Tag Archives: 1972

De Oude Binnenweg, 1972

De Oude Binnenweg met verderop het Schielandshuis, 1972-1978.

Sinds 1977 heet het gedeelte van de Binnenweg tussen Karel Doormanstraat en Westersingel Oude Binnenweg. Al in 1454 liep door de Coolpolder een binnenweg van Rotterdam naar Schoonderloo met een afslag naar Delfshaven. Deze heette Coolsche weg of Binnenweg; het laatste gedeelte komt voor als Schoonderloosche of Delfshavensche weg of Binnenweg, maar heet na 1610 gewoonlijk Geldelooze pad. Hier vandaan liep een uitpad over een vonder of passerel naar de Ossewei en daarover naar het Lage Erf.

De bebouwing aan de Binnenweg bij Rotterdam had in de 17de eeuw de tegenwoordige Mauritsstraat bereikt; in 1706 werd dit gedeelte bestraat en met bomen beplant. Pas het graven van de Westersingel bracht hierin verandering. Ten westen daarvan op Delfshavens grondgebied kwamen toen ook straten en sinds 1852 bestonden er plannen om de Binnenweg te verbeteren en een betere verkeersweg te maken tussen Rotterdam en Delfshaven. In 1876 werd daarmee begonnen.

De oude Binnenweg bleef tot de Josephstraat bestaan, doch vandaar is zuidelijk van de bestaande Binnenweg een nieuwe verkeersweg gemaakt tot het hierboven genoemde uitpad. Dit pad werd verbeterd en verbreed tot Delfshaven. In 1888 is voor het gedeelte van de Coolsingel tot Westersingel de bijvoeging ‘oude’ verdwenen, het gedeelte van de Westersingel tot Josephstraat is, hoewel oud, gerekend te behoren tot de Nieuwe Binnenweg. Het oude gedeelte, dat van de Josephstraat de polder inliep langs de tegenwoordige Schietbaanstraat, tot waar het met een hoek op de tegenwoordige Schonebergerweg uitkwam, bleef Oude Binnenweg en van die hoek tot het kerkhof te Schoonderloo, Geldelooze pad of Zwarte wegje.

In 1977 is de bijvoeging ‘oude’ weer in ere hersteld voor het gedeelte van de Binnenweg tussen Karel Doormanstraat en Westersingel. Het gedeelte van de weg tussen Coolsingel en Karel Doormanstraat heet sinds 1971 Binnenwegplein.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Het Kuipje in winkelcentrum Zuidplein, 1972

Publiek zit op de trappen van het ‘openluchttheater’ het Kuipje in winkelcentrum Zuidplein, 1972-1973.

Het overdekte winkelcentrum Zuidplein is een van de belangrijkste werken van de Rotterdamse architect Hermanus Dirk Bakker (28 augustus 1915 – 12 oktober 1988) en was voor die tijd een zeer modern concept. Aan het winkelcentrum werd gebouwd van 1962 tot 1972 op een grotendeels braakliggend terrein tussen het metroviaduct en een aantal brede verkeerswegen. De Nieuwe kerk moest er echter voor worden gesloopt. In 1972 werd het winkelcentrum geopend door Mies Bouwman. In die tijd bestond een deel van het Zuidplein nog uit winkelkramen.

Tussen 1993 en 1995 werd het winkelcentrum in oostelijke richting uitgebreid met circa 11.000m² door architectenbureau Bakker & Partners i.s.m. Chiel Verhoeff. Tussen 1999 en 2003 werd het interieur gerenoveerd zonder noemenswaardige uitbreiding door JHK Architecten uit Utrecht i.s.m. Greig + Stephenson Architects uit Londen. Het onoverzichtelijke centrale plein werd rustiger gemaakt door de vervanging van de wirwar aan oude kiosken door twee nieuwe kiosken.

Met een oppervlakte van 55.000 vierkante meter is dit het belangrijkste winkelcentrum voor Rotterdam-Zuid en de gemeenten aan de zuidrand van Rotterdam. In 2017 had het winkelcentrum ongeveer 165 winkels. Het is één van de grootste overdekte winkelcentra van Nederland. Het winkelcentrum trekt ongeveer 10 miljoen bezoekers per jaar.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Kinderen voetballen op een speelveld waar de vroegere Feijenoordstraat was, 1972

Kinderen voetballen op een speelveld waar de vroegere Feijenoordstraat was, 6 april 1972.
De huizen werden afgebroken voor de bouw van de Nieuwe Willemsbrug.

Het oude eiland Feijenoord, dat gevormd werd door de Nieuwe Maas en het Zwanegat, komt reeds in 1441 voor. In 1591 werd het voor tweederde en in 1658 voor het resterende deel door de stad Rotterdam gekocht. Het eiland behoorde tot het grondgebied van IJsselmonde. In 1869 werd Feijenoord met Rotterdam verenigd. De aanleg van de spoorweg over dit terrein en het graven van een groot aantal havens hebben dit stadsgedeelte tot grote ontwikkeling gebracht.

Door het graven van de Noorderhaven in de kop van Feijenoord in 1874 ontstond het Noordereiland. In de oudste bronnen is de naam Fijenoord; later wordt het eiland gewoonlijk aangeduid als ‘de Noord’ (vermoedelijk een verbastering van ‘Oord’). Feije komt meermalen voor als meisjesnaam. Een verband tussen een zekere Feije en Feijenoord is echter niet gevonden. Ook gedacht kan worden aan de Friese jongensnaam Feije. Dirck van der Does, in 1466 baljuw van Zuid- Holland, had een broer Feije, die mogelijk met Feijenoord in verband kan worden gebracht. De benaming ‘oord’ komt in deze streken veelvuldig voor en heeft de betekenis van buitendijks land, uiterdijk, gors, schor of slik. Van 1902 tot 1958 was er ook een Korte Feijenoorddijk. Deze vormt thans een onderdeel van de Oranjeboomstraat en de Persoonshaven.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Antwerpse Hoofd, 1972

Het Britse passagiersschip Cunard Ambassador is ter hoogte van het Antwerpse Hoofd (Noordereiland) aan de grond gelopen, 17 september 1972.

Uit het NRC Handelsblad van 18 september 1972:
In het zicht van de thuishaven, de werf van Piet Smit jr., is zondagmiddag het passagiersschip Cunard Ambassador aan de grond gelopen. Drie uur later kon de reis worden voortgezet toen het stil tij was. Het schip kwam terug van zijn technische proeftocht, die drie dagen had geduurd en tot tevredenheid van bouwers en opdrachtgevers was verlopen. De Cunard Ambassador was juist door de Koninginnebrug gevaren, toen de ebstroom er vat op kreeg en het schip tegen de kracht van de sleepboten in op een modderbank drukte. Liever dan met volle kracht te proberen los te komen, wilde de kapitein dood tij afwachten. Een paar uur later liet de Cunard Ambassador zich gewillig naar de werf voeren. Daar worden de laatste werkzaamheden verricht voordat het schip volgende maand wordt overgedragen.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt via delpher.nl uit het NRC Handelsblad van 18 september 1972.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Schippersinternaat Sportsingel/Stadionlaan, 1972

Het schippersinternaat in Sportdorp op de hoek van de Sportsingel en de Stadionlaan, juni 1972 (geschat).

Sportdorp is een buurt in de Rotterdamse wijk Groot-IJsselmonde in het stadsdeel IJsselmonde. De straatnamen in het westelijke deel van de buurt zijn gebaseerd op allerlei takken van sport, bijvoorbeeld Discusstraat, Arresleestraat en Floretstraat en hier komt ook de naam van de wijk vandaan. Sportdorp wordt begrensd door sportpark Varkenoord / de Stadionlaan in het westen, de Stadionweg / Noorderhelling in het noorden en de Kreekkade in het oosten. Officieel heet de buurt “Tuindorp Varkenoord”.

In 1918 werd begonnen met het bouwen van het oostelijke deel. Dit eilandje te midden van de weilanden heet dan officieel Tuindorp IJsselmonde. Het deel ten westen van de sportlaan is gebouwd na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog om Rotterdammers die door het bombardement dakloos waren geworden op te vangen. Doordat de plannen voor de bouw er al voor de oorlog lagen, waren de woningen kwalitatief beter dan die in nooddorpen als Smeetsland. De bouw was rond 1942 af waarna getroffenen, veelal uit dezelfde wijk in het getroffen Rotterdam-West, hier werden gevestigd.

De buurt ligt vlak bij het Feyenoordstadion en is tijdens voetbalwedstrijden dan ook afgesloten voor verkeer om parkeerproblemen te voorkomen.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia

Met medewerking van Rotterdam van toen

Straatweg, 1972

Café-restaurant Lommerrijk aan de Straatweg 99, winter 1972-1973 (geschat).

Adriana Romein start in 1880 in de achtertuin van haar man een theetuin met kinderspeelplaats. Ze noemt het Plaats Lommerrijk, vanwege de schaduwrijke omgeving onder de kastanjebomen. Gezinnen genieten in haar tuin van het weidse uitzicht over de Bergse Plas. Ze serveert hen melk, limonade, bier en sneetjes boerenbrood met zoetemelksche kaas.

Al snel wordt Lommerrijk een café waar jolige Rotterdammers dansen en drinken. Op feestavonden in de tuin zingen bezoekers een loflied: ‘Komt, jool’ge schaar, vooruit nu maar, we gaan naar Vrouw Romein.’

Vrouwe Romein verkoopt in 1894 haar geliefde Lommerrijk aan de gebroeders Stal. Deze twee broers bouwen een grote zaal voor dansfeesten, congressen, vergaderingen en sportevenementen. Lommerrijk blijft groeien en uitbreiden.

Dan breekt de oorlog uit. Lommerrijk biedt in 1940 onderdak aan gezinnen die zijn getroffen door het bombardement. Ook is Lommerrijk het onderkomen van het Rotterdams Philharmonisch Orkest. In de tuin aan de plas geven de orkestleden geregeld een concert.

Na de oorlog in 1968 komt Lommerrijk in handen van Sporthuis Centrum, het huidige Center Parcs. Een ongewisse periode breekt aan voor Lommerrijk. Wel weekendhuisjes, geen weekendhuisjes? Met als dieptepunt de brand. In 1976 brandt Lommerrijk af en een jaar later brandt ook het koetshuis af.

Lommerrijk lijkt verdwenen, maar in 1978 herrijst Lommerrijk uit haar as. Er komt een restaurant, vier zalen en twaalf bowlingbanen. Het huidige Lommerrijk zoals we het gebouw nu kennen.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van de site lommerrijk.nl https://www.lommerrijk.nl/…/over-lommerri…/onze-geschiedenis

Met medewerking  van Rotterdam van toen

Bergse Dorpsstraat hoek Argonautenweg, 1972

De bouw van een nieuwe autosalon voor Toyotadealer Spiering aan de Bergse Dorpsstraat 150 en de hoek Argonautenweg in Hillegersberg, 1972.

Een van de bekendste verhalen uit de Griekse mythologie is dat van Jason en de Argonauten.

Jason was de zoon van koning Aeson die regeerde over Iolkos. Jason was troonopvolger, echter zette Pelias, de halfbroer van de koning, deze af nog voor Jason geboren was. De moeder van Jason deed alsof hij bij zijn geboorte was gestorven en bracht hem in het geheim naar de centaur Chiron. Daar werd hij opgevoed door diens vrouw Chariclo en diens moeder Philyra. Chiron zelf leerde hem veel over medicijnen.

Alhoewel Pelias niets van Jason wist, kon hij niet rustig slapen, doordat een orakel hem had gewaarschuwd dat hij vermoord zou worden door een familielid en dat hij zichzelf moest beschermen tegen een man met één sandaal.

Na 20 jaar verscheen er op de markt van Iolkos een knappe jongeman met gouden krullen. Hij droeg een huid van een luipaard en had één sandaal aan, de andere had hij verloren bij het dragen van een oude vrouw over een rivier. Deze vrouw was in werkelijkheid Hera. Hierdoor wist Pelias dat dit de man was waarvoor hij gewaarschuwd was.

Toen Pelias de vreemdeling met de ene sandaal zag, werd hij bang. Dit moest de man zijn waar het orakel hem voor had gewaarschuwd. Jason verbleef vijf dagen in het huis van zijn vader, op de zesde dag ging hij naar Pelias om zijn troon op te eisen. Koning Pelias vroeg de vreemdeling zijn naam en waarom hij naar zijn koninkrijk was gekomen. Deze vertelde wie hij was en dat hij de troon kwam opeisen, omdat hij de rechtmatige koning van het land was.

Koning Pelias antwoordde, dat hij afstand zou doen als Jason het Gulden Vlies terug zou halen van het koninkrijk Colchis. Het hangt aan een boom, bewaakt door een draak die nooit slaapt. Alleen een sterk en moedig man kon het Vlies terugbrengen.

Het Gulden Vlies was van de goddelijke ram die Phrixus van Orchomenus een generatie daarvoor naar Colchis had gebracht.

Pelias was zeker dat niemand deze gevaarlijke reis zou overleven. Jason aanvaardde de opdracht die hij als een avontuur en een uitdaging zag.

Jason vroeg aan Argos, een groot scheepsbouwer, hem een schip te maken met 50 roeispanen. Daarna stuurde hij afgezanten naar elk paleis in Griekenland, die vrijwilligers moesten vragen. Het schip werd Argo genoemd. Ter bescherming werd de boeg gemaakt uit een stuk van de Sprekende Eik van Dodona, en bezield door Pallas Athena.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking Rotterdam van toen

Voormalige fabriek van Jamin aan de Warande, 1972

Trefcentrum Rotterdam in de voormalige fabriek van Jamin aan de Warande, 8 maart 1972.

Uit het NRC Handelsblad van 2 oktober 1971:
Trefcentrum in Jaminfabriek deze maand klaar
ROTTERDAM, 2 okt. — Het trefcentrum in de oude Jaminfabriek in Rotterdam zal eind oktober in gebruik worden genomen. De grote fabriekshal wordt op het ogenblik verbouwd. Er komen een verplaatsbaar podium met tribunes, keuken, kantoor, toiletten en ruimten voor allerlei activiteiten. Gedacht wordt aan politiek café, kinderopvangplaats, sprekershoek, kunstatelier, sociëteiten o.a. voor minder validen, expositiegalerij, toneel, zaalsporten en hobbyhoek. De voorgevel van het gebouw zal door leerlingen van de Kunstacademie met een „kleurenspectrum” worden verfraaid.

De Warande herinnert aan de Lange en Korte Warande, die voor het bombardement in mei 1940 in deze buurt lagen. Velen trachten de naam te verklaren, door de tuin van het Predikheerenklooster tot deze straten te laten doorlopen en de ‘lange warande’ tot een van de wandelingen daarin te maken. Nog daargelaten dat deze tuin dan wel aanspraak had mogen maken op de naam van park en er geen enkel bewijs is dat de Dominicanen voor ontspanning zoveel grond gebruikt hebben, is ten overvloede bewezen, dat de laan oorspronkelijk een gedeelte van de Oude Vest was en pas in het begin van de 18de eeuw onder de naam Lange Warande voorkomt. Pas in de 17de eeuw wordt ze Jan van Loonslaan genoemd, naar de eigenaar die in het begin van die eeuw zowel grond ten oosten als ten westen van de Goudseweg in eigendom had. In 1627 had Nicolaes Puyck daar bezittingen. Dientengevolge wordt de weg in 1704 genoemd ‘de laan eertijds bij den heer Nicolaes Puyck uitgegeven ende nu de Lange Warande genaemt’. Ook wordt ze in de 17de en 18de eeuw wel Oost- of Pannekoeklaan genoemd. Een van de uitspanningen aldaar was zeker bekend om haar lekkere pannekoeken. In het midden van de 17de eeuw had Salomon Symonsz. de Waran of Warande hier grondbezit en het ligt voor de hand hem voor de naamgever van de straat te houden.

De foto komt uit de collectie Topografie Rotterdam en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt uit het NRC (via delpher.nl) en uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Binnenwegplein 1972

Het Binnenwegplein met Ter Meulen en op de achtergrond de Oude Binnenweg, 1972-1978.

In 1897 begon Hein ter Meulen met een manufacturenwinkel op de Nieuwe Markt in Rotterdam. In 1903 vestigde hij zich op de gedempte Slaak, en in 1912 verhuisde de winkel naar een pand in de Hoogstraat. In 1921 werd een groot eigen warenhuis geopend op de Hoogstraat bij het Oostplein. Bij het bombardement van Rotterdam in 1940 ging dit warenhuis verloren. Ter Meulen vestigde zich tijdelijk aan de Mathenesserlaan waar noodwinkels werden opgezet.

Na de Tweede Wereldoorlog werd tijdens de wederopbouw vanaf 1948 begonnen aan een modern warenhuis aan het Binnenwegplein in Rotterdam en enkele jaren later werd postorderverkoop opgezet. In de jaren tachtig breidde Ter Meulen uit en kwamen er filialen in Spijkenisse (begin 1984),[Dordrecht (1984), Almere (1987), Zoetermeer (1990) en Rotterdam Oosterhof (1992).

Ondanks de uitbreidingen ging het in de jaren tachtig slechter. In 1988 werd Ter Meulen gekocht door investeerder Wolters Schaberg. Na een reorganisatie ging de formule in januari 1993 failliet, onder meer door te hoge huurlasten. De filialen in Rotterdam Oosterhof, Zoetermeer en Almere werden overgenomen door Vroom en Dreesmann.

Het verlengde van de Oude Binnenweg tussen Coolsingel en Karel Doormanstraat heet sinds 1971 Binnenwegplein. Al in 1454 liep door de Coolpolder een binnenweg van Rotterdam naar Schoonderloo met een afslag naar Delfshaven. Deze heette Coolsche weg of Binnenweg; het laatste gedeelte komt voor als Schoonderloosche of Delfshavensche weg of Binnenweg, maar heet na 1610 gewoonlijk Geldelooze pad. Hier vandaan liep een uitpad over een vonder of passerel naar de Ossewei en daarover naar het Lage Erf. De bebouwing aan de Binnenweg bij Rotterdam had in de 17de eeuw de tegenwoordige Mauritsstraat bereikt; in 1706 werd dit gedeelte bestraat en met bomen beplant. Pas het graven van de Westersingel bracht hierin verandering. Ten westen daarvan op Delfshavens grondgebied kwamen toen ook straten en sinds 1852 bestaan er plannen om de Binnenweg te verbeteren en een betere verkeersweg te maken tussen Rotterdam en Delfshaven.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Van Oldenbarneveltstraat 1972

De Van Oldenbarneveltstraat met verderop het Beursgebouw aan de Coolsingel, 1972-1978.

Johan van Oldenbarnevelt (Amersfoort, 14 september 1547 – Den Haag, 13 mei 1619), zoon van Gerrit van Oldenbarnevelt en Deliana van Weede, was raadpensionaris van de Staten-Generaal tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Hij werkte lange tijd samen met Maurits van Oranje (de zoon van Willem van Oranje), maar werd het slachtoffer van een door Maurits beheerst politiek proces en daaropvolgende executie.

In 1570 werd Van Oldenbarnevelt advocaat bij het Hof van Holland. In 1572 sloot hij zich aan bij Willem van Oranje in Delft. Hij verhuisde naar Delft en werd advocaat voor het hoogheemraadschap van Delfland. Echt gevochten in de opstand heeft hij niet. Alleen bij het ontzet van Haarlem (1573) zou hij hebben deelgenomen aan een burgermilitie. Hij werd benoemd tot commissaris voor het doorsteken van de dijken in Zuid-Holland om Leiden te ontzetten. Hij trouwde in 1575 met de rijke Delftse (buitenechtelijke) regentendochter Maria van Utrecht, enig erfgename van vijf heerlijkheden. Een jaar later werd hij Pensionaris van Rotterdam, in die tijd een snel groeiende, maar nog kleine stad. Daar viel hij op vanwege zijn werklust en intelligentie. Als pensionaris van Rotterdam nam hij in de Staten van Holland en West-Friesland deel aan verschillende onderhandelingen. In 1579 werd hij gekozen in de commissies van financiën en marine van de Staten. Nadat Van Oldenbarnevelt in 1582 de vertrouwenspersoon van Willem van Oranje was geworden, en de Staten-Generaal met de prins naar Delft waren verhuisd, groeide de macht van Van Oldenbarnevelt.

De laagbouw van het huidige Beurs-complex is ontworpen door architect J.F. Staal en werd gerealiseerd tussen 1936 en 1940. Bij het bombardement op Rotterdam van 14 mei 1940 kreeg het Beursgebouw een aantal treffers, maar deze schade kon vrij snel worden hersteld. In 1941 werd de Beurs aan de Coolsingel heropend. Dit gebouw met talrijke functies bevatte niet alleen vele handelsbeurzen maar ook winkels, vergaderzalen, een bar en kantoren.

In 1973 werd de laagbouw van een extra verdieping voorzien. Architect van deze uitbreiding is Arthur Staal, de zoon van J.F. Staal. Tevens is er een horecagelegenheid gevestigd die de naam “Staal” draagt. Er komen dagelijks veel zakenmensen die hun lunch nuttigen in het restaurant op de tweede etage, of zomers op het terras beneden aan de Coolsingel en Beursplein. Op de derde etage bevindt zich nog zaal Staal, de voormalige vergaderruimte van de Kamer van Koophandel. Deze wordt tegenwoordig gebruikt voor bruiloften, congressen, feesten etc.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen