Tag Archives: oostplein

Molen de Noord aan het Oostplein, 1989

Molen de Noord aan het Oostplein met op de voorgrond een gedeelte van de Oostpoort met daaraan huizen, 1898-1902.

Korenmolen De Noord was een stellingmolen aan het Oostplein in Rotterdam. De molen werd in 1711 gebouwd ter vervanging van een standerdmolen. Vanaf de bouw tot in de negentiende eeuw werd de Noord gebruikt als moutmolen; later werd overgeschakeld op het malen van graan voor veevoer. In 1919 dreigde sloop, wat ternauwernood voorkomen kon worden door ingrijpen van de gemeenteraad. De Noord werd gerestaureerd en verhuurd aan de firma van Vliet uit Goidschalxoord. Tijdens het bombardement op Rotterdam stond de omgeving in lichterlaaie. De molenaars lieten de wieken draaien om overslaan van de brand naar de molen te voorkomen.

In de nacht van 27 op 28 juli 1954 brandde de molen door onbekende oorzaak uit. De molenromp, die te slecht was om gebruikt te kunnen worden voor herbouw, werd in het najaar van hetzelfde jaar afgebroken. Een plan voor herbouw werd door de gemeenteraad afgekeurd.

Het Oostplein ligt nabij de plaats waar de vroegere Oostpoort stond. Er zijn verschillende poorten van deze naam geweest. De oudste poort moet kort na 1358 zijn gebouwd. De laatste Oostpoort werd in 1836 voor afbraak verkocht. Een klein gedeelte bleef nog tot 1912 staan. De naam Oostplein werd in 1871 gebruikt voor het gedempte gedeelte van de Oostvest, ook wel Oostvestplein geheten. In 1902 werd de naam gegeven aan het plein dat ontstaan is door demping van de uit 1576 daterende kolk aan de Oostpoort.

De foto komt uit de Collectie Topografie en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van WIkipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Een mosselenverkoopster bij de Oostpoort, aan het Oostplein, 1908

De Oostpoort in Rotterdam was een stadspoort die gelegen was ter hoogte van het huidige Oostplein.
Van de oudste Oostpoort is geen precies bouwjaar bekend. Waarschijnlijk is deze rond 1358 gebouwd. In 1563 is de Oostpoort door een grote brand getroffen. De Oostpoort werd toen hersteld. Op 9 april 1572 trok de Spaanse stadhouder Bossu via de Oostpoort de stad binnen en richtte er een bloedbad aan (zie Bestorming van Rotterdam (1572). Een tiental Rotterdammers vonden de dood waaronder Burgemeester Roos en Zwart Jan. In 1574 stortte de Oostpoort in.

In 1613 werd een nieuwe Oostpoort gebouwd die in 1836 werd gesloopt. De restanten van de poort werden in 1912 afgebroken.

De gevelsteen uit de poort van 1613 die herinnert aan de inval van Bossu is bewaard gebleven en ingemetseld in het filiaal van de Amsterdamse bank (nu ABN-AMRO) aan het Oostplein. Hier ligt ook het metrostation Oostplein.

Het Oostplein ligt nabij de plaats waar de vroegere Oostpoort stond. Er zijn verschillende poorten van deze naam geweest. De oudste poort moet kort na 1358 zijn gebouwd. De laatste Oostpoort werd in 1836 voor afbraak verkocht. Een klein gedeelte bleef nog tot 1912 staan. De naam Oostplein werd in 1871 gebruikt voor het gedempte gedeelte van de Oostvest, ook wel Oostvestplein geheten. In 1902 werd de naam gegeven aan het plein dat ontstaan is door demping van de uit 1576 daterende kolk aan de Oostpoort.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Het Mariniersmonument op het Oostplein in afwachting van definitieve plaatsing, 1963

Het Mariniersmonument op het Oostplein in afwachting van definitieve plaatsing, 1963.

Het Mariniersmonument is een oorlogsmonument aan het Oostplein in Rotterdam. Het herdenkt en dankt de mariniers die in de meidagen van 1940 hard voor de stad hebben gestreden.

Het monument, een bronzen beeld van een marinier, is gemaakt door Titus Leeser en werd op 5 juli 1963 door Prins Bernhard onthuld. Het staat aan het Oostplein, recht tegenover de plaats van de voormalige marinierskazerne, die in de meidagen van 1940 werd weggebombardeerd. De kazerne was hier van 1869 tot 1940 gevestigd in het voormalig arsenaal van de Admiraliteit van Rotterdam. Boven de nabijgelegen metro-ingang is het bewaarde zijpoortje van de kazerne aangebracht. Op de muur rond het gedenkteken staan ook de andere wapenfeiten uit de geschiedenis van het Korps Mariniers vermeld, zoals de vierdaagse zeeslag bij Chatham in 1666, Nederlands-Indië, Korea, Cambodja en Uruzgan.

Bij de viering van het 50-jarig bestaan van het mariniersmonument op 4 juli 2013 was oud-marinier Ben Schierboom (80) aanwezig. Hij stond indertijd model voor het monument. Het jubileum vormde de afsluiting van het (verlengde) jubileumjaar van de Stichting Rotterdam en de Mariniers.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Molen ‘De Noord’ bij het Oostplein, 1880

Molen ‘De Noord’ bij het Oostplein, 1880-1890.

Tussen 1695 en 1711 is molen ‘De Noord’ herbouwd, hiervoor was het een standerdmolen op een ronde toren die mogelijk was voorzien van een stelling. Deze standerdmolen was gebouwd omstreeks 1562 en was ingericht als moutmolen. Ook De Noord werd oorspronkelijk voor dit doel gebouwd. In de loop van de negentiende eeuw werd De Noord gebruikt als “Meelbloem en mestingmolen” (mesting is een ander woord voor veevoer).

De molen had een eigenaardige slanke vorm, wat te wijten was aan een latere verhoging van de romp vanwege windbelemmering. Na deze verhoging bedroeg de stellinghoogte 16,20 meter.

In 1918 werd de molen verkocht aan de firma van Vliet. In deze periode verscheen een artikel waarin werd gesuggereerd dat de molen zou worden onttakeld. Naar aanleiding van dit verhaal werd op 2 september 1919 een interpellatie in de gemeenteraad gehouden. Hieruit bleek dat de molen in zijn geheel voor sloop was verkocht aan de firma Burg en Romein. Door ingrijpen van de Rotterdamse architect J. Verheul Dzn. werd de koop ongedaan gemaakt. Tevens werd de toezegging gedaan de molen te restaureren. Vervolgens werd de molen verhuurd aan molenaar Arie Kluit. Hij bleef op de molen tot de fatale brand in 1954.

In augustus 1929 werd een nieuwe buitenroede gestoken door molenmaker Dirkse uit Mijnsheerenland. Net na de Tweede Wereldoorlog werd bij De Noord als één van de eerste molens in Nederland het fokwieksysteem van ingenieur Fauël aangebracht. De fokken werden op beide roeden bevestigd en waren voorzien van automatische remkleppen. Toen in de meidagen van 1940 door het Duitse bombardement de binnenstad in brand werd gezet, was de omgeving van het Oostplein in vlammen gehuld. Door de molen toen te laten draaien (het ‘vonken malen’) wist de molenaar de molen voor het vuur te sparen. Het ‘vonken malen’ is een oud en beproefd middel, wat hier ook met succes werd toegepast.

Bij de herbouw van de verwoeste stad, na de oorlog, bleef de molen staan, maar op 27/28 juli 1954 brandde de molen volkomen uit en werd daarna niet meer hersteld. (n.b. de roeden zijn waarschijnlijk door de brand verloren gegaan) Meteen na de brand werd de mogelijkheid tot herbouw overwogen. De molen was voor ƒ 175.000 verzekerd. Een aardig bedrag, zeker voor die tijd. Een tegenvaller was dat de romp (waarvan een gedeelte met het neerstorten van het wiekenkruis mee ging) te slecht was om nog te kunnen gebruiken.

Op 25 september 1954 werd begonnen met het slopen van de overblijfselen. Een kleine maand later, op 22 oktober, was alles weg en stuitte men op de fundamenten van de vroegere standerdmolen. Inmiddels was ook een herstelactie in het leven geroepen. Ten bate van deze actie werd een ansichtkaart van de brandende molen uitgegeven. Totaal werd een bedrag van ƒ 20.000 ingezameld en de architect F. Posthuma kreeg van de
gemeente de opdracht een herbouwplan te maken. Helaas kwam het nooit zo ver, want op 24 november 1954 werd het voorstel tot herbouw door de gemeenteraad verworpen met 22 tegen 18 stemmen.

Op de baard was het onjuiste bouwjaar 1718 vermeld. Het opschrift was bij de opknapbeurt in 1918 gewijzigd door de toenmalige nieuwe huurders om zo hun vroegere molen in Goidschalxoord te eren. Bron: De Molens van Rotterdam in oude ansichten deel 1. Rob Pols.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van molendatabase.org 

Met medewerking van Rotterdam van toen

Oostplein 1930

Het Oostplein met links op nummer 24 de Amsterdamsche Bank en rechts de Marinierskazerne, 1930. Op de achtergrond het Boerengat met de Oude Oostbrug.

Het Korps Mariniers, een van de oudste onderdelen van de Nederlandse krijgsmacht, is opgericht op 10 december 1665. Het voornaamste terrein lag vooral op de vloot. De havenstad Rotterdam en het korps zijn al sinds de zeventiende eeuw met elkaar verbonden. Zo leverde de Rotterdamse Admiraliteit voor de aanval op Chatham, tijdens de Tweede Engelse Oorlog in 1667, tientallen schepen. Sinds 1817 is Rotterdam officieel een mariniersstad. De mariniers werden gevestigd in het complex aan het Oostplein, het oude Tuighuis van de Admiraliteit, later bekend als de Marinierskazerne.

In 1850 werd de Marinewerf opgeheven en daarmee verdwenen de mariniers uit de stad. Toen in 1868 sociale spanningen tot het zogeheten De Vletter-oproer leidden, werden in paniek de mariniers teruggehaald. Daarop besloot koning Willem III in 1869 de mariniers van Vlissingen naar Rotterdam over te plaatsen. De oude kazerne aan het Oostplein werd opnieuw ingericht.

De band met de stad werd onverbrekelijk door het optreden van de mariniers tijdens de verdediging van Rotterdam in de meidagen van 1940. Achter hun rug ging de oude kazerne in vlammen op. Op 9 december 1946 keerden de mariniers terug in Rotterdam. Op die dag werd de nieuwe Van Ghentkazerne in gebruik genomen. In de daaropvolgende jaren werd de kazerne geleidelijk afgebouwd en aan het hoofdgebouw werd nog een aantal gebouwen toegevoegd. Ook de Marinierskapel van de Koninklijke Marine verhuisde naar de nieuwe kazerne. Al spoedig bleek dat die niet over een goed repetitielokaal beschikte. Pas in 1982, met de bouw van een nieuw repetitielokaal, kon de Marinierskapel terugkeren naar de kazerne. Naast het bordes kwamen aan weerszijden beelden die het marinierschap symboliseren, namelijk de ‘strijd op de grens van water en land’.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen