Tag Archives: 1965

Van der Sluysstraat, 1965

De Van der Sluysstraat met op de achtergrond het stationspostkantoor en rechts de Provenierskerk, november 1965.

Deze straat is vernoemd naar Simon Doedesz. van der Sluys, +1499, en diens neef Willem Jacobsz. van der Sluys, geb. 1453. Simon was sinds 1463 doctor en raad van hertog Karel van Bourgondië en van 1474 tot 1499 domproost van Utrecht. Zijn neef Willem was van 1500 tot ca. 1509 pastoor van de Sint Laurenskerk te Rotterdam. Beiden hielden zich bezig met de geschiedschrijving van Rotterdam en Schieland.

Het stationspostkantoor uit 1959 is een typisch voorbeeld van Rotterdamse wederopbouwarchitectuur. Ontwerp en uitvoering verraden iets van het karakter van het bureau van de gebroeders Evert en Herman Kraaijvanger. In de naoorlogse periode ontwierpen zij robuuste bouwwerken, niet zelden met natuurstenen elementen verrijkt en vaak voorzien van tegeltableaus van de beeldhouwer M. van der Plas. Degelijkheid, solide bouw, duurzame materialen: het zijn de kenmerken die de status van het bureau hebben bepaald. De grote bloeiperiode kwam met de wederopbouw. Als zoveel Rotterdamse architecten profiteerden de gebroeders Kraaijvanger van de verwoesting van de Maasstad op 14 mei 1940.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van 100 jaar architectuur in Rotterdam. https://couvreur.home.xs4all.nl/…/architec…/100jaar/1959.htm

Met medewerking van Rotterdam van toen

Achterhaven, 1965

De westzijde van de Achterhaven met het restant van molen De Distilleerketel, 10 april 1965. Links de Voorhaven.

De Achterhaven ligt achter, of ten oosten van, de Voorhaven in Delfshaven. De Achterhaven is gegraven volgens een concessie van 3 juli 1451, waarbij de stad Delft van hertog Philips van Bourgondi toestemming verkreeg tot het graven van een ‘nieuwe haven’. Tot de vereniging van Delfshaven met Rotterdam in 1886 werd deze zowel Achterhaven als Nieuwehaven genoemd. De straten langs de haven heetten toen Achterstraat en Achterwater. Omdat in Rotterdam eveneens een Nieuwehaven bestond, besloot men de haven en de erlangs lopende straten de naam Achterhaven te geven. In 1962 werd een gedeelte van de bebouwing van de Havenstraat en het Piet Heynsplein afgebroken ten behoeve van een doorvaartverbinding van de Achterhaven met de Coolhaven.

De Distilleerketel is een in 1986 gebouwde windmolen. Het is een stellingmolen en dus een bovenkruier. De stelling zit op 10 m hoogte. De molen staat in het Rotterdamse Delfshaven.

De molen is gebouwd naast de plek waar de oorspronkelijk in 1727 gebouwde Distilleerketel stond. Deze in 1899 afgebrande molen werd herbouwd en in 1940 tijdens oorlogshandelingen in brand geschoten. Deze molen maalde mout tot moutschroot voor de distilleerderijen.

Het besluit de molen te herbouwen kwam dusdanig laat dat herbouw op de oorspronkelijke plek onmogelijk was geworden vanwege de geplande bouw van een flat waar de stelling overheen zou komen te hangen. Bovendien was men al met de sloop van de oude molenromp begonnen. Door de Distilleerketel elf meter verderop te herbouwen, werd voorkomen dat de stelling boven de flat zou komen die naast de molen werd gebouwd. Bij de herbouw is de romp een meter hoger opgebouwd, waardoor de nieuwe molen slanker lijkt dan de oude.

De uit 1985 afkomstige bovenas is van gietijzer. De as wordt gesmeerd met reuzel en de kammen (tanden) op de tandwielen met bijenwas. De vang, waarmee het wiekenkruis wordt afgeremd, is een met een wipstok bediende Vlaamse vang.

De molen beschikte tot 2007 over de klassieke wiekvoering, met zeil en zeilrail oudhollandse tuigage; tegenwoordig zitten op de binnenroede fokwieken volgens het systeem Fauël, in combinatie met remkleppen. Vlucht van de molen is op de buitenroede 27,50 meter.

De molen heeft twee koppel maalstenen en wordt gebruikt voor het malen van graan voor consumptie.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Van Brienenoordbrug, 1965

Publiek wandelt op het wegdek van de nieuwe Van Brienenoordbrug, 30 januari 1965.

De Van Brienenoordbrug is een vaste oeververbinding over de Maas vernoemd naar het nabij gelegen Eiland van Brienenoord. Het eiland dankt zijn naam aan koopman en politicus Arnoud Willem baron van Brienen van de Groote Lindt (1783-1854). Als heer van Dordtsmonde beschikte van Brienen over visprivileges in de omgeving van Dordrecht. In 1847 verwierf hij een oord in de Nieuwe Maas dat sindsdien zijn naam draagt. Officieel kreeg het bij besluit van Burgermeester en Wethouders in 1895 de naam Eiland van Brienenoord. Op deze plek werd de van Brienenoordbrug gebouwd.

Rijkswaterstaat kwam in 1959 met het plan voor de aanleg van de van Brienenoordbrug als derde vaste oeververbinding over de Maas na de Willemsbrug (1878) en de Maastunnel (1942). De plannen voor de brug dateerde al uit de jaren dertig maar het gereserveerde geld ging toen naar de Maastunnel. De brug bestaat uit een boogbrug met in het verlengde daarvan drie basculebruggen. Ze werd in zijn geheel ter plaatse gebouwd naar ontwerp van ir. W.J. van der Eb van Rijkswaterstaat. In 1961 werd een aanvang gemaakt met de bouw, in 1962 stelde de gemeenteraad de naam van Brienenoordbrug officieel vast en op 1 februari 1965 opende koningin Juliana de brug.

Minister van Verkeer en Waterstaat, N. Smit-Kroes, gaf in 1986 het sein tot het in de grond trillen van de eerste paal voor de verdubbeling van de brug. Het project zou in 1992 klaar moeten zijn. Deze keer werd de boog niet ter plaatse gebouwd, want men wilde het scheepvaartverkeer zo min mogelijk hinderen. Op 25 februari 1989 werd de nieuwe boog naar zijn definitieve plaats gevaren en was het opnieuw Smit-Kroes die het brugdeel plaatste. De tweede van Brienenoordbrug werd geopend door J.R.H. Maij-Weggen, minister van Verkeer en Waterstaat op 1 mei 1990. Tegelijkertijd demonstreerden op de brug verpleegkundigen voor meer salaris en milieuactivisten tegen toename van het autoverkeer.

De brug werd één van de breedste en drukste autosnelwegen van Nederland. De totale lengte bedraagt 1320 meter en met zijn ruim 300 meter overspanning is het de grootste brug van Nederland. Aangezien de doorvaarhoogte ongeveer 24 meter is, moet voor een deel van de scheepvaart de brug worden geopend, een karwei dat zo’n 18 minuten duurt.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Stationsplein, 1965

Wachten bij de tramhaltes op het Stationsplein, 1965 (geschat). Hier tram 16 en rechts het Groothandelsgebouw.

In 1878 werd de Rotterdamsche Tramweg Maatschappij (RTM) opgericht. De eerste paardentram in Rotterdam reed in 1879. Later reden er ook stoomtrams in en om de nog niet uitgebreide stad.

Met de invoering van de elektrische tram in 1904 werd er een nieuwe trambedrijf opgericht, genaamd: Rotterdamsche Electrische Tramweg Maatschappij (RETM). Op 18 september 1905 nam de RETM de eerste elektrische tramlijn in gebruik, lijn 1 Honingerdijk – Beurs – Park. In 1906 kwamen er nog vijf lijnen bij. In 1907 en 1908 werden er nog vier lijnen in gebruik genomen.

De RETM droeg na enkele jaren onderhandelen het trambedrijf over aan de gemeente Rotterdam. Op 4 april 1927 valt het Raadsbesluit en op 15 oktober van dat jaar wordt de RETM een gemeentelijk vervoerbedrijf en krijgt het de naam RET, de 1903 werknemers komen in dienst van de gemeente.

Het Groothandelsgebouw is een gebouw en Rijksmonument in het centrum van Rotterdam, ontworpen door de architecten H.A. Maaskant en Ir. W. van Tijen, gelegen aan het Stationsplein naast het Centraal Station van de stad en aan het Weena.

Groothandelsgebouw is zoals de naam in origine werd geschreven. Het was daarmee een “gebouw voor de groothandel”. Begin 21ste eeuw draagt het gebouw een gewijzigde naam, namelijk Groot Handelsgebouw, hetgeen met letters, inclusief de hoofdletters, boven op het gebouw wordt aangegeven.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Blaak, 1965

Kantoorgebouwen van de Algemene Bank Nederland, Gulf en Nederlandsche Middenstandsbank aan de Blaak, 1965 (geschat).

De betekenis van de naam Blaak is niet geheel zeker. Het is heel goed mogelijk dat de naam is afgeleid van het Zuidnederlandse woord ‘blak’, dat stil rustig water betekent. Ook kan gedacht worden aan het Middelnederlandse ‘blec’, dat de betekenis heeft van ‘Land, dat even boven het water uitkomt’.

De Blaak was de oude vest voor de uitleg van de stad in het laatst van de 16de eeuw. In de stadsrekeningen van 1480/81 en 1481/82 wordt deze vest ‘die Blake’ genoemd. Sinds 1577 werden erven aan de Zuidblaak door de stad verkocht als bouwgrond, sinds 1581 ook aan de Noordblaak. Tot 1613 werd de vest voor scheepstimmerwerven gebruikt. In 1867 is een gedeelte van de Blaak gedempt ten behoeve van de bouw van een nieuw postkantoor. Het resterende gedeelte is in 1940 gedempt met het puin van de huizen uit de verwoeste binnenstad. De namen Noord- en Zuidblaak voor de straten ter weerszijden van het water zijn toen vervallen.

Sindsdien geldt de naam Blaak voor de brede verkeersweg die door de demping is ontstaan. Later werd de Blaak in westelijke richting doorgetrokken. De nieuwe weg ontving de naam Westblaak. De Overblaak is de straat die over de Blaak heenloopt, en is een onderdeel van het zogeheten paalwoningencomplex. In de volksmond is hieraan de naam Blaakse Bos gegeven.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Wilhelminakade, 1965

Een groep mensen bij de Holland-Amerika Lijn op de gangway boven de Wilhelminakade, 1965 (geschat).

In 1871 werd de vennootschap Plate, Reuchlin & Co opgericht door Antoine Plate F.jn en Jhr. Otto Reuchlin, met als doel een rechtstreekse verbinding met Amerika, uitgevoerd met stoomschepen. In 1873 werd Plate, Reuchlin & Co omgezet in de NV Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart-Maatschappij (NASM). Vlak hierna, in 1875, werd de Nieuwe Waterweg geopend, waardoor Rotterdam een belangrijke Europese haven kon worden. In deze periode werd New York een vaste bestemming. Omdat in het spraakgebruik de naam ‘Holland-Amerika Lijn’ (HAL) gebruikelijk was geworden, voegde de NASM deze naam op 15 juni 1896 aan haar statutaire naam toe, zodat de vennootschap sindsdien officieel NV Nederlandsch-Amerikaanse Stoomvaart-Maatschappij ‘Holland-Amerika Lijn’ heet, kortweg HAL. In 1973 werd de naam ingekort tot Holland Amerika Lijn NV, vanaf dat moment zonder streepje tussen Holland en Amerika.

De Wilhelminakade droeg vóór het bezoek van de vorstinnen Emma en Wilhelmina op 30 mei 1891 de naam Prinsessekade. Bij dit bezoek werd door koningin Wilhelmina in het westelijk einde van deze kade een gedenksteen geplaatst. Gedurende de oorlogsjaren 1942 tot 1945 heette de kade Stieltjeskade.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia en uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Meent 1965

Geparkeerde fietsen op de Meent met rechts op de hoek, aan het Rodezand, restaurant Wienerwald en links het gebouw van het Stadstimmerhuis, 1965 (geschat).

De Meent kan men identificeren met de in 1385 genoemde ‘der Stede wech’ en met de ‘Poortweg’, waarvan in 1404 sprake is. De naam Meent als straatnaam treft men niet aan vóór de tweede helft van de 16de eeuw. Aangenomen kan worden dat aan deze straatnaam de betekenis ‘gemeene weide’ ten grondslag lag. Dit blijkt onder meer uit een keur op de twee jaarmarkten uit de eerste helft van de 15de eeuw. De paardenmarkt moest toen gehouden worden ‘in de Lombaertstrate upte meente neffens de capelle ende aldaer omtrent’. In 1531 en later komt ‘Beestenmarkt’ voor, daarna ‘Varckenmart’, ‘Meent ende Varckenmarct’ of ‘Meent bij de Varckenmarct’. Oorspronkelijk liep de Meent van de Botersloot naar de Oppert. Ten behoeve van het toenemende verkeer werd een plan ingediend voor de aanleg van een brede straat door de oude stad, die een verbinding tussen Coolsingel en Goudsesingel zou vormen. De Heerenstraat en de Meent zouden worden verbreed en in westelijke richting worden doorgebroken. Op 19 juni 1913 aanvaardde de raad het doorbraakplan. Toen in mei 1940 de oorlog uitbrak was de nieuwe Meent voor het grootste gedeelte voltooid. In de volksmond heeft de Meent enige tijd de Doorbraak geheten. De huidige Meent ligt op dezelfde plaats als de vooroorlogse straat van die naam. Alleen het noordelijke gedeelte tussen de Botersloot en de Goudsesingel, de vroegere Heerenstraat, heeft een iets andere loop gekregen.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Vredenoordplein 1965

Een hele rij ‘IJzeren honden’ van de RMI voor melkbezorging vanaf het Vredenoordplein, 1965 (geschat).

Als een der oudste en grootste melkinrichtingen hier te lande mag ongetwijfeld “De Rotterdamsche Melkinrichting” (RMI / R.M.I.) genoemd worden. In 1879 is de RMI / R.M.I. op zeer bescheiden schaal opgericht, met een personeel van oorspronkelijk slechts 3 man, maar wist zij zich al spoedig, onder de zeer bekwame leiding van haren in 1910 overleden Directeur, den Heer G. C. van der Leck Sr., tot een zaak van beteekenis op te werken, welke, door het afleveren van een uitstekend product in Rotterdam een zeer goeden naam verkreeg.

De waardeering van het publiek voor dit streven naar een prima product bleek uit de van den aanvang af steeds voortdurende uitbreiding, ondanks felle concurrentie van andere melkinrichtingen, welke meenden door het aanbieden van een minderwaardig en daardoor goedkooper product, de oudere zaak te kunnen verdringen.

Zij kwamen hierin echter bedrogen uit en op dit oogenblik heeft de “Rotterdamsche Melkinrichting” (RMI / R.M.I.) zich ontwikkeld tot één van de grootste, zoo niet de grootste, melkinrichting van ons land.

De omvang van het tegenwoordig bedrijf wordt door de volgende gegevens nader geïllustreerd: De Vennootschap “Rotterdamsche Melkinrichting” (RMI / R.M.I.) beschikt nu over een kantoorgebouw met laboratorium en afleveringslokaal aan het Noordplein 45, een stoomzuivelfabriek en hygiënische melkstal aan den Bergweg, drie afleveringslokalen in het zuiden, oosten en westen van de stad, een boerderij met uitgebreide varkensmesterij in den Prins Alexanderpolder, benevens 21 verkooplokalen door de geheele stad verspreid. Het personeel bedraagt + 280 personen en de jaarlijksche melkomzet momenteel ca 11 millioen Liter.

Naast volle zoete melk worden nog de navolgende producten in den handel gebracht: Gepasteuriseerde merk in flesschen, gezondheidsmelk uit de modelstal, room, karnemelk, karnemelk in flesschen, speciaal voor zuigelingenvoeding, Yoghurt, karnemelk met gort, centrifugemelk, boter, diverse kaassoorten en eieren.

De naam van het Vredenoordplein herinnert aan de vroegere buitenplaats ‘Vredenoord’ aan de Hoge Boezem, daar gelegen in de eerste helft van de 19de eeuw.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van de site van Engelfriet: http://www.engelfriet.net/Alie/Aad/rmi.htm en uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Van Brienenoordbrug 1965

RET-bus 66 op de nieuwe Van Brienenoordbrug, 1965 (geschat).

De Van Brienenoordbrug is een brug over de Nieuwe Maas aan de oostkant van Rotterdam. De brug bestaat uit twee naast elkaar gelegen boogbruggen met in het verlengde daarvan drie basculebruggen. De weg over de brug is de rijksweg A16, en met zes rijstroken per richting en dagelijks meer dan een kwart miljoen voertuigen een van de breedste en drukste autosnelwegen van Nederland. Buiten de boog aan de oostzijde loopt ook een tweerichtingsfietspad. De totale lengte van de Van Brienenoordbrug bedraagt 1320 meter en de doorvaarthoogte is ongeveer 24 meter.

Het plan voor de Van Brienenoordbrug dateerde al uit de vroege jaren dertig. Tijdens de regering van minister-president Colijn werd een rijkswegenplan uitgewerkt waarbij ten oosten van Rotterdam een brug over de rivier zou komen. Het geld dat hiervoor gereserveerd was, werd echter voor de Maastunnel gebruikt. Na de oorlog werd pas weer in 1959 nagedacht over de Ruit van Rotterdam. Het bouwrijp maken van de grond nam een aanvang voor of in 1961. Rond 1962 stelde de gemeenteraad de naam van de brug vast. De Van Brienenoordbrug dankt zijn naam aan het onderliggende Eiland van Brienenoord, het oord van A.W. baron van Brienen.

De brug is in zijn geheel ter plaatse gebouwd. Om de boog te kunnen bouwen werden tijdelijk twee hulppijlers in het water gebouwd. De kenmerkende diagonale kabels waar het wegdek aan is opgehangen, geven de constructie een grote vormvastheid. Dit bleek mogelijk door de bijzondere verhoudingen van de boogvorm. Het ontwerp van ir. W.J. van der Eb van Rijkswaterstaat was voor zijn tijd revolutionair slank en transparant, en heeft later vele gebouwde bruggen geïnspireerd. De technisch tekenaar die het ontwerp van ingenieur Van der Eb heeft uitgewerkt was de heer C. Verkade, die in dienst van Rijkswaterstaat onder andere ook het ontwerp van het Emmaviaduct in Groningen op tekening heeft uitgewerkt.

De Van Brienenoordbrug werd door koningin Juliana feestelijk opengesteld voor verkeer op 1 februari 1965. Ook minister Jan van Aartsen was daarbij aanwezig.

De brug vormt de derde vaste oeververbinding na de opening van de Willemsbrug in het centrum van de stad in 1878 en de nog westelijker gelegen Maastunnel in 1942. In het zuiden sloot de nieuwe weg door middel van een groot verkeersplein bij IJsselmonde aan op de bestaande rijksweg 16 van de oude Stadionweg naar Dordrecht. Aan de noordkant hield het traject eerst op bij het Kralingseplein (bij het tegenwoordige Rivium), maar spoedig volgde de verlenging naar de Bosdreef en de Hoofdweg en in 1973 de aansluiting op de A20 op het Terbregseplein.

Al snel bleek de capaciteit van de brug ontoereikend. In 1986 werd dan ook begonnen met een grootschalig project dat voorzag in een verdubbeling van de Van Brienenoordbrug en de toeleidende wegen. Om het scheepvaartverkeer zo min mogelijk te hinderen werd deze tweede boog niet ter plaatse gebouwd, maar in Zwijndrecht. In 1989 is de nieuwe boog, met een overspanning van 287,5 meter, naar zijn definitieve plaats gevaren, op slechts 15 centimeter ten westen (stroomafwaarts) van de oude brug. Deze operatie trok enorm veel publiciteit, onder meer doordat het gevaarte alleen via de Oude Maas en de Nieuwe Waterweg de Nieuwe Maas kon bereiken. Er moest daarnaast de Spijkenisserbrug, Botlekbrug en de Koninginnebrug worden gepasseerd. De overige scheepvaart is voor die gelegenheid stilgelegd. Op 1 mei 1990 is de tweede Van Brienenoordbrug in gebruik genomen.

De tweede (westelijke) boog is iets breder dan de oude. Vol trots meldde men dat het nieuwe wegdek van het beweegbare deel veel dunner was dan dat van de oude brug. In de zomer van 1997 bleek echter het nieuwe wegdek te dun en ontstonden vermoeiingsscheuren, waardoor de val (het bewegende gedeelte) tegen hoge kosten vervangen moest worden. Deze ontdekking vormde de aanleiding voor de oprichting van het meerjarige onderzoeksproject Problematiek Stalen Rijvloeren van Rijkswaterstaat.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Bioscooptheater Corso, Kruiskade 1965

Bioscooptheater Corso aan de Kruiskade met reclame voor film My Fair Lady, 1965 (geschat). Op de voorgrond rechts bevindt zich op de Lijnbaan juwelierszaak van Leo van Ierland.

Rotterdam heeft 2 Corso Theaters gekend. De eerste Corso bioscoop werd geopend in 1927 en was gevestigd in de voormalige Palace bioscoop (welke geopend was van 1911 tot 1926) aan de Coolsingel. Tijdens het grote bombardement van Rotterdam op 14 mei 1940 ging het theater, net als zoveel andere Rotterdamse bioscopen, in een alles verzengende vlammenzee op.

Bijna 21 jaar later werd er op de Kruiskade 22 een nieuw Corso Theater gebouwd naar een ontwerp van de architecten Carel Wirtz en Thomas Nix. Na het Luxor theater en de Thalia werd het Corso Theater het 3e bioscooptheater welke zich op de Kruiskade vestigde. Deze combinatie van 3 top bioscopen, die op loopafstand van elkaar lagen, leverde de bijnaam van “gouden driehoek” op. In februari 1961 kon het Rotterdamse publiek het nieuwe Corso theater bewonderen. Gedurende de begin jaren kende het theater twee ingangen: de hoofdingang was aan het Stadhuisplein en een tweede ingang was op de Kruiskade. Lang heeft die situatie niet geduurd. In de praktijk bleek dat de meeste bezoekers een kaartje kochten op de Kruiskade. De hoofdingang werd dus al snel verplaatst en de Stadhuisplein ingang werd afgesloten.

Het theater bood op een comfortabele wijze plaats aan ruim 800 bezoekers. Zelfs op de eerste rij was het nog goed uit te houden en trad er geen spontane nekkramp op. Het doek was precies groot genoeg en je hoefde niet met je hoofd van links naar rechts te draaien om alles te kunnen zien. De zaal had een warme uitstraling. Dat kwam mede door de lange ‘geplooide’ gordijnen die langs de muren van het theater hingen. Van begin af aan vertoonde Corso de grote Amerikaanse producties. Legendarisch mag de vertoning van “The Sound of Music” genoemd worden. Meer dan 3 jaar stond deze musical met Julie Andrews op het programma.

Toen het Luxor Theater steeds meer toneelvoorstellingen bracht en het tegenover liggende Thalia Theater in 1996 zijn deuren sloot, was Corso het laatste echte grote Rotterdamse theater dat nog filmvoorstellingen op de Kruiskade gaf. Een jaar later, in 1997, sloot ook Corso definitief haar deuren en bleef de neonverlichting met de letters “Corso” voorgoed “uit”. Dit tot groot verdriet van de mensen die er gewerkt hebben of er een film hebben gezien.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van https://bioscoopgeschiedenis.com/…/corso-theater-1927-1997.…

Met medewerking van Rotterdam van toen