Tag Archives: provenierswijk

Hotel Regina Proverniersplein, 1977

 

De inboedel van hotel Regina wordt geveild, 9 juni 1977.

Uit het Vrije Volk van 10 juni 1977:
Een badkamer voor een tientje. Twaalf piek voor een éénpersoonsledikant met patent matras en kussen. Vijfentwintig gulden voor een natblusser, brandslag en toiletinstallatie. Genadeloos tikte gisteren de hamer van veilingmeester H. van der Wolf het Rotterdamse hotel Regina leeg.

Het ouderwetse, eens gezellige, hotel heeft nog hoogstens drie dagen. De veilingkondities bepalen: ledere koper is verplicht het door hem gekochte tot zich te nemen en binnen drie werkdagen af te halen of te doen afhalen.

Een trieste bijeenkomst gisteren in het restaurant van Regina achter het Centraal Station. Géén gasten te bekennen in de goedgevulde zaal. Opkopers, huisvrouwen, kunstliefhebbers maar vooral koopjesjagers voelen zich als vissen in het water. Veilingmeester Wolf keer op keer: Meneer, denk eraan. Als u uw hand opsteekt, bent u de sigaar.

Werkelijk alles is te koop. De sigarenautomaat, waarover de katalogus eerlijk meldt dat het apparaat defect is. Een vluchtige blik in het. bijna vijftig pagina’s tellende boekje leert aanwezigen hotel Regina op de valreep goed kennen. Neem bijvoorbeeld de majolica bierzuil met metalen beeld. Of de doos met kerstversiering. De 23 flessen Grand Vin la Rosé, Pauillac-Medoc 1964 moeten we niet vergeten. Of de zes zilveren soeplouches, de plafonnières, de 120 grote platte borden Mosa, de diverse vlaggen en de 32 nieuwe damasten dinerlakens.

Een heel ander publiek hangt ‘s avonds aan de lippen van de veilingmeester. De antiquiteiten en I kunstvoorwerpen • gaan van de hand. Tientallen door Pego gesigneerde aquarellen. Vissen, vogels, Parijs met Eifeltoren, een arabische vrouw en een spinneweb. Verder wee Chinese blauwe wandbordjes. een Friese stoeltjesklok, een schilderij op paneel, gesigneerd door T. Roukens (1860) met de voorstelling: toren en zeilschip. Alles gaat onder de hamer.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt via delpher.nl uit het Vrije Volk van 10 juni 1977.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Gezicht op de Spoorsingel bij de Harddraverstraat, 1946

Gezicht op de Spoorsingel bij de Harddraverstraat (links), 1946.

De Spoorsingel ligt in de nabijheid van het spooremplacement van Rotterdam Centraal. De singel heette voor 1892 Diergaardesingel.

De Harddraverstraat is vernoemd naar een paardentrainer. In deze buurt woonde een boer, die daar zijn paarden (harddravers) trainde.

De fotograaf is Gerard Roos en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Schiekade met op achtergrond het Hofplein, 1975

De naam van deze kade is ontleend aan de Rotterdamse Schie, de vaart ten gevolge van een handvest van 9 juni 1340 gegraven van Overschie naar Rotterdam. Ze sloot aan op de reeds bestaande Delftse of Oude Schie, die Delft met Overschie verbond. Ter plaatse van het latere Hofplein kwam de Schie uit in de Kolk welke door de Rotte was gevormd. Vanaf dit punt ging de vaart door de stad onder de naam Delftsevaart. Deze was via een spuisluis verbonden met de Merwede (Nieuwe Maas).

De gemeenteraad besloot op 22 juni 1939 tot demping van het gedeelte van de Schie, gelegen tussen het Hofplein en het Stadhoudersplein. Deze demping geschiedde voor een groot gedeelte met het puin van de huizen, die verwoest waren bij het bombardement. Sindsdien is een bekend Rotterdams gezegde ‘Eerst lag de Schie in Rotterdam, thans ligt Rotterdam in de Schie’.

Het Hofplein herinnert aan de ridderhofstad Weena, die noordoostelijk van het huidige Hofplein was gelegen. De Hofdijk komt al in 1397 in bronnen voor. Het slot wordt reeds in 1306 vermeld. De oorspronkelijke Hofdijk stamde uit de 13de eeuw en strekte zich langs de Rotte uit tot het Zwaanshals en de Oudedijk. Het Hofplein ontstond in de eerste helft van de 19de eeuw nadat de Kolk of Gracht tussen de Delftse Poort en de Hofpoort was gedempt. Van 1853 tot 1875 was het plein als veemarkt ingericht. De oudste naam is Hofpoortplein naar de Hofpoort die daar stond en in 1833 is afgebroken. In 1908 werd aan het plein het station van de Zuid-Hollandsche Electrische Spoorweg-Maatschappij, de lijn Rotterdam-Scheveningen, geopend. Bij besluit B&W 13 september 1949 ontving het verkeersplein op het kruispunt Coolsingel, Weena, Schiekade, Pompenburg de naam Hofplein.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Versijdenstraat ter hoogte van een oude muurreclame, 1975

De Versijdenstraat herinnert aan Jan Dircksz. Versijden, + 1652, secretaris van Schieland en lid van de vroedschap van Rotterdam. Hij maakte aantekeningen betreffende de geschiedenis van Rotterdam.

De Jacob Loisstraat is vernoemd naar Jacob Lois (gest. 1676). Hij bouwde volgens de plannen van Pieter Post het Schielandshuis. Lois heeft zich tevens verdienstelijk gemaakt als schrijver van kronieken over Rotterdam en Schieland.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Station Delftsepoort-Proveniersplein, 1935

De achterzijde van het station Delftse Poort, met de toegangsbrug aan het Proveniersplein, 5 juli 1935.

Station Rotterdam Delftsche Poort was een spoorwegstation aan de Oude Lijn van Amsterdam naar Rotterdam. Het station lag ten oosten van het huidige station Rotterdam Centraal.

Het eerste station Delftsche Poort werd geopend in 1847 bij de voltooiing van de spoorlijn Amsterdam – Rotterdam. Het station werd ontworpen door Cornelis Outshoorn, een assistent van Frederik WillemConrad. Hij koos voor een neo-Tudorstijl met drie grote bogen over het spoor waar de stoomtrein onder door kon.

In 1868 werd besloten een spoorwegviaduct (het Luchtspoor) door de stad te bouwen voor de verbinding met Dordrecht. De ligging van het station Delftsche Poort bleek niet te combineren met het aan te leggen viaduct, waarna een nieuw station Delftsche Poort ten noordwesten van het oude station werd gebouwd. Dit station was ontworpen door K.H. van Brederode en werd opgeleverd in 1877. Het eerdere stationsgebouw werd omstreeks 1878 afgebroken.

Door het bombardement van 14 mei 1940 raakte het station Delftsche Poort ernstig beschadigd. Het station werd in 1957 vervangen door het Station Rotterdam CS, dat, behoudens op het stationsgebouw zelf, in de communicatie van de NS sinds 29 mei 2000 Rotterdam Centraal heette.

De foto komt uit de Collectie Koops en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Van der Sluysstraat, 1965

De Van der Sluysstraat met op de achtergrond het stationspostkantoor en rechts de Provenierskerk, november 1965.

Deze straat is vernoemd naar Simon Doedesz. van der Sluys, +1499, en diens neef Willem Jacobsz. van der Sluys, geb. 1453. Simon was sinds 1463 doctor en raad van hertog Karel van Bourgondië en van 1474 tot 1499 domproost van Utrecht. Zijn neef Willem was van 1500 tot ca. 1509 pastoor van de Sint Laurenskerk te Rotterdam. Beiden hielden zich bezig met de geschiedschrijving van Rotterdam en Schieland.

Het stationspostkantoor uit 1959 is een typisch voorbeeld van Rotterdamse wederopbouwarchitectuur. Ontwerp en uitvoering verraden iets van het karakter van het bureau van de gebroeders Evert en Herman Kraaijvanger. In de naoorlogse periode ontwierpen zij robuuste bouwwerken, niet zelden met natuurstenen elementen verrijkt en vaak voorzien van tegeltableaus van de beeldhouwer M. van der Plas. Degelijkheid, solide bouw, duurzame materialen: het zijn de kenmerken die de status van het bureau hebben bepaald. De grote bloeiperiode kwam met de wederopbouw. Als zoveel Rotterdamse architecten profiteerden de gebroeders Kraaijvanger van de verwoesting van de Maasstad op 14 mei 1940.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van 100 jaar architectuur in Rotterdam. https://couvreur.home.xs4all.nl/…/architec…/100jaar/1959.htm

Met medewerking van Rotterdam van toen

Onze Lieve Vrouw Koningin van de Heilige Rozenkranskerk aan de Provenierssingel, 1957

De Onze Lieve Vrouw Koningin van de Heilige Rozenkranskerk aan de Provenierssingel, augustus 1975.

De Onze Lieve Vrouw Koningin van de Heilige Rozenkranskerk, ook bekend als de Provenierskerk of Provenierssingelkerk, was een rooms-katholieke kerk aan de Provenierssingel in Rotterdam.

De kerk werd tussen 1898 en 1899 gebouwd door het architectenbureau van Albert Margry en Jozef Snickers. Margry ontwierp een driebeukige kerk in neogotische stijl, met een toren direct naast de façade. De Provenierskerk werd op 8 mei 1899 ingewijd door de bisschop van Haarlem. De eerste jaren beschikte de kerk niet over klokken, deze werden pas in 1910 geplaatst. In 1916 kreeg de kerk ook een orgel. Aan de zijmuren in de kerk hing een bijzondere kruiswegstatie, die was gemaakt door de Delftse fabriek De Porceleyne Fles. Een marmeren communiebank werd in 1914 in de kerk geplaatst. De kerk werd bedient door de Paters Dominicanen.

De eerste jaren viel de kerk onder de parochie van de Allerheiligst Hart van Jezuskerk aan de Van Oldenbarneveltstraat, maar in 1923 werd de Provenierskerk een zelfstandige parochiekerk. In de jaren voor de Tweede Wereldoorlog had de wijk een katholiek karakter en werd de kerk druk bezocht.

De Provenierskerk kwam ongeschonden uit het Bombardement van Rotterdam en werd in deze periode ook gebruikt door de gelovigen van andere parochies, waarvan de kerk wel verwoest was. Tijdens de oorlog organiseerde pater Apeldoorn het lokale verzet vanuit deze kerk. In 1942 werden de kerkklokken door de Duitsers geroofd. De klokken werden in 1947 vervangen. In de jaren 1960 liep het aantal gelovigen sterk terug en was het niet meer rendabel om de kerk open te houden. Na de laatste mis op 31 augustus 1975 werd de kerk verkocht aan de gemeente Rotterdam, die het gebouw vervolgens liet slopen. In tegenstelling tot veel andere met sloop bedreigde kerken zijn er voor de Provenierskerk nooit acties gevoerd om de kerk te behouden. Het gebouw had ook geen monumentale waarde. Op de plaats van de kerk werd een verzorgingstehuis gebouwd. De kruiswegstatie en het mariabeeld werden voor de sloop overgebracht naar de Albertus de Grotekerk in Blijdorp.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Rotterdamse Schie vanaf de Heulbrug, 1933

De Rotterdamse Schie is de vaart, die ten gevolge van een handvest van 9 juni 1340 werd gegraven van Overschie naar Rotterdam. Ze sloot aan op de reeds bestaande Delftse of Oude Schie, die Delft met Overschie verbond. Ter plaatse van het latere Hofplein kwam de Schie uit in de Kolk welke door de Rotte was gevormd. Vanaf dit punt ging de vaart door de stad onder de naam Delftsevaart. Deze was via een spuisluis verbonden met de Merwede (Nieuwe Maas). De Schie komt ook een enkele maal voor als Spuivaart. Langs beide zijden van de vaart werden kaden aangelegd. In het begin waren deze van weinig betekenis. De Oost-Schiekade was omstreeks 1562 nog maar een betrekkelijk smalle zomerkade. Eerst in 1741 werd deze door de stad bestraat, voor rekening van de eigenaars van de huizen aan de kade en de 1ste, 2de en 3de Schielaan. Dit waren drie laantjes die vanaf de Oost-Schiekade langs de tuinen van de buitenhuizen liepen. De West-Schiekade was breder en werd als rijweg naar Delft gebruikt. Bij een overeenkomst in 1471 werd bepaald dat het onderhoud van deze weg van de Delftse Poort tot aan het Leprooshuis voor rekening van de stad kwam. Het onderhoud van het gedeelte tot aan de Waelheul (Heulbrug) zou worden betaald door de ingelanden van de ambachten van Beukelsdijk, Cool, Schoonderloo, West-Blommersdijk en Blijdorp.

Een heul- of holebrug was de benaming van een gewelfde brug, omdat deze hol of bol was. De Heulbrug verbond de Oost-Blommersdijkseweg (Bergweg) met de West-Blommersdijkseweg (Walenburgerweg). Ze is na het dempen van de Schie in 1940 afgebroken.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Schiekade 1938

De Schiekade vanaf het Hofplein met rechts het Sint Franciscus Gasthuis en links de Ungerpleinflat, 1938.

Het Sint Franciscus Gasthuis is een katholiek ziekenhuis in het noorden van Rotterdam. Het werd opgericht door de Franciscanen in 1892 om de armen gratis te behandelen. Hubertus Kusters, pastoor van de Leeuwenstraat-parochie, nam het initiatief tot de oprichting. In maart 1891 deed Kusters aan de congregatie van de derde orde van Sint-Franciscus van Assisi te Rotterdam het voorstel om de fondsen van de congregatie te besteden aan de oprichting van een katholiek ziekenhuis waar armen gratis konden worden behandeld. Patiënten dienden minimaal de leeftijd van 12 jaar bereikt te hebben en niet ongeneeslijk ziek te zijn of aan besmettelijke ziekten lijden. Er zouden er gelden ingezet moeten worden voor de verpleging aan huis van zieken van elke gezindte. Dit werd de latere wijkverpleging.

Het Sint-Franciscus Gasthuis werd op 26 mei 1892 geopend. Het was gevestigd op de bovenetages van een distilleerderij aan de Oppert nummer 129. De verpleegsters waren de zusters Augustinessen uit Delft. De benauwde bedompte straat met de lucht van de distilleerderij was nog niet echt een aanbeveling.

Vanwege ruimtegebrek werden regelmatig patiënten afgewezen en het pand werd een half jaar later verruild voor de locatie Schiekade nummer 64. Een belangrijke vernieuwing was de inrichting van een operatiekamer. Door aankoop van de belendende panden kon men een paviljoensziekenhuis bouwen. In 1915 maakte een deel van de oude bebouwing plaats voor een nieuwe voorbouw. De grote in jugendstil uitgevoerde hoofdpoort gaf toegang tot het ziekenhuis. In korte tijd groeide het Gasthuis uit tot het grootste particuliere ziekenhuis van Rotterdam, waar patiënten van alle gezindten terecht konden. Na nog verschillende uitbreidingen en inrichtingen waaronder een kraamafdeling, een polikliniek, een paviljoen voor besmettelijke ziekten, een bloedtransfusiedienst en een röntgenafdeling had het Gasthuis, voor de oorlog al, een bijzonder goede reputatie.

De naam van deze kade is ontleend aan de Rotterdamse Schie, de vaart ten gevolge van een handvest van 9 juni 1340 gegraven van Overschie naar Rotterdam. Ze sloot aan op de reeds bestaande Delftse of Oude Schie, die Delft met Overschie verbond. Ter plaatse van het latere Hofplein kwam de Schie uit in de Kolk welke door de Rotte was gevormd. Vanaf dit punt ging de vaart door de stad onder de naam Delftsevaart. Deze was via een spuisluis verbonden met de Merwede (Nieuwe Maas).

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Schiekade 1910

De Rotterdamse Schie met de Schiekade uit noordelijke richting gezien. 1910-1914.

De naam van deze kade is ontleend aan de Rotterdamse Schie, de vaart ten gevolge van een handvest van 9 juni 1340 gegraven van Overschie naar Rotterdam. Ze sloot aan op de reeds bestaande Delftse of Oude Schie, die Delft met Overschie verbond. Ter plaatse van het latere Hofplein kwam de Schie uit in de Kolk welke door de Rotte was gevormd. Vanaf dit punt ging de vaart door de stad onder de naam Delftsevaart. Deze was via een spuisluis verbonden met de Merwede (Nieuwe Maas). De Schie komt ook een enkele maal voor als Spuivaart.

Langs beide zijden van de vaart werden kaden aangelegd. In het begin waren deze van weinig betekenis. De Oost-Schiekade was omstreeks 1562 nog maar een betrekkelijk smalle zomerkade. Eerst in 1741 werd deze door de stad bestraat, voor rekening van de eigenaars van de huizen aan de kade en de 1ste, 2de en 3de Schielaan. Dit waren drie laantjes die vanaf de Oost-Schiekade langs de tuinen van de buitenhuizen liepen. De West-Schiekade was breder en werd als rijweg naar Delft gebruikt. Bij een overeenkomst in 1471 werd bepaald dat het onderhoud van deze weg van de Delftse Poort tot aan het Leprooshuis voor rekening van de stad kwam. Het onderhoud van het gedeelte tot aan de Waelheul (Heulbrug) zou worden betaald door de ingelanden van de ambachten van Beukelsdijk, Cool, Schoonderloo, West-Blommersdijk en Blijdorp.

De West-Schiekade, gelegen tussen de Heulbrug en Overschie en vroeger vaak Lugt of Trekweg genoemd, heette sinds 1904 Schieweg. Bij besluit B&W 19 april 1932 heeft deze weg een andere loop. Vanaf de huidige Stadhoudersweg, die over een klein gedeelte van het traject van de oude Schieweg loopt, is de weg in noordelijke richting naar de Gordelweg doorgetrokken. Hij sluit thans aan op rijksweg A20. Het rotondeplein in deze rijksweg ontving de naam Schieplein. De Schiestraat kreeg haar naam omdat ze op de Schie uitliep. Vóór het bombardement in mei 1940 liep deze straat van de Schiekade naar de Delftsestraat.

In verband met de bouw van de wijken Blijdorp en Bergpolder werd in 1931 besloten het gedeelte van de Schie tussen de melkmarkt (latere Stadhoudersplein) en de spoorbaan te dempen. De gemeenteraad besloot op 22 juni 1939 tot demping van het gedeelte van de Schie, gelegen tussen het Hofplein en het Stadhoudersplein. Deze demping geschiedde voor een groot gedeelte met het puin van de huizen, die verwoest waren bij het bombardement. Sindsdien is een bekend Rotterdams gezegde ‘Eerst lag de Schie in Rotterdam, thans ligt Rotterdam in de Schie’.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen