Waanzin of topsport? Lou Vlasblom dook met twee salto’s van de Hef

“Ik ga even zwemmen”, zegt de 19-jarige Lou Vlasblom uit Rotterdam-Crooswijk op 14 januari 1933 nonchalant tegen zijn moeder, als hij thuis is gekomen van zijn werk bij het slachthuis. Dat blijkt een aankondiging van formaat: even later duikt hij van de Hef. Dat is een illegale en levensgevaarlijke sprong van bijna zeventig meter hoogte.

“Er was discussie: is hij een gek of is het een topsporter?”, zegt Siebe Thissen. Hij is de auteur van het boek De jongen die van de Hef dook, dat zaterdag verschijnt. Voor het boek heeft Thissen uitgebreid onderzoek gedaan en heeft hij met de dochter en kleindochter van de in 1999 overleden Vlasblom gesproken.

Lou Vlasblom op de Hef in 1956 | Foto: collectie familie Vlasblom

 

“Hij was een groot sportman en zo zag hij zichzelf ook”, vertelt Thissen. De sprong van de Hef blijkt geen ondoordachte actie. Vlasblom was geen showmannetje of lefgozer. Het was hem niet om een stunt te doen. “Die salto’s waren niet voor de show, hoewel hij van schoonspringen hield.” De salto’s blijken nodig om de snelheid terug te brengen. “Hij zei ‘als ik die salto’s maak, kan ik mijn snelheid afremmen en kom ik precies goed uit’. En zo geschiedde, hij is perfect neergekomen.”

 

 

 

Reconstructie van de duik uit het plakboek van Lou Vlasblom | Foto: collectie familie Vlasblom

We spreken Thissen op het Noordereiland in Rotterdam bij de noordelijke toren van de Koningshavenbrug, die in de stad beter bekend staat als De Hef. Thissen wijst omhoog, naar twee plateautjes bovenin de toren. Op 67 meter hoogte is het bovenste plateau. Vanaf die plek is Lou Vlasblom in 1933 naar beneden gedoken. Ter vergelijking: het Witte Huis bij de Oude Haven in Rotterdam is 43 meter hoog, de toren van de Laurenskerk 65 meter.

In zijn boek beschrijft Thissen hoe die zaterdag 14 januari 1933 voor Lou Vlasblom verliep. ‘s Morgens heeft hij gewoon gewerkt, want de vijfdaagse werkweek bestaat nog niet in de tijd. De meeste mensen werken ook gewoon op zaterdagmorgen. Vlasblom heeft een pittige baan: hij is darmenschrapper in een slachthuis in zijn woonwijk Crooswijk.

Zakdoek in mond gepropt

Met zijn vriend Joop Wijnans gaat hij uiteindelijk naar de Hef. Wijnans blijft beneden staan en moet voor zijn vriend in de gaten houden of er geen bootjes, wrakhout of ratten drijven. “Lou is naar boven geklommen, hij is eerst op z’n gemakkie boven gaan staan, heeft z’n jasje uit gedaan om op temperatuur te komen. Hij heeft een sigaretje gerookt en nog eens een keer rond gekeken en naar de mensen beneden gezwaaid”, beschrijft Siebe Thissen.

“Hij heeft z’n jas weer aangetrokken en een zakdoek in zijn mond gepropt, want hij had gehoord dat als je geen zakdoek in je mond propt, je adem wordt afgesnoerd en dan sterf je al voordat je beneden bent. Hij heeft diep adem gehaald en die sprong gemaakt”.

Er zijn niet veel mensen getuige van de sprong. Een handjevol omstanders is blijven staan als ze de jongen naar boven zien klimmen. Ook een agent van de Rotterdamse politie slaat de actie van Vlasblom gade. Die neemt hem mee naar het bureau om hem te bekeuren. Moeder Vlasblom haalt hem daar later op.

 

 

Lou Vlasblom in 1933 | Foto: collectie familie Vlasblom

De sprong van Vlasblom van de Hef staat niet op zich. Thissen schrijft in De jongen die van de Hef dook hoe in Rotterdam begin jaren ’30 veel mensen bezig zijn met deze sport. “Het was een volkssport, mensen volgden dat, ze hielden van dit soort nieuws. Ze hielden van het duiken van hoge objecten, van het zwemmen van Calais naar Dover, allerlei dingen op en rond het water, dat was wel een Rotterdamding”, zo zegt Thissen aan de kade van de Maas bij de Hef.

 

 

In 1932 duikt Vlasblom van de boog van de Hef | Foto: collectie familie Vlasblom

 

“Voor Rotterdammers was het toch wel een daad van betekenis omdat nog nooit, waar ook ter wereld iemand van zo’n grote hoogte had gesprongen. Overal werd het geprobeerd, in New York, in Stockholm, overal werd van grote hoogte gesprongen, maar de meeste mensen die boven de 50 meter kwamen, braken ruggenwervels, armen, benen, ze braken hun nek, ze gingen dood. Maar hij deed het.”

Thissen heeft onderzocht of er ooit iemand van een hoger punt heeft gedoken, hij heeft het niet kunnen vinden. Het record staat nog altijd op naam van Lou Vlasblom, hoewel het geen officieel vastgelegd record is. Thissen: “Het wereldrecord in het World Guiness Book of Records gaat tot 50, 55 meter, maar die bijna 70 meter van Lou Vlasblom is ongekend. Ik zou niemand aanmoedigen om het te doen, het is gekkenwerk, het is gigantisch hoog.”

 

Vlasblom (links) gehuldigd in het Grand Theatre | Foto: collectie familie Vlasblom

Een week na de huldiging van Vlasblom heeft een jonge Rotterdammer een poging gedaan het record te verbreken. Jan Tabbernee uit het Oude Noorden beklimt ook de noordelijke toren van de Hef. Waar Vlasblom van het hoogste plateautje duikt, kiest Tabbernee voor de iets hoger gelegen bovenkant van de kabelwielen.

Tabbernee overleeft zijn sprong niet, hij is dood gevallen op het water. “Dat is ook meteen het drama van het hele verhaal, heel veel mensen gingen erna Lou Vlasblom verwijten dat hij jonge jongens de dood in had gejaagd zoals Jan Tabbernee. Vandaar dat hij niet superveel plezier heeft gehad van zijn sprong later”, weet Thissen. De auteur heeft interviews bekeken met Vlasblom: “Aanvankelijk vragen ze naar zijn prestatie en dan begint hij trots te vertellen, maar meteen daarna beginnen die vragenstellers over Jan Tabbernee. Dan zie je hem wegkwijnen en dan zie je dat het hem pijn doet.”

auteur Siebe Thissen bij de Hef | Foto: Rijnmond

Stadsmythe

 

Veel Rotterdammers kennen het verhaal van de jongen die van de Hef dook. Maar evenzoveel mensen weten niet hoe het nou precies zit. Dat is de reden voor Siebe Thissen om het boek De jongen die van de Hef dook te schrijven: “Het is een stadsverhaal, het hoort bij Rotterdam. Het hoort bij een havenstad, het hoort bij een stad met een rivier, met water, bruggen. Het is een verhaal dat mensen al generaties aan elkaar vertellen, maar veel mensen weten niet hoe het nou zat. Het is een Rotterdamse stadsmythe, een urban legend. Het is het vooroorlogse Rotterdam, het boek laat een cultuur zien. Ik vind eigenlijk dat alle Rotterdammers Lou Vlasblom moeten kennen.”

 

 

 

Het boek ‘De jongen die van de Hef dook’ verschijnt op 27 november | Foto: Rijnmond

 

Eén van de andere Rotterdamse ‘brugspringers’ in de jaren ’30 is Aad van Welzenes. Het hoogterecord staat op zijn naam. Van Welzenes duikt in augustus 1932 van één van de bogen van de Willemsspoorbrug. Het is een duik van 32 meter hoogte. In tegenstelling tot Vlasblom, die geen mensen optrommelt voor zijn bijzondere sprong, heeft van Welzenes het Polygoon-journaal op de hoogte gebracht. Van zijn sprong zijn bewegende beelden bewaard gebleven.

Tot de duik van de Heftoren van Lou Vlasblom, staat het hoogterecord op naam van Van Welzenes. In het plakboek van Lou Vlasblom zit het felicitatiebriefje van Van Welzenes.

No votes yet.
Please wait...