Tag Archives: twister-fm

De Kipstraat met rechts de Raadhuisstraat, 1934

Al in 1373 komt een straat onder de naam Kipsloot voor die langs het water van die naam liep. Nu loopt de Kipstraat van de Goudsesingel naar het Groenendaal. In oude stukken, tot in het midden van de 16de eeuw, komt het water ook wel onder de naam Rotte voor.

De naam Dijksloot herinnerde aan de oorspronkelijke bestemming, namelijk die van binnendijksloot langs de Schielands Hoge Zeedijk of Hoogstraat. Het gedeelte van de Oostpoort tot de Binnenrotte onderscheidde men als Kipsloot; het resterende deel van de sloot tot aan de Coolvest had verschillende benamingen. De Korte Kipstraat was de oudste benaming van het Achterklooster. Later werd de naam Korte Kipstraat gegeven aan de latere Kaasmarkt, die voordien Huibrug heette. De Kipsloot werd in 1860 gedempt.

De oorsprong van de naam ligt in het duister. Deze staat in ieder geval niet in verband met de dieren van die naam. Gedacht zou kunnen worden aan een huisnaam. De Kipstraat liep vóór in mei 1940 het bombardement van de Botersloot naar de Goudsewagenstraat. Na de oorlog is de naam Kipstraat gegeven aan een straat die van de Goudsesingel naar het Groenendaal loopt.

De informatie komt  uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking Rotterdam van toen

Het pand Sint Job aan de Sint-Jobsweg, 1914

Het pand Sint Job aan de Sint-Jobsweg is in gebruik als militair depot van de Nederlandse strijdkrachten tijdens de Eerste Wereldoorlog, 1914-1918. Op de foto worden schepen beladen.

Inleiding PAKHUIS ‘St. Job’, gebouwd in 1912-14 in Rationalistische stijl aan de westzijde van de toen net aangelegde St. Jobshaven (1908) in opdracht van de N.V. Blaauwhoedenveem (Amsterdam Rotterdam Antwerpen), naar ontwerp van de architecten J.J. Kanters en Fr. Eriksson.

Zowel de grootte (een veeminrichting met een totale oppervlakte van 19.000 m2 en een inhoud van 80.000 m3) als de constructie in gewapend beton met stalen kolommen was voor die tijd in Europa revolutionair. Het zestig meter lange betonnen silogedeelte, dat zich oorspronkelijk aan de noordzijde in het verlengde van het pakhuis bevond, is in 1987 gesloopt ten behoeve van de bouw van een schakel- en transformatorstation van het N.V. Elektriciteitsbedrijf Zuid-Holland. De drie mobiele elektrische kranen op het dak van het pakhuis zijn niet meer aanwezig, de walkranen zijn vervangen door mobiele kranen en vorkheftrucks en het aantal (mobiele) elevatoren is teruggebracht van drie naar één.

In 1952 werd op het noordelijke pakhuisdeel (St.Job II) een dakopbouw gerealiseerd naar ontwerp van architectenbureau Ph. Kanters. Omschrijving Pakhuis St. Job, op een rechthoekige plattegrond (130 meter lang en 25 meter diep) opgetrokken met een inwendige constructie van ijzeren kolommen met fundamenten, wanden en balkons van gewapend beton, gefabriceerd door de Rotterdamse Cementsteenfabriek Van Waning & Co. De vloeren zijn van hout en rusten op houten binten. Het in totaal twaalf vemen tellende pakhuis, door een brandmuur verdeeld in St. Job I en St. Job II, bestaat uit zes bouwlagen onder een plat dak.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van rijksmonumenten.nl

Met medewerking van Rotterdam van toen

Het gebouw (Maassilo) van de graansilomaatschappij aan de Brielselaan en de Maashaven zuidzijde, 1962

De Maassilo is een voormalige graansilo en graanelevator in de Rotterdamse Maashaven die sinds 2004 als uitgaansgelegenheid en evenementenlocatie in gebruik is.

Het oudste deel van de grotendeels uit gewapend beton opgetrokken silo kwam gereed in 1911 en bevatte toen 128 silo’s met een totale capaciteit van 20.000 ton graan. In 1930 kwam een tweede deel gereed, pal naast het oudste deel, en in 1951 vond nog een laatste uitbreiding plaats.

In 1986 werkten nog 70 mensen bij Maashaven Silo BV, maar dat aantal daalde daarna door EG-maatregelen die het gebruik van Europese granen moesten stimuleren, zodat minder vraag was naar het in de Rotterdamse haven aangevoerde graan.

Rond 2000 werd besloten de graanopslag te verplaatsen naar een nieuwer gedeelte van de haven. Sinds 2004 wordt de Maassilo gebruikt als uitgaanslocatie en evenementenlocatie, aanvankelijk (tot eind 2006) door discotheek Now&Wow.

Op de kopse kant van het pand werd in 2008 een bedrijfsverzamelgebouw geopend waarin verschillende creatieve ondernemers huizen.

In de Maassilo is ook de wieg gelegd voor de eerste Nederlandse songfestivaloverwinning na 44 jaar. In een studio in dit gebouw is het nummer Arcade gemaakt waarmee Duncan Laurence in 2019 het Eurovisiesongfestival in Tel Aviv won.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Leuvehaven, 1874

Zicht vanaf hotel Victoria op de Leuvehaven en omgeving, 1874-1878. Op de voorgrond de Stokkenbrug over de Zalmhaven, links de Nieuwe Leuvebrug.

De Leuvehaven is vernoemd naar de oude kreek ‘de Leuve’ of ‘de Loeve’, zoals de naam meermalen in de stadsrekening van 1426/27 voorkomt. In de 16de eeuw was de stad eigenares geworden van het land aan de Leuve. Op 23 april 1598 werd aan de westzijde van de kreek de grond in erven uitgegeven. Daarna begon men met het graven van de haven die in 1608 gereed kwam. In het begin sprak men van Nieuwehaven, doch daar dit verwarring kon geven, werd Leuvehaven al spoedig de enige naam.

Een verklaring voor de naam Stokkenbrug kan helaas niet gegeven worden. Mogelijk moet de naam in verband worden gebracht met de Rotterdamse familie Van der Stock. In 1782 kreeg de Zalmhaven een doorvaart naar de Leuvehaven en niet lang daarna vinden wij over deze ingang de Nieuwewerksbrug. In 1837 werd de brug over de Zalmhaven vernieuwd, in 1839 werd ze Stokkenbrug genoemd. De huidige Stokkenbrug werd in 1977 gebouwd. Op 28 januari 1997 ingetrokken door B&W, de brug is verplaatst en heet tegenwoordig Lodewijk Pincoffsbrug.

De foto komt uit de collectie Topografie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Gezicht op de Blaak en de bouw van de kubuswoningen aan de Overblaak, 1983

De kubuswoningen in Rotterdam zijn 38 kubusvormige paalwoningen en 13 bedrijfskubussen bij de Blaak nabij de Oude Haven. Ze zijn gebouwd tussen 1982 en 1984, na een eerste presentatie van de plannen in 1978. Het ontwerp van Piet Blom is een variant op de Helmondse kubuswoning in een iets groter maatraster. Het viaduct op één hoog heet officieel de Overblaak, maar het hele complex staat bekend als het Blaakse Bos. De kubuswoningen zijn gebouwd in de vorm van een gekantelde kubus op een paal, en worden ook wel paalwoning of boomwoning genoemd.

In de jaren 70 van de twintigste eeuw wilden architecten met inspraak van de bewoners en andere gebruikers herbergzame woonwijken maken als reactie op het grootschalig en een grijze modernisme van de architectuur van de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. Piet Blom, structuralist en adept van Aldo van Eyck ging ervan uit dat grootschalige bouwwerken op ‘s mensen maat moesten gebouwd worden door ze op te bouwen uit kleinschalige herkenbare elementen. Het basisidee, dat er gebouwd wordt op kolommen, zodat de ruimte onder de bebouwing openbaar kan blijven, is geïnspireerd door Le Corbusier. De eerste drie kubuswoningen werden in 1974 en 1975 gebouwd aan de Europaweg in Helmond, als voorproefje voor een groter project, dat in de jaren daarop gerealiseerd werd. De 18 woningen van het vervolgproject omringden het theater ‘t Speelhuis, waarmee ze een architectonisch geheel vormden.

In de kubuswoning van Blom zitten drie woonlagen: onderin het zogenoemde straathuis met de keuken en de woonkamer, tussenin het hemelhuis met ruimte voor studeer- en slaapkamers, en bovenin de loofhut, een driezijdige piramide met plaats voor een serre, een balkon of een bescheiden tuintje. In de zeshoekige kolom waarop de woning rust, bevinden zich de entree en het trappenhuis.

De kubuswoningen zijn in particulier bezit en worden bewoond. Vanwege de locatie boven een drukke autoweg zijn alle loofhutten uitgevoerd als gesloten kamers met kantelramen. De grotere kubussen huisvesten een amusementscentrum, kantoren en studio’s.

De foto komt uit de collectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Van der Takstraat met op de achtergrond de Koninginnebrug en het Stieltjesplein, 1975

Christiaan Bonifacius van der Tak (Voorschoten, 12 augustus 1814 – Rotterdam, 8 augustus 1878) was van augustus 1861 tot zijn overlijden op 8 augustus 1878 Directeur der Gemeentewerken in Rotterdam.

Na zijn leerperiode werd Van der Tak opzichter bij de fabriek van Enthoven in Den Haag, een ijzergieterij en –pletterij waar in die tijd de eerste stoommachine in Den Haag was geplaatst. In 1852, op 38-jarige leeftijd, werd hij opzichter bij de Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij. Eerst overzag hij de bouw van de IJsselspoorbrug over de Gelderse IJssel en daarna had hij de leiding over de bouw van de Boerengatbrug in Rotterdam en de opbouw van een tijdelijk stationsgebouw.

Onder het bewind van Van der Tak werd de Willemsbrug gebouwd, die het Noordereiland met Rotterdam Noord verbindt. Het ontwerp hiervan was rond 1870 begonnen en de brug werd geopend in oktober 1878. In die tijd werd ook de Koninginnebrug gebouwd, die op zijn beurt het Noordereiland met Rotterdam-Zuid verbindt.

Thomas Joannes Stieltjes (Leuven, 19 mei 1819 – Rotterdam, 23 juni 1878) was militair, waterstaatkundig ingenieur en liberaal Kamerlid van 1866 tot 1878. Zijn zoon, Thomas Joannes Stieltjes jr., was een beroemd wiskundige.

Stieltjes had geen formele opleiding. Toen hij vijftien jaar oud was, gaf hij zich op als vrijwilliger bij de artillerie en in 1839 werd hij benoemd tot luitenant. Na het overlijden van koning Willem II in 1849 wilde Stieltjes geen eed zweren op koning Willem III, maar op de grondwet van 1848. Hij werd oneervol ontslagen. Dit ontslag werd elf jaar later omgezet in eervol ontslag. Stieltjes werd ingenieur bij de Overijsselse Kanaalmaatschappij, waarvan hij later directeur werd.

Stieltjes was technisch adviseur van de Rotterdamsche Handelsvereeniging van Lodewijk Pincoffs. Hij wordt als de architect van de aanleg van de havens in Feijenoord ten zuiden van de Nieuwe Maas gezien, die de grote bloei van Rotterdam als havenstad mogelijk maakte.

De foto komt uit de collectie Topografie Rotterdam en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Hogebrug over de Delfshavense Schie, 1928

De Hogebrug over de Delfshavense Schie gezien vanaf de Delfshavensekade (boven een woonhuis), 1928-1932. Op de achtergrond de Delfshavenseweg, Overschiese Dorpsstraat en NH kerk.

De Hogebrug is een brug over de Delfshavense Schie, in 1662 gebouwd door Dirck Claesz. van der Ent. De wapenschilden op de brug werden door de Delftse beeldhouwer Daniël de Swart vervaardigd. Het is de derde brug die op deze plaats ligt. De eerste werd in 1390, na het graven van de Delfshavense Schie, gebouwd. In 1579 werd deze door een nieuwe brug vervangen. Beide bruggen waren van hout. De brug dankt haar naam aan het feit dat ze zo hoog gebouwd was, dat het scheepvaartverkeer van Delft naar Delfshaven er gemakkelijk onderdoor kon. Dit in tegenstelling tot de Lage Brug over de Rotterdamse Schie.

In 1389 verleende hertog Aelbrecht van Beieren aan de stad Delft vergunning tot het graven van een vaart naar de Maas. Aan de mond ontstond Delfshaven, de haven van Delft. In oude stukken treft men vaak de naam Delfsche haven aan. De naam wordt, ten onrechte, ook wel eens Delftshaven gespeld volgens de huidige schrijfwijze van de stad Delft. De oude naam van deze stad was Delf. Vandaar de naam Delfshaven.

De foto komt uit de collectie Topografie Rotterdam en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Het Groenendaal gezien in de richting van de Overblaak (kubuswoningen), 1986

Het Groenendaal gezien in de richting van de Overblaak (kubuswoningen) met links de Burgemeester van Walsumweg, 25 april 1986.

Onder de naam Groenendaal komt al in 1550 de kade ten zuiden van de Steigersgracht voor. Pas in 1576 werd de verbinding tussen deze gracht en de Nieuwehaven tot stand gebracht. Het gedeelte van de Steigersgracht, waarlangs het Groenendaal liep en dat gelegen was tussen de Valkenbrug en de Nieuwehaven, kwam ook voor onder de naam Groenendaalsgracht. De naam Groenendaal herinnert aan de oude toestand in het begin van de 16de eeuw, toen dat gehele gedeelte nog weiland en tuin was en men ten zuiden van de buitendijksloot (Steigersgracht) als in een groen dal kwam. Op 11 januari 1911 werd besloten tot demping van de Groenendaalsgracht. Daarbij verviel ook de vroegere Poppenbrug, die over deze gracht lag ter hoogte waar ze in de Nieuwehaven uitkwam. Het huidige Groenendaal ligt ongeveer ter plaatse van de vroegere straat van die naam.

Gerard Ewout van Walsum (Krimpen aan den IJssel, 21 februari 1900 – Rotterdam, 27 juli 1980) was een Nederlands politicus die een vooraanstaande positie in de PvdA heeft bekleed. Onder meer was hij van deze sociaaldemocratische partij burgemeester van Rotterdam.

Na zijn middelbareschooltijd te hebben doorgebracht aan het Rotterdamse Marnix Gymnasium, bekwaamde Van Walsum zich van 1920 tot 1926 in de rechtsgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Hij begon zijn werkzame leven als medewerker van de Rotterdamse Kamer van Koophandel, waar hij opklom tot secretaris. In de jaren 30 werd hij ook lid van de hoofdredactie van het dagblad De Nederlander, de spreekbuis van de Christelijk-Historische Unie. Binnen de CHU bekleedde hij enige tijd het secretariaatschap. Ook was hij namens deze partij van 1939 tot 1941 lid van de raad van de gemeente Rotterdam.

Na de Tweede Wereldoorlog brak de van christelijk-historische huize zijnde Van Walsum in het kader van de ‘Doorbraak’ door naar de PvdA. Wat politieke functies buiten de PvdA betreft, zat hij vlak na de oorlog een aantal jaren (opnieuw) in de gemeenteraad van Rotterdam (was ook een jaar wethouder), in de Provinciale Staten van Zuid-Holland en in de Tweede Kamer, alvorens in 1948 met een burgemeestersloopbaan te beginnen, eerst die van Delft (1948-1952) en vervolgens die van Rotterdam (1952-1965).

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Molen de Noord aan het Oostplein, 1989

Molen de Noord aan het Oostplein met op de voorgrond een gedeelte van de Oostpoort met daaraan huizen, 1898-1902.

Korenmolen De Noord was een stellingmolen aan het Oostplein in Rotterdam. De molen werd in 1711 gebouwd ter vervanging van een standerdmolen. Vanaf de bouw tot in de negentiende eeuw werd de Noord gebruikt als moutmolen; later werd overgeschakeld op het malen van graan voor veevoer. In 1919 dreigde sloop, wat ternauwernood voorkomen kon worden door ingrijpen van de gemeenteraad. De Noord werd gerestaureerd en verhuurd aan de firma van Vliet uit Goidschalxoord. Tijdens het bombardement op Rotterdam stond de omgeving in lichterlaaie. De molenaars lieten de wieken draaien om overslaan van de brand naar de molen te voorkomen.

In de nacht van 27 op 28 juli 1954 brandde de molen door onbekende oorzaak uit. De molenromp, die te slecht was om gebruikt te kunnen worden voor herbouw, werd in het najaar van hetzelfde jaar afgebroken. Een plan voor herbouw werd door de gemeenteraad afgekeurd.

Het Oostplein ligt nabij de plaats waar de vroegere Oostpoort stond. Er zijn verschillende poorten van deze naam geweest. De oudste poort moet kort na 1358 zijn gebouwd. De laatste Oostpoort werd in 1836 voor afbraak verkocht. Een klein gedeelte bleef nog tot 1912 staan. De naam Oostplein werd in 1871 gebruikt voor het gedempte gedeelte van de Oostvest, ook wel Oostvestplein geheten. In 1902 werd de naam gegeven aan het plein dat ontstaan is door demping van de uit 1576 daterende kolk aan de Oostpoort.

De foto komt uit de Collectie Topografie en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van WIkipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Gezicht in de Bingleystraat, 1974

Ward Bingley (Rotterdam, gedoopt 27 januari 1757 – Den Haag, 26 juni 1818) was een Nederlands toneelspeler, toneelschrijver, vertaler en theaterdirecteur, die achtereenvolgens in Rotterdam, Amsterdam en Den Haag actief was. Met zijn collega’s Theo Majofski, Andries, Helena en Anna Maria Snoek, Geertruida Jacoba Hilverdink en Johanna Cornelia Wattier behoorde hij tot de bekendste acteurs van het classicistische toneel, dat in deze periode tot grote bloei kwam. Bingley werd omschreven als een ontwikkeld man, met een rijzige gestalte, klassieke gelaatstrekken, een doordringende blik, een levendige mimiek en een zware, rauwe stem. Dat laatste beperkte hem enigszins in zijn rollen.

Ward Bingley werd in 1756 in Rotterdam geboren als zevende kind van tweede-generatie Engelse immigranten, die sinds 1722 in Rotterdam woonden. Zijn vader, William Bingley, kwam uit een presbyteriaans gezin. Samen met zijn broer Richard dreef hij een florerende wijnhandel. Zijn moeder, Anna Stanton, was een dochter van katholieke Engelse immigranten. Ward werd evenals zijn broers en zussen presbyteriaans gedoopt en was voorbestemd om de wijnhandel in te gaan, waarvoor hij in de leer ging, eerst bij zijn vader, daarna bij zijn oom Frederik Stanton, die ook wijnhandelaar was. In 1771 werd het familiebedrijf om onbekende redenen verkocht en verlieten de Bingleys de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. De veertienjarige Ward bleef in Rotterdam achter.

Mogelijk kende Bingley de familie Snoek, die eveneens in de Rotterdamse wijnhandel actief was, en waarvan de oudste kinderen Helena en Andries – later ook de jongste dochter Anna Maria – amateurtoneel speelden. Wellicht werd hij in zijn nieuwe roeping gestimuleerd door de voorstellingen die de bekende toneelspeler Jan Punt en zijn vrouw tussen 1772-77 in Rotterdam gaven. In 1775 kreeg Bingley een voorlopig contract bij het gezelschap van Marten Corver, dat toen de Rotterdamse Schouwburg bespeelde.

De foto is gemaakt door Topografie Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen