Oekraïne en Rusland gebruiken in de oorlog beide drones om aanvallen uit te voeren. Dit is waarom ze zo vaak worden gebruikt en waarom dat niet alleen een negatieve, maar ook een positieve ontwikkeling kan zijn.

1. Wat zijn oorlogsdrones?

Oorlogsdrones, ook wel militaire drones genoemd, zijn onbemande gevechtsvliegtuigen. Ze kunnen op afstand worden bestuurd en bijvoorbeeld raketten afvuren of bommen loslaten.

2. Hoelang bestaan (oorlogs)drones al?

Drones worden al veel langer gebruikt dan gedacht, legt drone-expert Wim Zwijnenburg van vredesorganisatie PAX uit aan NU.nl. “Tijdens de Eerste Wereldoorlog waren er al normale vliegtuigen die op afstand konden worden bestuurd. Het ging toen nog wel om experimenten.”

Echt bekend werden drones pas tijdens de oorlog in Afghanistan in 2001, toen het Amerikaanse leger ze gebruikte. In eerste instantie werden ze vooral ingezet om militaire inlichtingen te verzamelen, maar al snel werden ze ook bewapend.

3. Waarom zijn oorlogsdrones zo populair?

Daar zijn verschillende redenen voor, vertelt Zwijnenburg. “Drones kunnen heel lang rondvliegen boven een gebied, soms wel 24 uur. Daarnaast hoeft er geen piloot in te zitten, in tegenstelling tot in bijvoorbeeld een straaljager. Piloten moeten worden afgelost of kunnen worden neergeschoten.”

Een ander voordeel van drones is dat ze vanaf grote hoogte hun doelwit in de gaten kunnen houden. “De camera’s en sensoren die op drones zitten, kunnen een goed overzicht geven van een gebied. Ook kun je bijvoorbeeld makkelijker vijanden bespieden en daardoor sneller toeslaan.”

Daarnaast zijn er nog verschillende andere redenen. “Het inzetten van oorlogsdrones kan relatief goedkoop. Een straaljager de lucht insturen is veel duurder. Bovendien kun je meerdere drones tegelijk de lucht insturen. Ook kunnen ze specifieker bombarderen dan een straaljager.”

4. Zijn oorlogsdrones dan een positieve ontwikkeling?

Deels wel, zegt Zwijnenberg. “Wij zijn als vredesorganisatie niet tegen bewapende drones. Bij oorlogen kan het een heel nuttig middel zijn, omdat camera’s heel duidelijk het verschil tussen een infiltrant en een burger kunnen registreren.”

Maar er zit volgens de drone-expert ook een keerzijde aan. “Er gebeuren ook veel droneaanvallen op plekken waar helemaal geen oorlog is. Voor slachtoffers is het dan lastig om gerechtigheid te krijgen, omdat er maar weinig regels zijn en er weinig toezicht is.”

Volgens Zwijnenberg is er op dit moment bijvoorbeeld weinig regulering op het gebied van de export van drones. “En dat terwijl er miljarden omgaan in de industrie. We moeten niet willen dat landen deze wapens in handen krijgen en gaan gebruiken voor verkeerde doeleinden. Daar moeten meer afspraken over worden gemaakt.”