Twee maanden na het veroveren van de olympische titel wisten de Nederlandse teamsprinters dinsdagavond bij de start van de EK baanwielrennen opnieuw te pieken door goud te pakken. Het kostte Harrie Lavreysen (foto), Jeffrey Hoogland en Roy van den Berg niet veel moeite om de knop na de Spelen om te zetten.

“We vinden het spelletje heel leuk, ons basisniveau is heel hoog en we kennen Grenchen op ons duimpje”, zei starter Van den Berg tegen de NOS. “We rijden gewoon hartstikke graag. Dit was de tweede wedstrijd in twee jaar, want die op de Spelen was de eerste. Het was dus fantastisch om weer te fietsen.”

De Nederlandse teamsprinters zijn al jaren ongenaakbaar en bekroonden hun dominantie begin augustus in Tokio door hun eerste olympische titel veilig te stellen. Lavreysen pakte ook nog goud op de sprint en brons op de keirin, terwijl Hoogland achter zijn landgenoot op de sprint zilver pakte.

Ondanks het drukke programma in Tokio en de daaropvolgende rustperiode keken de teamsprinters erg uit naar de EK. In de finale in het Zwitserse Grenchen was het Nederlandse trio, dat in 2018, 2019 en 2020 wereldkampioen werd, een maatje te groot voor Frankrijk (42,302 om 44,193).

“Als zo’n wedstrijd dichterbij komt, begint het toch weer te kriebelen. De tijden gaan weer omlaag en je hebt weer met z’n allen zoiets van: we gaan ervoor, schouders eronder. Het is tof dat er dan een hartstikke mooi resultaat uit komt”, aldus Van den Berg.

Harrie Lavreysen, Jeffrey Hoogland en Roy van den Berg domineerden weer op de teamsprint.
Harrie Lavreysen, Jeffrey Hoogland en Roy van den Berg domineerden weer op de teamsprint.
Foto: ANP

Ook goud voor vrouwen: ‘Was benieuwd wat er nog in zat’

Niet alleen de mannen, maar ook de vrouwen pakten dinsdag goud op de teamsprint. Shanne Braspennincx, Kyra Lamberink en Hetty van der Wouw zetten in de finale tegen Duitsland een wereldrecord neer (46,551). Dat deed het drietal eerder op dinsdag ook al.

Braspennincx, die in augustus op de keirin olympisch kampioen werd, ziet de gouden EK-plak als een positieve verrassing. Het onderdeel bij de vrouwen werd voorheen met twee rensters afgewerkt en de in België geboren Nederlandse kwam er pas op het laatste moment bij.

“De andere meiden hebben hier al een tijdje op getraind en ik ben er last minute bij geschoven, maar het ging wel goed”, zei Braspennincx in gesprek met de NOS. In Tokio was ze samen met Laurine van Riessen nog dicht bij brons op de teamsprint, maar de Russische vrouwen waren net iets sneller.

“Ik heb zelf ook een stap gezet. Met Laurine heb ik goed gereden in Tokio en ik ben blij dat ik het weer heb laten zien. Ik was heel benieuwd wat er nog in het vat zou zitten, dus dit is een heel mooi begin van de EK. Het is ook echt mooi dat je dit succes deelt met z’n allen.”