Nederland heeft op de Olympische Spelen in Tokio een recordaantal medailles veroverd op de atletiek. De Nederlandse equipe behaalde in Japan acht medailles (twee keer goud, drie keer zilver en drie keer brons) en eindigde daarmee als zesde op de medaillespiegel.

Sifan Hassan had met drie medailles (goud op de 5.000 en 10.000 meter en brons op de 1.500 meter) het grootste aandeel in het eindtotaal van Nederland. Verder was er zilver voor Anouk Vetter (zevenkamp), Abdi Nageeye (marathon) en de estafettemannen (4×400 meter). Emma Oosterwegel (zevenkamp) en Femke Bol (400 meter horden) pakten brons.

Met de acht medailles in Tokio deed Nederland het – qua aantal medailles – beter dan in 1948, het oude recordjaar. Toen werden er zes medailles gepakt op de atletiek. Een kanttekening: er was destijds wel vier keer goud voor Nederland.

De Nederlandse atletiekploeg deed het in Tokio qua medailles veel beter dan tijdens de Spelen van 2016 in Rio de Janeiro. Toen pakte alleen Dafne Schippers (zilver op de 200 meter) een medaille. Tijdens de Spelen van 2012, 2008, 2004 en 2000 waren er zelfs helemaal geen medailles op de atletiek voor Nederland.

EK indoor waren voorbode

De EK indooratletiek in maart in Polen waren al de voorbode van een medailleoogst in Tokio. Met vier gouden, een zilveren en twee bronzen medailles eindigde de Nederlandse ploeg toen zelfs bovenaan in het medailleklassement.

In Tokio gingen de meeste atletiekmedailles naar de Verenigde Staten (26, waarvan zeven goud).

Ook Italië (vijf keer goud) en Kenia, Polen en Jamaica (alle vier keer goud) eindigden boven de Nederlandse ploeg in het medailleklassement bij de atletiek.