Tag Archives: admiraliteitskade

Admiraliteitskade, 1966

Gezicht vanaf de Admiraliteitskade met op de achtergrond de openstaande Oostbrug in de Oostmolenwerf over het Haringvliet en in de verte de Hef, oktober 1966.

De Admiraliteitskade is genoemd naar de admiraliteit op de Maze, sinds 1586 een van de vijf admiraliteitscolleges in de Republiek der Verenigde Nederlanden. Deze colleges waren onder het opperbewind van de admiraal-generaal belast met het bestuur van de zeemacht en tevens met het ontvangen van de in- en uitvoerrechten (convooien en licenten). Het admiraliteitscollege kocht voor haar werven in 1689 van de stad aan het Reuzeneiland in het Buizengat. In 1849 werd de Marinewerf, zoals de naam van de werf luidde nadat in 1795 de admiraliteiten waren ontbonden,aldaar opgeheven. Het gebouw van de admiraliteit werd in 1855 ingericht als Rijksentrepot. In 1891 werd het door brand verwoest.

De Molenwerf in het Oostnieuwland dankt haar naam aan de molen ‘de Roode Leeuw’ of kortweg ‘Roomolen’. Zij was op stadsgrond gebouwd en werd daar al in de tweede helft van de 16de eeuw aangetroffen. De molen was oorspronkelijk een houten standaard, doch ze moet in 1581 als stenen runmolen zijn herbouwd. In 1858 werd de molen ontdaan van haar wieken en balie. Daarna was ze als tapperij in gebruik. Het restant van de molen werd bij het bombardement in 1940 verwoest.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Admiraliteitskade,1900

Gezicht op de Admiraliteitskade met oliemolen ‘De Reus’ op de hoek van de Infirmeriestraat, 1900.

De Admiraliteitskade is vernoemd naar de admiraliteit op de Maze, sinds 1586 een van de vijf admiraliteitscolleges in de Republiek der Verenigde Nederlanden. Deze colleges waren onder het opperbewind van de admiraal-generaal belast met het bestuur van de zeemacht en tevens met het ontvangen van de in- en uitvoerrechten (convooien en licenten). Het admiraliteitscollege kocht voor haar werven in 1689 van de stad aan het Reuzeneiland in het Buizengat. In 1849 werd de Marinewerf, zoals de naam van de werf luidde nadat in 1795 de admiraliteiten waren ontbonden, aldaar opgeheven. Het gebouw van de admiraliteit werd in 1855 ingericht als Rijksentrepot. In 1891 werd het door brand verwoest.

De Infirmeriestraat dankt haar naam aan de Infirmerie of het Ziekenhuis van de Marine, die na de opheffing van de daargelegen Marinewerf in 1849 verviel. Voorzover de opstal betreft, werd het geheel in 1854 door de gemeente van het rijk aangekocht. Vóór 1900 droeg de straat, die langs de Infirmerie liep de naam Olieslop, naar de omstreeks 1905 afgebroken oliemolen ‘de Reus’. De molen lag vlak tegenover de Infirmerie. Het Olieslop was de toegang tot de molen.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Het gemaal aan de Admiraliteitskade van het Hoogheemraadschap Schieland 1968

Het gemaal aan de Admiraliteitskade van het Hoogheemraadschap Schieland, 1968 (geschat).

Het gemaal aan de Admiraliteitskade is een voormalige machinekamer met bijbehorend ketelhuis, daterend uit 1898 naar ontwerp van A. Nolen en hoofdonderdeel van het stoomgemaalcomplex Schieland. Op de begane grond bevond zich in oorsprong aan de Admiraliteitskade de machineruimte, hierboven bevonden zich in oorsprong twee dienstwoningen, thans tot een woning samengevoegd. Schuin tegen het hoofdgebouw is onder een kleine hoek het ketelhuis gesitueerd dat met een smal tussenlid verbonden is met de voormalige machinekamer. Aan de Admiraliteitskade bevindt zich ter linkerzijde van het hoofdgebouw een muur met poortpijlers, ter rechterzijde een smeedijzeren hekwerk.

De Admiraliteitskade is vernoemd naar de admiraliteit op de Maze, sinds 1586 een van de vijf admiraliteitscolleges in de Republiek der Verenigde Nederlanden. Deze colleges waren onder het opperbewind van de admiraal-generaal belast met het bestuur van de zeemacht en tevens met het ontvangen van de in- en uitvoerrechten (convooien en licenten). Het admiraliteitscollege kocht voor haar werven in 1689 van de stad aan het Reuzeneiland in het Buizengat. In 1849 werd de Marinewerf, zoals de naam van de werf luidde nadat in 1795 de admiraliteiten waren ontbonden,aldaar opgeheven. Het gebouw van de admiraliteit werd in 1855 ingericht als Rijksentrepot. In 1891 werd het door brand verwoest.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van rijksmonumenten.nl.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Admiraliteitskade 1920

Het vullen van een zandkar aan de Admiraliteitskade, ter hoogte van de Infirmeriestraat, 1920-1924. De heer Elderhorst kijkt naar de fotograaf. De beheerder van het zanddepot is de heer P. van Deursen.

De Admiraliteitskade is genoemd naar de admiraliteit op de Maze, sinds 1586 een van de vijf admiraliteitscolleges in de Republiek der Verenigde Nederlanden. Deze colleges waren onder het opperbewind van de admiraal-generaal belast met het bestuur van de zeemacht en tevens met het ontvangen van de in- en uitvoerrechten (convooien en licenten). Het admiraliteitscollege kocht voor haar werven in 1689 van de stad aan het Reuzeneiland in het Buizengat. In 1849 werd de Marinewerf, zoals de naam van de werf luidde nadat in 1795 de admiraliteiten waren ontbonden,aldaar opgeheven. Het gebouw van de admiraliteit werd in 1855 ingericht als Rijksentrepot. In 1891 werd het door brand verwoest.

De Infirmeriestraat dankt haar naam aan de Infirmerie of het Ziekenhuis van de Marine, die na de opheffing van de daargelegen Marinewerf in 1849 verviel. Voorzover de opstal betreft, werd het geheel in 1854 door de gemeente van het rijk aangekocht. Vóór 1900 droeg de straat, die langs de Infirmerie liep de naam Olieslop, naar de omstreeks 1905 afgebroken oliemolen ‘de Reus’. De molen lag vlak tegenover de Infirmerie. Het Olieslop was de toegang tot de molen.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen