Tag Archives: hertogjansplace

Tijgerverblijf Diergaarde Blijdorp, 1974

Een wrakke muur voor het tijgerverblijf in Diergaarde Blijdorp, 24 juli 1974.

Rond 1855 richtten twee spoorwegbeambten een spoortuintje in de Rotterdamse binnenstad in om hun verzameling exotische vogels onder te brengen. Deze hobby-vogeltuin werd een groot succes en leidde tot de oprichting van de ‘De Rotterdamsche Diergaarde’ in 1857. De eerste directeur was Henri Martin, oorspronkelijk leeuwentemmer van beroep. Aanvankelijk mochten alleen leden van de vereniging de dierentuin bezoeken.

In 1857 kreeg J.D. Zocher van de gemeente de opdracht om de tuin voor de Diergaarde aan te leggen. De bedoeling was om op een aangename wijze kennis van dieren en planten te bevorderen. Zocher voerde het plan uit samen met zijn zoon Louis Paul. De Diergaarde was een enorm succes. Tijdens de aanleg kon men de dieren al bezichtigen en binnen acht maanden tijd leverde dat ruim twaalfduizend bezoekers op. Daaronder bevonden zich bijna vierduizend stadgenoten die geen lid waren. Het lidmaatschap was namelijk erg duur, maar eenmaal per jaar, tijdens de kermis, kon de gewone man voor een gereduceerd tarief de dierentuin bezoeken.

De ingang van de Diergaarde was aan de Kruiskade. Rondom het terrein was een fraai hek geplaatst. De dierenverblijven en andere gebouwen werden ontworpen door de architecten A.W. van Dam en H.J. de Haas. In 1862 werd de Diergaarde uitgebreid, waarbij opnieuw de hulp van Zocher werd ingeroepen. Dit gedeelte, dat bekend werd onder de naam Nieuwe Tuin, sloot naadloos aan bij het oude gedeelte. De Diergaarde kon zich meten met die van Amsterdam en Antwerpen dankzij de smaakvolle aanleg van Zocher.

In 1937 besloot het gemeentebestuur van Rotterdam dat de Diergaarde uit het stadscentrum moest wijken voor stedelijke bebouwing. Vanwege het steeds drukker wordende verkeer werd de Diergaarde verplaatst naar de wijk Blijdorp. Het jaar erop begon men met de bouw van de nieuwe Diergaarde ‘Blijdorp’, genoemd naar de polder Blijdorp, waar de tuin nog steeds gehuisvest is. Architect S. Van Ravesteyn kreeg de opdracht voor het ontwerp.

Toen de verhuizing naar Blijdorp in volle gang was, bombardeerden de Duitsers op 14 mei 1940 de binnenstad en daarmee ook de Diergaarde. De chaos was enorm en vele dieren overleefden het bombardement en de vuurzee niet. Voor zover mogelijk werden de overlevende dieren overgebracht naar Blijdorp, waar men nog volop bezig was met de bouw van de nieuwe tuin. Op 7 december 1940 werd de nieuwe Diergaarde officieel geopend.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De bioscoop Lumière op de hoek van de Kruiskade en de Lijnbaan, 1974

De bioscoop Lumière op de hoek van de Kruiskade en de Lijnbaan, 11 juli 1974. Op 11 juli 1974 is Lumiere I geopend; Lumiere III was al voor die datum in gebruik genomen en eind augustus werd Lumiere II geopend. De grote verbouwing is dan afgerond.

Uit het Vrije Volk van 12 juli 1974:
(Van onze filmredactie)
ROTTERDAM — , Sinds gisteren heeft Rotterdam er weer een bioscoop bij, Lumière I. Nadat een maand of wat geleden Lumiere III in gebruik werd genomen, is de totale verbouwing van Lumiere nu bijna een feit. De direktie van het theater verwacht dat Lumiere II eind augustus klaar is. Op dat moment staat er dan, zeker voor Rotterdamse begrippen, een uniek bioscoopcomplex aan de Lijnbaan 4 Drie bioscopen in een gebouw, het is nogal wat.

Met de ingebruikneming van het nieuwe complex telt het bioscoopkwartier aan de Lijnbaan-Kruiskade dan zes bioscopen, namelijk de drie Lumieres, Thalia, Corso en Luxor. Een aanzienlijke verruiming van het bioscoop-entertainment aldaar dus.

De zaal die gisteren open ging — zonder feestelijkheden overigens — telt 792 fraaie rode leren stoelen, die zeer gemakkelijk zitten. De zaal zelf is niet zoveel veranderd, hoewel het balkon als zodanig niet meer gebruikt wordt — daar komt Lumiere II in — is het nog wel aanwezig. De wanden zijn opnieuw bekleed met een helle rode stof, die . goed contrasteert met de bekleding van de stoelen. Lumiere I als grootste zaal is vooral bedoeld om de gewone publiekfilms te draaien, zoals voorheen in het oude Lumiere. De andere twee zalen voeren een wat meer gespecialiseerd programma. Het hele complex zal eind augustus officieel genopend worden.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt via delpher.nl uit het Vrije Volk van 12 juli 1974.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Concertgebouw De Doelen met het hertenkamp bij het Weena, 1974

Concertgebouw De Doelen met het hertenkamp bij het Weena, juli 1974 (geschat). Op de achtergrond het Bouwcentrum (links), het Groothandelsgebouw en het Centraal Station.

Het Weena dankt zijn naam aan het Huis of Hof van Weena, dat ter hoogte van het huidige Station Hofplein lag. Dit kasteel was in het begin van de 13de eeuw gebouwd en werd bewoond door de familie Bokel. Het was vermoedelijk een vierkante woontoren, die op een eilandje lag. Volgens de kroniekschrijver Willem van der Sluys werd het kasteel in 1426 door de Hoekse troepen onder Willem Nagel verwoest. Slechts een gedeelte van de toren heeft hier nog verschillende eeuwen gestaan. Toen de stad in 1590 eigenares van het terrein werd, zijn daarheen de lakenramen overgebracht. Op het grondgebied van het vroegere kasteel lagen van 1854 tot 1956 de 1ste en 2de Weenastraat en het Weenaplein. Deze zijn verdwenen in verband met de aanleg van het vliegveld Heliport. In deze buurt herinneren enige straten aan de heren van Weena, zoals de Almondestraat, de Boekhorststraat en de Roo Valk-straat. De naam Weena is een verbastering van Wedena, dat is afgeleid van het middeleeuwse woord wedeme (morgengave of huwelijksgift).

De eerste paal voor het huidige gebouw van De Doelen werd op 9 juli 1962 geslagen door Eduard Flipse (dirigent van het RPhO). Op 18 mei 1966 werd het nieuwe concert- en congresgebouw de Doelen geopend. Hiermee werd een traditionele naam in ere hersteld. De goede akoestiek van het nieuwe gebouw wordt geroemd. Tevens was het gebouw een bekroning van de wederopbouw in de eerste twee decennia na de oorlog. Daarom was de opening speciaal op de traditionele Opbouwdag 18 mei. Het ontwerp is van de Rotterdamse architecten H.M. en E.H.A. Kraaijvanger in samenwerking met Rein Fledderus. In 2009 zijn de Grote Zaal, de foyers en de ontvangstruimte gerenoveerd. Hierbij werden onder meer het klimaatsysteem en alle stoelen vervangen, maar de opvallendste vernieuwing was het grote zwevende “technisch plafond” met microfoons en andere apparatuur boven het podium.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medwerking van Rotterdam van toen

Het interieur van Bierhandel De Pijp in de Gaffelstraat, 1974

In 1898 begonnen, loopt de eerste Pijpgeschiedenis tot 1940, toen het etablissement door het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940 vernietigd werd. De tweede jeugd van De Pijp vangt aan op 15 augustus 1940, als “de nieuwe Pijp” van start gaat in een oude garage annex fietsenstalling aan de Gaffelstraat. In de oorlogsjaren speelt De Pijp een vooraanstaande rol in het studentenverzet. Nadat de Duitsers in 1941 de sociëteit van het Rotterdamsch Studenten Corps (RSC) aan de Eendrachtsweg hebben gesloten, doet De Pijp tijdelijk dienst als ondergrondse sociëteit. Ondanks dat verzetsoperaties nooit daadwerkelijk vanuit De Pijp hebben plaatsgevonden was het een geschikte plek voor het verzet om samen te komen. Het is tevens op deze locatie dat de Pijp moeiteloos de stap over de drempel naar de eenentwintigste eeuw heeft gezet. Zo omspant Bierhandel De Pijp al drie eeuwen in Rotterdam.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van http://www.bierhandeldepijp.nl/

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Grieks-orthodoxe Kerk van Sint-Nikolaas aan de Westzeedijk, 1974

De Orthodoxe kerk van de Heilige Nicolaas Rotterdam (Grieks: Ορθόδοξης Εκκλησίας του Αγίου Νικολάου Rotterdam) is een Grieks-orthodox kerkgebouw te Rotterdam. De kerk behoort tot het Orthodox Aartsbisdom van België en Exarchaat van Nederland en Luxemburg, beide behorende tot het Oecumenisch Patriarchaat van Constantinopel.

Omdat Rotterdam een havenstad is en Griekenland een belangrijke zeevarende natie is vestigden enkele Griekse reders zich na de Tweede Wereldoorlog in Rotterdam. Ook waren er veel Griekse zeelieden op doorreis waardoor er behoefte aan een Grieks-orthodoxe kerk ontstond. De kerk werd opgedragen aan de heilige Nicolaas van Myra, omdat dit de beschermheilige van zeelieden is. Volgens de legende zou de heilige Nicolaas zeelieden die hem aanriepen gered hebben, door de storm tot die hun schip in nood had gebracht tot bedaren te brengen.

Nadat de gemeente Rotterdam een kavel ter beschikking had gesteld, werd er een ontwerp gemaakt door de architect Thomas Nix in samenwerking met de architect John Antoniades. Op 4 februari 1954 werd de eerste steen gelegd door Alexander Papagos, in die tijd de premier van Griekenland. Op 29 juni 1957 werd de kerk ingezegend. Het kerkgebouw is in byzantijnse stijl opgetrokken uit baksteen gecombineerd met natuurstenen elementen. De kerk is gesitueerd aan de Westzeedijk 333 te Rotterdam.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikisage.nl

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Kolkkade op de hoek met de Hoofdsteeg (rechts), 1898

De Kolkkade – sinds 1884 zo genoemd – lag ten zuiden van de Kolk. Vóór die tijd was het een gedeelte van de Kleine Draaisteeg. Bij besluit B. 30 juni 1942 werd de naam ingetrokken.

De Hoofdsteeg of Hoofdstraat behoorde tot de oudste straten van de stad. Al in 1359 wordt haar bestaan bewezen. De oudste benaming was ‘dijck’, daarna sprak men van ‘de strate, die men gaet int Oostnieuwland’, en in 1373 van ‘Oostnieuwelantsbrugghe’. Sinds het midden van de 15de eeuw vinden we Mandemakersstraat of Hordemakersstraat. Eerst in de 16de eeuw is er sprake van Hoofdsteeg. Een enkele maal vinden we ‘Mandemakersstraat, dat men upt thoeft gaet’. Deze laatste plaatsaanduiding kreeg langzamerhand de overhand. Het hoofd, met de Hoofdpoort, was toen bij de Nieuwehavensteeg en is pas bij de nieuwe uitleg na 1574 naar het einde van de Spaansekade verlegd. Het gedeelte van de Hoogstraat naar de Steigersgracht (Middensteiger) stond bekent als de Korte Hoofdsteeg. Hoofdsteeg en Korte Hoofdsteeg zijn in mei 1940 verdwenen. Van 1942 tot 1972 heeft een straat ten westen van deze straten nog de naam Hoofdsteeg gedragen. Een zijstraat van deze nieuwe Hoofdsteeg kreeg de naam Hoofdsteeghof.

De foto komt uit de collectie topografie Rotterdam en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Meent richting de Binnenrotte, jaartal onbekend

De Meent kan men identificeren met de in 1385 genoemde ‘der Stede wech’ en met de ‘Poortweg’, waarvan in 1404 sprake is. De naam Meent als straatnaam treft men niet aan vóór de tweede helft van de 16de eeuw. Aangenomen kan worden dat aan deze straatnaam de betekenis ‘gemeene weide’ ten grondslag lag. Dit blijkt onder meer uit een keur op de twee jaarmarkten uit de eerste helft van de 15de eeuw. De paardenmarkt moest toen gehouden worden ‘in de Lombaertstrate upte meente neffens de capelle ende aldaer omtrent’. In 1531 en later komt ‘Beestenmarkt’ voor, daarna ‘Varckenmart’, ‘Meent ende Varckenmarct’ of ‘Meent bij de Varckenmarct’.

Oorspronkelijk liep de Meent van de Botersloot naar de Oppert. Ten behoeve van het toenemende verkeer werd een plan ingediend voor de aanleg van een brede straat door de oude stad, die een verbinding tussen Coolsingel en Goudsesingel zou vormen. De Heerenstraat en de Meent zouden worden verbreed en in westelijke richting worden doorgebroken. Op 19 juni 1913 aanvaardde de raad het doorbraakplan. Toen in mei 1940 de oorlog uitbrak was de nieuwe Meent voor het grootste gedeelte voltooid. In de volksmond heeft de Meent enige tijd de Doorbraak geheten. De huidige Meent ligt op dezelfde plaats als de vooroorlogse straat van die naam. Alleen het noordelijke gedeelte tussen de Botersloot en de Goudsesingel, de vroegere Heerenstraat, heeft een iets andere loop gekregen.

De fotograaf is Leendert Koote en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Begin/einde van het fietspad in de Maastunnel, 1967

Fietsers bij het begin/einde van het fietspad in de Maastunnel, aan de noordzijde, 23 maart 1967.

Aan de bouw waren jaren van heftige discussies voorafgegaan, tussen 1898 en 1910. Iedereen was het er wel over eens dat een nieuwe oeververbinding nodig was, omdat er files ontstonden voor de Willemsbrug en de Koninginnebrug. De discussie spitste zich dan ook vooral toe op de vraag of er een brug of tunnel moest worden gebouwd. Uiteindelijk is er een tijd een veerdienst geweest die ook auto’s kon vervoeren, maar deze ferry-dienst kon de drukte bij de bruggen niet ontlasten. De gemeente Rotterdam kreeg uiteindelijk eind jaren twintig haar zin: een tunnel bleek financieel aantrekkelijker dan een brug, met name vanwege de grote hoogte, 60 meter, die een brug zou moeten krijgen om het scheepvaartverkeer niet te hinderen.

De Maastunnel werd gebouwd volgens de afzinkmethode. De afzonderlijke segmenten (caissons) voor de Maastunnel werden elders in een droogdok gebouwd, en zijn vervolgens naar de plaats van de tunnel gesleept en daar afgezonken. Deze methode zou later bij talloze andere Nederlandse tunnels worden toegepast. Om lekken te voorkomen is bij de Maastunnel rond de hele betonconstructie een bekleding van aaneengelaste staalplaten aangebracht. De Maastunnel is de eerste onderspoelde tunnel ooit gebouwd; na plaatsing op in de bodem van de Maas werd zand onder en naast de tunnel gespoten. Hierdoor kon de riviertunnel in rechthoekig dwarsprofiel worden uitgevoerd. Voordien hadden dergelijke tunnels altijd een ronde buis.

Elk van de negen afgezonken delen van de Maastunnel heeft een lengte van 61,35 meter, een hoogte van 9 meter en een breedte van 25 meter. Daarin liggen naast elkaar twee buizen voor gemotoriseerd verkeer (met een doorrijhoogte van 4 meter), en daarnaast twee boven elkaar gelegen buizen voor (brom)fietsers en voetgangers, bereikbaar via houten roltrappen. Voor het controleren van de luchtkwaliteit in de tunnel bevond zich een laboratorium in een van de ventilatiegebouwen.

Inclusief toeritten is de Maastunnel 1373 meter lang. Het gesloten gedeelte is 1070 meter lang. Het diepste punt van de tunnel ligt circa 20 meter onder NAP. Bovengronds is de tunnel te herkennen aan de karakteristieke ventilatiegebouwen op de beide oevers, ook goed zichtbaar vanuit de Euromast, die zich vlak bij de tunnel bevindt. In aansluiting op de Maastunnel is door Rotterdam de Tunneltraverse aangelegd.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Nieuwe Binnenweg met veel belangstelling voor een trambotsing, 1922

Al in 1454 liep door de Coolpolder een binnenweg van Rotterdam naar Schoonderloo. Ze werd Coolsche weg of Binnenweg genoemd. De Binnenweg had een afslag naar Delfshaven; het laatste gedeelte komt voor als Schoonderloosche of Delfshavensche weg of Binnenweg, maar heet na 1610 gewoonlijk Geldelooze pad. Hier vandaan liep een uitpad over een vonder of passerel naar de Ossewei en daarover naar het Lage Erf.

De bebouwing aan de Binnenweg bij Rotterdam had in de 17de eeuw de tegenwoordige Mauritsstraat bereikt; in 1706 werd dit gedeelte bestraat en met bomen beplant. Pas het graven van de Westersingel bracht hierin verandering. Ten westen daarvan op Delfshavens grondgebied kwamen toen ook straten en sinds 1852 bestaan er plannen om de Binnenweg te verbeteren en een betere verkeersweg te maken tussen Rotterdam en Delfshaven. In 1876 werd daarmee begonnen.

De oude Binnenweg bleef tot de Josephstraat bestaan, doch vandaar is zuidelijk van de bestaande Binnenweg een nieuwe verkeersweg gemaakt tot het hierboven genoemde uitpad. Dit pad werd verbeterd en verbreed tot Delfshaven. In 1888 is voor het gedeelte van de Coolsingel tot Westersingel de bijvoeging ‘oude’ verdwenen, het gedeelte van de Westersingel tot Josephstraat is, hoewel oud, behoort tot de Nieuwe Binnenweg. Het oude gedeelte, dat van de Josephstraat de polder inliep langs de tegenwoordige Schietbaanstraat, tot waar het met een hoek op de tegenwoordige Schonebergerweg uitkwam, bleef Oude Binnenweg en van die hoek tot het kerkhof te Schoonderloo, Geldelooze pad of Zwarte wegje. In 1894 waren èn deze Oude Binnenweg èn het Geldelooze pad verdwenen door de aanleg van straten.

In 1977 is de bijvoeging ‘oude’ weer in ere hersteld voor het gedeelte van de Binnenweg tussen Karel Doormanstraat en Westersingel. Het gedeelte van de weg tussen Coolsingel en Karel Doormanstraat heet sinds 1971 Binnenwegplein.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Het interieur van metrostation Stadhuis, 1968

Stadhuis is een ondergronds metrostation in Rotterdam. Het station werd geopend op 9 februari 1968, tegelijk met de ingebruikname van de eerste Rotterdamse metrolijn, tegenwoordig metrolijn D geheten.

Station Stadhuis is gelegen onder de Coolsingel, vlak bij het Hofplein en het Stadhuisplein, direct voor het Rotterdamse stadhuis.

Het station kent gescheiden perrons voor beide reisrichtingen, die bereikt kunnen worden via een stationshal, gelegen op de etage tussen de sporen en het straatniveau. De perrons maken aan hun noordelijke uiteinde een flauwe bocht, omdat de metrotunnel hier naar het westen afbuigt, in de richting van het Centraal Station. In 2000 werd het metrostation opgeknapt en kreeg het een moderner uiterlijk. Op de perrons werden aan het einde van de trappen kunstmatige watervallen gecreëerd. De zuilen tussen de sporen kregen een donkerrode kleur, maar in januari 2007 zijn deze opnieuw geverfd, in dezelfde grijze kleur als op station Beurs te zien is.

Metrostation Stadhuis bezat ook een aantal schuilkelders, voor de Koude Oorlog, als er gevaar dreigde. Veel van de schuilkelders zijn gesloopt, alleen de gang van het Stadhuis naar het metrostation is er nog wel. Door deze gang kon het gemeentebestuur makkelijker naar de schuilkelders, zonder over straat te hoeven gaan.

Op 23 oktober 2018 heeft RET het metrostation tijdelijk gesloten wegens asbestvondst. Een dag later heeft RET aangekondigd dat het station 2.5 weken lang dicht moet blijven wegens sloopwerkzaamheden in verband met asbest.

De foto is gemaakt door BvH en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen