Feyenoord speelt donderdag tegen Olympique Marseille voor het eerst sinds de UEFA Cup-winst in 2002 een halve finale van een Europees clubtoernooi. Paul Bosvelt, Edwin Zoetebier en Mario Been zien oude tijden herleven in Rotterdam. Op verzoek van NU.nl kijken de drie helden van 2002 naar de sterren van nu. “Waarom zouden ze niet opnieuw geschiedenis kunnen schrijven?”

Bosvelt was ruim een week geleden in Barendrecht voor de uitreiking van de Bosvelt-special van supportersmagazine Hand in Hand. Het werd een dag waarop het heden en het succesvolle verleden bij elkaar kwamen in Café Den Pimpelaer.

In het bijzijn van oud-ploeggenoten Pierre van Hooijdonk en Kees van Wonderen onthulde Bosvelt de cover waarop de voormalig aanvoerder onder meer met de UEFA Cup-trofee van 2002 poseert. De laatste Europese hoofdprijs geniet immers een mythische status onder Feyenoord-supporters.

Tegelijkertijd ging het volop over de halve finale van donderdag tegen Olympique Marseille (aftrap 21.00 uur), die de club twintig jaar na de UEFA Cup-winst in vervoering brengt. Dat de Conference League het derde Europese clubtoernooi is, lijkt de fans van Feyenoord niet te deren. De elftallen van 2002 en nu worden in één adem genoemd.

 

Toenmalig doelman Zoetebier ziet gelijkenissen. “We waren een vriendenteam dat voor elkaar door het vuur ging en best wat kwaliteit herbergde. De huidige selectie is niet zo goed als toen, maar de spelers zijn wel goed op elkaar ingespeeld. Het is moeilijk om van ze te winnen.”

“Het is net zo’n hecht geheel als in 2002”, aldus Been, die twintig jaar geleden assistent van coach Bert van Marwijk was en donderdag als analyticus van ESPN in De Kuip is. Linie voor linie zetten Bosvelt, Been en Zoetebier de basisspelers van 2002 en die van nu tegen elkaar af.

De basisspelers van Feyenoord in de UEFA Cup-finale van 2002.
De basisspelers van Feyenoord in de UEFA Cup-finale van 2002.

Keeper: ‘Zoetebier betrouwbaarder dan Marciano’

In UEFA Cup-finale in 2002: Edwin Zoetebier
Verwacht tegen Marseille: Ofir Marciano

Bosvelt: “Edwin was altijd een beetje ondergewaardeerd. Hij was in zijn eerste periode vooral tweede keeper, maar nadat hij was teruggekeerd van Vitesse pakte hij zijn plek en heeft hij het meer dan uitstekend gedaan. Dat is knap als je een periode niet hebt gespeeld en er op dat niveau moet staan.”

Zoetebier: “Ik had een goede reflex in huis en vond het altijd mooi om op voorzetten te komen. Ik wilde altijd mijn strafschopgebied beheersen. Dat zie ik niet echt terug bij Marciano. Wij zijn ander soort keepers. Maar ik vind dat Marciano het goed doet, zeker nu hij er ineens moet staan als vervanger van de geblesseerde Justin Bijlow.”

Been: “Maar Marciano is op dit moment nog niet zover dat hij punten voor Feyenoord pakt. Ik vond Zoetebier een degelijke, goede en betrouwbare keeper die er altijd stond. Met Marciano moet je dat afwachten.”

Edwin Zoetebier stond in 2002 onder de lat in de UEFA Cup-finale.
Edwin Zoetebier stond in 2002 onder de lat in de UEFA Cup-finale.

Verdediging: ‘Senesi bijt je kop eraf’

In UEFA Cup-finale in 2002: Christian Gyan, Kees van Wonderen, Patrick Paauwe, Tomasz Rzasa
Verwacht tegen Marseille: Lutsharel Geertruida, Gernot Trauner, Marcos Senesi, Tyrell Malacia

Been: “De verdedigers van toen en nu zijn wel een beetje met elkaar te vergelijken. Gyan en Brett Emerton (geschorst in de UEFA Cup-finale, red.) konden de hele rechterkant bestrijken. Dat kunnen Pedersen en Geertruida ook. In het centrum was er met Van Wonderen en Paauwe meer voetbalvernuft. Het waren echte voetballers. Senesi en Trauner zijn meer verdedigers.”

Bosvelt: “Rzasa was functioneel nuttig. Er was altijd kritiek op hem, maar het was een jongen met een enorme drive. Uiteindelijk heeft hij zijn wedstrijden gewoon gespeeld. Malacia heeft heel veel toekomst. Rzasa kwam van De Graafschap en was ver voorbij de twintig. Ze hebben allebei wel de drive naar voren. Malacia is alleen wat verfijnder en heeft kwalitatief meer in zich.”

Zoetebier: “Veel mensen pikken Trauner eruit als beste verdediger, maar ik kijk graag naar Senesi. Iedereen was negatief toen hij kwam. In zijn eerste wedstrijd zag ik vanaf de tribune dat hij moeite had met het voetballen, maar zeker niet met het verdedigen. Hij is een killer eerste klas: hij bijt je kop eraf als het moet. Tegenwoordig is verdedigen een vies woord, maar het is juist een kracht.”

Edwin Zoetebier is onder de indruk van Marcos Senesi.
Edwin Zoetebier is onder de indruk van Marcos Senesi.

Middenveld: ‘Ono was een fenomeen’

In UEFA Cup-finale in 2002: Paul Bosvelt, Jon Dahl Tomasson, Shinji Ono
Verwacht tegen Marseille: Fredrik Aursnes, Guus Til, Orkün Kökçü

Zoetebier: “Je kon echt op ons middenveld bouwen. Dat kunnen de huidige jongens ook wel, maar onze jongens waren zo goed. Ik durf veilig te zeggen dat Ono de beste voetballer is met wie ik ooit gespeeld heb. Hij kon zo goed voetballen. Het was ongelooflijk wat hij met een bal kon.”

Been: “Ono was een fenomeen. Hij deed in de douche rek- en strekoefeningen en vervolgens ging hij bij de muur jongleren met een bal. Met links, met rechts, vijf minuten lang. Tussendoor keek hij mij aan. Zo’n speler hebben we nu zeker niet. Kökçü wordt stapje voor stapje beter, maar hij kan nog niet een wedstrijd naar zich toetrekken zoals Shinji dat kon.”

Bosvelt: “De combinatie met Ono en mij was prima. Ik was de box-to-boxspeler en Ono de spelverdeler. Hij was de technische speler en ik kon van alles wel wat. Het gaat erom dat je elkaar aanvult en dat is nu ook het geval. Til is meer het type-Tomasson. Hij zorgt meer voor de diepgang, komt voor de goal en pikt zijn doelpunten mee.”

Been: “Paul was de leider van ons team: hij was verbaal heel sterk en in de kleedkamer aanwezig. Dat deed hij niet alleen door veel grappen en grollen uit te halen, maar ook door de druk bij het elftal weg te halen. Hij ging voorop in de strijd en was beresterk. Aursnes is nu een beetje de Bosvelt die overal tussen zit.”

Paul Bosvelt was aanvoerder van de ploeg die in 2002 de UEFA Cup won.
Paul Bosvelt was aanvoerder van de ploeg die in 2002 de UEFA Cup won.

Aanval: ‘Niemand kan tegen Van Hooijdonk op’

In UEFA Cup-finale in 2002: Bonaventure Kalou, Pierre van Hooijdonk, Robin van Persie
Verwacht tegen Marseille: Reiss Nelson, Cyriel Dessers, Luis Sinisterra

Been: “Ik moet heel eerlijk zijn: de voorhoede van toen is niet te vergelijken met de huidige aanval. Pierre is met zijn spelhervattingen natuurlijk enorm bepalend voor ons geweest. Daarnaast was hij ook enorm sterk aan de bal. Daar kunnen Dessers en Linssen niet tegenop.”

Bosvelt: “Bij een spits gaat het om scoren en Dessers doet dat op de belangrijke momenten. Uiteindelijk is dat goud waard. Toch is Sinisterra de onmisbare schakel in dit Feyenoord. Als hij wegvalt, blijft er weinig creativiteit over. Hij kan wedstrijden openbreken.”

Been: “Sinisterra is de sleutel tot succes voor dit Feyenoord. Als er iets moet gebeuren, is hij degene die zoals Kalou en Van Persie met zijn creativiteit het verschil kan maken. Hij kan zeker een stap maken naar een club onder de Europese top.”

Zoetebier: “Toch zijn Dessers en Linssen speciale jongens. Het zijn lepe gasten die er altijd voor gaan. Maar zij kunnen pas het verschil maken als je als team goed functioneert. Dat was in 2002 het geval en nu ook.”

Pierre van Hooijdonk schoot Feyenoord met een rake vrije trap in de finale tegen Borussia Dortmund naar de UEFA Cup-zege.
Pierre van Hooijdonk schoot Feyenoord met een rake vrije trap in de finale tegen Borussia Dortmund naar de UEFA Cup-zege.

Trainer: ‘Arne en Bert zijn duidelijk en nuchter’

In UEFA Cup-finale in 2002: Bert van Marwijk
Tegen Marseille: Arne Slot

Been: “Net als Bert past Arne zich niet vaak aan. Ik vind ze allebei vrij duidelijk, zowel op de televisie als daarbuiten. Ik heb natuurlijk niet met Slot gewerkt, maar het lijken me twee vakmensen. Het winnen van de UEFA Cup was enorm knap. Maar wat Slot nu doet met deze groep, is enorm bijzonder.”

Bosvelt: “Het is bij Slot zoals het is. Hij is overtuigd van waar hij mee bezig is, maar hij is ook realistisch. Het is heel prettig om naar te luisteren. Bij Bert dacht ik ook nooit na afloop dat ik een andere wedstrijd had gezien. Dat was vrij nuchter en zonder toeters en bellen.”

Zoetebier: “Bert en Arne hebben er allebei een goed team van gesmeed. Ze blijven gedegen hun plan doorvoeren, ongeacht wat de pers vindt en wat de uitslagen zijn. Dit Feyenoord heeft bewezen dat het tegen sterkere teams een goed resultaat kan halen. Waarom zouden ze niet niet opnieuw geschiedenis kunnen schrijven?”

Kunnen de spelers van Feyenoord opnieuw feestvieren met de fans?
Kunnen de spelers van Feyenoord opnieuw feestvieren met de fans?