In haar ideale wereld doet Suzanne Schulting bij de Olympische Winterspelen van Peking mee aan het shorttrack én het langebaanschaatsen. Maar de 23-jarige Nederlandse weet ruim vier maanden voor de start van het evenement niet of het combineren van de twee sporten realistisch is.

Ze heeft stiekem het programma van de Spelen al bestudeerd. “De 1.000 meter op de langebaan is pas aan het einde van de tweede week, als het shorttrack klaar is. Dus dat zou prima in mijn schema passen”, aldus Schulting. “Maar ik vind het lastig om nu al harde uitspraken te doen over mijn langebaanplannen. Ja, ik wil heel graag op de langebaan rijden in Peking, maar ik weet niet of het haalbaar is.”

De Friezin is en blijft ook in het olympische seizoen vooral shorttrackster. In die sport is ze regerend Europees en wereldkampioene op alle afstanden, regerend olympisch kampioene op de 1.000 meter en in februari kanshebber op olympisch goud op alle vijf de onderdelen (500, 1.000 en 1.500 meter, relay voor vrouwen en de nieuwe mixed relay).

Maar Schulting bewees vorig seizoen dat ze ook op de 400 meterbaan mee kan doen met de wereldtop. Doordat de meeste wereldbekers in het shorttrack werden geschrapt vanwege de coronapandemie, kon de pupil van Jeroen Otter een flink aantal langebaanwedstrijden schaatsen. Met succes, want ze plaatste zich voor de WK afstanden in Heerenveen.

“Ik vond dat toernooi echt geweldig”, zegt Schulting ruim een half jaar na haar veertiende plek op de 500 meter en haar achtste plek op de 1.000 meter in Thialf. “Daarom kan en wil ik nu nog niet zeggen dat ik in Peking zeker géén langebaan ga rijden. Misschien verras ik mezelf wel weer en gaat het langebanen me opnieuw heel erg helpen, omdat ik er een shitload aan energie van krijg. Maar op dit moment ligt mijn focus eerst echt volledig op het shorttrack.”

Suzanne Schulting debuteerde in februari bij de WK afstanden.
Suzanne Schulting debuteerde in februari bij de WK afstanden.
Foto: ANP

Eerste vier wereldbekers shorttrack zijn heel belangrijk

Voor de Nederlandse shorttrackers begint over iets meer dan een maand namelijk al een ontzettend belangrijk blok van vier wereldbekers. In Peking (21-24 oktober), Nagoya (28-31 oktober), Debrecen (18-21 november) en Dordrecht (25-28 november) moet de Nederlandse ploeg goed presteren om het maximale aantal van tien olympische tickets (vijf bij de vrouwen en vijf bij de mannen) te verdienen.

“Ik wil eerst die wereldbekers rijden en onze plaatsen voor de Spelen veiligstellen”, aldus Schulting. “Daarna gaan we wel eens kijken hoe ik ervoor sta, of ik wat wedstrijden op de langebaan kan meepakken en of dat echt de moeite waard is. Want ik wil niet dat de langebaan me energie gaat kosten of dat het ten koste gaat van het shorttrack.”

Otter had bij de Spelen van 2014 en 2018 met Jorien ter Mors al een pupil die bij het shorttrack én op de langebaan actief was. De bondscoach benadrukt dat Schulting de twee sporten in Peking alleen moet combineren als ze elkaar versterken.

“Ze heeft de kwaliteiten om het te doen”, aldus Otter. “Maar het moet elkaar niet in de weg staan. Het is nu lastig in te schatten of dat bij ‘Suus’ het geval zal zijn. Fysiek moet het wel lukken, het gaat vooral om de mentale stress en het steeds maar opladen voor een wedstrijd. Dat is een afweging die we moeten gaan maken.”

Het langebaanseizoen begint met de NK afstanden in Heerenveen van 29 tot en met 31 oktober. Daar kan Schulting sowieso niet bij zijn. Het olympisch kwalificatietoernooi is van 26 tot en met 30 december en past in principe wel in haar (shorttrack)planning. Bij die vijfdaagse in Thialf worden alle olympische tickets op de langebaan verdeeld.

Suzanne Schulting (rechts) was woensdag in Amsterdam voor de presentatie van de Nederlandse shorttrackploeg.
Suzanne Schulting (rechts) was woensdag in Amsterdam voor de presentatie van de Nederlandse shorttrackploeg.
Foto: ANP