circa 40), in Overijssel (circa 122) en Drenthe (circa 18).

In het graafschap Zutphen moest een stemgevende havezate verdedigbaar zijn en een bepaalde omvang hebben, wat in de praktijk betekende dat er een slotgracht moest zijn. In Overijssel waren de havezathen het talrijkst. In Drenthe werd als havezate beschouwd een adellijk huis waarvoor eerder edelen tot de ridderschap waren toegelaten. In 1698 werden de achttien havezaten definitief en limitatief opgesomd. In de provincie Utrecht wordt een havezate met ridderhofstad aangeduid. Vergelijkbare huizen heten in Friesland stins en in Groningen borg, maar in deze gewesten was er geen limitatieve opsomming en de bijhorende rechten waren van huis tot huis verschillend.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Lloydkade 1958

Gerepatrieerde kinderen uit Indonesie maken kennis met sneeuw na aankomst van de Sibajak aan de Lloydkade, 19 januari 1958.

Uit de Telegraaf van 20 januari 1958:
ROTTERDAM, maandag “Het is uw eigen land”, zei de Koningin gisteren tegen de ruim 750 geëvacueerden uit Indonesië, die in de Rotterdamse haven arriveerden. Er viel natte sneeuw op het dek van de ‘Sibajak’. Een ijskoude wind blies langs de verschansing. Vier uur lang had een storm het schip voor de pieren van de Hoek opgehouden. Maar de hartelijkheid van het volk, waarmee de evacués dit barre land moeten delen, klonk in een wanne vorstelijke stem: ..Vandaag heeft hier ook de zon geschenen. U bent hartelijk welkom”.

Het gezin van mr. F. A. Hoff (50) was een van de tien waarmee de koningin zich onderhield. Strikt privé, strikt particulier. Vragend naar de persoonlijke omstandigheden, de gezondheid van de kinderen, de achtergelaten bezittingen. Aan de Dialan Sawoe 56 sloot mr. F. A. Hoff op 25 december zijn huis, reed met zijn auto. zijn gezin en schoonmoeder naar Priok en liet de wagen door zijn vriend terugrijden naar Djakarta. Die vriend kreeg ook de huissleutel. „Ik kreeg geen toestemming om mijn bezittingen te verkopen. Ik hoop, dat mijn vriend de zaak goed kan beheren, want voor ik vertrok wilden er al militairen in zijn huis”

Door de open deur van het huis van de ex-OVW-er T. P. Borstman (45), op Puntjak stapten 20 december vijf geüniformeerden van de oud-strijdersorganisatie binnen. Ze vroegen hoe het mogelijk was, dat ik twaalf jaar geleden als Nederlands militair was gekomen en er nog altijd was. Vijf dagen stonden er vier gewapende posten voor mijn deur. Toen bracht de politie mij en mijn vrouw aan boord van dit schip. „Mijn bezittingen? Ik mocht niets meenemen”.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt uit de Telegraaf van 20 januari 1958.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Rijksweg 13 (A13), 1958

Een wegwijzer op de rijksweg 13 bij Overschie, 19 mei 1958 (geschat). Rechts huizen aan de West-Sidelinge.

Rijksweg A13 is een rijksweg in Nederland uitgevoerd als autosnelweg. De A13 ontspringt bij knooppunt Ypenburg in Den Haag en eindigt bij de Stadhoudersweg in Rotterdam.

1930 – Opening Rijswijk (Hoornbrug – Rotterdamseweg – Vrijenbanselaan – Broekmolenweg) – Delft met één rijbaan met twee rijstroken per richting.
1933 – Opening Delft – Overschie met twee rijstroken per richting.
1938 – Het wegvak Delft – Nootdorp werd geopend.
1960 – In beide richtingen wordt de A13 tussen Nootdorp en Delft verbreed van 2 naar 3 rijstroken.
1970 – Het traject Overschie – Kleinpolderplein wordt verbreed naar 2×3 rijstroken.

De straatnaam West-Sidelinge is ontleend aan de middeleeuwse benaming voor zomerdijk. De Oost- en West-Sidelinge maakten voor 1942 deel uit van de huidige autoweg A13. Het Sidelingeplein was voorheen een deel van de Parallelstraat.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia en uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Bouwcentrum, Diergaardesingel 1958

Werkzaamheden bij het Bouwcentrum, 1958 (geschat).

Op een nog bijna lege vlakte in het centrum van Rotterdam wordt in 1949 het Bouwcentrum geopend. Het is de plek waar waar informatie te vinden is over bouwen en wonen.

Het Bouwcentrum is één van de eerste wederopbouw-gebouwen dat klaar is. Als in 1947 wordt begonnen met de bouw aan de Diergaardesingel, is de omgeving vrijwel leeg.

Het Stadsarchief Rotterdam heeft een foto-album gekregen met 130 zwart-witfoto’s van de bouw. “Het is een hele mooie aanvulling op onze collectie, een prachtig foto-album van de bouw van het Bouwcentrum, dat ooit één van de eerste en belangrijkste gebouwen was van de wederopbouw van Rotterdam”, zegt Wanda Waanders van het Stadsarchief.

Er is in de periode na de Tweede Wereldoorlog veel behoefte aan kennis over bouwen. “In die tijd moet je nog moeite doen om aan die informatie te komen, je kon het niet op internet opzoeken”, aldus Wanda Waanders.

In het Bouwcentrum zijn tentoonstellingen, er zijn zalen voor lezingen en een grote bibliotheek. Het is bedoeld voor architecten en andere vakmensen, maar ook voor andere geïnteresseerden.

De Britse koningin Elisabeth wordt in 1958 samen met haar man prins Philip in het Bouwcentrum ontvangen. In andere landen zijn er soortgelijke centra. Het Bouwcentrum in Rotterdam heeft jarenlang internationaal grote naamsbekendheid.

Dat komt door de vooruitstrevende manier van bouwen in Rotterdam, maar ook vanwege de karakteristieke vorm van het gebouw zelf.

Het gebouw staat er nog steeds, maar is nu nauwelijks zichtbaar. Waanders: “Je moet echt goed zoeken om het vinden, het is nu weggestopt tussen de bebouwing van het Weena en de Diergaardesingel”.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van rijnmond.nl https://www.rijnmond.nl/…/Wederopbouw-vanuit-het-unieke-Bou…

Met medewerking van Rotterdam van toen

Buurthuis Brandaris aan de Adrianalaan ,1958

Buurthuis Brandaris aan de Adrianalaan op de hoek met de Meidoornsingel in Schiebroek, 10 januari 1958.

De Adrianalaan is vernoemd naar Adriana Erkina van Beek (1868-1941). In 1851 werd een zekere Johannes Ruis (1864-1925) eigenaar van een aantal percelen weiland ten westen van de Ringdijk onder Schiebroek. Hij stichtte hierop een boerenbedrijf, dat in 1888 werd overgenomen door zijn enige zoon Johannes (1864-1925). Op zijn land liet deze een pad aanleggen, waarlangs enige arbeiderswoningen werden gebouwd en tuindersbedrijfjes werden gesticht. Het pad gaf hij de naam Adrianalaan naar zijn echtgenote Adriana Erkina van Beek (1868-1941). In 1913 zag Ruis zich genoodzaakt zijn bedrijf van de hand te doen. De ‘laan’ werd ondergebracht in een vereniging van gezamenlijke eigenaren, die ervoor zorgde dat het slecht begaanbare pad werd bestraat en verbreed. In 1924 werd de Adrianalaan door de gemeente Schiebroek overgenomen.

De naam van de Meidoornsingel is ontleend aan een boom of heester uit de familie der appelachtigen. De Meidoornstraat herinnert aan de meidoornheggen, die veelvuldig bij de warmoezerijen in het Zwaanshals voorkwamen.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Burgerneester Baumannlaan 1958

Het politiebureau (posthuis) Overschie en woonhuizen aan de Burgemeester Baumannlaan 190 op de hoek met de Hoornweg, 18 maart 1958.

Jan Cornelis Baumann (Dordrecht, 9 december 1884 – Oegstgeest, 27 september 1954) was een Nederlandse burgemeester. Baumann was lid van de Christelijk-Historische Unie (CHU)

Baumann werd in 1884 in Dordrecht geboren als zoon van Jan Cornelis Baumann, rijksopzichter van de Waterstaat, en Hermine Harmsen. Na zijn middelbareschoolopleiding werkte Baumann achtereenvolgens als ambtenaar bij de gemeenten Leimuiden, Monster en Enschede. In 1912 werd hij benoemd tot burgemeester van Oude Tonge. In 1916 volgde zijn benoeming tot burgemeester van Woubrugge. In 1917 werd hij tevens secretaris van de gemeente Woubrugge. In 1928 werd Baumann benoemd tot burgemeester van Overschie. Zijn burgemeesterschap van Overschie eindigde in 1941 toen deze gemeente werd opgeheven en bij Rotterdam werd gevoegd. Hij vestigde zich in Den Haag, waar hij de functie van waarnemend-commissaris afvoer burgerbevolking bekleedde. In 1946 werd Baumann benoemd tot burgemeester van Oegstgeest. Deze functie vervulde hij tot zijn pensioennering in 1950.

Baumann trouwde op 25 mei 1912 te Leimuiden met Johanna Pieternella Ninaber, dochter van de burgemeester van Leimuiden. Hij overleed in september 1954 op 69-jarige leeftijd in zijn woonplaats Oegstgeest. Baumann werd in 1933 benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. In de Rotterdamse wijk Overschie werd in 1941 de burgemeester Baumannlaan naar hem genoemd.

Het dorp Overschie, eigenlijk Ouderschie, Ouwerschie of Oldschie geheten, moet al voor het jaar 1063 hebben bestaan. Op 28 december van dat jaar sloot de bisschop van Utrecht, Willem van Gelder, met Reginbertus, de abt van Echternach, een verdrag waarbij eerstgenoemde afstand deed van een aantal kerken in Holland, waaronder die van Schee of Schie. Ook onder de naam Oud-Schiedam komt het dorp wel voor. Het dorp Overschie behoorde tot de heerlijkheid van die naam, die ook een aantal polders omvatte. In 1409 werd deze heerlijkheid door graaf Willem VI van Holland in erfleen gegeven aan Filips van Spangen. Later kwam ze in bezit van de stad Delft. Overschie werd in 1941 door Rotterdam geannexeerd.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen