Tag Archives: centraal station

Centraal Station, 1958 (geschat)

Kinderen rolschaatsen door de voetgangerstunnel onder het Centraal Station, 1958 (geschat).

Hoewel het in de meidagen van 1940 flink beschadigd raakt, blijft station Delftse Poort na de oorlog nog enkele jaren dienst doen. In 1957 opent het nieuwe stationsgebouw van architect Sybold van Ravesteyn zijn deuren. De naam Deftse Poort wordt ingeruild voor Rotterdam Centraal Station en niet ten onrechte want vanaf hier kan de reiziger nu bijna alle bestemmingen bereiken, inclusief Gouda en Utrecht. Bijna honderd jaar was de trein naar Utrecht namelijk vertrokken vanaf het Maasstation, in de buurt van het Haringvliet. In 1953 was echter een nieuw tracé via de Ceintuurbaan in gebruik genomen en was dit station gesloopt. Alleen de Hofpleinlijn houdt nog tot 2010 een eigen station.

Architect Sybold van Ravesteyn ontwierp een markant stationsgebouw bestaande uit een centrale hal, twee vleugels aan weerszijden en perrons die door twee tunnels te bereiken waren. Voor het ontwerp liet Van Ravesteyn zich inspireren door de Italiaanse stationsbouw, waarvan het materiaalgebruik en de strakke lijnvoering een duidelijk voorbeeld zijn. Het gebruik van travertin, marmer en goudkleurig aluminium gaven het gebouw een bepaalde grandeur; de hardheid van strakke belijningen en het natuursteen suggereerden autoriteit. Op de perrons ontwierp Sybold van Ravesteyn de V-vormige betonnen perronoverkappingen en bijbehorende personeelsverblijven. Monumentaal waren ook de stationsklokken.

In 2004 werd begonnen met een totale herbouw van het oude station en omgeving. Dit om het toenemende verkeer van treinen, bijvoorbeeld de hogesnelheidstrein tussen Amsterdam, Brussel en Parijs te kunnen verwerken. Het oude station was te klein geworden om het grote aantal passagiers te verwerken. In 2008 werd het station van Van Ravesteyn gesloopt. Naast de nieuwbouw van het treinstation, werd ook het ondergrondse metrostation uitgebreid, van twee naar drie sporen. De metro werd aangesloten op de RandstadRail-verbinding met Den Haag Centraal en de Hofpleinlijn werd met een nieuwe tunnel op het Centraal Station verbonden. Op 13 maart 2014 is het nieuwe station officieel geopend door koning Willem-Alexander

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Stationsplein, 1965

Wachten bij de tramhaltes op het Stationsplein, 1965 (geschat). Hier tram 16 en rechts het Groothandelsgebouw.

In 1878 werd de Rotterdamsche Tramweg Maatschappij (RTM) opgericht. De eerste paardentram in Rotterdam reed in 1879. Later reden er ook stoomtrams in en om de nog niet uitgebreide stad.

Met de invoering van de elektrische tram in 1904 werd er een nieuwe trambedrijf opgericht, genaamd: Rotterdamsche Electrische Tramweg Maatschappij (RETM). Op 18 september 1905 nam de RETM de eerste elektrische tramlijn in gebruik, lijn 1 Honingerdijk – Beurs – Park. In 1906 kwamen er nog vijf lijnen bij. In 1907 en 1908 werden er nog vier lijnen in gebruik genomen.

De RETM droeg na enkele jaren onderhandelen het trambedrijf over aan de gemeente Rotterdam. Op 4 april 1927 valt het Raadsbesluit en op 15 oktober van dat jaar wordt de RETM een gemeentelijk vervoerbedrijf en krijgt het de naam RET, de 1903 werknemers komen in dienst van de gemeente.

Het Groothandelsgebouw is een gebouw en Rijksmonument in het centrum van Rotterdam, ontworpen door de architecten H.A. Maaskant en Ir. W. van Tijen, gelegen aan het Stationsplein naast het Centraal Station van de stad en aan het Weena.

Groothandelsgebouw is zoals de naam in origine werd geschreven. Het was daarmee een “gebouw voor de groothandel”. Begin 21ste eeuw draagt het gebouw een gewijzigde naam, namelijk Groot Handelsgebouw, hetgeen met letters, inclusief de hoofdletters, boven op het gebouw wordt aangegeven.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Reizigerstunnel van het Centraal Station, 1979

In de reizigerstunnel van het Centraal Station lezen reizigers mededelingen betreffende verstoorde treinenloop door de weersomstandigheden, 14 februari 1979.

Op 31 mei 1847, bijna acht jaar na de ingebruikname van de eerste spoorlijn in Nederland, kreeg ook Rotterdam zijn eerste treinverbinding. De lijn, tussen Amsterdam en Rotterdam, eindigt bij een provisorisch station in de buurt van de Delftse Poort, net buiten de stad. Anderhalf jaar na de opening krijgt de Maasstad zijn eerste echte station: een in neo-gothische stijl opgetrokken bouwwerk met twee rechthoekige torens en ramen en deuren in boogvorm. Het ‘Hollands Spoor’, zoals de lijn genoemd wordt, is alleen bestemd voor personenvervoer. Voor goederentransport is het te duur. Niettemin is het een commercieel succes: jaarlijks gaan er 50.000 biljetten over de toonbank.

Hoewel al vrij snel wordt geopperd de lijn door te trekken naar het zuiden, zal het bijna dertig jaar duren voordat dit plan werkelijkheid wordt. Aanvankelijk komt dat doordat de handelselite zich verzet. Die vreest dat het scheepvaartverkeer hinder zal ondervinden van de noodzakelijke spoorbrug. Daarna is het de aanleg van de Nieuwe Waterweg die prioriteit krijgt. En vervolgens ontstaat er nog gesteggel over het tracé. Maar in de jaren zeventig gaat de aanleg van de zuiderspoorlijn dan toch van start. Bij die gelegenheid wordt ook het station Delftse Poort enkele honderden meter naar het noordwesten verplaatst. Aan de noordkant van de Rotterdamse Diergaarde verrijst dan een ruim opgezet spoorwegemplacement. Het hoofdgebouw bestaat uit twee haaks op elkaar geplaatste vleugels in neo-renaissance stijl met in het midden een twee verdiepingen tellend gebouw waar onder meer de wachtruimten en de loketten te vinden zijn.

Hoewel het in de meidagen van 1940 flink beschadigd raakt, blijft dit station na de oorlog nog enkele jaren dienst doen. In 1957 opent het nieuwe stationsgebouw van architect Sybold van Ravesteyn zijn deuren. De naam Deftse Poort wordt ingeruild voor Rotterdam Centraal Station en niet ten onrechte want vanaf hier kan de reiziger nu bijna alle bestemmingen bereiken, inclusief Gouda en Utrecht. Bijna honderd jaar was de trein naar Utrecht namelijk vertrokken vanaf het Maasstation, in de buurt van het Haringvliet. In 1953 was echter een nieuw tracé via de Ceintuurbaan in gebruikgenomen en was dit station gesloopt. Alleen de Hofpleinlijn houdt nog tot 2010 een eigen station.

Architect Sybold van Ravesteyn ontwierp een markant stationsgebouw bestaande uit een centrale hal, twee vleugels aan weerszijden en perrons die door twee tunnels te bereiken waren. Voor het ontwerp liet Van Ravesteyn zich inspireren door de Italiaanse stationsbouw, waarvan het materiaalgebruik en de strakke lijnvoering een duidelijk voorbeeld zijn. Het gebruik van travertin, marmer en goudkleurig aluminium gaven het gebouw een bepaalde grandeur; de hardheid van strakke belijningen en het natuursteen suggereerden autoriteit. Op de perrons ontwierp Sybold van Ravesteyn de V-vormige betonnen perronoverkappingen en bijbehorende personeelsverblijven. Monumentaal waren ook de stationsklokken.

In 2004 werd begonnen met een totale herbouw van het oude station en omgeving. Dit om het toenemende verkeer van treinen, bijvoorbeeld de hogesnelheidstrein tussen Amsterdam, Brussel en Parijs te kunnen verwerken. Het oude station was te klein geworden om het grote aantal passagiers te verwerken. In 2008 werd het station van Van Ravesteyn gesloopt. Naast de nieuwbouw van het treinstation, werd ook het ondergrondse metrostation uitgebreid, van twee naar drie sporen. De metro werd aangesloten op de RandstadRail-verbinding met Den Haag Centraal en de Hofpleinlijn werd met een nieuwe tunnel op het Centraal Station verbonden. Op 13 maart 2014 is het nieuwe station officieel geopend door koning Willem-Alexander.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Loketten op het Centraal Station, 1963

Drukte voor de loketten op het Centraal Station, 20 juli 1963 (geschat).

Het Station Rotterdam Centraal was een stationsgebouw dat tussen 1957 en 2007 diende als het Centraal Station van Rotterdam. Het gebouw was ontworpen door de architect Van Ravesteyn. Het was onderdeel van de wederopbouw van Rotterdam. Het gebouw werd in 1957 geopend. In 2007 werd het gesloten en het jaar erop gesloopt om plaats te maken voor de nieuwbouw die in 2014 geopend werd. In 2007 maakten dagelijks zo’n 110.000 reizigers gebruik van Centraal Station in Rotterdam.

In 1954 kwam de Nederlandse Spoorwegen met plannen om een nieuw station te bouwen als uiteinde van een nieuwe verkeersader. Het station zou ook het (tweede) Station Rotterdam Delftsche Poort vervangen dat door het bombardement van 14 mei 1940 ernstig beschadigd was geraakt. Tussen 1941 en 1953 maakte architect Sybold van Ravesteyn zijn ontwerpen voor het nieuwe station. Daarvoor had Van Ravesteyn inspiratie opgedaan bij het modernisme dat bij Italiaanse stationsgebouwen gebruikt werd. De inspiratie was terug te vinden in de flauwe bocht van het gebouw aan het het stationsplein en gevelopbouw waarbij gewerkt is met de werking van licht en schaduw. Het hal had een schalenplafond, de betonnen overkapping van het perron was sierlijk. Bij zijn eerste ontwerp had Van Ravesteyn nog een centrale toren, maar de gemeente Rotterdam drong aan om een meer moderne dan klassieke opzet, waardoor Van Ravesteyn in vervolgontwerpen zich meer richtte op het functionalisme. Toen de Nederlandse Spoorwegen in 1954 kwam met de uiteindelijke bouwplannen, duurde het tot 13 maart 1957 voordat het nieuwe station werd opgeleverd. Op 21 mei 1957 werd het officieel geopend.

Voor 2025 werd gerekend op 320.000 reizigers per dag. Om deze toename aan te kunnen was een nieuw station nodig. Ook was het bestaande station, met name de reizigerstunnel, te klein geworden om het grote aantal passagiers te verwerken. In 2004 werd begonnen met een totale herbouw van het station en zijn omgeving om het toenemende verkeer van treinen, bijvoorbeeld de hogesnelheidstrein tussen Amsterdam, Brussel en Parijs, te kunnen verwerken en om de RandstadRail zijn plaats te kunnen geven. In juni 2004 gaven Prorail en de Gemeente Rotterdam de opdracht aan Team CS, een coöperatie tussen Benthem Crouwel Architekten, MVSA Meyer &Van Schooten Architecten, en West 8 om de plannen uit te werken tot een ontwerp voor het nieuwe centraal station.

Op 16 mei 2006 onthulde burgemeester Opstelten een kunstwerk van Onno Poiesz bestaande uit het woord EXIT, dat achter de ramen van de voorgevel bevestigd werd. Een deel van de letters “CENTRAAL STATION” die tot aan de sluiting van het station op het gebouw stonden is door Peter Hopman en Margien Reuvekamp van Bureau Lakenvelder in een andere volgorde gezet zodat zij tot aan de sloop van het gebouw de ode “TRAAN LATEN” toonden. De definitieve sluiting van het verouderde station vond plaats op 2 september 2007, in aanwezigheid van burgemeester Ivo Opstelten, om een begin te kunnen maken met de afbraak. Tussen 16 januari 2008 en eind maart 2008 werd het stationsgebouw geheel afgebroken.
Voor de Tweede Wereldoorlog had Rotterdam geen echt Centraal Station, maar vier stations in en rond het centrum: Delftse Poort (richting Schiedam, Den Haag HS en Amsterdam CS), Beurs (richting Dordrecht), Maas (richting Gouda en Utrecht) en Hofplein (richtingen Den Haag HS/Scheveningen). Treinen uit de richting Utrecht eindigden van 1858 tot 1953 op station Maas. Sindsdien worden zij via de Ceintuurbaan (met stopplaats Rotterdam Noord) naar het Centraal Station geleid.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Perron Nul, Stationsplein 1991

Staatssecretaris A. Kosto bezoekt Perron Nul bij het Centraal Station aan het Stationsplein, 2 maart 1991. Links de staatssecretaris met bezoekers van Perron Nul. Derde van rechts de voorzitter van de Deelgemeente Noord de heer Theo Eikenbroek.

Perron Nul was de benaming van het terrein naast het Centraal Station in Rotterdam waar in de jaren tussen 1987 en 1994 heroïneverslaafden hun methadon kregen en vrijelijk konden gebruiken.

Perron Nul staat synoniem voor een zeer roerige periode in de recente geschiedenis van Rotterdam. Het begon in 1987 met een project van dominee Hans Visser van de Pauluskerk die naast het station een aantal dakloze verslaafden wilde opvangen. In deze tijd was er zeer veel overlast in en rond het station van junks, dealers en alles wat eromheen hing. De verslaafden kregen nu een plek, op het parkeerterrein naast het station, waar hun methadon werd verstrekt, samen met schone spuiten. Ze konden deze drugs hier vrij gebruiken.

Na enige tijd bleek echter dat dit een aanzuigende werking had. Verslaafden uit heel Nederland, zelfs van ver over de landsgrenzen, arriveerden en maakten aanspraak op deze service. Op een gegeven moment bivakkeerden hier zo’n duizend zwaarverslaafde mensen. Dit bracht veel overlast met zich mee voor de vele treinreizigers en de mensen die in en om het station hun brood verdienden.

Het groeiende protest kwam in 1992 tot een apotheose toen een groep mariniers het plein wilde ‘schoonvegen’. Door een tip aan de politie werd de actie op het laatste moment verijdeld. Taxichauffeurs hielpen enkele mariniers aan de politie te ontkomen, en lieten een dag later een reclamevliegtuigje rondcirkelen met de tekst “Mariniers bedankt!”.

Er kwamen hekken om Perron Nul, dat zich inmiddels uitstrekte tot vrijwel het gehele parkeerterrein naast het Groothandelsgebouw. Maar de overlast bleef. De categorie zwaarverslaafden die op Perron Nul afkwam bestond uit mensen die meestal geestelijk niet in orde waren, en door hun onvoorspelbare gedrag de passanten angst inboezemden.

Burgemeester Bram Peper gelastte de ontmanteling van de opvangplek. Tegenstanders, waaronder vooral Hans Visser, wezen erop dat, zo lang er geen alternatieve opvangplek was, de verslaafden zouden uitzwermen over de stad, met alle gevolgen van dien. Toch werd op 13 december 1994 Perron Nul definitief gesloten. De drugsgerelateerde problemen rond ds. Vissers Pauluskerk en in achterstandswijken als Spangen en de Millinxbuurt namen daarna snel toe.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Centraal Station 1957

Het Centraal Station ter hoogte van de loketten, 1957.

Het Station Rotterdam Centraal was een stationsgebouw dat tussen 1957 en 2007 diende als het Centraal Station van Rotterdam. Het gebouw was ontworpen door de architect Van Ravesteyn. Het was onderdeel van de wederopbouw van Rotterdam. Het gebouw werd in 1957 geopend. In 2007 werd het gesloten en het jaar erop gesloopt om plaats te maken voor de nieuwbouw die in 2014 geopend werd. In 2007 maakten dagelijks zo’n 110.000 reizigers gebruik van Centraal Station in Rotterdam.

In 1954 kwam de Nederlandse Spoorwegen met plannen om een nieuw station te bouwen als uiteinde van een nieuwe verkeersader. Het station zou ook het (tweede) Station Rotterdam Delftsche Poort vervangen dat door het bombardement van 14 mei 1940 ernstig beschadigd was geraakt. Tussen 1941 en 1953 maakte architect Sybold van Ravesteyn zijn ontwerpen voor het nieuwe station. Daarvoor had Van Ravesteyn inspiratie opgedaan bij het modernisme dat bij Italiaanse stationsgebouwen gebruikt werd. De inspiratie was terug te vinden in de flauwe bocht van het gebouw aan het het stationsplein en gevelopbouw waarbij gewerkt is met de werking van licht en schaduw. Het hal had een schalenplafond, de betonnen overkapping van het perron was sierlijk. Bij zijn eerste ontwerp had Van Ravesteyn nog een centrale toren, maar de gemeente Rotterdam drong aan om een meer moderne dan klassieke opzet, waardoor Van Ravesteyn in vervolgontwerpen zich meer richtte op het functionalisme. Toen de Nederlandse Spoorwegen in 1954 kwam met de uiteindelijke bouwplannen, duurde het tot 13 maart 1957 voordat het nieuwe station werd opgeleverd. Op 21 mei 1957 werd het officieel geopend.

Voor 2025 werd gerekend op 320.000 reizigers per dag. Om deze toename aan te kunnen was een nieuw station nodig. Ook was het bestaande station, met name de reizigerstunnel, te klein geworden om het grote aantal passagiers te verwerken. In 2004 werd begonnen met een totale herbouw van het station en zijn omgeving om het toenemende verkeer van treinen, bijvoorbeeld de hogesnelheidstrein tussen Amsterdam, Brussel en Parijs, te kunnen verwerken en om de RandstadRail zijn plaats te kunnen geven. In juni 2004 gaven Prorail en de Gemeente Rotterdam de opdracht aan Team CS, een coöperatie tussen Benthem Crouwel Architekten, MVSA Meyer &Van Schooten Architecten, en West 8 om de plannen uit te werken tot een ontwerp voor het nieuwe centraal station.

Op 16 mei 2006 onthulde burgemeester Opstelten een kunstwerk van Onno Poiesz bestaande uit het woord EXIT, dat achter de ramen van de voorgevel bevestigd werd. Een deel van de letters “CENTRAAL STATION” die tot aan de sluiting van het station op het gebouw stonden is door Peter Hopman en Margien Reuvekamp van Bureau Lakenvelder in een andere volgorde gezet zodat zij tot aan de sloop van het gebouw de ode “TRAAN LATEN” toonden. De definitieve sluiting van het verouderde station vond plaats op 2 september 2007, in aanwezigheid van burgemeester Ivo Opstelten, om een begin te kunnen maken met de afbraak. Tussen 16 januari 2008 en eind maart 2008 werd het stationsgebouw geheel afgebroken.

Voor de Tweede Wereldoorlog had Rotterdam geen echt Centraal Station, maar vier stations in en rond het centrum: Delftse Poort (richting Schiedam, Den Haag HS en Amsterdam CS), Beurs (richting Dordrecht), Maas (richting Gouda en Utrecht) en Hofplein (richtingen Den Haag HS/Scheveningen). Treinen uit de richting Utrecht eindigden van 1858 tot 1953 op station Maas. Sindsdien worden zij via de Ceintuurbaan (met stopplaats Rotterdam Noord) naar het Centraal Station geleid.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.