Op maandag 8 januari 1962 vindt de dodelijkste treinramp uit de Nederlandse geschiedenis plaats. Twee treinen (een stoptrein en een sneltrein) botsen ‘s ochtends om 9.19 uur op elkaar nabij Harmelen. Die treinramp kost 93 mensen het leven, 52 mensen raken gewond. Hoe kan het die dag zo misgaan?

Stoptrein 464 is die maandagochtend onderweg van Rotterdam naar Amsterdam en vertrekt om 9.15 uur uit Woerden. Aan boord zijn ongeveer 180 reizigers. Vanuit Leeuwarden is sneltrein 164 met zo’n negenhonderd passagiers op weg naar Rotterdam.

De sneltrein heeft die dag een paar minuten vertraging, dus mag de stoptrein alvast vertrekken in de richting van Breukelen. De sneltrein, die zich inmiddels automatisch heeft gemeld bij de treindienstleider, krijgt met een rood sein het teken om te stoppen.

Maar daar gaat het gruwelijk mis. Het is mistig in de polder en de machinist ziet een geel sein over het hoofd, de waarschuwing dat er een rood sein aankomt.

Terwijl de stoptrein verder richting de aftakking naar Breukelen rijdt, merkt de machinist van de sneltrein het rode sein op. Hij zet halsoverkop de remming in. Maar dan is het al te laat. Met meer dan 100 kilometer per uur rijdt de sneltrein frontaal op de stoptrein.

Ooggetuigen konden weinig doen

De sneltrein schiet met de locomotief van het spoor en schuift met enkele treinstellen in de stoptrein. Nog eens vier rijtuigen van de sneltrein ontsporen en raken vervolgens de achterkant van de stoptrein. Doordat de sneltrein in volle vaart op de stoptrein klapt, zijn de eerste stellen van die trein volledig verwoest. Alleen het laatste rijtuig, hoewel zwaar beschadigd, blijft op de rails.

“Mensen gilden en schreeuwden om hulp”, zo omschrijft een ooggetuige de situatie bij Andere Tijden. “En wij konden heel weinig doen, omdat mensen bekneld zaten en onder de gekantelde wagons lagen. Die konden wij niet optillen en dus stonden we machteloos.”

Door de botsing overleden 91 passagiers ter plaatse, twee anderen overleden later in het ziekenhuis aan hun verwondingen. Ook de machinisten van beide treinen waren op slag dood.

Nederland reageert geschokt, nooit eerder was er zo’n grote treinramp gebeurd. Het ongeluk wordt door de regering van premier Jan de Quay uitgeroepen tot nationale ramp en koningin Juliana komt vervroegd terug van wintersportvakantie. Op 12 januari is er een dag van nationale rouw en staan alle Hilversumse zenders stil bij de ramp.

Nazorg voor slachtoffers ontbreekt

Kritiek is er al snel op de nazorg van de slachtoffers, die aan alle kanten ontbreekt. “Na een gebeurtenis als deze doet men er het zwijgen toe”, zei De Quay daarover.

Overlevenden werden naar eigen zeggen al een paar uur later met bussen naar Woerden vervoerd, waar ze de trein richting Rotterdam verder konden pakken. “Om ongeveer 15.00 uur was ik alweer aan het werk”, zegt overlevende Piet Dijkstra daarover tegen Andere Tijden.

De toenmalige Spoorwegongevallenraad (tegenwoordig Onderzoeksraad voor Veiligheid) doet onder druk van het publiek onderzoek naar de ramp, maar is dan nog niet goed ingesteld op grote ongevallen. Ook de NS doet daarom onderzoek.

Ramp leidt tot snelle invoering van waarschuwingssysteem

Uiteindelijk blijkt het hele ongeval terug te leiden naar het gele sein dat de machinist van de sneltrein had gemist. De lichten van de seinen werkten die dag gewoon. De machinist merkte daarom waarschijnlijk wel het rode sein op, maar kon toen niet meer op tijd remmen.

Door de treinramp in Harmelen wordt in rap tempo het systeem van de automatische treinbeïnvloeding (ATB) uitgerold in Nederland. Daarmee krijgen machinisten waarschuwingen als ze moeten afremmen. Als ze een ATB-waarschuwing missen, dan remt de trein automatisch af.

Op 8 januari 2012, vijftig jaar na de ramp, onthult oud-OVV-voorzitter Pieter van Vollenhoven een monument voor de slachtoffers op de rampplek.

In 2012 maakten Omroep MAX en RTV Utrecht een documentaire naar aanleiding van de ramp. Bekijk die hier.