Tag Archives: lijnbaan

Bioscoop Thalia op de hoek van de Lijnbaan en de Kruiskade, 1956

Bioscoop Thalia op de hoek van de Lijnbaan en de Kruiskade met aan de linkerzijde de gevel van bioscoop Lumière, 15 mei 1956.

Thalia was een bioscoop opgezet door Abraham Tuschinski in Rotterdam.

Tuschinski was in 1904 op doorreis naar Amerika toen hij in Rotterdam bleef hangen. Hij opende zijn eerste Thalia-bioscoop op 20 augustus 1911 in een voormalige zeemanskerk aan de Coolvest. De eerste film die hier vertoond werd, was 1200 meter lang en ging over de kruistochten. De pauze werd gevuld met variété en bespeling van het orgel. In deze tijd van stomme films stond Thalia bekend door het toevoegen van geluidseffecten vanachter het scherm. Naar aanleiding van deze inrichting spreekt men ook nog wel van de Tuschinskistijl.

Toen Tuschinski in 1912 de kerk moest verlaten, nam hij van bakkerij Brandts een pand aan de Hoogstraat over.Thalia heropende hier op 4 augustus 1913. Op 14 mei 1940 ging het pand verloren bij het bombardement op Rotterdam.

Na de Tweede Wereldoorlog werd op de hoek van de Kruiskade en de Lijnbaan een nieuwe bioscoop gebouwd naar ontwerp van J.P.L. Hendriks. De gevel werd voorzien van een plastiek van Carel Kneulman. De Thalia-bioscoop werd op 7 juli 1955 geopend.

In 1996 werd de bioscoop gesloten. In het gebouw is sinds 2002 een studentenkroeg en een club gevestigd. Sinds 2010 is het een rijksmonument.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Lijnbaan, 1970

De Lijnbaan met de oude plataan (1851), het Lijnbaancentrum, het warenhuis Ter Meulen en kledingzaak Gerzon, 1970 (geschat).

De Lijnbaan is een verkeersvrije winkelstraat in het centrum van Rotterdam. De Lijnbaan was een van de eerste winkelwandelgebieden van de wereld. De straat is genoemd naar een touwslagerij of lijnbaander, die hier was gelegen tussen 1667 en 1845.

De bouwopdracht van de Lijnbaan werd verleend aan Johannes van den Broek en Jacob Bakema. Op 10 juli 1952 werd de eerste paal in de grond geslagen en op 9 oktober 1953 werd het Lijnbaancomplex geopend. Ten tijde van de opening van de Lijnbaan waren er hekken in het midden van de winkelstraat geplaatst om het winkelende publiek in goede banen te leiden. Een speciale voetgangerszone midden in de stad was een noviteit en trok veel internationale aandacht ten tijde van de opening in 1953. De Lijnbaan werd al snel bestempeld als modern stedenbouwkundig experiment waarbij een collectief van wonen en winkelen was gecreëerd.

De Lijnbaan is een monument van het Nieuwe Bouwen. Alleen de naam van de straat verwijst nog naar de Lijnbaan, die voor het bombardement op Rotterdam meer naar het westen lag. Deze oude Lijnbaan was genoemd naar de touwslagerij die er was gelegen tussen 1667 en 1845. In een touwslagerij of lijnbaan werden vroeger garens tot touw verwerkt. De touwslager deed zijn werk in de openlucht op een lijnbaan: een soms wel driehonderd meter lange, smalle strook grond waarboven vele garens werden uitgespannen.

De Lijnbaan is een karakteristiek architectonisch element van Rotterdam met een eigenheid en symboliek waar het door Rotterdammers en niet-Rotterdammers om geprezen en geliefd wordt. Dit is echter niet altijd het geval geweest. In de jaren zestig kwam er kritiek dat de Lijnbaan ‘te modern, kaal, rechthoekig en abstract was’ . Men was niet helemaal zeker of het nu zo’n succes was om een binnenstad te hebben waar weinig plaats was voor wonen en juist veel voor winkelen, werken en cultuur.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Lijnbaan, 1970

De Lijnbaan ter hoogte van de Van Oldenbarneveltstraat met Gerzon en Sporthuis Centrum, 30 oktober 1970 (geschat). Links het pleintje met de oude plataan.

De Lijnbaan is genoemd naar de in de 17de eeuw hier gelegen lijnbaan of touwslagerij. Op 23 augustus 1666 werd door Jean Hennequin, koopman te Rotterdam, aan de Vroedschap het verzoek gericht om voor de bouw van een overdekte lijnbaan, waar ‘s zomers en ‘s winters gewerkt zou kunnen worden, een stuk land van het Gasthuis te mogen overnemen. Door het Gasthuis werd op 14 maart 1667 voor dit doel afgestaan een stuk land achter de molen ‘de Witte Leeuw’ en lopende van de Coolscheweg of Binnenweg tot de Kruiskade. Het meest westelijke gedeelte daarvan maakte de koper tot een lijnbaan. In 1845 is het laatste gedeelte van die lijnbaan verkocht; het daarbij behorende garenpakhuis werd ingericht als woonruimte. Reeds in 1671 werd op deze plaats een laan aangelegd, die bekend stond als Lijnbaanslaan. later werd deze laan omgedoopt tot Lijnbaanstraat. De huidige Lijnbaan ligt even ten westen van deze Lijnbaanstraat; laatstgenoemde straat kreeg bij besluit van B&W 26 juni 1951 de naam Hennekijnstraat. De Korte Lijnbaan heette van 1951 tot 1952 Crispijnlaan.

Johan van Oldenbarnevelt (Amersfoort, 14 september 1547 – Den Haag, 13 mei 1619), zoon van Gerrit van Oldenbarnevelt en Deliana van Weede, was raadpensionaris van de Staten-Generaal tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Hij werkte lange tijd samen met Maurits van Oranje (de zoon van Willem van Oranje), maar werd het slachtoffer van een door Maurits beheerst politiek proces en daaropvolgende executie.

In 1570 werd Van Oldenbarnevelt advocaat bij het Hof van Holland. In 1572 sloot hij zich aan bij Willem van Oranje in Delft. Hij verhuisde naar Delft en werd advocaat voor het hoogheemraadschap van Delfland. Echt gevochten in de opstand heeft hij niet. Alleen bij het ontzet van Haarlem (1573) zou hij hebben deelgenomen aan een burgermilitie. Hij werd benoemd tot commissaris voor het doorsteken van de dijken in Zuid-Holland om Leiden te ontzetten. Hij trouwde in 1575 met de rijke Delftse (buitenechtelijke) regentendochter Maria van Utrecht, enig erfgename van vijf heerlijkheden. Een jaar later werd hij Pensionaris van Rotterdam, in die tijd een snel groeiende, maar nog kleine stad. Daar viel hij op vanwege zijn werklust en intelligentie. Als pensionaris van Rotterdam nam hij in de Staten van Holland en West-Friesland deel aan verschillende onderhandelingen. In 1579 werd hij gekozen in de commissies van financiën en marine van de Staten. Nadat Van Oldenbarnevelt in 1582 de vertrouwenspersoon van Willem van Oranje was geworden, en de Staten-Generaal met de prins naar Delft waren verhuisd, groeide de macht van Van Oldenbarnevelt.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Lijnbaan-Stadhuisplein 1971

Het beeldhouwwerk ‘Spelende beertjes’ van de Noorse beeldhouwster Anne Grimdalen op de Lijnbaan, met op de achtergrond het Stadhuisplein, 30 november 1971.

De Spelende beertjes zijn symbolisch voor de hartelijke banden tussen Rotterdam en Oslo. In 1951 kreeg de Maasstad van de Noorse hoofdstad (voor de eerste maal) een kerstboom, een traditie die tot op de dag van vandaag voortduurt. In 1956 besteedde de net nieuwe Lijnbaan aandacht aan Oslo met een tentoonstelling die werd geopend door de burgemeester van Oslo. Toen de tentoonstelling sloot, kreeg de Vereniging Winkelpromenade van de Noorse ambassadeur dit beeld van twee spelende beertjes aangeboden van de Noorse beeldhouwer Anne Grimdalen. De vereniging schonk het weer aan de Rotterdamse burgemeester Van Walsum, die het werk een definitieve bestemming gaf op de gloednieuwe winkelstraat. Het is een vrolijk beeld dat weliswaar op een sokkel staat, maar toch zo dichtbij de grond dat het lijkt of de beren samen ravotten over de grond. Het bevindt zich op ooghoogte van kleine kinderen, die het werk vaak bijzonder aanspreekt. De twee bronzen dieren vormen samen een compacte bal, waarvan de vorm terugkeert in het ronde plateau waar ze op steunen. De Spelende beertjes passen mooi in het ensemble van bronzen beeldjes op en rond de Lijnbaan, zoals het Lezend meisje en de Trommelslager.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van http://www.bkor.nl/kunstwerken/spelende-beertjes/

Met medewerking van Rotterdam van toen

Lijnbaan 1957

Flamingo’s op de Lijnbaan ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de Diergaarde, 6-18 mei 1957.

Rond 1855 richtten twee spoorwegbeambten een spoortuintje in de Rotterdamse binnenstad in om hun verzameling exotische vogels onder te brengen. Deze hobby-vogeltuin werd een groot succes en leidde tot de oprichting van de ‘De Rotterdamsche Diergaarde’ in 1857. De eerste directeur was Henri Martin, oorspronkelijk leeuwentemmer van beroep. Aanvankelijk mochten alleen leden van de vereniging de dierentuin bezoeken.

In 1857 kreeg J.D. Zocher van de gemeente de opdracht om de tuin voor de Diergaarde aan te leggen. De bedoeling was om op een aangename wijze kennis van dieren en planten te bevorderen. Zocher voerde het plan uit samen met zijn zoon Louis Paul. De Diergaarde was een enorm succes. Tijdens de aanleg kon men de dieren al bezichtigen en binnen acht maanden tijd leverde dat ruim twaalfduizend bezoekers op. Daaronder bevonden zich bijna vierduizend stadgenoten die geen lid waren. Het lidmaatschap was namelijk erg duur, maar eenmaal per jaar, tijdens de kermis, kon de gewone man voor een gereduceerd tarief de dierentuin bezoeken.

De ingang van de Diergaarde was aan de Kruiskade. Rondom het terrein was een fraai hek geplaatst. De dierenverblijven en andere gebouwen werden ontworpen door de architecten A.W. van Dam en H.J. de Haas. In 1862 werd de Diergaarde uitgebreid, waarbij opnieuw de hulp van Zocher werd ingeroepen. Dit gedeelte, dat bekend werd onder de naam Nieuwe Tuin, sloot naadloos aan bij het oude gedeelte. De Diergaarde kon zich meten met die van Amsterdam en Antwerpen dankzij de smaakvolle aanleg van Zocher.

In 1937 besloot het gemeentebestuur van Rotterdam dat de Diergaarde uit het stadscentrum moest wijken voor stedelijke bebouwing. Vanwege het steeds drukker wordende verkeer werd de Diergaarde verplaatst naar de wijk Blijdorp. Het jaar erop begon men met de bouw van de nieuwe Diergaarde ‘Blijdorp’, genoemd naar de polder Blijdorp, waar de tuin nog steeds gehuisvest is. Architect S. Van Ravesteyn kreeg de opdracht voor het ontwerp.

Toen de verhuizing naar Blijdorp in volle gang was, bombardeerden de Duitsers op 14 mei 1940 de binnenstad en daarmee ook de Diergaarde. De chaos was enorm en vele dieren overleefden het bombardement en de vuurzee niet. Voor zover mogelijk werden de overlevende dieren overgebracht naar Blijdorp, waar men nog volop bezig was met de bouw van de nieuwe tuin. Op 7 december 1940 werd de nieuwe Diergaarde officieel geopend.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

met medewerking van Rotterdam van toen

Lijnbaan 1970

Scheffers aan de Lijnbaan, boven Sporthuis Centrum, 1970 (geschat).

De Lijnbaan is een winkelstraat tussen het Weena en het Binnenwegplein, genoemd naar de in de 17de eeuw hier gelegen lijnbaan of touwslagerij. Op 23 augustus 1666 werd door Jean Hennequin, koopman te Rotterdam, aan de Vroedschap het verzoek gericht om voor de bouw van een overdekte lijnbaan, waar ‘s zomers en ‘s winters gewerkt zou kunnen worden, een stuk land van het Gasthuis te mogen overnemen. Door het Gasthuis werd op 14 maart 1667 voor dit doel afgestaan een stuk land achter de molen ‘de Witte Leeuw’ en lopende van de Coolscheweg of Binnenweg tot de Kruiskade. Het meest westelijke gedeelte daarvan maakte de koper tot een lijnbaan. In 1845 is het laatste gedeelte van die lijnbaan verkocht; het daarbij behorende garenpakhuis werd ingericht als woonruimte.

Reeds in 1671 werd op deze plaats een laan aangelegd, die bekend stond als Lijnbaanslaan. later werd deze laan omgedoopt tot Lijnbaanstraat. De huidige Lijnbaan ligt even ten westen van deze Lijnbaanstraat; laatstgenoemde straat kreeg bij besluit van B&W 26 juni 1951 de naam Hennekijnstraat. De Korte Lijnbaan heette van 1951 tot 1952 Crispijnlaan.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Lijnbaan 1963

Leerlingen van de Havenvakschool, op de Lijnbaan voor Ruteck’s en naast het beeldje van de Spelende Beertjes, schenken pressepapier aan de winkeliers ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van zowel de Lijnbaan als hun school, 2 oktober 1963.

De Lijnbaan is de winkelstraat tussen het Weena en het Binnenwegplein, genoemd naar de in de 17de eeuw hier gelegen lijnbaan of touwslagerij. Op 23 augustus 1666 werd door Jean Hennequin, koopman te Rotterdam, aan de Vroedschap het verzoek gericht om voor de bouw van een overdekte lijnbaan, waar ‘s zomers en ‘s winters gewerkt zou kunnen worden, een stuk land van het Gasthuis te mogen overnemen. Door het Gasthuis werd op 14 maart 1667 voor dit doel afgestaan een stuk land achter de molen ‘de Witte Leeuw’ en lopende van de Coolscheweg of Binnenweg tot de Kruiskade. Het meest westelijke gedeelte daarvan maakte de koper tot een lijnbaan. In 1845 is het laatste gedeelte van die lijnbaan verkocht; het daarbij behorende garenpakhuis werd ingericht als woonruimte. Reeds in 1671 werd op deze plaats een laan aangelegd, die bekend stond als Lijnbaanslaan. later werd deze laan omgedoopt tot Lijnbaanstraat. De huidige Lijnbaan ligt even ten westen van deze Lijnbaanstraat; laatstgenoemde straat kreeg bij besluit van B&W 26 juni 1951 de naam Hennekijnstraat. De Korte Lijnbaan heette van 1951 tot 1952 Crispijnlaan.

De geschiedenis van Heck’s en Ruteck’s begint bij de oprichting van De Rutten’s Bierbrouwerij ‘De Zwarte Ruiter’. De vennootschap wordt in september 1893 opgericht door vier leden van de Limburgse familie Rutten, die al meer dan twee eeuwen het brouwersambt uitoefent. De vijfde vennoot is de Rotterdamse likeurstoker Henri Franciscus van der Wolk. Als maatschappelijk kapitaal wordt door de familie Rutten de nieuwe brouwerij te Maastricht ingebracht. De bijdrage van Van der Wolk is de likeurstokerij en de 27 koffiehuizen. Als omschrijving van de aard van het bedrijf vermelden de statuten: ‘Fabricatie van allerlei soorten bier, mout, gedistilleerd, likeuren enz. waaronder inbegrepen de exploitatie van daarvoor dienstige installatiën’. Opzet van de vennoten is om de afzet van het Maastrichtse bier in het westen des lands te vergroten. De eigen koffiehuizen zullen hierbij een belangrijke rol moeten gaan spelen. In de loop der jaren wordt ‘De Zwarte Ruiter’ eigenaar of aandeelhouder van vele proeflokalen. Tevens bezit de brouwerij een aantal slijterijen. Naast de productie wordt zodoende een garantie voor de afzet opgebouwd.

In 1915 verhuist het hoofdkantoor van Maastricht naar Rotterdam, waar ook de stokerij van Van der Wolk is gevestigd. Vijf jaar later besluit de directie om de brouwerij in Maastricht te verkopen aan Heineken. De gevolgen van de Eerste Wereldoorlog en de afnemende kwaliteit van het bier wegens
een gebrek aan grondstoffen, liggen hieraan ten grondslag. Bij het afstoten van de brouwerij is het concern op dat moment eigenaar van zo’n 70 koffiehuizen en proeflokalen. De exploitatie hiervan wordt nu de kerntaak van het bedrijf. Drijvende kracht hierachter is medeoprichter Van der Wolk. In 1922 neemt de vennootschap de aandelen over van de slijterijketen A.J. Heck & Co. die o.a. vestigingen heeft in Rotterdam, Dordrecht en Nijmegen. De naam van de slijterij blijft gehandhaafd,
maar bovendien gaan de opnieuw ingerichte koffiehuizen verder onder de naam Heck’s Proeflokaal of Heck’s Monopool. In datzelfde jaar maakt de directie kennis met de lunchrooms van Lyon’s in Londen. Dit concept wordt overgenomen en op Nederlandse leest geschoeid.De naam Ruteck’s is waarschijnlijk een samentrekking van Rutten en Heck’s.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en uit ‘Goed, goedkoop en zo gezellig!, Het succesverhaal van 40 jaar Heck’s en Ruteck’s lunchroom,
Cees Mallander, 2011 Malland Histories, blz. 7-18 en 73’.

Met medewerking van Rotterdam van toen