Category Archives: Nieuwe Westen

Virulyplein 1926

Gezicht op het Virulyplein met op de achtergrond links de toren in aanbouw van de Willibrordkerk aan de Beukelsdijk, 1926.

VIRULY (Cornelis Elisa), geb. 25 Nov 1819, zoon van Mr Jan Viruly, heer van Vuren en Dalem, en Constantina Adriana van Gorkum, gest. 19 Juni 1892. In 1851 werd hij te Rotterdam als raadslid gekozen en in 1872 als wethouder. Tot 1891 bleef hij dit ambt waarnemen, nadat hij achtereenvolgens wethouder was geweest van onderwijs, financiën en plaatselijke werken. In laatstgenoemd jaar wilde hij wegens zijn leeftijd niet meer in aanmerking komen als lid van het college van B. en W., doch bleef lid van den raad tot zijn dood. Ook was hij sinds 1862 door Rotterdam afgevaardigd naar de Provinciale Staten. Wegens zijn verdienste voor de stad Rotterdam werd zijn, hem door de gemeente aangeboden en door Pieter Josselin de Jong geschilderd, portret in 1891 in het Museum Boijmans geplaatst. Ook gevoelde hij veel voor de kunst en bekostigde o.a. voor het grootste deel de inwendige versiering van de vestibule van het Museum Boijmans. Hij huwde 19 Juli 1843 met Maria Louize Wachter.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt uit het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Mathenesserbrug 1928

Drukte op de Mathenesserbrug met aan de overkant de Aelbrechtskade, 1928-1932.

Deze brug ontleent zijn naam aan de ambachtsheerlijkheid Mathenesse die al in 1276 voorkomt. De naam zal een samenvoeging zijn van de woorden made (weide) en nes (aangeslibd land). Als oudste ambachtsheer wordt genoemd Dirk Bokel, wiens kleinzoon zich Dirk van Mathenesse noemde. Het Slot Mathenesse of Huis te Riviere, waarvan nog een rune aanwezig is, lag aan de Schiedamse Schie ten noordwesten van Schiedam. Binnen de ambachtsheerlijkheid lagen de polder Nieuw- en Oud-Mathenesse. De Mathenesserdijk, vroeger Schiedamsedijk geheten, maakt deel uit van Schielands Hoge Zeedijk. De dijk heette vroeger ook Groenedijk. De Mathenesserbrug ligt over de Delfshavense Schie en verbindt Mathenesserplein en -laan met de Mathenesserweg. De eerste brug van die naam werd in 1923 in gebruik genomen. In 1983 is ze vervangen door de huidige brug. De Mathenesserhof, die op 11 december 1926 officieel werd geopend, is een stichting uit de nalatenschap van Henrica van Rossum, +1922, om aan bepaalde personen een goedkope en doelmatige woning te verschaffen. De naamgeving van de Nieuw-Mathenesserstraat, die grotendeels op Schiedams grondgebied ligt, geschiedde in 1946 door de gemeente Schiedam. In 1951 kwam een gedeelte van de straat door annexatie op het grondgebied van Rotterdam te liggen.

De Aelbrechtskade is vernoemd naar graaf Aelbrecht van Beieren (1330-1404), graaf van Henegouwen, Holland en Zeeland, aan wie Delfshaven zijn ontstaan te danken heeft. De stad Delft ontving van Aelbrecht van Beieren op 8 september 1389 een privilege tot het graven van een kanaal tussen Overschie en de rivier de Nieuwe Maas: de Delfshavense Schie. Voor de vereniging van Delfshaven met Rotterdam in 1886 heetten de Aelbrechtskade en Aelbrechtskolk resp. Oostschiekade en Kolk. De sluis en brug werden bij besluit B&W 23 maart 1886 resp. Aelbrechtsluis en Aelbrechtsbrug genoemd.

De foto is gemaakt door de Gemeentepolitie Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

C.P. Tielestraat 1922

Openbare bewaarschool in de C.P. Tielestraat, 1922.

Cornelis Petrus Tiele (Leiden, 16 december 1830 – aldaar, 11 januari 1902) was een Nederlands theoloog. Zijn onderwijs genoot hij in Amsterdam, eerst aan het Athenaeum Illustre, daarna studeerde hij aan het seminarie van de Remonstrantse Broederschap.

Tiele, liberaal in geloofszaken, werd in 1853 predikant in Moordrecht en in 1856 in Rotterdam. Toen het seminarie in 1873 van Amsterdam naar de Rijksuniversiteit Leiden verhuisde, werd Tiele hoogleraar. Als een van de invloedrijkste professoren werd hij in 1877 benoemd tot hoogleraar in de godsdienstgeschiedenis, een leerstoel die speciaal voor hem was ingesteld.

Samen met onder meer Abraham Kuenen en Jan Hendrik Scholten stichtte hij de moderne richting van de zogenaamde Hollandse School. Vanaf 1867 was Tiele een van de redacteuren van het Theologisch Tijdschrift, samen met Kuenen, A.D. Loman en L.W.E. Rauwenhoff.

In 1901 ging Tiele met emeritaat. In januari 1902 overleed hij. Hij ligt begraven op de Leidse begraafplaats Groenesteeg

Tiele stond bekend om zijn geestdrift, werklust én zijn enorme kennis van klassieke talen, volkeren en religies. Tijdens zijn leven ontving hij eredoctoraten van de Universiteit van Dublin, de Universiteit van Bologna en de Universiteit van Edinburgh.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia

Met medewerking van Rotterdam van toen

Hooidrift 1930

Gezicht op de Hooidrift, gezien vanaf de Heemraadssingel, 1930. Op de voorgrond de kruising met de Nozemanstraat. De volgende zijstraat rechts is de Messchertstraat. In de verte is nog een tram op de Mathenesserlaan te zien.

De Hooidrift ligt op de plaats, waarvan men veronderstelt dat daar eens de bedding was van het water ‘Hoydrift’. Dit water liep in 1334 door Schoonderloo en kwam via een sluis in de Nieuwe Maas uit. In 1466 komt een stuk land ‘die Hoydrift’ voor. Later droegen drie morgen land in de Coolsepolder in het ambacht Schoonderloo deze naam. Op een kaart van 1570 komt voor ‘het noertdyep van de Maze geheeten de hoydrift, streckende van nieuw Matenesse tottet hoeft van Delfshaven’. Dit noorddiep begon bij een wetering ten westen van Delfshaven. Ten oosten van deze Hooidrift tot de Leuvehaven werd het noorddiep van de Maas, namelijk ten noorden van de Ruigeplaat, ‘die Couse’ genoemd.

De Heemraadssingel is vernoemd naar de heemraden van Schieland. Deze naam herinnert aan de poldergeschiedenis. Vóór de aanleg van de singel liep hier de Heemraadsweg, welke naam bij besluit B&W 27 juli 1894 was vastgesteld.

De Nozemanstraat is vernoemd naar Cornelis Nozeman, 1721-1785, remonstrants predikant te Rotterdam 1760-1785.

De Messchertstraat draagt de naam van de Rotterdamse dichter Willem Messchert, 1790-1844.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Mathenesserplein1932

De naam van dit plein is ontleend aan de ambachtsheerlijkheid Mathenesse die al in 1276 voorkomt. De naam zal een samenvoeging zijn van de woorden made (weide) en nes (aangeslibd land). Als oudste ambachtsheer wordt genoemd Dirk Bokel, wiens kleinzoon zich Dirk van Mathenesse noemde. Het Slot Mathenesse of Huis te Riviere, waarvan nog een ruïne aanwezig is, lag aan de Schiedamse Schie ten noordwesten van Schiedam. Binnen de ambachtsheerlijkheid lagen de polder Nieuw- en Oud-Mathenesse.

De Mathenesserdijk, vroeger Schiedamsedijk geheten, maakt deel uit van Schielands Hoge Zeedijk. De dijk heette vroeger ook Groenedijk. De Mathenesserbrug ligt over de Delfshavense Schie en verbindt het Mathenesserplein en de Mathenesserlaan met de Mathenesserweg. De eerste brug van die naam werd in 1923 in gebruik genomen. In 1983 is ze vervangen door de huidige brug. De Mathenesserhof, die op 11 december 1926 officieel werd geopend, is een stichting uit de nalatenschap van Henrica van Rossum, +1922, om aan bepaalde personen een goedkope en doelmatige woning te verschaffen. De naamgeving van de Nieuw-Mathenesserstraat, die grotendeels op Schiedams grondgebied ligt, geschiedde in 1946 door de gemeente Schiedam. In 1951 kwam een gedeelte van de straat door annexatie op het grondgebied van Rotterdam te liggen.

De fotograaf is Francois Henry van Dijk en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Hooidrift 1930

Gezicht op de Hooidrift, vanaf de Heemraadssingel, 1930. Op de voorgrond de kruising met de Nozemanstraat. De volgende zijstraat rechts is de Messchertstraat. In de verte is nog een tram op de Mathenesserlaan te zien.

Hooidrift ligt op de plaats, waarvan men veronderstelt dat daar eens de bedding was van het water ‘Hoydrift’. Dit water liep in 1334 door Schoonderloo en kwam via een sluis in de Nieuwe Maas uit. In 1466 komt een stuk land ‘die Hoydrift’ voor. Later droegen drie morgen land in de Coolsepolder in het ambacht Schoonderloo deze naam. Op een kaart van 1570 komt voor ‘het noertdyep van de Maze geheeten de hoydrift, streckende van nieuw Matenesse tottet hoeft van Delfshaven’. Dit noorddiep begon bij een wetering ten westen van Delfshaven. Ten oosten van deze Hooidrift tot de Leuvehaven werd het noorddiep van de Maas, namelijk ten noorden van de Ruigeplaat, ‘die Couse’ genoemd.

De Nozemanstraat is vernoemd naar Cornelis Nozeman, 1721-1785, remonstrants predikant te Rotterdam 1760-1785.

Cornelius (ook wel Cornelis) Nozeman (Amsterdam, 15 augustus 1720[1] – Moordrecht, 22 juli 1786) was een Nederlandse predikant en geleerde in de 18e eeuw en onder meer auteur van het monumentale werk Nederlandsche vogelen.

Zijn ouders waren de componist Jacobus Nozeman (1693-1745) en Geertruida Maria Corsterus. In zijn geboorteplaats Amsterdam studeerde hij godgeleerdheid. Hij werd predikant in Leiden en later (1744) bij de remonstrantse gemeente van Alkmaar. Van 1749 tot 1760 was hij predikant in Haarlem. Hier was hij betrokken bij de oprichting van de Hollandse Maatschappij der Wetenschappen, maar zijn eigen lidmaatschap daarvan werd tegengehouden door een van de andere oprichters, naar verluidt vanwege een tweetal ingezonden brieven aan het Hollands Magazijn in 1751 en 1752. Daarin zou hij ongewenst commentaar hebben geleverd op het wijsgerig onderzoek van deze geleerde naar de vraag “of er een ander wereldgestel van even groote goedheid, als het tegenwoordige, mogelijk zij”.

In 1760 kreeg hij een beroeping te Rotterdam. Daar was hij medeoprichter en voorzitter van het Bataafs Genootschap voor Proefondervindelijke Wijsbegeerte. Na een val die hem gedeeltelijk invalide maakte, werd hij voor een deel van zijn herderlijke taken vrijgesteld. Tot zijn dood woonde hij om gezondheidsredenen in Moordrecht.

Zoals vele ontwikkelde heren van zijn tijd beoefende hij de natuurwetenschappen. De vrije tijd die hem overbleef tijdens zijn eerste betrekking besteedde hij door zich verder te bekwamen in de proefondervindelijke wijsbegeerte en de natuurlijke historie. In zijn Haarlemse tijd legde hij een grote collectie vlinders aan, niet alleen voor zichzelf, maar ook voor het Kabinet der Natuurlijke Historie van de weduwe van prins Willem IV. Dit gaf hem een vrijbrief om het hele jaar rond vogels te mogen schieten ten behoeve van zijn ornithologische werk.

Hij vertaalde een selectie uit de verhandelingen van de diverse Europese natuurwetenschappelijke genootschappen en publiceerde deze onder de naam Uitgezochte Verhandelingen uit de nieuwste werken van de Sociëteiten der Wetenschappen in Europa en van andere geleerde mannen, met naauwkeurige afbeeldingen.

Voor de Maatschappij ter Bevordering van de Landbouw schreef hij in 1783 een verhandeling over de paardenstaart, waarin hij de botanici van zijn tijd verre overtrof in de nauwkeurigheid van zijn waarnemingen en beschrijvingen.

Nozeman was vader van een groot gezin met acht kinderen. Hij was bovendien mede-eigenaar van een lettergieterij in Haarlem. Vanwege dat laatste en zijn vele publicaties merkte hij op dat zijn leven in dienst stond van de schone letteren.

De Messechertstraat draagt de naam van de Rotterdamse dichter Willem Messchert, 1790-1844. Messchert was dichter van de Gouden Bruiloft, 1825, ‘voor beschaafde vrouwen’. Hij was eerst brouwer, later uitgever en boekhandelaar en gaf 1836-’37 Brieven van Bilderdijk uit. Tollens verzamelde zijn Nagelaten Gedichten, 1849. Hij had ook het Voorbericht geschreven bij de huiselijke, vrome, genoegelijke Gouden Bruiloft, al was dan ook Messchert een man van het Réveil.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam, van Wikipedia en uit het Letterkundig woordenboek voor Noord en Zuid, 1952, K. ter Laan. .

Met medewerking van Rotterdam van toen