Tag Archives: van oldebarneveldstraat

Mauritsweg, 1969

Lijn 3 komt uit de Van Oldenbarneveltstraat en slaat rechtsaf naar de Mauritsweg, 1969 (geschat).

Deze straat is vernoemd naar Johan van Oldenbarnevelt, 1547-1619, pensionaris van Rotterdam 1576-1586, raadpensionaris van Holland 1586-1618. Stadspensionaris van 1576 tot 1586. Hij slaagde erin de positie van Rotterdam te versterken door onder meer de stad in 1581 een stem te geven in de Staten van Holland. Tijdens de tien jaren van zijn pensionarisschap werd Rotterdam de zevende van de grote steden van Holland, in plaats van de eerste van de kleine steden. Van Oldenbarnevelt speelde ook een belangrijke rol bij de oprichting van de VOC. Tijdens de godsdiensttwisten gedurende het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) kwam Van Oldenbarnevelt, inmiddels raadpensionaris van de Staten van Holland, tegenover stadhouder Maurits te staan. Dit leidde in 1619 tot zijn terechtstelling. Zijn standbeeld staat voor het stadhuis.

Deze weg draagt de naam van Prins Maurits, 1567-1625, stadhouder van Holland 1585-1625. Maurits gaf de opdracht om Van Oldenbarnevelt terecht te stellen. De Mauritsstraat heette voor 1876 Waschbleeklaan. Deze laan, waaraan zich verschillende washuizen en blekerijen bevonden, dateerde van omstreeks 1650. In 1660 komt ze reeds onder deze naam voor, in 1870 werd ze door de stad overgenomen.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van rotterdam van toen

Hoek Coolsingel en de Van Oldenbarneveltstraat, 1935

Op de hoek van de Coolsingel en de Van Oldenbarneveltstraat, 1935.

Johan van Oldenbarnevelt (Amersfoort, 14 september 1547 – Den Haag, 13 mei 1619), zoon van Gerrit van Oldenbarnevelt en Deliana van Weede, was raadpensionaris van de Staten-Generaal tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Hij werkte lange tijd samen met Maurits van Oranje (de zoon van Willem van Oranje), maar werd het slachtoffer van een door Maurits beheerst politiek proces en daaropvolgende executie.

In 1570 werd Van Oldenbarnevelt advocaat bij het Hof van Holland. In 1572 sloot hij zich aan bij Willem van Oranje in Delft. Hij verhuisde naar Delft en werd advocaat voor het hoogheemraadschap van Delfland. Echt gevochten in de opstand heeft hij niet. Alleen bij het ontzet van Haarlem (1573) zou hij hebben deelgenomen aan een burgermilitie. Hij werd benoemd tot commissaris voor het doorsteken van de dijken in Zuid-Holland om Leiden te ontzetten. Hij trouwde in 1575 met de rijke Delftse (buitenechtelijke) regentendochter Maria van Utrecht, enig erfgename van vijf heerlijkheden. Een jaar later werd hij Pensionaris van Rotterdam, in die tijd een snel groeiende, maar nog kleine stad. Daar viel hij op vanwege zijn werklust en intelligentie. Als pensionaris van Rotterdam nam hij in de Staten van Holland en West-Friesland deel aan verschillende onderhandelingen. In 1579 werd hij gekozen in de commissies van financiën en marine van de Staten. Nadat Van Oldenbarnevelt in 1582 de vertrouwenspersoon van Willem van Oranje was geworden, en de Staten-Generaal met de prins naar Delft waren verhuisd, groeide de macht van Van Oldenbarnevelt.

Een theologisch meningsverschil over predestinatie tussen de twee Leidse hoogleraren Jacobus Arminius en Franciscus Gomarus leidde tot een breuk in de Nederduits Gereformeerde Kerk (later Nederlandse Hervormde Kerk). Rond 1610 ging deze kwestie een politieke rol spelen toen de predikant Johannes Uytenbogaert een klaagschrift of remonstrantie indiende, om de aanhangers van Arminius de vrijheid te geven zich van de orthodoxe kerkleer af te scheiden. De contraremonstranten kwamen daarop met een contraremonstrantie waarin werd geëist dat alle gelovigen zich bij de orthodoxe kerkleer zouden aansluiten. Van Oldenbarnevelt, zelf een aanhanger van het Arminianisme, vond dat de kerk meerdere stromingen moest kunnen hebben. Maurits stond echter een calvinistische eenheidskerk voor. Hoewel Maurits tot dat moment de diensten van de remonstrant Johannes Uytenbogaert wel had bezocht, besloot hij in het vervolg de diensten van de contraremonstranten in de Kloosterkerk te volgen, pal naast de woning van Oldenbarnevelt. Het was nu een politiek conflict geworden. Daardoor ontstonden ook tegenstellingen tussen de provincies en braken in verscheidene steden onlusten uit. Van Oldenbarnevelt, die bang was dat Maurits op een staatsgreep aanstuurde, liet in 1617 door de Staten van Holland de Scherpe Resolutie aannemen. Deze resolutie gaf onder andere de steden in Holland de mogelijkheid om zelfstandig huurtroepen (waardgelders) aan te nemen om onlusten te voorkomen.

Prins Maurits pleegde hierop een staatsgreep. Hij ontsloeg daarna de waardgelders en op 29 augustus 1618 liet hij Johan van Oldenbarnevelt, en zijn medestanders Hugo de Groot, Rombout Hogerbeets en Gilles van Leedenberch, arresteren op verdenking van hoogverraad. Johan van Oldenbarnevelt moest dit alles met onthoofding bekopen.
De foto komt uit de Collectie Koops en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Coolsingelziekenhuis, Van Oldenbarneveltstraat 1908

Het Coolsingelziekenhuis met rechts de Van Oldenbarneveltstraat, 1908-1912.

Het Grote Ziekenhuis of Coolsingelziekenhuis is een voormalig Rotterdams ziekenhuis. Het gebouw stond op de hoek van de Van Oldenbarneveltstraat en de Coolsingel. De oorspronkelijke architect was Willem Nicolaas Rose (1801 – 1877).

Het ziekenhuis werd tussen 1839 en 1848 gebouwd en in de jaren 1880 aan de achterkant uitgebreid.
De eerste directeur was Dr. J.B. Molewater (1813 – 1864). Molewater hanteerde het ‘profijtbeginsel’, je betaalde voor wat je kreeg en had daardoor rechten die men in het Gasthuis niet had, daar was je afhankelijk van de ‘relatie die je opbouwde met de doktoren’.

Tot die tijd was het gebruikelijk dat de hogere klassen zich thuis lieten verplegen, want die konden dit betalen. Door de introductie van verschillende verpleegklassen dacht Molewater de financiering van heel zijn ziekenhuis gezond te houden. Voor 1853 nam het Coolsingelziekenhuis zelfs alleen maar betalende patiënten aan, de rest moest zich behelpen met het oude Gasthuis.

Het ziekenhuis leed in de beginperiode grote verliezen. De gemeente subsidieerde het ziekenhuis al fors en was bovendien bang dat als ze alles zouden betalen, de diaconieën ook al hun patiënten zouden gaan doorsturen naar het Coolsingelziekenhuis. Men stelde toen nog prijs op een sterke scheiding van staat en kerk, ieder moest voor zichzelf zorgen. Uiteindelijk kwam men tot het besef dat enige coördinatie toch voordelen zou bieden en dus zouden in het Coolsingelziekenhuis ook ‘armlastigen’ worden geaccepteerd, ook al werden die gestuurd door de diaconieën. Ook toen al kon men berekenen dat bij een hoge subsidie een paar extra gratis patiënten echt geen verschil meer zou maken. Het uiteindelijke doel was dat zoveel mensen als mogelijk van het ziekenhuis gebruik zouden gaan maken: leegstand is altijd duurder en hoe meer patiënten hoe hoger de omzet, dacht men.

Vanuit heel Europa kwam men op bezoek in het modernste ziekenhuis van Europa, het Coolsingelziekenhuis. In 1864 overleed Molewater en het ziekenhuis verloor al snel zijn voorsprong op andere ziekenhuizen.

Het ziekenhuis was door Rose opgezet als een corridorziekenhuis, later werd de trend meer een ziekenhuis met verschillende paviljoens en barakken, nodig voor de behandeling van besmettelijke ziekten.

Molewater had altijd meer gepleit voor een integraal ziekenhuis, maar mensen wilden toen niet graag verpleegd worden naast een cholerapatiënt en dus liepen de inkomsten van het ziekenhuis snel terug. Er werd gezocht naar een oplossing in de vorm van dependances.

Tijdens het bombardement van Rotterdam in 1940 werd het ziekenhuis ondanks een groot rood kruis op het dak zwaar beschadigd. De patiënten konden maar ternauwernood worden geëvacueerd. Alleen de buitenmuren stonden nog overeind, evenals de toegangspoort aan de achterzijde van het gebouw, aan de toenmalige Crispijnlaan. Een aantal paviljoens overleefden de oorlog en bleven tot december 1960 in gebruik.

In 1941 werd, op de plek waar het hoofdgebouw van het ziekenhuis stond, begonnen met de bouw van het bankgebouw van de Rotterdamsche Bank. Dit bankgebouw werd in 1948 opgeleverd. In 1949 werd begonnen met de aanleg van de Lijnbaan die langs de nog staande achterpoort trok. Deze voetgangersstraat werd in 1953 geopend. De Coolsingelpoort was dan het enige staande overblijfsel van het ziekenhuis. In 2006 waren er plannen om de poort te schenken aan het Erasmus Medisch Centrum zodat het een plek zou kregen bij de nieuwbouw. Het Historisch Genootschap Roterodamum wist de lokale politiek te bewegen om dit tegen te houden, opdat de herinnering aan het Coolsingelziekenhuis bleef.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Van Oldebarneveldstraat 1900

De Van Oldenbarneveltstraat met de rooms-katholieke kerk het Allerheiligst Hart van Jezus, in de volksmond ‘De Olde’ genoemd, 1900. Op de voorgrond de Westersingel met daarachter de paardentram die op de Mauritsweg rijdt.

De Van Oldenbarneveltstraat is vernoemd naar Johan van Oldenbarnevelt, 1547-1619, pensionaris van Rotterdam 1576-1586, raadpensionaris van Holland 1586-1618. Stadspensionaris van 1576 tot 1586. Hij slaagde erin de positie van Rotterdam te versterken door onder meer de stad in 1581 een stem te geven in de Staten van Holland. Tijdens de tien jaren van zijn pensionarisschap werd Rotterdam de zevende van de grote steden van Holland, in plaats van de eerste van de kleine steden. Van Oldenbarnevelt speelde ook een belangrijke rol bij de oprichting van de VOC. Tijdens de godsdiensttwisten gedurende het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) kwam Van Oldenbarnevelt, inmiddels raadpensionaris van de Staten van Holland, tegenover stadhouder Maurits te staan. Dit leidde in 1619 tot zijn terechtstelling.

De Allerheiligst Hart van Jezuskerk was een rooms-katholieke kerk in Rotterdam.

De kerk werd tussen 1879 en 1880 gebouwd aan de Van Oldenbarneveltstraat bij het centrum van de stad. Dit deel van het centrum was destijds nog in ontwikkeling en waar eerst nog weilanden lagen breidde nu de stad verder in westelijke richting uit. Het kerkbestuur van de Sint-Dominicuskerk besloot tot de bouw van een kerk in dit nieuwe stadsdeel.

De kerk werd gebouwd naar een ontwerp van Evert Margry, een leerling van Pierre Cuypers. Margry ontwierp een driebeukige neogotische kruiskerk. De kerk was 46 meter lang en 20 meter breed. De kerk stond niet vrij, maar was ingebouwd tussen woonhuizen en het pastoriegebouw. Het rondboogportaal met dubbele deuren was versierd met een frontaal, dat werd bekroond met een kruis. Hierboven was een rij arcaden, met daarboven een groot roosvenster. Het dak was versierd met een kroonlijst, waar op de punt een kruis stond. Links van de gevel stond de hoge vierkante toren met de klok. Rechts stond nog een kleine toren, die maar net hoger was dan de nok van het gebouw. Twee lagere achthoekige torens stonden bij het koor aan de achterzijde van de kerk.

In de eerste jaren van zijn bestaan werd de kerk verder verfraaid met kunstwerken. In 1884 werd een nieuw orgel geplaatst. De parochie groeide sterk en er werd een uitbouw aan de linkerzijde van de kerk gebouwd. In de jaren 1910 moest een grote restauratie aan de kerk worden uitgevoerd, toen bleek dat fundering niet in orde was waardoor de vloer wegzakte.

Bij het Bombardement op Rotterdam in mei 1940 werd de Allerheiligst Hart van Jezuskerk door brand verwoest.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen