Tag Archives: achterhaven

Achterhaven, 1965

De westzijde van de Achterhaven met het restant van molen De Distilleerketel, 10 april 1965. Links de Voorhaven.

De Achterhaven ligt achter, of ten oosten van, de Voorhaven in Delfshaven. De Achterhaven is gegraven volgens een concessie van 3 juli 1451, waarbij de stad Delft van hertog Philips van Bourgondi toestemming verkreeg tot het graven van een ‘nieuwe haven’. Tot de vereniging van Delfshaven met Rotterdam in 1886 werd deze zowel Achterhaven als Nieuwehaven genoemd. De straten langs de haven heetten toen Achterstraat en Achterwater. Omdat in Rotterdam eveneens een Nieuwehaven bestond, besloot men de haven en de erlangs lopende straten de naam Achterhaven te geven. In 1962 werd een gedeelte van de bebouwing van de Havenstraat en het Piet Heynsplein afgebroken ten behoeve van een doorvaartverbinding van de Achterhaven met de Coolhaven.

De Distilleerketel is een in 1986 gebouwde windmolen. Het is een stellingmolen en dus een bovenkruier. De stelling zit op 10 m hoogte. De molen staat in het Rotterdamse Delfshaven.

De molen is gebouwd naast de plek waar de oorspronkelijk in 1727 gebouwde Distilleerketel stond. Deze in 1899 afgebrande molen werd herbouwd en in 1940 tijdens oorlogshandelingen in brand geschoten. Deze molen maalde mout tot moutschroot voor de distilleerderijen.

Het besluit de molen te herbouwen kwam dusdanig laat dat herbouw op de oorspronkelijke plek onmogelijk was geworden vanwege de geplande bouw van een flat waar de stelling overheen zou komen te hangen. Bovendien was men al met de sloop van de oude molenromp begonnen. Door de Distilleerketel elf meter verderop te herbouwen, werd voorkomen dat de stelling boven de flat zou komen die naast de molen werd gebouwd. Bij de herbouw is de romp een meter hoger opgebouwd, waardoor de nieuwe molen slanker lijkt dan de oude.

De uit 1985 afkomstige bovenas is van gietijzer. De as wordt gesmeerd met reuzel en de kammen (tanden) op de tandwielen met bijenwas. De vang, waarmee het wiekenkruis wordt afgeremd, is een met een wipstok bediende Vlaamse vang.

De molen beschikte tot 2007 over de klassieke wiekvoering, met zeil en zeilrail oudhollandse tuigage; tegenwoordig zitten op de binnenroede fokwieken volgens het systeem Fauël, in combinatie met remkleppen. Vlucht van de molen is op de buitenroede 27,50 meter.

De molen heeft twee koppel maalstenen en wordt gebruikt voor het malen van graan voor consumptie.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Achterhaven 1975

oormalig pand van de Verenigde Oostindische Compagnie aan de oostzijde van de Achterhaven, 29 mei 1975.

Aan het begin van de zeventiende eeuw huurde de VOC een werf in Delfshaven voor de bouw en het onderhoud van schepen. Door de verwerving van omliggende percelen beschikte de VOC op den duur over een groot terrein. Hier werden honderdelf retourschepen voor de VOC gebouwd. Het waren kleine schepen van de 2e en 3e klasse. De beperkte lengte van de scheepshellingen en de destijds smalle toegang tot de Buizenwaal maakte het bouwen van grotere VOC-schepen onmogelijk.

Om alle voorraden voor de bouw van deze schepen te kunnen opslaan, werd in 1672 het grote Zeemagazijn gebouwd. Voor 17e eeuwse begrippen had dit gebouw een imposante afmeting.

De compagnieswerf van de Kamer Delft lag in Delfshaven, al vanaf de veertiende eeuw de haven van deze Hollandse stad. Hier werden de retourschepen voor de
VOC gebouwd. Om alle voorraden voor de bouw van deze grote schepen te kunnen opslaan, werd in 1672 een groot Zeemagazijn gebouwd. Het imposante gebouw was getooid met een klokkentoren, vier schijnschoorstenen met hemelglobes en met een gevelsteen met het bekende VOCD-monogram. De hemelglobes en andere uitbundige versiering op het pakhuis waren aangebracht om de status en de welvarendheid van de VOC te benadrukken.

Het zeemagazijn ging op 13 september 1746 in vlammen op. Ondanks dat het pakhuis uit steen was opgetrokken brandde het geheel af. Het blussen werd aanvankelijk vertraagd omdat men bang was dat er buskruit in het pand lag. Het belang van het zeemagazijn was voor de VOC-heren dermate groot dat ze binnen twee maanden na de brand besloten om het pakhuis te herbouwen. Het nieuwe pand werd opgetrokken op de restanten van de oude bouwmuren. De oorspronkelijke gevelindeling bij de herbouw van het zeemagazijn bleef gehandhaafd. De vroegere schijnschoorstenen en gevelverfraaiingen aan de voorgevel kwamen echter niet meer terug. Ook werd het oorspronkelijk rijk versierde monogram van de VOC vervangen door een simpeler gevelsteen met daarop de letters VOCD en over de vier hoeken van de steen verdeeld: Anno 1747.

Het pand is in de vorige eeuw lang in gebruik geweest door de Chemicaliënfabriek Kortman & Schulte (en later het chemiebedrijf Akzo). Achter het gebouw stond een petrochemische kraakinstallatie. Op deze plaats is in de jaren vijftig de Biotex ontwikkeld, die wonderzeep met enzymen, daarom heet de locatie ook wel het Biotexplein.

Na sluiting van de fabriek in 1996 werd het bedrijfsterrein ontmanteld en zijn de omringende bedrijfsgebouwen en installaties gesloopt. Het VOC-magazijn was het enige gebouw dat werd behouden. Het fabrieksterrein is daarna met het magazijn verkocht aan de gemeente Rotterdam.

Van het rijksmonument resteerde inmiddels niet meer dan een ruw, ruïneus casco met een interieur van afgebikte bakstenen wanden en ruwe houtconstructies. WORM, podium voor avant-gardemuziek en -film kreeg van 2005 tot 2014 het gebouw tijdelijk ter beschikking in afwachting van definitieve herbestemming.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van http://voczeemagazijn.nl/gescheidenis/ Het artikel is afgeleid van: Kroniek van Delfshaven: Erfgoed – Zeemagazijn der VOC kamer Delft.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Achterhaven 1928

Achterhaven met op de voorgrond de Buisbrug, gezien vanaf de Buizenwaal, 1928.

De Achterhaven ligt achter, of ten oosten van, de Voorhaven in Delfshaven. De Achterhaven is gegraven volgens een concessie van 3 juli 1451, waarbij de stad Delft van hertog Philips van Bourgondi toestemming verkreeg tot het graven van een ‘nieuwe haven’. Tot de vereniging van Delfshaven met Rotterdam in 1886 werd deze zowel Achterhaven als Nieuwehaven genoemd. De straten langs de haven heetten toen Achterstraat en Achterwater. Omdat in Rotterdam eveneens een Nieuwehaven bestond, besloot men de haven en de erlangs lopende straten de naam Achterhaven te geven. In 1962 werd een gedeelte van de bebouwing van de Havenstraat en het Piet Heynsplein afgebroken ten behoeve van een doorvaartverbinding van de Achterhaven met de Coolhaven.

De Buizenwaal was voorheen in gebruik als ligplaats voor haringbuizen. Op 17 april 1602 werd door heemraden van Schieland aan de regering van Delft verlof gegeven om een nieuwe dijk te leggen van de kromte van de Hoge Zeedijk (de tegenwoordige Havenstraat) tot het Oosterhoofd te Delfshaven. Het daardoor ingesloten water werd Buizenwaal genoemd naar de haringbuizen, waarvoor het was bestemd.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen