Tag Archives: middelland

De 2e Middellandstraat vlakbij het Middellandplein, 1966

De naam Middelland verwijst naar een onbedijkt stuk land tussen Schoonderloo en Beukelsdijk dat omstreeks 1280 werd bedijkt. Door Ghisebrecht Bokel was in de tweede helft van de 13de eeuw aan Claes de Vriese verboden om een stuk land, dat grensde aan Bokels ambacht, te bedijken. Daardoor bleef midden tussen Schoonderloo en Beukelsdijk een onbedijkt land liggen. Omstreeks 1280 krijgt Jan van Scoenreloo, zoon van Claes de Vriese, toestemming tot bedijken. Dit Middelland heeft waarschijnlijk ongeveer ter plaatse van de huidige straat gelegen. Een ‘Middelwateringhe’ komt aldaar reeds in 1410 voor. Op de kaart van Stampioen (1653) heet deze watering Scheydsloot. Ze vormde de scheiding tussen twee ambachten. In 1906 werd de Middellandstraat in 1ste Middellandstraat verdoopt, terwijl toen tevens de 2de Middellandstraat haar naam ontving. De naam Middelland is later gegeven aan de wijk waarin genoemde straten liggen.

De fotograaf is Frans van Dijk en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Hendrick Sorchstraat, 1986

Hendrick Martensz. Sorgh (Rotterdam, ca 1611 – begraven aldaar, 28 juni 1670) was een Nederlands kunstschilder in de traditie van de Hollandse school.

Sorgh was een leerling van David Teniers de Jonge en Willem Buytewech en hoewel zijn werk is beïnvloed door Teniers en Adriaen Brouwer, stond het genre van zijn schilderijen van boereninterieurs en markttaferelen in de traditie van de Rotterdamse schilders van het midden van de zeventiende eeuw. Andere Rotterdamse schilders die tot dezelfde traditie behoorden, waren Herman en Cornelis Saftleven, Pieter de Bloot en François Ryckhals.

Hendrick Sorgh – hij signeerde ook met “Sorch” en “de Sorch” – was de zoon van Maerten Claes Rochus (overleden te Rotterdam, 11 januari 1642) en diens tweede vrouw Elisabeth (Lysbeth) Hendricksd van Hengel (overleden te Rotterdam, 30 juni 1623), met wie Maerten op 28 mei 1606 te Rotterdam trouwde. Zijn moeder kwam uit Antwerpen, zijn vader was een veerman, die goederen van Rotterdam naar de markt in Dordrecht bracht. Maerten stond erom bekend de zending en aflevering van goederen zorgvuldig af te handelen, waardoor hij de bijnaam “Zorg” kreeg. Hendrick gebruikte de bijnaam van zijn vader als achternaam.

Zelf trouwde hij op 20 februari 1633 in Rotterdam met Adriaantje Hollaer (1610-1693), ze was de dochter van een koopman en de schoonzuster van de kunstschilder Crijn Hendricksz. Volmarijn. Ze krijgen zeker vijf kinderen, een zoon heet Maerten Sorgh (ca 1641-1702)

In 1636 of 1637 werd hij meester bij het Sint-Lucasgilde en had hij een leerling Pieter Nijs uit Amsterdam. Pieter Crijnse Volmarijn, zijn neef, en Cornelis Dorsman kwamen later ook bij hem in de leer.

De zaken gingen goed en Hendrick Sorgh was een bemiddeld man met een belangrijke positie in de maatschappij. In 1637 kocht hij een huis genaamd “Het Vrouwehoofd” voor een flinke som gelds. In een document uit 1638 staat hij genoemd als “Veerman tussen Rotterdam en Dordrecht”, hoewel vergelijkbaar met de functie van zijn vader gaat het hier waarschijnlijk om een erebaan. Zijn aanstelling bij de gemeente in erefuncties als ‘broodweger’ in 1657 en ‘brandmeester’ in 1659, samen met zijn deelname in 1646 aan een konijnenjacht in Vlaardingen met de baljuw van Rotterdam, laten zien dat hij enig lokaal aanzien genoot.

In 1654 kreeg hij opdracht van de stad Rotterdam om een portret van Erasmus te restaureren, in 1669 werd hij hoofdman van het Sint-Lucasgilde, dat jaar kocht hij een bloementuin aan de Schiekade. Hij stierf in 1670 en werd begraven in de Grote Kerk van Rotterdam.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Een overzicht van de Rochussenstraat, 1958

Charles Rochussen (Kralingen, 1 augustus 1814 – Rotterdam, 22 september 1894) was een Rotterdams kunstschilder, lithograaf en ontwerper.

Charles Rochussen kwam uit een welgestelde familie; hij was een zoon van de zeep- en zoutfabrikant Hendrik Rochussen, een verzamelaar van kunst en oudheden, en Judith Bethlemine Charlotte Hubert. Zijn broer Henri (1812-1889) werd eveneens een schilder en tekenaar. Charles vertrok uit Rotterdam op zijn 22ste.

Rochussen schilderde historie-stukken; met name veel taferelen uit de vaderlandse geschiedenis; in de eerste helft van de negentiende eeuw stonden deze historieschilderingen in hoog aanzien. Kunst moest lijken op die uit de Gouden Eeuw en had te de taak om een verhaal vertellen, het liefst over gebeurtenissen uit de Tachtigjarige Oorlog. Kunst, zo wordt nog weleens gesteld, bekeek men in die tijd ‘met de oren’. Tientallen jaren heeft men de eigen geschiedenis gezien zoals Rochussen deze aan het doek toevertrouwde. Later vonden velen hem echter te modern worden in zijn schilderstijl. In het werk van Rochussen is bovendien een goed observatievermogen te onderkennen.

Later in zijn leven ontstond een spontane schildertrant; hij begon losser te schilderen, meer in de trant van het opkomend impressionisme, zoals goed te zien is in een paneeltje dat hij waarschijnlijk buiten schilderde in 1861: ‘De Zondagmiddagwandeling’. Rochussen leefde dan ook op het breekpunt van twee tijdperken: de periode die haar waarden aan het verleden ontleende èn de tijd waarin de kunst zich juist van de oude tradities probeerde te bevrijden. Jan Veth zal hem later met recht een schilder noemen met een ‘voorlijk impressionistische visie.’; niet toevallig was Rochussen dan ook o.a. leraar van de latere stads-impressionist Breitner. Zijn gehele leven bleef Rochussen ongehuwd; hij overleed op 80-jarige leeftijd in 1894 en werd begraven op de Algemene Begraafplaats Crooswijk.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Schietbaanlaan, 1954

De Schietbaanlaan gezien vanuit de Heemraadssingel, 1954.

De naam van deze laan verwijst naar de schietbaan van de Koninklijke Scherpschutters, die daar in 1867 werd gebouwd. De toegang tot het oefenterrein was bij de huidige Schietbaanstraat. Deze straat vormde voor 1894 een onderdeel van de Oude of Coolsche Binnenweg. De Schietbaanbrug is de rustieke voetgangersbrug over de Heemraadssingel ter hoogte van de Schietbaanlaan.

De Heemraadssingel is vernoemd naar de heemraden van Schieland. Deze naam herinnert aan de poldergeschiedenis. Vóór de aanleg van de singel liep hier de Heemraadsweg.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Monument G.J. de Jongh in de tuin van museum Boijmans van Beuningen – Mathenesserlaan, 1935

Het monument voor G.J. de Jongh in de tuin van museum Boijmans van Beuningen aan de Mathenesserlaan, 1935.

Gerrit Johannes de Jongh (Willemstad, 4 juli 1845 – ‘s-Gravenhage, 31 januari 1917) was in de hoedanigheid van directeur van de dienst Gemeentewerken Rotterdam van 1879 – 1910 de ‘havenbouwer en stadsontwikkelaar’ van de Maasstad.

In feite was het De Jongh die bepaalde hoe de ontwikkeling van de stad werd vormgegeven. Onder zijn leiding werd voor het eerst een elektriciteitsnetwerk aangelegd. Ook zorgde hij voor de waterleiding en een moderne riolering.

De Westersingel, Noordsingel en de Boezemsingel werden onder leiding van De Jongh aangelegd naar een ontwerp van zijn voorganger Willem Nicolaas Rose.

Gerrit De Jongh werd vooral bekend vanwege zijn bemoeienis met de uitbreiding van de havens. In 1893 deed hij de oostzijde van de Parkhaven voltooien; in 1894 de Rijnhaven. De westzijde van de Parkhaven, die onderdeel uitmaakt van de zogenoemde Müllerpier, werd in 1908 tegelijk met de Sint Jobshaven opgeleverd.

Na de Katendrechtse havens in 1893 en 1896 en na de reeds genoemde Rijnhaven, volgde in 1906 de voltooiing van de Maashaven. De vrijkomende grond van de nieuwe Waalhaven, waarmee in 1907 een aanvang werd gemaakt, werd door een buizenstelsel naar een tussen twee tochten gelegen deel van de Prins Alexanderpolder bij de Kralingse Plas getransporteerd. Zodoende kon op de opgehoogde grond naar het idee van De Jongh het Kralingse Bos worden gerealiseerd.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Garage Cito aan de Joost van Geelstraat, 1931

CiTO Autobedrijf is een van de oudste garagebedrijven uit Rotterdam, nu gevestigd in Capelle aan den IJssel. In 1927 gestart in de Joost van Geelstraat en vanaf de jaren ʻ60 door de familie Rustwat tot grote bloei gebracht. Aanvankelijk een universeel autobedrijf voor alle automerken en vanaf 1986 officieel Subaru Dealer. Dit unieke familiebedrijf is sinds 2006 gevestigd in een prachtig pand in de gemeente Capelle a/d IJssel op de grens van Rotterdam-Zevenkamp.

Joost van Geel (Rotterdam, 20 oktober 1631 – aldaar, 31 december 1698) was een Nederlands kunstschilder, zakenman en dichter.

Hij was opgeleid tot handelaar maar werd als dichter en schilder bekend. Van Geel maakte in zijn jeugd reizen door Frankrijk, Duitsland en Engeland om zijn schilderkunst te verbeteren. Aangenomen wordt dat hij een leerling van Gabriël Metsu was die weleens schilderijen van Van Geel als zijn eigen werk uitgaf. Zijn stijl lijkt ook op die van zijn stadgenoot Jacob Ochtervelt. Van Geel had een voorkeur voor huiselijke en Bijbelse taferelen als onderwerp maar schilderde ook zeegezichten.

Van Geel schreef ook gedichten, waarvan enkele bij zijn leven los uitgegeven werden. In 1724 verschenen zijn verzamelde gedichten postuum gebundeld. Hij huwde in 1666 en kreeg vijf kinderen, van wie er twee jong stierven.

In 2011 werd in het tv-programma Tussen Kunst & Kitsch een schilderij van hem met de titel ‘Het Kantwerkstertje’ ontdekt welke aldaar getaxeerd werd op 250.000 euro.

De fotograaf is Francois Henry van Dijk en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van cito.subaru.nl/over-cito-autobedrijf en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Nieuwe Binnenweg, 1969

Het nachtleven op de Nieuwe Binnenweg, februari 1969.

Al in 1454 liep door de Coolpolder een binnenweg van Rotterdam naar Schoonderloo. Ze werd Coolsche weg of Binnenweg genoemd. De Binnenweg had een afslag naar Delfshaven; het laatste gedeelte komt voor als Schoonderloosche of Delfshavensche weg of Binnenweg, maar heet na 1610 gewoonlijk Geldelooze pad. Hier vandaan liep een uitpad over een vonder of passerel naar de Ossewei en daarover naar het Lage Erf.

De bebouwing aan de Binnenweg bij Rotterdam had in de 17de eeuw de tegenwoordige Mauritsstraat bereikt; in 1706 werd dit gedeelte bestraat en met bomen beplant. Pas het graven van de Westersingel bracht hierin verandering. Ten westen daarvan op Delfshavens grondgebied kwamen toen ook straten en sinds 1852 bestaan er plannen om de Binnenweg te verbeteren en een betere verkeersweg te maken tussen Rotterdam en Delfshaven. In 1876 werd daarmee begonnen.

De oude Binnenweg bleef tot de Josephstraat bestaan, doch vandaar is zuidelijk van de bestaande Binnenweg een nieuwe verkeersweg gemaakt tot het hierboven genoemde uitpad. Dit pad werd verbeterd en verbreed tot Delfshaven. In 1888 is voor het gedeelte van de Coolsingel tot Westersingel de bijvoeging ‘oude’ verdwenen, het gedeelte van de Westersingel tot Josephstraat is, hoewel oud, behoort tot de Nieuwe Binnenweg. Het oude gedeelte, dat van de Josephstraat de polder inliep langs de tegenwoordige Schietbaanstraat, tot waar het met een hoek op de tegenwoordige Schonebergerweg uitkwam, bleef Oude Binnenweg en van die hoek tot het kerkhof te Schoonderloo, Geldelooze pad of Zwarte wegje. In 1894 waren èn deze Oude Binnenweg èn het Geldelooze pad verdwenen door de aanleg van straten.

In 1977 is de bijvoeging ‘oude’ weer in ere hersteld voor het gedeelte van de Binnenweg tussen Karel Doormanstraat en Westersingel. Het gedeelte van de weg tussen Coolsingel en Karel Doormanstraat heet sinds 1971 Binnenwegplein.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Noodwinkels aan de Mathenesserlaan, 1941

Deze laan draagt de naam van de ambachtsheerlijkheid Mathenesse die al in 1276 voorkomt. De naam zal een samenvoeging zijn van de woorden made (weide) en nes (aangeslibd land). Als oudste ambachtsheer wordt genoemd Dirk Bokel, wiens kleinzoon zich Dirk van Mathenesse noemde. Het Slot Mathenesse of Huis te Riviere, waarvan nog een ruïne aanwezig is, lag aan de Schiedamse Schie ten noordwesten van Schiedam. Binnen de ambachtsheerlijkheid lagen de polder Nieuw- en Oud-Mathenesse. De Mathenesserdijk, vroeger Schiedamsedijk geheten, maakt deel uit van Schielands Hoge Zeedijk. De dijk heette vroeger ook Groenedijk. De Mathenesserbrug ligt over de Delfshavense Schie en verbindt het Mathenesserplein en de Mathenesserlaan met de Mathenesserweg. De eerste brug van die naam werd in 1923 in gebruik genomen. In 1983 is ze vervangen door de huidige brug.

De foto komt uit de collectie topografie en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Claes de Vrieselaan, 1976

Gezicht op de Claes de Vrieselaan met Carel’s Patat voor het transformatorhuis bij de Nieuwe Binnenweg, 2 augustus 1976.

Claes de Vriese kreeg rond 1270 van graaf Floris V vergunning om Schoonderloo te bedijken. Schoonderloo was een dorpje tussen Delfshaven en Rotterdam.

Al in 1454 liep door de Coolpolder een binnenweg van Rotterdam naar Schoonderloo. Ze werd Coolsche weg of Binnenweg genoemd. De Binnenweg had een afslag naar Delfshaven; het laatste gedeelte komt voor als Schoonderloosche of Delfshavensche weg of Binnenweg, maar heet na 1610 gewoonlijk Geldelooze pad. Hier vandaan liep een uitpad over een vonder of passerel naar de Ossewei en daarover naar het Lage Erf. De bebouwing aan de Binnenweg bij Rotterdam had in de 17de eeuw de tegenwoordige Mauritsstraat bereikt; in 1706 werd dit gedeelte bestraat en met bomen beplant. Pas het graven van de Westersingel bracht hierin verandering. Ten westen daarvan op Delfshavens grondgebied kwamen toen ook straten en sinds 1852 bestaan er plannen om de Binnenweg te verbeteren en een betere verkeersweg te maken tussen Rotterdam en Delfshaven. In 1876 werd daarmee begonnen.

De foto komt uit de collectie topografie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Rochussenstraat, 1967

Sloop van nachtclub en cabaret L’Ambassadeur aan de Rochussenstraat 172, juni 1967. Op de achtergrond een deel van het Maritiem Museum Prins Hendrik.

Uit het Vrije Volk van 13 juni 1967:
Zesentwintig jaar nadat het als „noodvoorziening” was opgetrokken is nu de witgepleisterde nachtclub I’Ambassadeur aan de Rochussenstraat met pensioen gestuurd. Gisteren is de nieuwe I’Ambassadeur geopend; schuin aan de overkant van het oude etablissement, aan het eind van de ‘s-Gravendijkwal, kan men thans voor avond- en nachtvertier terecht in een fraaie club. Aan de inrichting daarvan is alle zorg besteed, er bevinden zich twee bars in en een ruime dansvloer. De nieuwe Ambassadeur vormt een stevig contrast met de oude, die ook wat zijn interieur aangaat, toch wel duidelijk op sterven na dood was.

Na Cascade en Habanera verdwijnt thans dus ook de derde noodnachtclub. Zeer binnenkort zullen de slopers I’Ambassadeur met de grond gelijkmaken. De laatste herinnering aan het feit, dat de mens ook in de donkere oorlogsjaren ruimte nodig had om af en toe aan de zwier te gaan, zal daarmee vervagen.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt uit het Vrije Volk (via delpher.nl)

Met medewerking van Rotterdam van toen