Tag Archives: centrum

Sculptuur van Naum Gabo voor de Bijenkorf, 1967

De ingang van de voetgangerstunnel van metrostation Beurs onder de Coolsingel, rechts voor het warenhuis de Bijenkorf en de sculptuur van Naum Gabo, 9 november 1967.

Het ambacht Cool komt al voor omstreeks 1280. In 1596 kocht de stad de ambachtsheerlijkheid Cool, Blommersdijk en Beukelsdijk van Jonkheer Jacob van Almonde. Bij Koninklijk Besluit van 20 september 1809 werd het ambacht Beukelsdijk, Oost- en West-Blommersdijk, genaamd Cool, tot een zelfstandige gemeente verheven. In 1811 werd Cool door Rotterdam geannexeerd.

Naast het ambacht had men ook nog de polder Cool. Deze lag tussen de Rotterdamse en Delfshavense Schie. Deze werd in 1925 opgeheven. Een gedeelte van het grondgebied van Cool was reeds in 1358 bij de stad getrokken na de vergunning van hertog Aelbrecht van Beieren om grachten om de stad te graven en het stadsgebied te vergroten met het Rodezand in het ambacht Cool. De Coolvest scheidde voortaan stad en ambacht. In 1480 is er al sprake van de singel tegenover de vest achter Bulgersteyn, later Coolsingel genoemd. De singel is in verband met de aanleg van een brede verkeersweg in de jaren 1913-1922 geheel gedempt.

De gestileerde bloem is een bijnaam van het kunstwerk zonder titel bij de ingang van de Bijenkorf in Rotterdam, ontworpen door Naum Gabo. Het wordt gezien als het belangrijkste werk in zijn oeuvre. In de wandeling wordt het beeld “het ding” genoemd.

Het beeld dat in mei 1957 voor het nieuwe gebouw van De Bijenkorf werd opgericht, is een bijzondere creatie in staal. De bouwer was de Constructiewerkplaats en Machinefabriek Hollandia NV in Krimpen aan den IJssel. Het werk is onderdeel van de Top 100 Nederlandse monumenten 1940-1958.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Lange Torenstraat met de Paradijskerk, 1905

De Lange Torenstraat met de Paradijskerk, 1905-1920. Op de achtergrond de toren van de Sint-Laurenskerk.

In 1647 stichtte kapelaan Bernardus Hoogewerff een nieuwe kerkplek in Rotterdam, omdat de schuilkerk aan de Oppert (HH. Laurentius en Maria Magdalena of Oppertse Kerk) te klein was geworden. Hij deed dit in zijn geboortehuis genaamd Het Paradijs, gelegen in de oude binnenstad tussen de Slijkvaart (later Lange Torenstraat) en de Delftsevaart, niet ver van de St. Laurenskerk. De kerk werd gewijd aan Petrus en Paulus, en stond in het begin ten dienste van de klopjes, maar werd later in 1649 door Philippus Rovenius erkend als een zelfstandige gemeente.

In 1718 werd aan de Lange Torenstraat op de plaats van een te klein geworden kapel een nieuwe schuilkerk gebouwd die een jaar later gereed kwam. De kerk werd ingericht met beeldhouwwerken van Alexander Dominicus Pluskens. Bij het Utrechts schisma van 1723 koos de parochie samen met haar zusterparochie van de Oppertse Kerk de kant van het Utrechtse kapittel, waardoor zij ging behoren tot de Oud-Bisschoppelijke Clerezie (later Oud-Katholieke Kerk van Nederland). Pas toen het gebouw in 1901 een nieuwe voorgevel kreeg was het van buitenaf als kerk herkenbaar.

In 1907 werden er verzakkingen en vermolming van het hout van de galerijen geconstateerd waarna de kerk wegens bouwvalligheid niet meer gebruikt kon worden. Men besloot naar ontwerp van architect Petrus Augustinus Weeldenburg aan de Nieuwe Binnenweg een nieuw kerkgebouw te doen verrijzen. In 1908 werd met de bouw begonnen en in op 30 juni 1910 werd de nieuwe kerk geconsacreerd door mgr. N.B.P. Spit, bisschop van Deventer en pastoor van de Paradijskerk.

De fotograaf is Antonie Schaller en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Verlichte C&A aan de hoogstraat. 1910

Een avondopname van het verlichte warenhuis C&A aan de Hoogstraat – Korte Hoogstraat, 1910-1920.

C&A, een afkorting van Clemens & August Brenninkmeijer, is een van oorsprong Nederlandse keten van grote kledingwinkels. De Europese hoofdkantoren zijn gevestigd in Vilvoorde (België) en Düsseldorf (Duitsland). Wereldwijd werken er ongeveer 40.000 mensen voor C&A.

In 1841 openden twee Westfaalse textielteuten (ook wel todden of tötten genaamd), de broers Clemens en August Brenninkmeijer, een textielopslag in Sneek (Nederland) zodat ze minder vaak naar Westfalen (Duitsland) hoefden te reizen om stoffen op te halen. In 1841 begonnen de broers in dezelfde stad een winkel in confectiekleding. Het succes liet niet lang op zich wachten. Van 1900 tot 1911 floreren er talrijke C&A-winkels op het hele Nederlandse grondgebied. Daarna gaat het zeer snel: vanaf 1911 worden de eerste C&A’s geopend in Duitsland; in 1922 worden ze geïntroduceerd in Groot-Brittannië; daarna gaat de Europese expansie door.

De naam Hoogstraat komt voor het eerst in 1396 voor. Dit was het gedeelte van de Schielands Hoge Zeedijk, dat tot dan toe Oosteinde (1338), Middeldam (1357) en Westeinde (1359) had geheten. Deze namen hadden echter niet alleen betrekking op de Hoogstraat, maar ook op de straten in het Oost-, Midden- en Westvak gelegen. De Middeldam, die in 1351 nog Dam heette, is rond het midden van de 13de eeuw aangelegd in de Rotte. Deze mondde met enkele duikersluizen uit in de Maas. De Middeldam strekte zich uit van de oosthoek van de Kerkstraat en de Grotemarkt tot de Lamsteeg. In 1533 besloot de vroedschap de Hoogstraat (in de resolutie Dijkstraat geheten) te verhogen van de Schiedamsepoort tot de Oostpoort. Ook de naam Hooge Dijkstraat komt voor. Het grootste gedeelte van de Hoogstraat loopt oost-west, een klein gedeelte noord-zuid. Dit laatste gedeelte wordt Korte Hoogstraat genoemd.

De fotograaf is Frans van Dijk en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Gezicht op de zaak J.C. de Lange’s, Koninklijke Tuinbouwinrichting, bloemenwinkel Aert van Nesstraat, 1910

Gezicht op de zaak J.C. de Lange’s, Koninklijke Tuinbouwinrichting, bloemenwinkel op de hoek van de Aert van Nesstraat en de Nieuwe Kerkstraat, 1910-1930.

Aert Jansse van Nes (Rotterdam, ged. 13 april 1626 – aldaar, 13 of 14 september 1693) was een Nederlandse marineofficier uit de 17e eeuw.

Aert ging op zijn elfde naar zee. Bij het begin van de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog van 1652-1653 had Van Nes zich opgewerkt tot schipper (de hoogste onderofficier) van een gewapende koopvaarder onder bevel van zijn vader. Op 23 augustus 1652 werd Van Nes door de Staten van Holland als directe vervanger van zijn overleden vader tot kapitein van de Gelderland benoemd, toen dat schip enige tijd door de Fransen geïnterneerd was in de haven van La Rochelle. Hij vocht in de Driedaagse Zeeslag, de Zeeslag bij Nieuwpoort en de Slag bij Ter Heijde. Ook deed hij mee aan het ontzet van Danzig in 1656 en aan de expeditie tegen Portugal in 1657. Daarbij won hij twee ‘prijzen’, dat wil zeggen dat hij twee schepen buitmaakte.

De Nieuwe Kerkstraat liep vóór het bombardement in mei 1940 van de Kruiskade naar de Van Oldenbarneveltstraat. Bij besluit B&W 16 juni 1950 werd de naam ingetrokken. Op 10 maart 1626 werd een stuk land in het ambacht Cool aan de Singel gekocht door kerkmeesters van de stad Rotterdam. Ten westen van dit land werd in het daaropvolgende jaar een gemeenschappelijke laan gemaakt. In een akte van 13 januari 1629 wordt gesproken van Kerklaan. Een gedeelte heet thans Ammanstraat.

De fotograaf is Francois Henri (Frans) van Dijk en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De magazijnen van A. Jungerhans hoek Leuvehaven-Soetensteeg 1905

De magazijnen van A. Jungerhans op de hoek van de Leuvehaven links en de Soetensteeg rechts, 1905-1920.

Deze haven is vernoemd naar de oude kreek ‘de Leuve’ of ‘de Loeve’, zoals de naam meermalen in de stadsrekening van 1426/27 voorkomt. In de 16de eeuw was de stad eigenares geworden van het land aan de Leuve. Op 23 april 1598 werd aan de westzijde van de kreek de grond in erven uitgegeven. Daarna begon men met het graven van de haven die in 1608 gereed kwam. In het begin sprak men van Nieuwehaven, doch daar dit verwarring kon geven, werd Leuvehaven al spoedig de enige naam. Over de haven lagen twee bruggen, de Leuvebrug en de Nieuwe Leuvebrug. Eerstgenoemde brug, ook wel Oude of Lange Leuvebrug genoemd, dateerde uit 1609 en werd kort na de Tweede Wereldoorlog gesloopt. De straat die op de brug uitliep heette Leuvebrugsteeg, vroeger ook wel Breede Leuvestraat of Brugsteeg geheten. Bij het bombardement in mei 1940 is de steeg verdwenen.

Waarschijnlijk dankt deze steeg zijn naam aan Jan Zoeten of Jan Soet, over wie sprake is in ‘Het Boek der Opschriften’ van Van Lennep en Ter Gouw. In 1645 werd gesproken van het huis van Zoeten bij de Soetebrug. In kronieken en op tekeningen van later tijd komen de namen Jan Zoetenbrug en -steeg voor, doch uit deze bronnen blijkt niet de herkomst van de naam. In de stadsrekening van 1426/27 wordt de brug genoemd ‘die men gaet van den Westnijelande over die haven in de Westpoort’. Daarmee werd de Soetenbrug bedoeld, die later ook wel onder de naam Leuvebrug voorkomt. Door demping van een klein gedeelte van de Leuvehaven in 1904 is de Soetenbrug vervangen door een brede brug. De huidige Soetenbrug ligt ongeveer ter plaatse van de oude brug van die naam. De Soetensteeg is pas ontstaan na het slopen van de oude Schiedamse Poort. Op 29 juli 1630 kocht Catalina Soetemans het huis op de hoek van de Hoogstraat en de latere Soetensteeg, genaamd ‘het Hof van Holland’. Dezelfde persoon heette op 1 juli 1648 Catalina Soetendaal. Ook kwam er een zekere Soetje Jans voor, die op 29 december 1638 enige huizen verder woonde.

De fotograaf is Francois Henri (Frans) van Dijk en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

 

De Grote Markt en het standbeeld van Erasmus. 1901

Paul Kruger maakt een rijtoer door de stad, 26-28 juni 1901. Op de foto rijdt Kruger bij de Grote Markt en het standbeeld van Erasmus.

Uit het Rotterdamsch Nieuwsblad van 27 juni 1901:
Donderdag 27 Juni 1901. Tweede Blad. President Kruger te Rotterdam.
Vandaag is president Kruger de gast van Rotterdam geweest. In een mooien zomerschen morgen heeft hij er zijn intocht gedaan, te midden van een werkelijk indrukwekkend huldebetoon van de zijde der bevolking. Langs den geheelen intochtsweg stonden menschen, dik de beide zijden der straten vullend, onophoudelijk juichend en wuivend, één lange weg van vaandels en telkens in het gejuich, onafgebroken, het Transvaalsche volkslied, gespeeld door de fanfarekorpsen. Een ontvangst niets minder geestdriftig dan die in 1882, wat de grijze balling, op het Stadhuis den burgemeester beantwoordend, dan ook hartelijk heeft erkend. Het bezoek had, uit den aard, een zuiver officieus karakter, officieel was alleen de ontvangst ten Raadhuize, waar het gemeentebestuur ex officio optrad.

De fotograaf is Willem Ganter en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt via delpher.nl uit het Rotterdamsch Nieuwsblad. De kaart uit 1897 komt van rotterdamkaart.nl

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Mosterdsteeg, 1908

De Mosterdsteeg, 1908. Deze steeg liep van de Zandstraat naar de Westewagenstraat, ten zuiden van de Raamstraat.

Deze steeg dankt haar naam aan Jacques Thomasz Mostertman, die hier in 1606 een huis bezat. In 1620 komt zij voor als Mosterdsteeg. In 1612 en ook nog later wordt deze steeg genoemd ‘gemeene steeg of steeg van Maerten Regenboog’ naar de toenmalige eigenaar. Deze steeg liep van de Zandstraat naar de Westewagenstraat ten zuiden van de Raamstraat. Bij besluit B. 30 juni 1942 werd de naam ingetrokken.

De Zandstraat droeg eerst de naam Roodezandstraat, daar ze werd aangelegd op het terrein van het oude ambacht ‘het Roodezand’ en uitkwam op de straat, die later als ‘Ro(o)dezand’ bekend werd. De voorloorlogse Zandstraat liep van de Raamstraat naar de Leeuwenstraat.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerrking van Rotterdam van toen

De Vierwindenstraat, 1937

De Vierwindenstraat met op de achtergrond de Westewagenstraat, 12 mei 1937.

Deze straat heette naar het huis ‘de Vier Winden’ of ‘de Vier blasende Winden’, op de hoek van de Westewagenstraat en deze straat. Zij liep van de Westewagenstraat naar het Rodezand. De straat kwam in de 16de eeuw ook voor als Susterenstraat naar het Sint Agathaklooster of Witte Zusterhuis, over het terrein waarvan de straat is aangelegd. Ten noorden van het kloostercomplex was een huis als weeshuis ingericht. In 1579 kochten de weeshuismeesters naast het weeshuis een huis en erf aan om op deze plaats een straat aan te leggen. Vanwege de ligging werd de straat ook wel Nieuwe Weeststraat genoemd. Sinds het laatste deel van de 16de eeuw kwam ze ook voor onder de naam Wingerdstraat. Deze naam, misschien wel de oudste, zal waarschijnlijk zijn ontleend aan een huis ‘de Wingerd’ dat in de Westewagenstraat stond. In 1519 wordt in de Westewagenstraat een ‘Neeltgen in de Wingaert’ vermeld. Omstreeks het midden van de 17de eeuw is de naam Vierwindenstraat in gebruik geraakt. De naam Wingerdstraat bleef daarnaast echter nog lang bestaan.

De Westewagenstraat komt al voor in 1363, evenals de Wagenbrug aldaar op het Westeinde. Later wordt ze ook Delftsche Wagenstraat genoemd, omdat ze de ‘rijweg’ was naar Delft. Hier hadden zich wagenverhuurders gevestigd, voer het wagenveer af en konden boeren en buitenlui , die de Delftsepoort waren binnengetreden , hun paarden stallen. Ook wagenmakers en hoefsmeden oefenden daar hun bedrijf uit.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Gezicht in de Diergaardelaan met links de Stationsweg, 1930

Gezicht in de Diergaardelaan met links de Stationsweg, 1930. Op de achtergrond de Delftse Poort.

De Diergaardelaan dankte haar naam aan de in 1857 opgerichte Rotterdamsche Diergaarde. De Diergaardekade heette in 1858 Westerkade bij de Kruiskade, later Smalle Westerkade. De Diergaardelaan heette destijds Papagaaienlaan, een naam die geen verklaring behoeft. Bij besluit B&W 28 januari 1949 werd de naam 2de Diergaardestraat ingetrokken. Bij besluit B&W 13 september 1949 werden de namen Diergaardekade en Diergaardelaan ingetrokken. Bij besluit B&W 21 december 1954 werd de naam 1ste Diergaardestraat ingetrokken. Bij besluit B&W 6 mei 1955 werd de naam Diergaardebrug ingetrokken.

Deze Stationsweg liep van de Diergaardelaan naar het Stationsplein en moet dus niet worden verward met de Stationsweg die van het Centraal Station naar Station Hofplein liep. Het betreft hier het Centraal Station (later Station Delftse Poort) van de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij, dat in 1877 werd gebouwd. Het station werd tijdens het bombardement in mei 1940 gedeeltelijk verwoest. In 1957 werd het vervangen door een nieuw Centraal Station, dat iets westelijker werd gebouwd. Bij besluit B&W 15 januari 1952 werd de naam ingetrokken.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Olympische aanbiedingen op de Meent, 1976

De Meent kan men identificeren met de in 1385 genoemde ‘der Stede wech’ en met de ‘Poortweg’, waarvan in 1404 sprake is. De naam Meent als straatnaam treft men niet aan vóór de tweede helft van de 16de eeuw. Aangenomen kan worden dat aan deze straatnaam de betekenis ‘gemeene weide’ ten grondslag lag. Dit blijkt onder meer uit een keur op de twee jaarmarkten uit de eerste helft van de 15de eeuw. De paardenmarkt moest toen gehouden worden ‘in de Lombaertstrate upte meente neffens de capelle ende aldaer omtrent’. In 1531 en later komt ‘Beestenmarkt’ voor, daarna ‘Varckenmart’, ‘Meent ende Varckenmarct’ of ‘Meent bij de Varckenmarct’.

Oorspronkelijk liep de Meent van de Botersloot naar de Oppert. Ten behoeve van het toenemende verkeer werd een plan ingediend voor de aanleg van een brede straat door de oude stad, die een verbinding tussen Coolsingel en Goudsesingel zou vormen. De Heerenstraat en de Meent zouden worden verbreed en in westelijke richting worden doorgebroken. Op 19 juni 1913 aanvaardde de raad het doorbraakplan. Toen in mei 1940 de oorlog uitbrak was de nieuwe Meent voor het grootste gedeelte voltooid. In de volksmond heeft de Meent enige tijd de Doorbraak geheten.

De huidige Meent ligt op dezelfde plaats als de vooroorlogse straat van die naam. Alleen het noordelijke gedeelte tussen de Botersloot en de Goudsesingel, de vroegere Heerenstraat, heeft een iets andere loop gekregen.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen