Tag Archives: centrum

Blik op het Witte Huis, 1966-1970

Het Witte Huis is de naam van een gebouw in Rotterdam dat een tijdlang het hoogste kantoorgebouw van Europa is geweest. Het heeft in 1940 als een van de weinige gebouwen in het stadscentrum het bombardement op Rotterdam doorstaan. In de jaren 1990 werd het zoveel als mogelijk in de oorspronkelijke staat teruggebracht (gevels en dak). Het was de eerste wolkenkrabber van Rotterdam en wordt door sommigen ook als eerste wolkenkrabber in Europa beschouwd (al wordt die titel meestal aan de Boerentoren in Antwerpen toegekend).

Aan het eind van de 19e eeuw ontwierp de architect Willem Molenbroek, in opdracht van de gebroeders Gerrit en Herman van der Schuyt, een gebouw van elf verdiepingen hoog. Sceptici beweerden dat de slappe bodem van Rotterdam niet in staat zou zijn het gebouw voldoende te ondersteunen.

De aannemer J.H. Stelwagen heeft het Witte Huis tussen 1897 en 1898 voor 127.900 gulden gebouwd, duurder dan de oorspronkelijke plannen. Tijdens de bouw is op 1 augustus 1897, door werking van de grond bij het heien van de benodigde palen, een naastgelegen pand op de hoek van de Wijnhaven en de Geldersekade ingestort. Dit is verder afgebroken en de vrijgekomen grond is gebruikt voor het Witte Huis. De afmetingen zijn 20 bij 20 meter (in plaats van de geplande 15 x 20 meter).

Er zijn 1000 heipalen voor de fundering in de grond geslagen, waardoor de grond een meter hoger werd dan de omgeving. De bouwers hebben een schadevergoeding moeten betalen voor de kademuren van de naastgelegen havens en de Jan Kuitenbrug, die tijdelijk afgesloten moest worden voor het verkeer.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Westblaak, 1965

De Westblaak  met kantoorpanden en parkeerplaatsen, uit westelijke richting gezien, 15 mei 1965.

In de stadsrekeningen van 1480/81 en 1481/82 wordt deze vest ‘die Blake’ genoemd. Sinds 1577 werden erven aan de Zuidblaak door de stad verkocht als bouwgrond, sinds 1581 ook aan de Noordblaak. Tot 1613 werd de vest voor scheepstimmerwerven gebruikt. In 1867 is een gedeelte van de Blaak gedempt ten behoeve van de bouw van een nieuw postkantoor. Het resterende gedeelte is in 1940 gedempt met het puin van de huizen uit de verwoeste binnenstad. De namen Noord- en Zuidblaak voor de straten ter weerszijden van het water zijn toen vervallen. Sindsdien geldt de naam Blaak voor de brede verkeersweg die door de demping is ontstaan. Later werd de Blaak in westelijke richting doorgetrokken. De nieuwe weg ontving de naam Westblaak.

De Overblaak is de straat die over de Blaak heenloopt, en is een onderdeel van het zogenaamde paalwoningencomplex. In de volksmond is hieraan de naam Blaakse Bos gegeven.De betekenis van de naam Blaak is niet geheel zeker. Ook kan gedacht worden aan het Middelnederlandse ‘blec’, dat de betekenis heeft van ‘Land, dat even boven het water uitkomt’. Het is heel goed mogelijk dat de naam is afgeleid van het Zuid Nederlandse woord ‘blak’, dat stil rustig water betekent.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Blaak met links modemagazijn Gerzon aan de Korte Hoogstraat, 1970

De Blaak met links modemagazijn Gerzon aan de Korte Hoogstraat tijdens uitverkoop wegens verhuizing naar de Lijnbaan, 5 augustus 1970. Op de achtergrond het kantoorgebouw de Hoofdpoort (Van Marle concern/Stad Rotterdam Verzekeringen).

Uit het Vrije Volk van 8 augustus 1970:
Vakbonden bezorgd over voortbestaan van Gerzon
(Van onze sociaal-economische redactie)

AMSTERDAM — De vakbonden In de detailhandel maken zich ernstig zorgen over het voortbestaan van Gerzons Modemagazijnen. Een woordvoerder van de NW-bond Mercurius zei ons bang te zijn dat het concern In handen is gevallen van een onderneming die Gerzon alleen maar als onroerend goed-projekt zal beschouwen.

De vakbonden zijn er zeer kort geleden achter gekomen dat achter het overnemende bedrijf, Schröder N.V, de Centrumbank staat, een onderneming waarin de heer C. de Ruiter een belangrijke rol zou spelen.

Directeur De Poorter, die met de Centrumbank onderhandelt over de overname van zijn 60 filialen tellende onderneming „Het Lingeriehuis” typeert De Ruiter in Het Parool als „een duidelijk soort onroerend-goed-man, een soort Caransa”. Toen De Ruiter, nog geen jaar geleden, Schröder opkocht werden twee van de drie filialen, namelijk die in Rotterdam ‘en Amsterdam, doorverkocht. Schröder heeft aan de bonden beloofd dat bij de komende reorganisatie de identiteit van Gerzon zal worden gehandhaafd „één en ander voor zover zulks redelijkerwijs van de koper kan worden verlangd”. Een bestuurder van Mercurius zei ons dat De Ruiter met deze mededeling alle kanten uit kan. De bonden beramen zich, nu op maatregelen die „een stokje voor de plannen van Schröder kunnen steken en de belangen van het 1400 man sterke personeel veilig kunnen stellen.”

De foto komt uit de collectie topografie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt via delpher.nl uit het Vrije Volk van 8 augustus 1970.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Sloop van de Sint-Ignatiuskerk aan de Westzeedijk, 1968

Tijdens de sloop van de Sint-Ignatiuskerk wordt een torentje naar beneden getrokken, 16 februari 1968.

De Sint-Ignatiuskerk, van 1956 tot de sloop in 1968 de Sint-Laurentius en Ignatiuskathedraal, tevens bekend als de Westzeedijkkerk, was een rooms-katholieke kerk aan de Westzeedijk 90 in Rotterdam.

De Ignatiuskerk werd in 1891 gebouwd als parochiekerk voor de rooms-katholieke gemeenschap in het Scheepvaartkwartier en het zuidelijke stadscentrum. Architect Nicolaas Molenaar sr. ontwierp een driebeukige kruiskerk in neogotische stijl. De toren stond aan de linkervoorzijde van de kerk en bestond uit drie vierkante geledingen, met daarbovenop een opengewerkte achtkantige lantaarn met naaldspits. Het schip had drie traveeën en twee transepten. Na de eerste travee met de toren kwam het eerste transept, gevolgd door twee traveeën, het kruisingstransept en de travee van het priesterkoor, dat werd afgesloten met een zevenzijdige apsis. In de kerk stond een orgel dat in 1863 was gebouwd door de firma Loret & Vermeersch en in 1905 door Michaël Maarschalkerweerd van een nieuw front was voorzien.

De Ignatiuskerk overleefde het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940. Bij de stichting van het bisdom Rotterdam op 2 februari 1956 werd de Ignatiuskerk tot kathedraal verheven. Bij deze gelegenheid werd de kerk ook gewijd aan Sint-Laurentius, de patroonheilige van Rotterdam. Begin 1967 werd de kathedraal gesloten en werd de Elisabethkerk de nieuwe kathedraal van Rotterdam. De Eendrachtskerk aan de Eendrachtstraat werd de nieuwe parochiekerk voor deze wijk. Het beeld van Maria van de Wijnhaven werd in deze kerk geplaatst. Het uurwerk werd overgebracht naar de Heilig-Hartkerk in Schiedam. Het orgel werd verkocht aan de Sint-Augustinuskerk in Geleen.

De Sint-Laurentius en Ignatiuskathedraal werd in 1968 afgebroken. Op deze plaats kwam een kantoorgebouw, dat in 2018 is getransformeerd in een woongebouw met circa 200 appartementen.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De bouw van de Meentbrug over de Delftsevaart, 1926-1930

De Meentbrug is een hefbrug in de Meent en is nog van voor de oorlog. De brug kan niet meer worden bediend, omdat niet alle kabels meer zijn gemonteerd aan de brug. Het was ooit een hefbrug met vier torentjes. De brug was voorzien van uitschuifbare trapjes, zodat voetgangers gewoon door konden lopen als de brug openstond. Een van de torentjes stond in de weg van het nieuwe gebouw dat ernaast werd gezet, maar werd gewoon geïntegreerd in het gebouw. De katrol hangt in de buitenmuur van het café-restaurant, het contragewicht hangt binnen.

De Meent kan men identificeren met de in 1385 genoemde ‘der Stede wech’ en met de ‘Poortweg’, waarvan in 1404 sprake is. De naam Meent als straatnaam treft men niet aan vóór de tweede helft van de 16de eeuw. Aangenomen kan worden dat aan deze straatnaam de betekenis ‘gemeene weide’ ten grondslag lag. Dit blijkt onder meer uit een keur op de twee jaarmarkten uit de eerste helft van de 15de eeuw. De paardenmarkt moest toen gehouden worden ‘in de Lombaertstrate upte meente neffens de capelle ende aldaer omtrent’. In 1531 en later komt ‘Beestenmarkt’ voor, daarna ‘Varckenmart’, ‘Meent ende Varckenmarct’ of ‘Meent bij de Varckenmarct’. Oorspronkelijk liep de Meent van de Botersloot naar de Oppert. Ten behoeve van het toenemende verkeer werd een plan ingediend voor de aanleg van een brede straat door de oude stad, die een verbinding tussen Coolsingel en Goudsesingel zou vormen.

De fotograaf is J.H.C. Vermeulen van de Maasbode en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia en uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Werkzaamheden aan het Hofplein en de bijbehorende verplaatsing van de Delftse Poort, 1939

De Delftsche Poort in Rotterdam was een stadspoort waarvan de laatste in 1764 werd gebouwd naar een ontwerp van architect Pieter de Swart. Het was reeds de derde poort op die plaats: de voorgaande twee waren wegens bouwvalligheid gesloopt. De eerste poort werd in de Middeleeuwen gebouwd en kreeg de naam de Noorderpoort en had een voorpoort. De tweede St. Joris- of Delftsche Poort werd in 1545 gebouwd.

In de jaren 30 van de 20e eeuw stond de poort in de weg: Rotterdam wilde een betere doorstroming van het toenemende verkeer. Men besloot de poort zo’n honderd meter te verplaatsen (afbreken stuitte op te veel weerstand). In 1939 begon men met de verplaatsing van het geheel. De onderbouw was in 1940 gereed, tijdens het bombardement werden zowel dit gedeelte als de opgeslagen beeldhouwwerken beschadigd. Een jaar later werd besloten dat “naar het inzicht van de meerderheid van de geraadpleegde deskundigen de poort niet meer afgebouwd kon worden en moest zij geheel verdwijnen”. Enkele sierwerken werden gered en opgenomen in de muren van de gebouwen op de hoek van het Stadhuisplein.

Vijftig jaar later werd er op nagenoeg de oorspronkelijke plaats van de Delftsche poort aan het Pompenburg een reconstructie in staal opgericht, ontworpen door de kunstenaar Cor Kraat. Rond de poort zijn enkele restanten opgesteld van de gebeeldhouwde ornamenten die de oorspronkelijke poort sierden.

De foto is vervaardigd door de Maasbode en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Gezicht op de Glashaven met de Rederijbrug en op de achtergrond de Zuiderkerk, 1914

De Glashaven is vernoemd naar de glasblazerij die daar vanaf 1614 was gevestigd. De Staten Generaal verleenden op 5 februari 1614 aan Claes Jansz. Wijtmans en Compagnie octrooi om allerhande soorten huis- en vensterglas te mogen maken. Enige weken later besloot de Rotterdamse vroedschap om aan de Compagnie een zestal erven aan de meest westelijke Dwarshaven, tussen Wijn- en Scheepmakershaven,af te staan voor de stichting van een glasblazerij of glashuis. De Compagnie verbond zich om gedurende twintig jaar nergens anders dit bedrijf uit te oefenen. De overige erven aan de Dwarshaven werden pas in mei 1614 verkocht. Aan de glasblazerij ontleende de haven sindsdien haar naam. In de eerste tijd komt ze ook voor als Gelderse Juffrouwenhaven of haventje van het glashuis. In 1882 werd ze gedempt. Sindsdien sprak men van Gedempte Glashaven. Bij bovengenoemd besluit verviel het toevoegsel en werd de straat weer gewoon Glashaven genoemd.

De Zuiderkerk was een hervormde kerk uit 1849 aan de Gedempte Glashaven in Rotterdam. Het gebouw werd in 1940 verwoest in het Bombardement op Rotterdam.

Tussen de Gedempte Glashaven en de toenmalige Jufferstraat, waar nu de Rederijhaven is, stond een kerk met dezelfde naam. Dit gebouw, in 1630 als schouwburg gebouwd, was bouwvallig geworden en is voor de bouw van de nieuwe kerk in 1844 gesloopt.

Na een prijsvraag werd het ontwerp van de toen 29-jarige architect A.W. van Dam aangenomen. J. van Limburgh, meester timmerman, voerde dit uit voor 312.416 gulden. De totale bouwkosten bedroegen ruim 500.000 gulden. Predikant dr. H. Oort nam op 22 april 1849 de kerk plechtig in gebruik.

De Zuiderkerk had een achthoekige grondvorm, met aan vier zijden kapellen. Het dak was een achtzijdige piramide, doorsneden door de vier nokken van de kapellen. Een achthoekige toren en spits bekroonden het dak. Ramen en deuren waren spitsbogen. In 1850 werd het orgel, gebouwd door firma J. Bätz & Co., orgelmakers te Utrecht, ingewijd door ds. Blaauw en in gebruik genomen door J.B. Spoelder, de organist van de Zuiderkerk, en Bartholomeus Tours, organist van de Grote Kerk. Tussen 1925 en 1939 maakte Marius Richters gebrandschilderde ramen voor de kerk.

Het bombardement op Rotterdam in 1940 verwoestte de Zuiderkerk; de kerk werd niet herbouwd. In 1960 nam de Hervormde gemeente de Pauluskerk aan de Mauritsweg in gebruik als vervanging van de Zuiderkerk en de ook door de bommen verwoeste Westerkerk.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Gedempte Botersloot met links de Gemeentelijke Telefoondienst op de hoek met de Vrouwensteeg, 1933

Gezicht op de de Gedempte Botersloot met links de Gemeentelijke Telefoondienst op de hoek met de Vrouwensteeg, 1933.

De Gedempte Botersloot werd zo genoemd na demping van de Botersloot in 1866. De naam Botersloot komt in 1433 voor het eerst in de bronnen voor. Het was destijds de benaming voor het water dat van de Buitenrotte tot in de Kipsloot, of Rotte binnen de stad, bij de Huibrug liep. Het noordelijkste gedeelte, ook wel Buitenbotersloot genaamd, omdat het buiten de stad was gelegen, heeft later de naam van Karnemelkshaven gekregen. De kaden langs de Botersloot kwamen eerst als Achterweg voor. Beide kanten waren ook wel ‘s-Gravenstraat genaamd, voor de oostkant dikwijls met de bijvoeging ‘in Quakernaat’. De oostkant kwam ook voor als ‘s-Gravenweg. Het zuidelijkste gedeelte was bekend onder de naam Huibrug. Deze laatste naam werd ook vaak alleen vermeld. Later heetten beide zijden Botersloot.

De raad besloot in 1866 het water te dempen. Vanaf die tijd sprak men van de Gedempte Botersloot. De Botersloot dankte zijn naam aan de zuivelprodukten die voornamelijk met schuitjes langs de Rotte worden aangevoerd. De huidige Botersloot ligt op dezelfde plaats als de vroegere Gedempte Botersloot. Alleen het gedeelte van de straat, gelegen tussen de Meent en de Goudsesingel is vervallen.

De Vrouwensteeg liep voor het bombardement in mei 1940 van de Hoogstraat naar het Achterklooster. Ze was vernoemd naar het Oudevrouwenhuis of het Sint Elisabethsgasthuis. Dit lag op het terrein waar de steeg omstreeks 1622 werd aangelegd. Op een plattegrond uit 1623 komt ze reeds onder de naam Vrouwensteeg voor. Bij bovengenoemd besluit werd deze oude naam officieel vastgelegd. In de 18de eeuw komt ze voor als Penssteeg naar de pensverkopers, die hun nering uitoefenden naast de Vleeshal bij de Vrouwensteeg. bij besluit B&W B. 30 juni 1942 werd de naam ingetrokken.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Kipstraat met rechts de Raadhuisstraat, 1934

Al in 1373 komt een straat onder de naam Kipsloot voor die langs het water van die naam liep. Nu loopt de Kipstraat van de Goudsesingel naar het Groenendaal. In oude stukken, tot in het midden van de 16de eeuw, komt het water ook wel onder de naam Rotte voor.

De naam Dijksloot herinnerde aan de oorspronkelijke bestemming, namelijk die van binnendijksloot langs de Schielands Hoge Zeedijk of Hoogstraat. Het gedeelte van de Oostpoort tot de Binnenrotte onderscheidde men als Kipsloot; het resterende deel van de sloot tot aan de Coolvest had verschillende benamingen. De Korte Kipstraat was de oudste benaming van het Achterklooster. Later werd de naam Korte Kipstraat gegeven aan de latere Kaasmarkt, die voordien Huibrug heette. De Kipsloot werd in 1860 gedempt.

De oorsprong van de naam ligt in het duister. Deze staat in ieder geval niet in verband met de dieren van die naam. Gedacht zou kunnen worden aan een huisnaam. De Kipstraat liep vóór in mei 1940 het bombardement van de Botersloot naar de Goudsewagenstraat. Na de oorlog is de naam Kipstraat gegeven aan een straat die van de Goudsesingel naar het Groenendaal loopt.

De informatie komt  uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking Rotterdam van toen

Leuvehaven, 1874

Zicht vanaf hotel Victoria op de Leuvehaven en omgeving, 1874-1878. Op de voorgrond de Stokkenbrug over de Zalmhaven, links de Nieuwe Leuvebrug.

De Leuvehaven is vernoemd naar de oude kreek ‘de Leuve’ of ‘de Loeve’, zoals de naam meermalen in de stadsrekening van 1426/27 voorkomt. In de 16de eeuw was de stad eigenares geworden van het land aan de Leuve. Op 23 april 1598 werd aan de westzijde van de kreek de grond in erven uitgegeven. Daarna begon men met het graven van de haven die in 1608 gereed kwam. In het begin sprak men van Nieuwehaven, doch daar dit verwarring kon geven, werd Leuvehaven al spoedig de enige naam.

Een verklaring voor de naam Stokkenbrug kan helaas niet gegeven worden. Mogelijk moet de naam in verband worden gebracht met de Rotterdamse familie Van der Stock. In 1782 kreeg de Zalmhaven een doorvaart naar de Leuvehaven en niet lang daarna vinden wij over deze ingang de Nieuwewerksbrug. In 1837 werd de brug over de Zalmhaven vernieuwd, in 1839 werd ze Stokkenbrug genoemd. De huidige Stokkenbrug werd in 1977 gebouwd. Op 28 januari 1997 ingetrokken door B&W, de brug is verplaatst en heet tegenwoordig Lodewijk Pincoffsbrug.

De foto komt uit de collectie Topografie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen