Tag Archives: centrum

De bioscoop Lumière op de hoek van de Kruiskade en de Lijnbaan, 1974

De bioscoop Lumière op de hoek van de Kruiskade en de Lijnbaan, 11 juli 1974. Op 11 juli 1974 is Lumiere I geopend; Lumiere III was al voor die datum in gebruik genomen en eind augustus werd Lumiere II geopend. De grote verbouwing is dan afgerond.

Uit het Vrije Volk van 12 juli 1974:
(Van onze filmredactie)
ROTTERDAM — , Sinds gisteren heeft Rotterdam er weer een bioscoop bij, Lumière I. Nadat een maand of wat geleden Lumiere III in gebruik werd genomen, is de totale verbouwing van Lumiere nu bijna een feit. De direktie van het theater verwacht dat Lumiere II eind augustus klaar is. Op dat moment staat er dan, zeker voor Rotterdamse begrippen, een uniek bioscoopcomplex aan de Lijnbaan 4 Drie bioscopen in een gebouw, het is nogal wat.

Met de ingebruikneming van het nieuwe complex telt het bioscoopkwartier aan de Lijnbaan-Kruiskade dan zes bioscopen, namelijk de drie Lumieres, Thalia, Corso en Luxor. Een aanzienlijke verruiming van het bioscoop-entertainment aldaar dus.

De zaal die gisteren open ging — zonder feestelijkheden overigens — telt 792 fraaie rode leren stoelen, die zeer gemakkelijk zitten. De zaal zelf is niet zoveel veranderd, hoewel het balkon als zodanig niet meer gebruikt wordt — daar komt Lumiere II in — is het nog wel aanwezig. De wanden zijn opnieuw bekleed met een helle rode stof, die . goed contrasteert met de bekleding van de stoelen. Lumiere I als grootste zaal is vooral bedoeld om de gewone publiekfilms te draaien, zoals voorheen in het oude Lumiere. De andere twee zalen voeren een wat meer gespecialiseerd programma. Het hele complex zal eind augustus officieel genopend worden.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt via delpher.nl uit het Vrije Volk van 12 juli 1974.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Concertgebouw De Doelen met het hertenkamp bij het Weena, 1974

Concertgebouw De Doelen met het hertenkamp bij het Weena, juli 1974 (geschat). Op de achtergrond het Bouwcentrum (links), het Groothandelsgebouw en het Centraal Station.

Het Weena dankt zijn naam aan het Huis of Hof van Weena, dat ter hoogte van het huidige Station Hofplein lag. Dit kasteel was in het begin van de 13de eeuw gebouwd en werd bewoond door de familie Bokel. Het was vermoedelijk een vierkante woontoren, die op een eilandje lag. Volgens de kroniekschrijver Willem van der Sluys werd het kasteel in 1426 door de Hoekse troepen onder Willem Nagel verwoest. Slechts een gedeelte van de toren heeft hier nog verschillende eeuwen gestaan. Toen de stad in 1590 eigenares van het terrein werd, zijn daarheen de lakenramen overgebracht. Op het grondgebied van het vroegere kasteel lagen van 1854 tot 1956 de 1ste en 2de Weenastraat en het Weenaplein. Deze zijn verdwenen in verband met de aanleg van het vliegveld Heliport. In deze buurt herinneren enige straten aan de heren van Weena, zoals de Almondestraat, de Boekhorststraat en de Roo Valk-straat. De naam Weena is een verbastering van Wedena, dat is afgeleid van het middeleeuwse woord wedeme (morgengave of huwelijksgift).

De eerste paal voor het huidige gebouw van De Doelen werd op 9 juli 1962 geslagen door Eduard Flipse (dirigent van het RPhO). Op 18 mei 1966 werd het nieuwe concert- en congresgebouw de Doelen geopend. Hiermee werd een traditionele naam in ere hersteld. De goede akoestiek van het nieuwe gebouw wordt geroemd. Tevens was het gebouw een bekroning van de wederopbouw in de eerste twee decennia na de oorlog. Daarom was de opening speciaal op de traditionele Opbouwdag 18 mei. Het ontwerp is van de Rotterdamse architecten H.M. en E.H.A. Kraaijvanger in samenwerking met Rein Fledderus. In 2009 zijn de Grote Zaal, de foyers en de ontvangstruimte gerenoveerd. Hierbij werden onder meer het klimaatsysteem en alle stoelen vervangen, maar de opvallendste vernieuwing was het grote zwevende “technisch plafond” met microfoons en andere apparatuur boven het podium.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medwerking van Rotterdam van toen

De Grieks-orthodoxe Kerk van Sint-Nikolaas aan de Westzeedijk, 1974

De Orthodoxe kerk van de Heilige Nicolaas Rotterdam (Grieks: Ορθόδοξης Εκκλησίας του Αγίου Νικολάου Rotterdam) is een Grieks-orthodox kerkgebouw te Rotterdam. De kerk behoort tot het Orthodox Aartsbisdom van België en Exarchaat van Nederland en Luxemburg, beide behorende tot het Oecumenisch Patriarchaat van Constantinopel.

Omdat Rotterdam een havenstad is en Griekenland een belangrijke zeevarende natie is vestigden enkele Griekse reders zich na de Tweede Wereldoorlog in Rotterdam. Ook waren er veel Griekse zeelieden op doorreis waardoor er behoefte aan een Grieks-orthodoxe kerk ontstond. De kerk werd opgedragen aan de heilige Nicolaas van Myra, omdat dit de beschermheilige van zeelieden is. Volgens de legende zou de heilige Nicolaas zeelieden die hem aanriepen gered hebben, door de storm tot die hun schip in nood had gebracht tot bedaren te brengen.

Nadat de gemeente Rotterdam een kavel ter beschikking had gesteld, werd er een ontwerp gemaakt door de architect Thomas Nix in samenwerking met de architect John Antoniades. Op 4 februari 1954 werd de eerste steen gelegd door Alexander Papagos, in die tijd de premier van Griekenland. Op 29 juni 1957 werd de kerk ingezegend. Het kerkgebouw is in byzantijnse stijl opgetrokken uit baksteen gecombineerd met natuurstenen elementen. De kerk is gesitueerd aan de Westzeedijk 333 te Rotterdam.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikisage.nl

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Kolkkade op de hoek met de Hoofdsteeg (rechts), 1898

De Kolkkade – sinds 1884 zo genoemd – lag ten zuiden van de Kolk. Vóór die tijd was het een gedeelte van de Kleine Draaisteeg. Bij besluit B. 30 juni 1942 werd de naam ingetrokken.

De Hoofdsteeg of Hoofdstraat behoorde tot de oudste straten van de stad. Al in 1359 wordt haar bestaan bewezen. De oudste benaming was ‘dijck’, daarna sprak men van ‘de strate, die men gaet int Oostnieuwland’, en in 1373 van ‘Oostnieuwelantsbrugghe’. Sinds het midden van de 15de eeuw vinden we Mandemakersstraat of Hordemakersstraat. Eerst in de 16de eeuw is er sprake van Hoofdsteeg. Een enkele maal vinden we ‘Mandemakersstraat, dat men upt thoeft gaet’. Deze laatste plaatsaanduiding kreeg langzamerhand de overhand. Het hoofd, met de Hoofdpoort, was toen bij de Nieuwehavensteeg en is pas bij de nieuwe uitleg na 1574 naar het einde van de Spaansekade verlegd. Het gedeelte van de Hoogstraat naar de Steigersgracht (Middensteiger) stond bekent als de Korte Hoofdsteeg. Hoofdsteeg en Korte Hoofdsteeg zijn in mei 1940 verdwenen. Van 1942 tot 1972 heeft een straat ten westen van deze straten nog de naam Hoofdsteeg gedragen. Een zijstraat van deze nieuwe Hoofdsteeg kreeg de naam Hoofdsteeghof.

De foto komt uit de collectie topografie Rotterdam en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Nieuwe Binnenweg met veel belangstelling voor een trambotsing, 1922

Al in 1454 liep door de Coolpolder een binnenweg van Rotterdam naar Schoonderloo. Ze werd Coolsche weg of Binnenweg genoemd. De Binnenweg had een afslag naar Delfshaven; het laatste gedeelte komt voor als Schoonderloosche of Delfshavensche weg of Binnenweg, maar heet na 1610 gewoonlijk Geldelooze pad. Hier vandaan liep een uitpad over een vonder of passerel naar de Ossewei en daarover naar het Lage Erf.

De bebouwing aan de Binnenweg bij Rotterdam had in de 17de eeuw de tegenwoordige Mauritsstraat bereikt; in 1706 werd dit gedeelte bestraat en met bomen beplant. Pas het graven van de Westersingel bracht hierin verandering. Ten westen daarvan op Delfshavens grondgebied kwamen toen ook straten en sinds 1852 bestaan er plannen om de Binnenweg te verbeteren en een betere verkeersweg te maken tussen Rotterdam en Delfshaven. In 1876 werd daarmee begonnen.

De oude Binnenweg bleef tot de Josephstraat bestaan, doch vandaar is zuidelijk van de bestaande Binnenweg een nieuwe verkeersweg gemaakt tot het hierboven genoemde uitpad. Dit pad werd verbeterd en verbreed tot Delfshaven. In 1888 is voor het gedeelte van de Coolsingel tot Westersingel de bijvoeging ‘oude’ verdwenen, het gedeelte van de Westersingel tot Josephstraat is, hoewel oud, behoort tot de Nieuwe Binnenweg. Het oude gedeelte, dat van de Josephstraat de polder inliep langs de tegenwoordige Schietbaanstraat, tot waar het met een hoek op de tegenwoordige Schonebergerweg uitkwam, bleef Oude Binnenweg en van die hoek tot het kerkhof te Schoonderloo, Geldelooze pad of Zwarte wegje. In 1894 waren èn deze Oude Binnenweg èn het Geldelooze pad verdwenen door de aanleg van straten.

In 1977 is de bijvoeging ‘oude’ weer in ere hersteld voor het gedeelte van de Binnenweg tussen Karel Doormanstraat en Westersingel. Het gedeelte van de weg tussen Coolsingel en Karel Doormanstraat heet sinds 1971 Binnenwegplein.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Het interieur van metrostation Stadhuis, 1968

Stadhuis is een ondergronds metrostation in Rotterdam. Het station werd geopend op 9 februari 1968, tegelijk met de ingebruikname van de eerste Rotterdamse metrolijn, tegenwoordig metrolijn D geheten.

Station Stadhuis is gelegen onder de Coolsingel, vlak bij het Hofplein en het Stadhuisplein, direct voor het Rotterdamse stadhuis.

Het station kent gescheiden perrons voor beide reisrichtingen, die bereikt kunnen worden via een stationshal, gelegen op de etage tussen de sporen en het straatniveau. De perrons maken aan hun noordelijke uiteinde een flauwe bocht, omdat de metrotunnel hier naar het westen afbuigt, in de richting van het Centraal Station. In 2000 werd het metrostation opgeknapt en kreeg het een moderner uiterlijk. Op de perrons werden aan het einde van de trappen kunstmatige watervallen gecreëerd. De zuilen tussen de sporen kregen een donkerrode kleur, maar in januari 2007 zijn deze opnieuw geverfd, in dezelfde grijze kleur als op station Beurs te zien is.

Metrostation Stadhuis bezat ook een aantal schuilkelders, voor de Koude Oorlog, als er gevaar dreigde. Veel van de schuilkelders zijn gesloopt, alleen de gang van het Stadhuis naar het metrostation is er nog wel. Door deze gang kon het gemeentebestuur makkelijker naar de schuilkelders, zonder over straat te hoeven gaan.

Op 23 oktober 2018 heeft RET het metrostation tijdelijk gesloten wegens asbestvondst. Een dag later heeft RET aangekondigd dat het station 2.5 weken lang dicht moet blijven wegens sloopwerkzaamheden in verband met asbest.

De foto is gemaakt door BvH en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De toegang van Vroom & Dreesmann aan de Oude Binnenweg, 1928

V&D was een Nederlandse keten van warenhuizen. Het warenhuis werd in 1887 opgericht door de zwagers Willem Vroom (1850-1925) en Anton Dreesmann (1854-1934). Het eerste filiaal bevond zich aan de Weesperstraat in Amsterdam. Op zijn hoogtepunt had de keten ruim zeventig vestigingen door het hele land en was het het grootste warenhuisconcern van Nederland. Aan het begin van de samenwerking door de zwagers waren de winkels bekend onder de naam “Magazijn De Zon”. Op 31 december 2015 ging de keten failliet.

Aanvankelijk werkten Vroom en Dreesmann alleen samen op het gebied van inkopen, maar in 1887 leidde dit tot een verregaande samenwerking en op 1 mei dat jaar tot de oprichting van het bedrijf Vroom & Dreesmann “De Zon”. Omdat Vroom de oudste van de twee was, kwam zijn naam vooraan te staan. Hun eerste gemeenschappelijke zaak werd op zaterdag 21 mei 1887 geopend aan de Weesperstraat 70 in Amsterdam. Dreesmann leverde het geld. Er kwam drie man personeel en Dreesmanns jongere broer Nicolaas werd bedrijfsleider. Vroom hield zich vooral bezig met de financiële zaken en de administratie, terwijl Dreesmann voornamelijk de inkoop en verkoop leidde. Aan de plaatselijke Vijzelgracht 21 werd op 27 april 1889 een tweede vestiging geopend met zes personeelsleden.

Naast de twee gezamenlijke zaken had Vroom in Amsterdam nog een eigen manufacturenwinkel en Dreesmann zelfs twee. Dat gaf problemen bij de verdeling van de gezamenlijk ingekochte goederen. Om die op te lossen, werd besloten om ook hun eigen winkels bij elkaar onder te brengen. Hiervoor werd eind 1889 een nieuwe overeenkomst opgesteld, die op 1 januari 1890 van kracht werd.

De zwagers verkochten manufacturen tegen een redelijke prijs. De winst was laag en om die te verhogen, werden er extra winkels geopend. Aangezien ze meenden dat de markt in Amsterdam voor hen verzadigd was, zochten ze hun toevlucht buiten de stadsgrenzen. De eerste vestiging buiten Amsterdam kwam in 1892 aan de Binnenweg in Rotterdam. Een jaar later volgde een filiaal aan de Spuistraat in Den Haag. In hoog tempo werden nieuwe vestigingen geopend

De fotograaf is Francois Henry van Dijk en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Rederijstraat met de Rederijbrug over de Scheepmakershaven, 1911

De Rederijstraat werd aangelegd op het emplacement van de vroegere Nederlandsche Stoomboot-Reederij, die jarenlang het verkeer tussen Rotterdam en Mannheim-Ludwigshafen onderhield. Na de Tweede Wereldoorlog werd de oude Rederijbrug vervangen door een nieuwe brug, die even ten oosten van de oude kwam te liggen. Ook de huidige Rederijstraat ligt even ten oosten van de oude straat van die naam. Van 1900 tot 1950 lag ten zuiden van de Scheepmakershaven ter hoogte van bovengenoemde brug de Rederijkade. De Rederijhaven vormt een onderdeel van het zogeheten Leuvehavenbekken.

De Scheepmakershaven ligt ten noorden van de Boompjes. In het begin van de 17de eeuw waren er scheepstimmerwerven gevestigd. In 1613 werd besloten deze scheepstimmerwerven van de zuidzijde van de Blaak over te brengen naar de Boompjes en naar de nieuw ‘geraemde Scheepstimmershaven’ en wel van de ‘Schipstimmermansstrate oostwaarts tot aan het oudt Westersche Hooft’. De erven aan de Scheepmakershaven werden uitgegeven en in 1616 werden de kaden ten noorden van de haven aangelegd. De vroedschap besloot in 1703 de scheepstimmerwerven te verplaatsen naar een terrein bij de Zalmhaven. Na de Tweede Wereldoorlog werden ten behoeve van de binnenvaart twee insteekhavens in de Leuvehaven gegraven ten noorden van de Scheepmakershaven. Een van de loskaden ontving de naam Scheepmakerskade.

De fotograaf is Evert Miedema en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Het Hang, 1913

Het Hang met de winkels van A. van der Nagel & Zonen (mode-artikelen) en rechts de winkel van de firma Doodewaard (spiegels en lijsten), 1913-1917.

In 1566 gaf de stad de erven aan het Hang uit. Waarschijnlijk had men hier in het verleden een zogenaamde bokkinghang (een drogerij van haring). In het begin wordt dikwijls gesproken van Westnieuwland. Ook vinden wij vermeld ‘in den Hang op den Vischdijk’. In 1535 is er sprake van een haringplaats van de stad in deze buurt. Bovendien was het stadskeurhuis hier gelegen.

De vroedschap besloot in 1594 voortaan geen bokkinghangen meer binnen de stad te dulden, namelijk niet meer in de Rijstuin en het Westnieuwland, wel ten zuiden van de Nieuwehaven, aan de Blaak en buiten de stad. In 1599 werden ook bokkingshangen toegestaan aan de zuidzijde van het Haringvliet en aan de Leuve buiten de Schiedamsche Poort.

De meestal aangenomen verklaring , dat de vissers hun netten hier te drogen hingen, kan als onjuist worden bestempeld, omdat reeds in 1476 alleen vergund was de netten op te hangen aan het Oosterse hoofd en het Westerse hoofd en aan de Vest tussen de Delftsche Poort en de Schiedamsche Poort. Natuurlijk is het volstrekt niet uitgesloten dat de in de buurt van de Hang wondende vissers op eigen erf hun netten droogden.

Het huidige Hang ligt gedeeltelijk op de plaats van de vooroorlogse straat van die naam . Het grootste gedeelte van deze oude straat lag op de plaats waar thans de (verbrede) Steigersgracht ligt.

De foto komt uit de collectie topografie Rotterdam en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Lijnbaan, 1971

Heronthulling van het bronzen beeldje Spelende beertjes op de Lijnbaan, 23 september 1971. De beertjes waren eerder van hun voetstuk gerukt.

De Spelende beertjes zijn symbolisch voor de hartelijke banden tussen Rotterdam en Oslo. In 1951 kreeg de Maasstad van de Noorse hoofdstad (voor de eerste maal) een kerstboom. In 1956 besteedde de net nieuwe Lijnbaan aandacht aan Oslo met een tentoonstelling die werd geopend door de burgemeester van Oslo. Toen de tentoonstelling sloot, kreeg de Vereniging Winkelpromenade van de Noorse ambassadeur dit beeld van twee spelende beertjes aangeboden van de Noorse beeldhouwer Anne Grimdalen. De vereniging schonk het weer aan de Rotterdamse burgemeester Van Walsum, die het werk een definitieve bestemming gaf op de gloednieuwe winkelstraat.

Het is een vrolijk beeld dat weliswaar op een sokkel staat, maar toch zo dichtbij de grond dat het lijkt of de beren samen ravotten over de grond. Het bevindt zich op ooghoogte van kleine kinderen, die het werk vaak bijzonder aanspreekt. De twee bronzen dieren vormen samen een compacte bal, waarvan de vorm terugkeert in het ronde plateau waar ze op steunen. De Spelende beertjes passen mooi in het ensemble van bronzen beeldjes op en rond de Lijnbaan, zoals het Lezend meisje en de Trommelslager.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van BKOR. http://www.bkor.nl/beelden/spelende-beertjes/

Met medewerking van Rotterdam van toen