Tag Archives: 1959

Aert van Nesstraat, 1959

Gezicht in de Aert van Nesstraat bij de Karel Doormanstraat, 1959.

De Aert van Nesstraat is een straat in het centrum van Rotterdam, en loopt van de Mauritsweg / Schouwburgplein naar de Coolsingel. De straat werd in het kader van de 19e-eeuwse stadsuitbreiding aangelegd in het verlengde van de Meent, die voorheen ten einde liep op de oostelijke oever van de Coolvest. De straat werd in 1873 vernoemd naar de Nederlandse zeeheld en vlootvoogd Aert Jansse van Nes.

Van 1886 tot 1940 stond hier de Groote Schouwburg. Tussen 1945 en 1947 werd een nieuwe Rotterdamse Schouwburg gebouwd met 1,7 miljoen afgebikte stenen van gebombardeerde gebouwen. Dit gebouw is in 1988 vervangen door een nieuwe Schouwburg.

De Karel Doormanstraat is een winkelstraat in het centrum van Rotterdam. De straat verbindt de Westblaak met het Weena. Tussen de Aert van Nesstraat en De Doelen (langs het Schouwburgplein) is de straat voetgangersgebied.

De straat ligt ongeveer ter hoogte van de vooroorlogse Tuindersstraat en Diergaardekade. Dit gebied werd in 1940 ernstig getroffen bij het bombardement op Rotterdam door de Duitse luchtmacht. De Karel Doormanstraat ontstond na de Tweede Wereldoorlog in het kader van de wederopbouw van de stad. De bebouwing aan de centrumzijde, die ook de bekende Lijnbaanflats omvat, dateert uit 1955 en is ontworpen door Hugh Maaskant. Ze wordt gezien als een treffend naoorlogs voorbeeld van het Nieuwe Bouwen.

Karel Willem Frederik Marie Doorman was een Nederlandse schout-bij-nacht. Hij werd bekend door de Slag in de Javazee in 1942. Het is een van de zeehelden die in de buurt met een straatnaam geëerd worden. Ter hoogte van de Van Oldenbarneveltplaats staat een buste van de marineman.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Het zakkendragershuisje aan de Voorstraat, 1959

Het zakkendragershuisje aan de Voorstraat, 1959. Links de Aelbrechtskolk.

Van de Kroniek van Delfshaven:
Volgens de ornamentale gevelsteen, een zogeheten cartouche, dateert het Zakkendragershuisje aan de Voorstraat uit 1653. Dat moet dus de datum zijn, dat het Zakkendragershuisje tegen het zestiende-eeuwse Kraanhuis werd aangebouwd. Sinds 1965 staat het gehele pand bekend als Zakkendragershuisje.

In dit huisje kwamen de broeders van het zakkendragersgilde bijeen. De in schepen aangevoerde zakken graan, grondstof voor de vele distilleerderijen in Delfshaven, werden door de zakkendragers uitgeladen en op de rug, of soms het hoofd, naar de vele pakhuizen en branderijen gedragen. Wanneer er een schip moest worden gelost, dan luidde men de klok in het torentje. De zakkendragers kwamen op het klokkengelui af, waarna de strijd ontbrandde over wie de lading mocht lossen.

Meestal meldden zich namelijk meer zakkendragers aan dan er op dat moment nodig waren. Een worp (‘smak’) met dobbelstenen moest uitmaken wie aan het werk kon gaan en wie niet. Om onenigheid te voorkomen werd lading verplicht ‘versmakt’ in de ‘smakbak’. Daarin werden, via een trechter die bovenop de bak was geplaatst, voor iedereen zichtbaar twee grote dobbelstenen gegooid.

Wie de hoogste ogen had, won het werk. Er werd verdeeld naar gelang de aard en omvang van de lading tot een volledige ploeg van vijf man was samengesteld. Voor de hele vracht werd een prijs afgesproken, die dan onderling werd verdeeld. Het ging bij het zakkendragersgilde altijd om goederen waaraan een maat of een schep te pas kwam en die in een zak konden worden gedragen.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van https://jgsmits.home.xs4all.nl/del…/heden_zakkendragers.html

Met medewerking van Rotterdam van toen

Café Boezemzicht aan de Boezemsingel, 1959

De Boezemsingel ontleent haar naam aan de Hoge Boezem. Op 14 januari 1769 werd door de Staten van Holland en West-Friesland octrooi verleend om, tot ontlasting van de gemeene boezem de Rotte, een tweede boezem te maken in de polder Rubroek. Het overtollige water kon door een sluis bij de Oostpoort ontlast worden in de Nieuwe Maas. De aanbesteding van de hoge en de lage boezem en de watermolens vond plaats op 25 april 1772. In 1854 werd nog een Reserveboezem gegraven. In 1897 werden de Hoge en Lage Boezem gedeeltelijk en de Reserveboezem geheel gedempt. De 2de Reserveboezemstraat heette van 1914 tot 1918 Kampioenstraat, een naam die herinnerde aan het door de voetbalvereniging ‘Sparta’ behaalde kampioenschap. Deze vereniging oefende op het nabijgelegen Exercitieveld.

De Boezemweg vormde vóór 1973 een onderdeel van de Boezemsingel. Hoewel de naam Hoge Boezem als straatnaam reeds jarenlang in gebruik is, werd hij pas bij bovengenoemd besluit officieel vastgesteld. Op een plattegrond van 1881 komt de Boezemstraat voor onder de naam Abattoirstraat naar het slachthuis of abattoir, dat daar geprojecteerd was. Dit abattoir werd op 1 mei 1883 geopend.

De fotograaf is P. Visser en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

West-Kruiskade met rechts de Diergaardesingel, 1959

Gezicht op de West-Kruiskade met rechts de Diergaardesingel, 1959.

De Kruiskade komt reeds in 1506 onder deze naam voor. Het was toen nog maar een voetpad. Dit pad werd in de eerste helft van de 19de eeuw door de Rotterdamsche Werkvereeniging verbreed en tot een schelpweg gemaakt. In 1853 werd de weg door de stad overgenomen en bestraat. In 1401 werd ze de ‘Ka tot Rotterdam in Cool’ genoemd. De oudste kaart waarop de Kruiskade voorkomt dateert uit 1540. Hierop wordt het verlengde van deze kade in westelijke richting tot aan de Delfshavense Schie ‘doorgeghraven oude ka’ genoemd.

De kade moet ouder zijn dan 1389, het jaar waarin toestemming werd verleend om deze Schie te graven. De Kruiskade en haar verlengingen (West-Kruiskade, Middellandstraat en Vierambachtsstraat) vormden de zuiddijk van de ambachten Blommersdijk en Beukelsdijk. Voor het graven van de Rotterdamse Schie zal de Kruiskade ten oosten aangesloten hebben op de Hofdijk. Haar naam dankte ze waarschijnlijk aan de ‘cruyskamp’, een stuk land dat vanaf het einde van de 15de tot in de 18de eeuw in Beukelsdijk in het ambacht van Cool was gelegen

Deze singel is vernoemd naar de in 1857 opgerichte Rotterdamsche Diergaarde, waarlangs deze singel liep. De Diergaarde werd eind 1939 gesloten in verband met de bouw van een nieuwe diergaarde in de wijk Blijdorp. Daarna werd met de sloop begonnen; het restant van de diergaarde werd verwoest bij het bombardement in mei 1940. Zowel de Stationssingel als de Spoorsingel hebben in de 19de eeuw enige tijd Diergaardesingel geheten.

De fotograaf is P.J. Visser en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Goudseplein, 1959

Het Goudseplein in 1959.

De Goudse Rijweg, de Goudseweg en de (vooroorlogse) Goudsewagenstraat vormden een onderdeel van de oude weg naar Gouda. De Goudsewagenstraat wordt reeds in 1366 in bronnen vermeld. Na 1358, toen er grachten om de stad gemaakt mochten worden, zal ook bij deze ‘rijweg’ aan de stadsvest een poort gebouwd zijn en kon men van Gouda daardoor met wagens in de stad, d.w.z. op de Hoogstraat, komen. Later was hier het beginpunt van het Goudse Wagenveer.

De Goudsewagenstraat heette oorspronkelijke Oostwagenstraat, in tegenstelling tot de Westewagenstraat. De brug over de Goudsevest heette ook nog op het einde van de 17de eeuw Oostwagenbrug. In de 18de eeuw zijn beide namen verdwenen.

De Goudsewagenstraat liep vóór het bombardement in mei 1940 van de Goudsesingel naar de Hoogstraat. Ze lag iets westelijker dan de huidige straat van die naam. Het gedeelte tussen de Kipstraat en de Hoogstraat heette Korte Goudsewagenstraat. Onder Goudse Rijweg verstond men in de 16de eeuw ook de straat die thans Goudseweg heet. Tot 1900 droeg de westzijde van de Vlietlaan eveneens deze naam.

De Goudsesingel was oorspronkelijk de buiten de stad gelegen vestkade. In 1481 wordt de singel genoemd van de Oostpoort naar het kleine Goudse Poortje. Deze singel moet even ten noorden van de huidige Warande en het Ammanplein hebben gelegen. Na 1505, toen de stad in zuidelijke richting was ingekrompen, verstaat men onder Goudsesingel de weg van de Goudse Poort tot Couwenburghseiland (ter hoogte van het huidige Pompenburg). Ten oosten van de Goudse Poort heette hij Oostsingel. De Goudsesingel en Oostsingel waren de kaden ten noorden van de Goudsevest en de Oostvest. Het eerste gedeelte van de Oostvest werd in 1871 gedempt. Dit gedeelte heette sindsdien Gedempte Oostvest. In 1888 volgde de demping van het tweede gedeelte. Op deze plaats ontstond het Oostvestplein.

Ook de Goudsevest en Luthersche Vest werden gedempt. Nadat de demping was voltooid, ontving de nieuw gevormde brede weg vanaf het Boschje tot aan het Oostplein de naam Goudsesingel.

De fotograaf is P.J. Visser en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Gerdesiaweg, 1959

De Gerdesiaweg gezien vanaf de Vredenoordlaan, 1959.

De Gerdesiaweg is vernoemd naar de buitenplaats ‘Gerdesia’ (voorheen ‘Devonia’) , die vroeger op deze plaats aan de Oudedijk lag.

De naam van de Vredenoordlaan herinnert aan de vroegere buitenplaats ‘Vredenoord’ aan de Hoge Boezem, daar gelegen in de eerste helft van de 19de eeuw. De oude Vredenoordlaan werd verwoest bij het bombardement in mei 1940. Ze heette van 1879 tot 1892 Admiraal de Liefdekade naar Johan de Liefde, 1619-1673, vice-admiraal bij de Admiraliteit op de Maze. Voor het bombardement in mei 1940 liep de Vredenoordlaan van de Vredenoordkade naar de (Gedempte) Slaak. In het verlengde van de Vredenoordlaan lagen de Vredenoordstraat en het Vredenoordplein. De huizen aan de zuidzijde van het Vredenoordplein zijn bij het bombardement gespaard gebleven en vormen thans een onderdeel van de Vredenoordlaan. Voorts was er voor het bombardement nog een hofje dat de naam ‘Vredenoord’ droeg en dat gelegen was op het terrein van bovengenoemde buitenplaats.

De fotograaf is P.J. Visser en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De trainer van Sparta, Denis Neville, 1959

De trainer van Sparta, Denis Neville, staat buiten bij een bord met de tekst ‘Uitverkocht’, 1959 (geschat).

Denis Neville (Londen, 6 mei 1915 – Rotterdam, 11 januari 1995) was een Engels voetballer en voetbaltrainer.

Als voetballer kwam Neville vanaf 1932 uit voor de Londense club Fulham, dat destijds in de Engelse tweede divisie speelde. Hij stond bekend als een harde verdediger. In de Tweede Wereldoorlog diende hij in het Britse leger en werd hij uitgezonden naar Afrika, Italië en Israël. Na de oorlog keerde hij kort terug bij Fulham, maar in 1946 besloot hij zijn voetbalcarrière te beëindigen. Hij behaalde vervolgens de diploma’s om trainer te mogen worden. Tevens volgde hij een scheidsrechtersopleiding.

Zijn trainersloopbaan startte Neville bij Odense BK in Denemarken. Op de Olympische Zomerspelen 1948 was hij coach van het Deense nationale elftal, dat brons behaalde. Hij was vervolgens trainer van achtereenvolgens het Italiaanse Atalanta Bergamo en het Belgische Berchem Sport. In 1954 werd hij door de Engelse voetbalbond aangesteld om in India trainer- en scheidsrechteropleidingen op te zetten en voetbalteams en het Indiaas elftal te begeleiden. In 1955 werd hij coach van het Nederlandse Sparta.

Neville bleef acht jaar verbonden aan Sparta. In deze periode werd de club landskampioen (1959) en won het tweemaal de KNVB beker (1958 en 1962). In de Europacup I baarde Sparta in 1959 opzien door de Schotse kampioen Glasgow Rangers in het Ibroxpark in Glasgow met 1-0 te verslaan. Na een beslissingswedstrijd werd Sparta echter toch uitgeschakeld. In 1963 besloot hij bij Sparta te vertrekken en trad hij in dienst van het Haagse SHS (in 1964 hernoemd tot Holland Sport), dat uitkwam in de Eerste divisie. Zonder grote aankopen werd hij in zijn eerste seizoen derde met SHS en kwam de ploeg één punt te kort voor promotie. Volgende seizoenen verliepen echter minder succesvol.

Met toestemming van Holland Sport werd Neville in 1964 aangesteld als tijdelijk trainer van het Nederlands elftal, als opvolger van Elek Schwartz. Na een 2-1 nederlaag op 14 november 1965 in de WK-kwalificatiewedstrijd in en tegen Zwitserland besloot hij terug te treden als bondscoach en zich weer enkel te richten op Holland Sport. Hij werd opgevolgd door Georg Kessler. Holland Sport verkeerde inmiddels echter in de onderste regionen van de Eerste divisie en aan het eind van het seizoen besloten de trainer en de club uit elkaar te gaan. Neville keerde terug naar Engeland, waar hij manager/trainer werd van Canvey Island FC. In 1978 streek hij opnieuw neer in Nederland. Hij was nog enkele jaren trainer van amateurclub TOGB uit Berkel en Rodenrijs.

Neville was getrouwd met een Nederlandse vrouw. In 1995 overleed hij op 79-jarige leeftijd in een Rotterdams verpleeghuis.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Jeugdland in de Energiehal, 1959

Jongens bij een pick-up draaitafel op Jeugdland in de Energiehal, 11 juli 1959.

Wie heeft er nou niet geëmailleerd, getuinierd, gemetseld of gemacrameed? Jeugdland was hét vakantiefestijn voor de Rijnmondse jeugd.

Hoewel, Rijnmondse jeugd, de kinderen kwamen van heinde en verre, blijkt uit de brief van Nolleke Boll uit Oud-Beijerland. Ze woonde destijds op de Veluwe en bezocht het evenement toen het nog in de Energiehal werd gehouden. ,,Als jong, verlegen Veluws meisje mocht ik mee naar Jeugdland met mijn begeleider, ook verlegen, maar wel stads.

Door die verlegenheid kwamen we nergens bij, maar we hebben wel het krentenbolletje, het pakje melk en de andere versnaperingen opgehaald. We hebben een toneelstukje gezien en gekeken bij het pannenkoeken bakken. We waren veel te vroeg weer thuis, vond mijn tante, die een vermogen had neergeteld om ons te laten gaan. Maar ik kan wél zeggen: ik ben er ooit geweest.’’

Jeugdland. Je kon er met je knuffel naar de poppendokter. Je kon er figuurzagen, bloemschikken, tekenen en schilderen, kleien en later zelfs een rondje pony sjokken.

Nolleke Boll schrijft het al: een flinke dot haar op je tanden, geduld én onverzettelijkheid waren een must, want overal waren de rijen lang, langer, langst.

Rob van Steenbergen uit Den Hoorn kwam er medio jaren zeventig geregeld over de vloer. ,,Wat me vooral is bijgebleven, is dat er zoveel te doen was dat je bewust keuzes moest maken. Tijdens mijn allereerste bezoek had ik, net als het jongetje op de foto, plaats genomen in het figuurzaagpaviljoen. Na twee uur zagen en vijlen had ik mijn werkstuk klaar en leverde ik het in bij de leiding om mee te dingen naar de dagprijs.

Toen ik het paviljoen had verlaten, zag ik pas wat er allemaal nog meer te doen was. Ik had direct spijt van mijn tijdvretende geknutsel. Gelukkig bleek ik aan het eind van de dag wel de dagprijs te hebben gewonnen.’’

Arthur Baier speelde winkeltje, trapte zich een ongeluk in de RET- skelterbus en deed de Roteb Quiz. ,,Ik ben een paar jaar geleden met mijn eigen zoon naar de nieuwere versie geweest. Weinig aan!’’

Ook trouw bezoeker Martin Sips vond Jeugdland heerlijk. ,,Met mijn buurjongen heb ik op de jeugdredactie gewerkt als Jeugdlandreporter. Dan gingen we met z’n allen naar de drukkerij om te kijken hoe dat ging, zo’n krantje maken.’’

Tim Sikkema wist niet wat hij zag toen hij vorige week de krant opensloeg. ,,Verleden week nog had ik toevallig met een kennis een gesprek over de bezoekjes die we vroeger aan Jeugdland brachten. Wat ons het meest was bijgebleven, was de filmvoorstelling die je in een locomotief van de NS kon bekijken. Die film was opgenomen vanaf de ’bok’ van een rijdende trein. Je zag eigenlijk alleen maar het uitzicht van de machinist tijdens een treinreis. Maar we vonden de attractie zo leuk, dat we de film wel vier keer hebben gezien. Ik kwam ook vaak thuis met een verftekening, gemaakt in een soort centrifuge. Je legde een wit vel op de bodem en goot door de open bovenkant verf in de draaiende ton. Zo kreeg je hele mooie artistieke schilderijen.’’

Sikkema bezocht Jeugdland ongeveer vier keer. Het evenement vond destijds nog plaats in de tijdelijke Ahoyhal aan de Hofdijk in het centrum van de stad.

,,Ik stond dan al ver voor de opening buiten te wachten. En ik niet alleen. Er stonden altijd lange rijen en als de deuren eindelijk opengingen, steeg er een luid gejuich op.’’

De Energiehal was een sport- en evenementenhal in de Blijdorpse polder in Rotterdam. De Energiehal is gebouwd voor de tentoonstelling E55 die van mei tot september 1955 in Rotterdam werd gehouden. De Energiehal had een oppervlakte van 6000 m². Deze tentoonstelling werd gehouden in de wijk Dijkzigt waar nu de Medische faculteit van de Erasmus Universiteit staat.

De Energiehal is na de tentoonstelling verplaatst naar de Blijdorpse polder, dicht bij het Kleinpolderplein en heeft jarenlang als sporthal dienstgedaan. In de jaren negentig werden in de Energiehal vrijwel maandelijks grote hardcore-feesten gehouden. Enkele grote feesten die er gehouden zijn zijn A Nightmare in Rotterdam, Terrordome, Megarave, Eurorave, Raver’s Night. De energiehal stond in de hardcore underground wereld bekend om zijn kwalitatief zeer goede geluidsinstallatie. Eind jaren negentig is de Energiehal afgebroken om plaats te maken voor een parkeerplaats voor Diergaarde Blijdorp en een vestiging van hotel Domina, thans een hotel van het Van der Valk-concern.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt uit het AD van 23 juli 2007 en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Schiedamsesingel, 1959

Voetbalwedstrijd op stuk grond aan de Schiedamsesingel, links schoolgebouw van de Rotterdamse Schoolvereniging RSV, 1959 (geschat).

De Schiedamsesingel is de naam van de in 1608 ten westen van de Schiedamsevest aangelegde en met bomen beplante weg. De Schiedamsedijk vormt een onderdeel van Schielands Hoge Zeedijk, aangelegd in het midden van de 13de eeuw. Een strook grond langs dit gedeelte van de dijk werd in 1598 als bouwgrond uitgegeven. In oude bronnen komt de straat afwisselend voor als Hoogstraat en Schiedamsedijk. In 1610 werd dit gedeelte van de dijk bestraat. Over de Schiedamsedijk en verder over de Schielands Hoge Zeedijk (de latere Westzeedijk) liep de weg naar Schiedam. Het zuidelijke gedeelte van de Schiedamsedijk heette in de 17de en 18de eeuw ook heel vaak Schotschedijk vanwege het grote aantal Schotten dat zich daar had gevestigd.

Eveneens in het laatst van de 16de eeuw werd begonnen met het graven van de stadsvest, van de Binnenweg naar het Vasteland. De Schiedamsesingel tussen Binnenweg en Witte de Withstraat werd rond 1900 gedempt. Tot 1930 heette dit gedeelte Schiedamsevest. Daarna sprak men van Schiedamsesingel. De demping van het resterende gedeelte volgde in 1940. In 1949 werd de naam Schiedamse Vest gegeven aan de Schiedamsesingel tussen Binnenweg en Witte de Withstraat alsmede aan de in het verlengde aangelegde weg in zuidelijke richting. Het gedeelte tussen Binnenweg en Westblaak is thans een deel van de Coolsingel.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Paulus kerk in aanbouw, 1959

Exterieur van Pauluskerk in aanbouw, gezien vanaf Aert van Nesstraat en het Schouwburgplein, 27 augustus 1959. Achter de bouwsteigers is het kunstwerk van Ger van Iersel zichtbaar.

De Pauluskerk is de naam van een kerkgebouw aan de Mauritsweg in het centrum van Rotterdam. De eerste Pauluskerk daar werd in 1960 in gebruik genomen door de hervormde gemeente Rotterdam (thans onderdeel van de Protestantse Kerk in Nederland) en werd in 2007 gesloopt. Op dezelfde plaats hervatte men in 2013 de kerkelijke activiteiten in een nieuw futuristisch ogend bouwwerk, een ontwerp van de Engelse architect Will Alsop.

Het bijbelse motto van de kerk is ontleend aan de brief van Paulus aan de Romeinen: Overwin het Kwade, door het Goede. De kerk werd vooral bekend vanwege de opvang van mensen van de onderkant van de samenleving, waaronder drugsverslaafden, dak-en thuislozen en vluchtelingen, waar vanaf 1980 – onder leiding van dominee Hans Visser – de kerk meer en meer een centrum voor werd.

Het kerkgebouw werd in 2007 gesloopt ten behoeve van de bouw van een appartementencomplex. Afgesproken werd dat er wel weer een nieuw godshuis op ongeveer dezelfde plaats zou verrijzen.

Sinds 2007 was een tijdelijke ruimte in gebruik schuin tegenover de bouwplaats. Het Pauluskerkwerk werd daar deels voortgezet. Er werden kerkdiensten gehouden en hulp geboden, ook werden er regelmatig bijeenkomsten en debatten georganiseerd over thema’s die leven in de samenleving en de doelgroep van de kerk raken. Met de opvang van drugsverslaafden stopte men in 2007.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen