Tag Archives: crooswijk

bouw van de Koninginnekerk aan de Boezemweg, 1907

De protestantse Koninginnekerk aan de Boezemsingel op de grens tussen de wijken Crooswijk en Kralingen in de gemeente Rotterdam werd in 1907 in gebruik genomen. Ze was genoemd naar koningin Wilhelmina.

Begin twintigste eeuw waren veel Rotterdammers naar nieuwe wijken buiten het stadscentrum verhuisd. Sommige in het centrum gelegen kerkgebouwen kampten daardoor met verminderd bezoek en werden gesloten en verkocht. De opbrengst investeerde men in nieuwe kerken in de randwijken. De Koninginnekerk werd op dergelijke wijze gerealiseerd. Bovendien ontving men een belangrijke gift van de gezusters Van Dam, die ook de Wilhelminakerk in Rotterdam-Zuid hadden gefinancierd en de bouw van het Rotterdamse Diaconessenhuis mogelijk maakten. In juli 1904 werd de eerste steen gelegd en op 1 april 1907 kon de nieuwe kerk plechtig worden ingewijd. Het ontwerp was van de architecten Barend Hooijkaas jr. en Michiel Brinkman. Het gebouw telde 1750 zitplaatsen. In de loop der jaren werd de Koninginnekerk een begrip in Rotterdam. Eind jaren zestig werd in de Rotterdamse gemeenteraad besloten het statige gebouw met zijn twee imposante torens af te breken. Dit leidde in de stad tot veel protest. Desondanks werd het godshuis gesloopt nadat er op 31 december 1971 de laatste eredienst was gehouden.

Op de plaats waar de kerk stond verrees een dertien etages hoge verzorgingsflat voor ouderen, woonzorgcentrum Hoppesteyn geheten. Hiernaast kwam in 2001 de Koninginnetoren te staan, een 78 meter hoog gebouw met 85 seniorenappartementen. De bovenste etages zijn groen gemaakt als herinnering aan de kopergroene daken op de torens van de kerk.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Veemarkt- Goudserijweg / Hugo de Grootstraat, 1946

Op de Veemarkt staan dames met honden voor een hondenshow, 1946.

De Veemarkt in Rotterdam bestaat niet meer en was gevestigd aan de Goudserijweg / Hugo de Grootstraat, op de grens tussen Kralingen en Crooswijk. De markt is weg sinds 1973, nu zijn er woningen gebouwd en een van de huidige straten op dit gebied heet de Veemarktstraat.

Blikvanger op het terrein was de Koninginnekerk aan de Boezemsingel. Deze kerk werd in 1907 in gebruik genomen en was genoemd naar koningin Wilhelmina. Opvallend waren de kopergroene daken van dit in de art-deco stijl ontworpen gebouw.
Bij het bombardement werd een groot deel van deze buurt vernield, de Koninginnekerk werd niet getroffen.
In de zeventiger jaren bleek dat het gebouw gesloopt zou gaan worden, wat leidde tot veel protest in de stad. Op 31 december 1971 was de laatste dienst. In 1972 werd het gebouw gesloopt en verrees er een verzorgingsflat op dit terrein.

Binnen de veehandel waren er aardig wat handelaren van Joodse afkomst. Met name onder de Joodse inwoners van Noord- en Oost-Nederland was dit beroep van groot belang. Deze handelaren trokken naar de grote veemarkten om hun vee te verkopen, en de veemarkt in Rotterdam was een belangrijke veemarkt in Nederland. Het was daarom van belang dat er in de stad logeermogelijkheden waren waar kosjer gegeten kon worden.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van http://www.joodsamsterdam.nl/rotterdam/strveemarkt.htm

Met medewerking van Rotterdam van toen

Linker Rottekade,1951

De Linker Rottekade bij de Jonker Fransstraat, gezien vanaf de Noorderbrug, 1951.

Deze kade heet naar het riviertje de Rotte, waaraan de stad Rotterdam zijn naam te danken heeft. De Rotte wordt in 1242 voor het eerst genoemd. Ze moet echter eeuwen oud zijn, want in een oorkonde uit 1028 is er sprake van een nederzetting ‘Rotta’.

De Rotte werd voor 1200 ter hoogte van Crooswijk voor het eerst afgedamd in het kader van de aanleg van een dijk vanwege de grote 12de-eeuwse overstromingen. De aanleg van Schielands Hoge Zeedijk meer naar het zuiden rond het midden van de 13de eeuw, betekende een tweede afdamming. In deze dam, het midden van de latere Hoogstraat, bevonden zich enkele uitwateringssluizen waardoor de (Binnen-)Rotte in verbinding bleef staan met de Maas.

De beide kaden langs de Rotte ten noorden van de oude stad ontvingen de namen Rechter en Linker Rottekade. Waar deze kaden door Hillegersberg en Terbregge lopen kregen ze na de annexatie de plaatsnamen als toevoegsel. De Rottebrug verbindt over de Rotte de Gordelweg met de Boezembocht. De Rottestraat ontving haar naam omdat ze op de Rotte uitloopt.

Deze straat draagt de naam van Jonker Frans van Brederode (1466-1490), die als aanvoerder van de Hoeken in 1488 Rotterdam tegen Maximiliaan van Oostenrijk wist te verdedigen. In de volksmond werd de straat wel Jonker Frankenstraat genoemd naar analogie van de vooroorlogse Lange en Korte Frankenstraat. Vroeger liep hier ter plaatse, van de Goudsesingel naar de Rubroekse molen, een pad dat vanwege haar lengte in de volksmond ‘het Gebed zonder end’ heette.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Het Excercitieveld vanaf de Schuttersweg, 1981

Dit veld heet naar de schutters, die vroeger op het hier gelegen Exercitieveld oefenden. Bij besluit van B&W ontving het Excercitieveld officieel de naam Schuttersveld. Onder deze naam was het veld al jarenlang in de volksmond bekend. De naam Excercitieveld werd bij besluit 1 oktober 1993 ingetrokken.

In de tijd van graaf Albrecht van Beieren bestond de Rotterdamsche schutterij uit 200 schutters die in twee gilden waren verdeeld, de Sint Sebastiaans Gilde en de Sint Joris Gilde. De broeders van de St Sebastiaans Gilde oefenden met hun voetboog op een terrein waar later de Lombardstraat kwam en de broeders van de St. Jorisgilde hadden een terrein langs de Delftsche Vaart waar zij met hun Sint Jans- of balansboog konden oefenen.

In 1557 werden de bogen afgeschaft. De St Sebastiaans Gilde werd toegevoegd aan de St Joris Gilde. De heren kwamen niet meer bij elkaar als tijdverdrijf, maar kregen de taak om voor de veiligheid zorg te dragen. De Burgerwacht moest overdag bij iedere poort met zes man de wacht houden, en iedere nacht met veertig man paraat zijn samen met drie leden van de vroedschap. De broeders werden hiervoor betaald uit de helft van de opbrengst van de visafslag. Van het overgebleven geld werd de doelen onderhouden en in 1622 vernieuwd. In 1620 was de schutterij van Rotterdam uitgegroeid tot zes vaandels van 140 man.

De Unie van Utrecht bepaalde in 1579 dat voortaan alle mannen in krijgsdienst moesten. Tot hun taken behoorde de burgerwacht en het blussen van branden. Enkele jaren later werd de leeftijd beperkt tot 18 tot 55-jarigen. In Rotterdam waren twee bataljons, ieder bestaande uit zes compagnieën van ongeveer 100 man. Ze kregen een snaphaan met bajonet, een sabel en een patroontas, en droegen een witte broek en blauwe jas met zilveren knopen, die ze zelf moesten betalen.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Crooswijks Volkshuis aan de Van Reynstraat, 1952

Uit het Vrije Volk van 30 augustus 1947:
Op 8 juli j.l. werd opgericht het „Crooswijkse Volkshuis” secretariaat Wandeloordstraat 56a. Het bestuur is samengesteld uit het gehele bestuur van de Speeltuinvereniging Crooswijk, terwijl nog zitting namen de dames mevr. L. van der Lugt – v.d. Kraan en mej. W.C Wesselink, de heren mr. E.P. Goldschmidt, mr. H. van Geuns en dr. G. Monnickendam. Als administrateur is de heer H. Knuttel aangesteld.

In september a.s. zullen al enige cursussen aanvangen, voorlopig in de schoollokalen aan de Rusthoflaan 56 en op de zolder van de voorbereidende school Pootstraat 41. Door de gemeente zal het oude clubhuis aan de Van Reijnstraat 32 weer ter beschikking worden gesteld.

Er zal les gegeven worden in koken, naaien, verstelnaaien, E.H.B.O. en verbandleer. Ook zal er gelegenheid zijn om over gezinsmoeilijkheden en moeilijke kinderen te praten. Verder zullen er volksdans-, zang-, turnclubs en nog vele andere clubs gehouden worden. De kosten zijn zo laag gesteld, dat iedere bewoner van Crooswijk daaraan kan deelnemen

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt, via delpher.nl, uit het Vrije Volk.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Politiepost aan de Crooswijkseweg, 1913

Een politiepost met drie politiemannen aan de Crooswijkseweg 41, ten oosten van het Excercitieveld, 1913-1917. Op de achtergrond de Rooms-katholieke begraafplaats.

Omstreeks 1337 komt de heer Van Voorne voor als eigenaar van het huis of de hofstede te Crooswijk. Dit huis kwam later aan de graaf van Holland. Het stond waarschijnlijk op de plaats van het oude Duifhuis, een toltoren die door de Romeinen was gesticht. Het huis komt voor op een kaart van 1567 van Jan Potter. In 1828 kocht de stad de buitenplaats ‘het Huis te Crooswijk’, ook bekend onder de naam van Duifhuis, met de daarbij behorende grond. Het huis werd gesloopt en op het terrein werd een begraafplaats aangelegd.

Dit veld heet naar de schutters, die vroeger op het hier gelegen Exercitieveld oefenden. Bij besluit van B&W ontving het Excercitieveld officieel de naam Schuttersveld. Onder deze naam was het veld al jarenlang in de volksmond bekend. De naam Excercitieveld werd bij besluit 1 oktober 1993 ingetrokken.

De foto komt uit de collectie Topografie Rotterdam en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Rubroekstraat 1935

De Rubroekstraat, 1935.

Deze straat heet naar het vroegere ambacht Rubroek, dat reeds omstreeks 1283 wordt vermeld. De oudste vorm is Rubroke, later komt ook voor Ruychbroek en Ruychpolder. Ruw en ruig zijn verwanten woorden. Rubroek moet verklaard worden als woest, nog niet ontgonnen moerasland. De polder Rubroek, bestaande uit Achter- of Oud-Rubroek en uit Voor-Rubroek of Vorenbroek werd vroeger, wat betreft waterschapszaken, bestuurd door ambachtsheren of molenbewaarders. Deze werden reeds in het midden van de 16de eeuw door Rotterdam aangesteld. Achter- of Oud-Rubroek behoorde tot de jurisdictie van Hillegersberg, Voor-Rubroek tot die van Rotterdam. Beide gedeelten waren gescheiden door de Oude Zeedijk. Van 1897 tot 1949 had men in deze buurt ook het Rubroekspad.

De foto komt uit de collectie Topografie Rotterdam en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Goudse rijweg, 1898

Woningen aan de Goudse Rijweg met links de Vlietkade en in de verte de Allerheiligste Verlosserkerk, 1898-1902.

De Goudse Rijweg, de Goudseweg en de (vooroorlogse) Goudsewagenstraat vormden een onderdeel van de oude weg naar Gouda.De Goudsewagenstraat wordt al in 1366 in bronnen vermeld. Na 1358, toen er grachten om de stad gemaakt mochten worden, zal ook bij deze ‘rijweg’ aan de stadsvest een poort gebouwd zijn en kon men van Gouda daardoor met wagens in de stad, d.w.z. op de Hoogstraat, komen. Later was hier het beginpunt van het Goudse Wagenveer. Onder Goudse Rijweg verstond men in de 16de eeuw ook de straat die thans Goudseweg heet. Tot 1900 droeg de westzijde van de Vlietlaan eveneens deze naam.

De Vlietkade is vernoemd naar de vroegere Vliet nabij de Oudedijk. De Vlietkade lag in het verlengde van de Vlietlaan en liep voor het bombardement in mei 1940 naar de Vredenoordlaan.

De Allerheiligste Verlosserkerk is een voormalige rooms-katholieke kerk in Rotterdam, die tegenwoordig als woongebouw De Kerk in gebruik is als appartementencomplex.

De kerk werd tussen 1882 en 1884 aan de Goudse Rijweg gebouwd voor de Paters Redemptoristen, die zich in 1881 in Rotterdam hadden gevestigd. In 1885 werd het naast de kerk gelegen klooster voltooid. Het ontwerp van de kerk kwam van architect Johannes Kayser. Het is een grote neogotische kruiskerk, met een enkele toren aan de linker voorzijde. De kerk bood plaats aan 1050 gelovigen, maar diende oorspronkelijk niet als parochiekerk. Na het bombardement op Rotterdam in mei 1940 bood de kerk onderdak aan enkele parochies waarvan de kerk was verwoest. Kort na de oorlog werden de parochies in Rotterdam heringedeeld en werd de Allerheiligste Verlosserkerk wel een gewone parochiekerk.

Wegens teruglopend kerkbezoek werd de kerk in 1978 gesloten. In 1979 brak er een grote brand uit waarbij de kerk en het klooster zwaar werden beschadigd. De hoge spits op de toren ging verloren. Tussen 1982 en 1984 is het interieur van de kerk verbouwd tot een appartementencomplex. De oorspronkelijke buitenmuren, de pilaren en de voorgevel bleven hierbij bewaard. De torenspits is niet meer teruggeplaatst.

In 1985 is het gerenoveerde gebouw als woongebouw “De Kerk” heropend. Het biedt onder meer onderdak aan studenten.

De foto komt uit de collectie topografie Rotterdam en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Isaac Hubertstraat, 1948

De St. Aloysiusschool voor G.L.O. (Gewoon Lager Onderwijs) aan de Isaac Hubertstraat, 1948.

De Isaac Hubertstraat is vernoemd naar Isaäc Hubert (1725-1798), Rotterdams koopman, schepen te Rotterdam tussen 1756 en 1762. In de tweede helft van de 18de eeuw werd hij eigenaar van verschillende erven en gronden aan de Rottekade O.Z.

In het schooljaar 1881-1882 werd in de Isaäc Hubertstraat, dankzij een enorme gift van pastoor Ludocicus Gompertz van de nieuwe parochie van Feijenoord, de St. Nicolaasschool gerealiseerd. In de school werd ook een ruimte ingericht voor de Vormschool, waar men toen 25 “kwekelingen” opleidde tot onderwijzer.

In 1885 wordt naast de school de St. Bernardusschool in de Spiegelnisserstraat voor meisjes en een bewaarschool gebouwd, die geleid werden door de zusters van J.M.J. In 1890 werd door de enorme toename van leerlingen in Crooswijk de stichting van nog een school noodzakelijk. Weer in de Isaäc Hubertstraat werd op 1 mei de St. Aloysiusschool geopend. De St. Nicolaas- en de St. Bernardusschool werden samengevoegd en gingen verder onder de naam St. Nicolaas-Bernardusschool.

De panden aan de Isaäc Hubertstraat raakten in verval en in 1928 kreeg de Bernardusschool nieuwe huisvesting in de Spiegelnisserstraat en werden klooster, de Nicolaasschool en de St. Aloysiusschool gerenoveerd. In 1945 nam de RVKO twee scholen in het centrum van Rotterdam over van het Armbestuur. De school in de Nieuwe Kerkstraat werd samengevoegd met de St. Thomasschool en de St.Aloysiusschool met de Don Boscoschool. De school heette voortaan St. Aloysius en Don Bosco. In 1975 werd de St. Nicolaas kleuterschool overgenomen van de zusters van J.M.J., die zich terugtrokken uit het onderwijs.

In 1982 kreeg architect Stipkovits de opdracht om in de Isaäc Hubertstraat een multifunctioneel accommodatie te bouwen voor de Aloysius/Bernardusschool, clubhuis de Branding en de St. Nicolaaskleuterschool. Toen het nieuwbouwproject in januari 1985 werd betrokken kreeg de school de naam Oscar Romeroschool.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van http://www.rvko.nl/De-RVKO/Scholen/Historie/OscarRomero

Met medewerking van Rotterdam van toen

Koninginnekerk Boezemsingel, 1946

Parkeerdrukte voor de Koninginnekerk, rechts de Slachthuiskade en links de Boezemstraat, 1946.

De protestantse Koninginnekerk aan de Boezemsingel op de grens tussen de wijken Crooswijk en Kralingen in de gemeente Rotterdam werd in 1907 in gebruik genomen. Ze was genoemd naar koningin Wilhelmina.

Begin twintigste eeuw waren veel Rotterdammers naar nieuwe wijken buiten het stadscentrum verhuisd. Sommige in het centrum gelegen kerkgebouwen kampten daardoor met verminderd bezoek en werden gesloten en verkocht. De opbrengst investeerde men in nieuwe kerken in de randwijken. De Koninginnekerk werd op dergelijke wijze gerealiseerd. Bovendien ontving men een belangrijke gift van de gezusters Van Dam, die ook de Wilhelminakerk in Rotterdam-Zuid hadden gefinancierd en de bouw van het Rotterdamse Diaconessenhuis mogelijk maakten. In juli 1904 werd de eerste steen gelegd en op 1 april 1907 kon de nieuwe kerk plechtig worden ingewijd. Het ontwerp was van de architecten Barend Hooijkaas jr. en Michiel Brinkman. Het gebouw telde 1750 zitplaatsen. In de loop der jaren werd de Koninginnekerk een begrip in Rotterdam. Toen eind jaren zestig bekend werd dat het statige gebouw met zijn twee imposante torens afgebroken zou worden leidde dit in de stad tot veel protest. Desondanks werd het godshuis gesloopt nadat er op 31 december 1971 de laatste eredienst was gehouden.

Op de plaats waar de kerk stond verrees een dertien etages hoge verzorgingsflat voor ouderen, woonzorgcentrum Hoppesteyn geheten. Hiernaast kwam in 2001 de Koninginnetoren te staan, een 78 meter hoog gebouw met 85 seniorenappartementen. De bovenste etages zijn groen gemaakt als herinnering aan de kopergroene daken op de torens van de kerk.

De Slachthuiskade is vernoemd naar het Rotterdams Openbaar Slachthuis dat in 1897 werd gebouwd aan de Boezemstraat in Crooswijk. In de volksmond stond het al gauw bekend als het ‘abattoir’. Het lag dicht in de buurt van de veemarkt. In de loop van de jaren is herhaaldelijk gepoogd het slachthuis naar een ander deel van Rotterdam te verplaatsen. Tot 1981 bleef het echter op de oude plaats in gebruik. In dat jaar verhuisde men naar een nieuw slachthuis in de Spaansepolder. Het oude complex in Crooswijk werd kort daarop gesloopt. Van 1900 tot 1987 had een zijstraat van de Slachthuiskade de naam Slachthuisstraat. Deze straat heet thans Keurmeesterstraat.

De Boezemstraat ontleent haar naam aan de Hoge Boezem. Op 14 januari 1769 werd door de Staten van Holland en West-Friesland octrooi verleend om, tot ontlasting van de gemeene boezem de Rotte, een tweede boezem te maken in de polder Rubroek. Het overtollige water kon door een sluis bij de Oostpoort ontlast worden in de Nieuwe Maas. De aanbesteding van de hoge en de lage boezem en de watermolens vond plaats op 25 april 1772. In 1854 werd nog een Reserveboezem gegraven. In 1897 werden de Hoge en Lage Boezem gedeeltelijk en de Reserveboezem geheel gedempt.

De foto is gemaakt door de Dienst Gemeentewerken en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen