Category Archives: Ommoord

Hesseplaats 1972

 

Bij het winkelcentrum aan de Hesseplaats wordt de eerste weekmarkt van Ommoord gehouden, 10 mei 1972. Op de achtergrond in het midden het kerkelijk centrum Open Hof.

Hermann Karl Hesse (Calw (Duitsland), 2 juli 1877 – Montagnola (Zwitserland), 9 augustus 1962) was een Duitstalige Zwitserse schrijver en dichter. Hij ontving in 1946 de Nobelprijs voor Literatuur.

Als zoon van Baltische Rusland-Duitsers werd Hesse als staatsburger van het keizerrijk Rusland geboren. Vanaf 1883 had hij de Zwitserse nationaliteit en vanaf 1890 die van het koninkrijk Württemberg. Vanaf 1924 was hij weer Zwitser.

In het werk van Hermann Hesse, dat veelal autobiografisch is, komt steeds weer de confrontatie van de mens met zichzelf aan de orde. Deze dualiteit moet de mens in staat stellen “zichzelf te zijn”. Veel van de boeken van Hesse gaan over persoonlijke ontwikkeling en groei.

Gedurende zijn leven heeft hij verschillende “Hesse-golven” meegemaakt. Ook na zijn overlijden was er een golf in de jaren 1970-1980. Het werk van Hesse is in meer dan 60 talen vertaald en in 2005 heeft de oplage van al zijn boeken de 100 miljoen exemplaren overstegen. Nog steeds bestaat er grote belangstelling voor Hesse’s werk en maandelijks rollen er 30.000 Hesse-boeken van de persen van uitgeverij Suhrkamp.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Overzicht van de wijk Ommoord 1965

Overzicht van de wijk Ommoord, na 1965. Op de achtergrond de Rotte.

Het gebied waar van af 1965 een woonwijk verrees, heeft een lange voorgeschiedenis. De naam Ommoord is waarschijnlijk ontstaan uit Ouwe Moor, = oud moeras. In 1300 is er al sprake van het Ouwemoorse Meertje.

In de eerste helft van de 19e eeuw bestond het gebied ten noordoosten van Rotterdam grotendeels uit veenplassen die door het afgraven van het veen ten behoeve van turf waren ontstaan. In 1843 werden de eerste plannen gemaakt voor droogmaking, maar het duurde tot 1859 voor er bruikbare plannen op tafel kwamen. Voordat het droogmalen begon (1867), werden eerst de ringdijken en -vaarten verstevigd of opgehoogd. In 1868 kregen de huurders van de onteigende percelen de aanzegging om het veld te ruimen. Bij het opnieuw inrichten van de drooggemaakte polder wilde men alles egaliseren en een nieuw verkavelingsplan maken. Op 26 oktober 1866 legde prins Alexander, de jongste zoon van koning Willem III en koningin Sophie van Württemberg, de eerste steen voor het stoomgemaal in Kralingse Veer, het Prins Alexander gemaal. In augustus 1869 kwam het in bedrijf en drie jaar later werden de eerste stukken drooggevallen grond verhuurd. Eind 1872 was de polder redelijk droog, maar er werd gewacht met de verkoop van gronden totdat sloten en tochten voldoende functioneerden. Het grondpeil eindigde in 1873 op ca. 6,30 meter onder zeeniveau. De grond was bestemd voor landbouw en veeteelt. Op 31 mei 1873 gaf de regering de polder de naam Prins Alexanderpolder, naar prins Alexander. Bijna honderd jaar heeft het gebied dienstgedaan als (vooral) tuinbouwgebied. Door het gebied liep een kronkelige weg, de Ommoordseweg, die Terbregge verbond met Oud-Verlaat.

Vanwege de grote behoefte aan woningen in de regio Rotterdam werd in 1959 het structuurplan Rotterdam-Capelle uitgebracht, de eerste ideeën gingen uit van een nieuw te bouwen woonwijk met zo’n 50.000 woningen. De wijk Ommoord werd ontworpen in de jaren zestig van de vorige eeuw volgens een steden­bouwkundig concept van Lotte Stam-Beese en kent in het middengebied veel hoogbouw, terwijl de laagbouw aan de randen hieromheen is gesitueerd. Ommoord kenmerkt zich door veel groen en een open ruimtelijke opzet. Wethouder mr. H. Bavinck sloeg op 29 december 1965 de eerste paal voor de Kellogg ERA-flat de grond in, de start voor een wijk die uiteindelijk 12.500 woningen zou gaan tellen.

Aangezien de deelgemeente Prins Alexander, dus ook Ommoord, slechts met buslijnen (afgezien van het NS station Alexander) met de rest van de stad was verbonden werden er plannen gemaakt om de deelgemeente beter bereikbaar te maken. In eerste instantie dacht men aan het verlengen van verschillende tramlijnen. Later besloot men een metro aan te leggen. Door de hoge kosten besloot men echter vanaf station Capelsebrug de metro als een sneltram aan te leggen. Dit hield in dat de kruisingen gelijkvloers werden uitgevoerd en de metro (dan sneltram genoemd) met bovenleiding ging rijden. Op 27 mei 1983 werd dan ook het sneltramtraject Capelsebrug – Binnenhof geopend. Het eindpunt van de lijn kwam in Ommoord bij het Binnenhof te liggen. Het sneltramtraject in Ommoord zou op dezelfde plaats komen te liggen als de Ommoordse busbaan die dwars door Ommoord liep. Een jaar later, op 19 april 1984, werd het traject Graskruid – De Tochten in de wijk Zevenkamp geopend. Hierdoor konden bewoners binnen twintig minuten naar het centrum van Rotterdam reizen. Thans telt Ommoord vier metrohaltes: Binnenhof, Romeynshof, Graskruid en Hesseplaats.

In 2006 verrees nieuwbouw langs de President Wilsonweg en werd er begonnen met de bouw van de Binnenhoftoren bij het winkelcentrum Binnenhof. De Binnenhoftoren werd in officieel in gebruik genomen in maart 2010. De Hooghe Hes, een twintig verdiepingen tellende woontoren naast winkelcentrum Hesseplaats is in de zomer van 2011 opgeleverd. Op dezelfde Hesseplaats wordt iedere woensdag markt gehouden.

In 2010 werd besloten om het uitloopspoor van de metro bij station Binnenhof te verwijderen. Daarna is het gebied heringericht.

De fotograaf is Dick Lemcke en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Ommoord 1970

RET bus 35 (lijndienst tussen Ommoord en Hillegersberg) op een keerlus in Ommoord, geschat 1970.

Het gebied waar van af 1965 een woonwijk verrees, heeft een lange voorgeschiedenis. De naam Ommoord is waarschijnlijk ontstaan uit Ouwe Moor, = oud moeras. In 1300 is er al sprake van het Ouwemoorse Meertje.

In de eerste helft van de 19e eeuw bestond het gebied ten noordoosten van Rotterdam grotendeels uit veenplassen die door het afgraven van het veen ten behoeve van turf waren ontstaan. In 1843 werden de eerste plannen gemaakt voor droogmaking, maar het duurde tot 1859 voor er bruikbare plannen op tafel kwamen. Voordat het droogmalen begon (1867), werden eerst de ringdijken en -vaarten verstevigd of opgehoogd. In 1868 kregen de huurders van de onteigende percelen de aanzegging om het veld te ruimen. Bij het opnieuw inrichten van de drooggemaakte polder wilde men alles egaliseren en een nieuw verkavelingsplan maken. Op 26 oktober 1866 legde prins Alexander, de jongste zoon van koning Willem III en koningin Sophie van Württemberg, de eerste steen voor het stoomgemaal in Kralingse Veer, het Prins Alexander gemaal. In augustus 1869 kwam het in bedrijf en drie jaar later werden de eerste stukken drooggevallen grond verhuurd. Eind 1872 was de polder redelijk droog, maar er werd gewacht met de verkoop van gronden totdat sloten en tochten voldoende functioneerden. Het grondpeil eindigde in 1873 op ca. 6,30 meter onder zeeniveau. De grond was bestemd voor landbouw en veeteelt. Op 31 mei 1873 gaf de regering de polder de naam Prins Alexanderpolder, naar prins Alexander. Bijna honderd jaar heeft het gebied dienstgedaan als (vooral) tuinbouwgebied. Door het gebied liep een kronkelige weg, de Ommoordseweg, die Terbregge verbond met Oud-Verlaat.

Vanwege de grote behoefte aan woningen in de regio Rotterdam werd in 1959 het structuurplan Rotterdam-Capelle uitgebracht, de eerste ideeën gingen uit van een nieuw te bouwen woonwijk met zo’n 50.000 woningen. De wijk Ommoord werd ontworpen in de jaren zestig van de vorige eeuw volgens een steden­bouwkundig concept van Lotte Stam-Beese en kent in het middengebied veel hoogbouw, terwijl de laagbouw aan de randen hieromheen is gesitueerd. Ommoord kenmerkt zich door veel groen en een open ruimtelijke opzet. Wethouder mr. H. Bavinck sloeg op 29 december 1965 de eerste paal voor de Kellogg ERA-flat de grond in, de start voor een wijk die uiteindelijk 12.500 woningen zou gaan tellen.

Aangezien de deelgemeente Prins Alexander, dus ook Ommoord, slechts met buslijnen (afgezien van het NS station Alexander) met de rest van de stad was verbonden werden er plannen gemaakt om de deelgemeente beter bereikbaar te maken. In eerste instantie dacht men aan het verlengen van verschillende tramlijnen. Later besloot men een metro aan te leggen. Door de hoge kosten besloot men echter vanaf station Capelsebrug de metro als een sneltram aan te leggen. Dit hield in dat de kruisingen gelijkvloers werden uitgevoerd en de metro (dan sneltram genoemd) met bovenleiding ging rijden. Op 27 mei 1983 werd dan ook het sneltramtraject Capelsebrug – Binnenhof geopend. Het eindpunt van de lijn kwam in Ommoord bij het Binnenhof te liggen. Het sneltramtraject in Ommoord zou op dezelfde plaats komen te liggen als de Ommoordse busbaan die dwars door Ommoord liep. Een jaar later, op 19 april 1984, werd het traject Graskruid – De Tochten in de wijk Zevenkamp geopend. Hierdoor konden bewoners binnen twintig minuten naar het centrum van Rotterdam reizen. Thans telt Ommoord vier metrohaltes: Binnenhof, Romeynshof, Graskruid en Hesseplaats.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen