Het slotweekend van de Giro d’Italia begint zaterdag met de koninginnenrit, die bepalend wordt voor de verhoudingen voor de afsluitende tijdrit. De twintigste etappe is de laatste kans voor de mindere tijdrijders om hun concurrenten in het klassement pijn te doen.

De eerste 60 kilometer zijn nog een opwarmertje met enkele heuvels, want daarna begint de klim van de Passo San Pellegrino. De 9,6 kilometer lange klim met een gemiddelde stijging van 8 procent is de eerste serieuze test van de dag.

Na de afdaling van de Passo San Pellegrino begint het peloton aan de klim naar het hoogste punt van de Giro d’Italia. De top van de Passo Pordoi ligt op 2.229 meter boven zeeniveau en is daarmee dit jaar de ‘Cima Coppi’, oftewel het ‘dak van de Giro’.

Met de Passo Pordoi in de benen wacht de renners de laatste klim van de Giro: de Passo Fedaia van 12,9 kilometer aan 7,8 procent. Vooral het tweede gedeelte van deze slotklim is loodzwaar, want de helling komt in dat gedeelte niet meer onder de 10 procent.

Op de top van de Passo Fedaia zal duidelijk worden met welke tijdsverschillen de favorieten de slottijdrit ingaan. Het lijkt waarschijnlijk dat een van de klassementsmannen hier een dubbelslag slaat met zowel de ritzege als tijdwinst op de concurrentie.

Het profiel van de twintigste etapppe.
Het profiel van de twintigste etapppe.

Bouwman hoeft zich geen zorgen te maken

Tussen al het geweld tussen de klassementsmannen hoeft Koen Bouwman zich normaliter geen zorgen te maken. De renner van Jumbo-Visma is niet meer te achterhalen in het bergklassement en hoeft de etappe alleen maar uit te rijden binnen de tijdslimiet.

In het slotweekend zijn namelijk nog maximaal 133 punten (waarvan 130 in de voorlaatste etappe) te verdienen in de strijd om het bergklassement. Bouwman begint de etappe met een voorsprong van maar liefst 191 punten op nummer twee Giulio Ciccone.

Officiële start: 12.15 uur
Verwachte finishtijd: 17.30 uur
Favorieten voor dagsucces:
⭐⭐⭐ Richard Carapaz
⭐⭐ Jai Hindley, Lennard Kämna
⭐ Mikel Landa, Thymen Arensman, Giulio Ciccone