Tag Archives: 1971

Het Ikaziaziekenhuis en het zusterhuis aan de Montessoriweg, 1971

Het Ikazia Ziekenhuis is sinds 1968 een ziekenhuis in het Rotterdamse stadsdeel Charlois. Het ziekenhuis staat aan de Montessoriweg, bij winkelcentrum Zuidplein en Rotterdam Ahoy.

De naam Ikazia is een afkorting van InterKerkelijke Actie Ziekenhuis In Aanbouw, een stichting die in de jaren zestig lang geijverd heeft voor de bouw van het ziekenhuis.

Ikazia scoort in de jaren 2010 steeds bovengemiddeld bij tevredenheids- en kwaliteitsonderzoeken van onder meer opinieblad Elsevier en de beoordelingssite ‘Zorgkaart Nederland’. In het ziekenhuis werken circa 1300 mensen.

Maria Montessori (Chiaravalle, 31 augustus 1870 – Noordwijk, 6 mei 1952) was een Italiaans arts en pedagoog die vooral bekend werd door het naar haar genoemde montessorionderwijs.

In 1936 werd zij door het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog uit Barcelona verdreven. Zij vestigde zich vervolgens met haar zoon, die zij voorstelde als haar “neef”, in Nederland, na een kort verblijf in Engeland. Het hoofdkwartier van de montessori-beweging (Association Montessori Internationale) was toen al in Nederland gevestigd. In oktober 1939 verliet zij Nederland om een reis naar India te maken. Daar gaf zij een groot aantal lezingen en montessori-cursussen. Door de oorlogsomstandigheden duurde haar verblijf in India tot 1946, waarna zij terugkeerde naar Nederland. Zij werd in 1950 benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau en ontving een eredoctoraat van de Universiteit van Amsterdam. Zij is begraven in Noordwijk op de R.K. begraafplaats.

De foto komt uit de collectie topografie Rotterdam en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De muziektent op het Pijnackerplein, 1971

De muziektent op het Pijnackerplein is door aannemingsbedrijf Mak weer op zijn plaats gezet, 25 februari 1971.

Uit het Vrije Volk van 25 februari 1971:
De muziektent op.het Rotterdamse.Pijnackerplein is vanmorgen door twee kranen van het aannemingsbedrijf J. G. Mak weer op zijn plaats gezet. De tent was tijdelijk verplaatst omdat eronder een beatkelder moest worden aangelegd. Die is nu klaar en nu de tent weer op zn plaats staat zal hij een fikse opknapbeurt krijgen.

Het eerst nu bekende voorkomen van de naam Pijnacker (“Pinacker”) is van 1222. Andere naamsvarianten zijn Pinacre, Piinaker, Pijnacker, Pinaicker of Pynaker. Het wordt wel verklaard als een samenstelling van akker ‘ploegland, bouwland’ en het middelnederlandse pine ‘straf, pijniging’, ter aanduiding van een strafplaats. Een andere betekenis van pine is ‘moeite, zware arbeid’ en dat zou kunnen wijzen op de inspanning die men zich moest getroosten om de akker te bewerken. Een verband met pijnbomen is niet waarschijnlijk.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt via delpher.nl uit het Vrije Volk en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Het Beursplein met diverse kraampjes, 1971

Het Beursplein met diverse kraampjes, 1971-1979. Op de achtergrond de Coolsingel.

Het Beursplein is vernoemd naar het nieuwe, in 1940 gereedgekomen, beursgebouw aan de Coolsingel, ontworpen door architect J.F.Staal. Voordien werd dit plein Spinhuisstraat genoemd. Tot 1942 bevond zich bij de Blaak een plein dat eveneens de naam Beursplein droeg.

Een gedeelte van het grondgebied van Cool was reeds in 1358 bij de stad getrokken na de vergunning van hertog Aelbrecht van Beieren om grachten om de stad te graven en het stadsgebied te vergroten met het Rodezand in het ambacht Cool. De Coolvest scheidde voortaan stad en ambacht. In 1480 is er al sprake van de singel tegenover de vest achter Bulgersteyn, later Coolsingel genoemd. De singel is in verband met de aanleg van een brede verkeersweg in de jaren 1913-1922 geheel gedempt. De naam Coolvest is daardoor verdwenen.

De fotograaf is Ralph Schuurman en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Het r.k. Instituut Sint Lucia aan de Aert van Nesstraat, 1971

Het r.k. Instituut Sint Lucia aan de Aert van Nesstraat bij de hoek met de Hennekijnstraat, 9 september 1971.

Lucia van Syracuse (volgens traditie 283-304) is een christelijke martelares, die vereerd wordt als heilige door katholieke en orthodoxe christenen. Ze is de patroonheilige van de blinden. Ze is de enige katholieke heilige die ook vereerd wordt door de lutheranen in Scandinavië, in vieringen die veel voorchristelijke elementen van een joelfeest voor de zonnewende hebben behouden.

De Hennekijnstraat is vernoemd naar Jan Hennekijn, ook genoemd Jean Hennequin (+1670). Hij bezat in deze buurt een lijnbaan. De straat heette voordien Lijnbaanstraat.

Aert Jansse van Nes (Rotterdam, ged. 13 april 1626 – aldaar, 13 of 14 september 1693) was een Nederlandse marineofficier uit de 17e eeuw.

Aert ging op zijn elfde naar zee. Bij het begin van de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog van 1652-1653 had Van Nes zich opgewerkt tot schipper (de hoogste onderofficier) van een gewapende koopvaarder onder bevel van zijn vader. Op 23 augustus 1652 werd Van Nes door de Staten van Holland als directe vervanger van zijn overleden vader tot kapitein van de Gelderland benoemd, toen dat schip enige tijd door de Fransen geïnterneerd was in de haven van La Rochelle. Hij vocht in de Driedaagse Zeeslag, de Zeeslag bij Nieuwpoort en de Slag bij Ter Heijde. Ook deed hij mee aan het ontzet van Danzig in 1656 en aan de expeditie tegen Portugal in 1657. Daarbij won hij twee ‘prijzen’, dat wil zeggen dat hij twee schepen buitmaakte.

De foto komt uit de collectie Topografie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

 

Lijnbaan, 1971

Heronthulling van het bronzen beeldje Spelende beertjes op de Lijnbaan, 23 september 1971. De beertjes waren eerder van hun voetstuk gerukt.

De Spelende beertjes zijn symbolisch voor de hartelijke banden tussen Rotterdam en Oslo. In 1951 kreeg de Maasstad van de Noorse hoofdstad (voor de eerste maal) een kerstboom. In 1956 besteedde de net nieuwe Lijnbaan aandacht aan Oslo met een tentoonstelling die werd geopend door de burgemeester van Oslo. Toen de tentoonstelling sloot, kreeg de Vereniging Winkelpromenade van de Noorse ambassadeur dit beeld van twee spelende beertjes aangeboden van de Noorse beeldhouwer Anne Grimdalen. De vereniging schonk het weer aan de Rotterdamse burgemeester Van Walsum, die het werk een definitieve bestemming gaf op de gloednieuwe winkelstraat.

Het is een vrolijk beeld dat weliswaar op een sokkel staat, maar toch zo dichtbij de grond dat het lijkt of de beren samen ravotten over de grond. Het bevindt zich op ooghoogte van kleine kinderen, die het werk vaak bijzonder aanspreekt. De twee bronzen dieren vormen samen een compacte bal, waarvan de vorm terugkeert in het ronde plateau waar ze op steunen. De Spelende beertjes passen mooi in het ensemble van bronzen beeldjes op en rond de Lijnbaan, zoals het Lezend meisje en de Trommelslager.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van BKOR. http://www.bkor.nl/beelden/spelende-beertjes/

Met medewerking van Rotterdam van toen

De spoorwegovergang tussen de Rosestraat en Oranjeboomstraat, 1971

De leider van de PvdA, Joop den Uyl, bij de spoorwegovergang tussen de Rosestraat en Oranjeboomstraat, in de wijk Feijenoord, 25 februari 1971.

Johannes Marten (Joop) den Uijl (Hilversum, 9 augustus 1919 – Amsterdam, 24 december 1987) was een Nederlands politicus van de Partij van de Arbeid (PvdA). Van 1973 tot 1977 was hij minister-president van Nederland. Zijn achternaam luidde officieel ‘Den Uijl’, maar hij gebruikte altijd de spelling ‘Den Uyl’.

Den Uyl, afkomstig uit een gereformeerd gezin en eerder werkzaam als ambtenaar en journalist, bestuurde vanaf 1949 het wetenschappelijk bureau van de PvdA. Via de Amsterdamse gemeenteraad kwam hij in 1956 in de Tweede Kamer. Na een wethouderschap in Amsterdam diende hij in het kabinet-Cals (1965-1966) als minister van Economische Zaken. Zijn grootste bekendheid vergaarde hij daarna: eerst als fractievoorzitter, progressief oppositieleider en premier van zijn eigen schaduwkabinet, vervolgens als minister-president na de Tweede Kamerverkiezingen 1972.

Het rooms-rode kabinet-Den Uyl (1973-1977) beschikte over een ruime parlementaire meerderheid en was qua samenstelling het progressiefste kabinet in de parlementaire geschiedenis. Het kabinet probeerde de ongelijkheid te bestrijden door overheidsinvesteringen, belastingmaatregelen en uitbreidingen van de sociale voorzieningen, maar moest vanaf 1975 vanwege economische tegenwind de uitgaven beperken. Tegelijkertijd kreeg Den Uyl als premier te maken met de oliecrisis van 1973 (die leidde tot de invoering van de autoloze zondag), de Lockheed-affaire, de zaak-Menten en de Surinaamse onafhankelijkheid. Het kabinet kwam voortijdig ten val door de kabinetscrisis over de grondpolitiek.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Kinderboerderij de Wilgenhof aan de Ringdijk, 1971

Kinderboerderij de Wilgenhof ligt in het huidige Berg- en Broekpark aan de Ringdijk in Hillegersberg-Schiebroek.
Op de kinderboerderij leven traditionele landbouwhuisdieren, die geschikt zijn om kinderen met dieren te laten kennismaken.

Op De Wilgenhof worden regelmatig (gratis) activiteiten georganiseerd. Houd hiervoor de Facebookpagina, de wijkkranten en de posters in de gaten. Op woensdagmiddagen kunnen kinderfeestjes gevierd worden in feestruimte ‘t Feestvarken. Daarnaast kunnen extra activiteiten worden geboekt zoals een speurtocht, een potje boerengolf of een ritje maken met paard en wagen.

Op De Wilgenhof kunt u terecht voor het inleveren van frituurvet, oude kleding en kleine elektrische apparaten bij het We Cycle-inleverpunt. Ook is er een groen (sedum) dak en zijn er zonnepanelen en solar tubes aanwezig op de kinderboerderij.

De kinderboerderij is een erkend leerbedrijf waar stagiaires het vak dierverzorger kunnen leren. Daarnaast heeft De Wilgenhof een lescentrum en schooltuinen waar basisscholen terecht kunnen voor natuur- en milieuonderwijs.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van https://www.rotterdam.nl/loca…/kinderboerderij-de-wilgenhof/

Met medewerking van Rotterdam van toen

Overzicht van de wijk het Lage Land in de Alexanderpolder, 1971

Overzicht van de wijk het Lage Land in de Alexanderpolder vanaf de kruising Prinsenlaan en de Jacob van Campenweg, 1971 (geschat).

De wijk het Lage Land ontstond in het begin van de jaren zestig van de 20e eeuw. De wijk werd zeer ruim opgezet (45 huizen per ha). Later heeft er enige verdichting plaatsgevonden. Toch blijft het een zeer ruime wijk met veel laagbouw.

In de beginjaren werd het Lage Land vooral bewoond door oud-inwoners van de wijken Kralingen en Delfshaven.

De naam van de wijk is ontleend aan de polder welke omstreeks 1860 door bemaling is ontstaan. Tot 1995 werd verondersteld dat het laagste punt van Nederland in deze polder lag: 6,67 meter beneden NAP. Door bebouwing vanaf de zestiger jaren was dat echter niet meer het geval. De gemeente Rotterdam heeft langs de Prinsenlaan, een van de grote ontsluitingswegen van de wijk, een monument aangelegd, omgeven door een vijverpartij.

In 1995 bleek uit een officiële meting echter, dat hier niet het laagste punt van Nederland ligt. Het allerlaagste punt van Nederland is een weiland in de Zuidplaspolder ten noordoosten van Nieuwerkerk aan den IJssel op een diepte van 6,76 meter onder NAP. Aan de rand van dit weiland, langs de snelweg A20, staat inmiddels ook een monument.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Van Oldenbarneveltplaats, 1971

Platenzaak Disk aan de Van Oldenbarneveltplaats, 1971 (geschat).

Uit het NRC van 27 juli 1982:
ROTTERDAM, 27 juli — In 1978 brak de verkoop van geluidsdragers, platen en cassettes, alle records. Vooral de toegenomen belangstelling voor het populaire genre, in het bijzonder de discomuziek, zorgden voor een omzet in de platenbranche van 629 miljoen gulden. Sinds dit topjaar is de afzet sterk gedaald. In 1979 werd voor 595 miljoen en in 1980 nog maar voor 540 miljoen gulden aan platen en cassettes besteed. Volgens de meest recente cijfers van de Nederlandse vereniging van producenten en importeurs van beeld- en geluidsdragers, de NVPI, is er ook vorig jaar een teruggang geweest: naar 530 miljoen gulden. De teruglopende verkoop komt vooral op rekening van -grammofoonplaten, die 87 procent uitmaken van de totale verkoop van geluidsdragers. Vorig jaar was de omzet daarvan tien miljoen gulden lager dan in 1980 (465 miljoen in plaats van 475 miljoen gulden). De verkoop van muziekcassettes, voorbespeelde bandjes, bleef met een waarde van 65 miljoen gulden gelijk aan het jaar daarvoor.

Om de malaise op de platenmarkt te verklaren wijzen detailhandel en fabrikanten op het afnemende besteedbaar inkomen van de consument, concurrentie, van andere vrijetijdsartikelen als sportfietsen en surfplanken en het thuis kopiëren van platen op onbespeelde cassettes. Door dit laatste verschijnsel, het zogenaamde ‘home-taping’, derft de fonografische industrie volgens eigen schatting 129 miljoen gulden per jaar. Ook het ontbreken van kassuccessen en van artiesten die het publiek massaal naar de platenzaken lokken, zou de verkopen hebben gedrukt. Groepen als de Beatles en de Rolling Stones, die in de -jaren zestig voor een constante stroom hits zorgden, hebben zich niet meer aangediend. Een andere verklaring voor de recessie op de platenmarkt is het wegblijven van de oudere consument (25 tot 40 jaar). Het populaire repertoire voor deze leeftijdsgroep, aangeduid met middle of the roadmuziek — simpele, goed in het gehoor liggende melodieën — zou in het verleden zijn verwaarloosd.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt uit het NRC van 27 juli 1982 (via delpher.nl).

Met medewerking van Rotterdam van toen

De noordelijke oprit van de Willemsbrug in 1970-1971

De brug verbindt de rechteroever van de Nieuwe Maas met het Noordereiland. De huidige brug is de tweede Willemsbrug. De eerste werd ontworpen door C.B. van der Tak, werd in 1878 opengesteld en vernoemd naar koning Willem III. De tweede brug is ontworpen door Cor Veerling en is opgeleverd in 1981.

In 1927 werd de brug enkele meters opgevijzeld en van zijn ornamenten ontdaan. Ook werden het fiets- en voetpad naar de buitenzijde van de brug verplaatst, omdat het sterk toegenomen wegverkeer voor steeds gevaarlijkere situaties zorgde. De Willemsbrug was tot de opening van de Maastunnel tijdens de Tweede Wereldoorlog de meest westelijke vaste oeververbinding over de Maas, zodat ook het steeds belangrijker wordende internationale verkeer gebruik maakte van deze verbinding dwars door het oude centrum van Rotterdam.

Al voor de Tweede Wereldoorlog waren er plannen om de oude brug te vervangen. Geldgebrek leidde ertoe dat pas in 1981 de nieuwe tuibrug van Cor Veerling van de Dienst Gemeentewerken verwezenlijkt werd. Twee rode jukken van 50 meter hoogte dragen het wegdek. De op- en afritten van de brug zijn enigszins wonderlijk – ze liggen niet in het verlengde van de brug maar maken een bocht van 90 graden. De brug zou in eerste instantie de Maasboulevard rechtstreeks met de Oranjeboomstraat verbinden. Dat stuitte op bezwaren van omwonenden, die niet wilden dat de Oude Haven zou worden doorsneden en de Oranjeboomstraat tot stadssnelweg getransformeerd zou worden.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen