Category Archives: Centrum

Overzicht vanaf het Groothandelsgebouw richting centrum, 1961

Overzicht vanaf het Groothandelsgebouw richting centrum, 9 februari 1961.

Het Groothandelsgebouw is een gebouw en Rijksmonument in het centrum van Rotterdam, ontworpen door de architecten H.A. Maaskant en Ir. W. van Tijen, gelegen aan het Stationsplein naast het Centraal Station van de stad en aan het Weena.

Het Schouwburgplein is onderdeel van het Basisplan voor de Wederopbouw van Rotterdam uit 1946. Voor de oorlog was op de plaats van het Schouwburgplein een dichtbevolkte stadswijk. Door het bombardement op 14 mei 1940 brandde deze wijk af, op de bebouwing van de Mauritsweg na. In de oorlog werd in de open vlakte een noodschouwburg gebouwd van afgebikte stenen uit de binnenstad.

Vanaf 1962 verscheen aan de noordkant van het plein het concertgebouw De Doelen. Onder het Schouwburgplein werd in 1966 de parkeergarage geopend. Sinds die tijd is het Schouwburgplein bovengronds een autoloze en boomloze vlakte.

De westzijde van het Schouwburgplein is tussen 1980 en 1985 gevuld door het ‘Woondok’, een wooncomplex met winkels en kantoren op straatniveau. In 1987 is de noodschouwburg afgebroken om plaats te maken voor een nieuwe. In 1996 is het plein geheel nieuw ingericht naar ontwerp van Adriaan Geuze. Het plein werd iets verhoogd en is volgens de architect een stadspodium. Op het plein werd dat jaar ook de bioscoop geopend.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Oppert 1910

De Oppert met de Oppertbrug over het Stokvisverlaat, vanaf de Galerij, 1910 (geschat).

Als vroegere vormen van de Oppert kwamen voor Nyepoorte, Nieupoort, Nupoort en Noppert. Uit ‘in de Noppert’ is waarschijnlijk ‘in den Oppert’ ontstaan. In de 17de en 18de eeuw werd telkens gesproken van Oppert of Nieuwpoort. Oorspronkelijk was de Nieuwpoort het nieuwe stadsgedeelte, dat misschien reeds in 1328 bij de oude stad werd getrokken, doch in ieder geval in 1339 reeds bestond (Nieuwpoort = Nieuwstad). Deze benaming van een stadsdeel is dan overgegaan op de voornaamste straat daarin. In 1343 kwam ze voor als ‘strate in de Nieuwpoort’. De huidige Oppert ligt ten westen van de vroegere straat van die naam. Ze beslaat voor een deel het gebied dat voor het bombardement Lange Torenstraat heette.

Van de Hofpoort naar de Delftsche Poort liep vroeger een met bogen voorziene vestmuur, die bedoeld was om als verdedigingswerk dienst te doen. Later werd ze als kazerne gebruikt. In het laatst van de 18de eeuw is deze muur weggebroken. De naam bleef echter bestaan. Misschien was de ‘galerij’ één van de verdedigingswerken die na de Jonkerfransenoorlog werden gebouwd. Wij weten alleen zeker, dat er een galerij bij de waterpoort tussen twee torens in 1534 bestond, welke toen in betere staat is gebracht. Daar bij de Blauwe toren in het Westnieuwland in 1578 een galerij wordt genoemd, kan deze echter ook bedoeld zijn. Huizen met een galerij kwamen trouwens meer voor in Rotterdam. In de 17de en 18de eeuw treft men minstens zes huizen in verschillende straten aan, die ‘de Gelderij’ heetten. De huidige Galerij ligt iets ten zuiden van de vroegere straat van die naam. Vóór het bombardement in mei 1940 lag over de Delftsevaart een brug die Galerijbrug heette.

De prentbriefkaart komt uit de collectie Goeree en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Lichthal van de Bijenkorf aan de Schiedamse Vest, 1932.

De Bijenkorf in Rotterdam van 1930 was een warenhuisgebouw van de Bijenkorf ontworpen door de architect Willem Dudok. Het stond aan Schiedamse Vest, de zuidkant van het toenmalige Van Hogendorpsplein (ten westen van het Schielandshuis), op de plek van het huidige Churchillplein.

Tijdens het bombardement van 14 mei 1940 werd het gebouw grotendeels verwoest. Het deel dat behouden was gebleven (ongeveer een derde) deed tot de opening van het huidige gebouw van de Bijenkorf in 1956 nog dienst als warenhuis, hierna nog drie jaar als opslagruimte. In 1960 werd het op last van de gemeente, feitelijk net dertig jaar oud, gesloopt in verband met de aanleg van de Westblaak en de Rotterdamse metro naar Rotterdam-Zuid.

De grondwerkzaamheden begonnen in 1929 en de eerste paal werd geslagen op 13 juni van dat jaar. De opening op 16 oktober 1930 was een gebeurtenis waar 70.000 mensen op afkwamen. De Bijenkorf van Dudok was voor de oorlog het eerste gebouw in Rotterdam dat de beschikking had over roltrappen en een elektrische vloermat voor het automatisch vegen van den schoenzolen.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Willemsplein 1989

Gezicht op het Willemsplein met rondvaartbedrijf Spido aan de Nieuwe Maas, 12 juni 1989.

De Willemskade werd in 1847 aangelegd op slikken in het zogenaamde Tweede Nieuwewerk. De erven aldaar werden in 1848 uitgegeven. Kade en plein heetten oorspronkelijk, volgens besluit B&W 3 mei 1850, Westerkade en Westerplein. Naar aanleiding van het bezoek van Koning Willem III op 28 juli 1851, werden de namen gewijzigd.

Spido is een rondvaartbedrijf dat voornamelijk rondvaarten in de haven van Rotterdam organiseert. Spido is een bekende toeristische attractie in Rotterdam. Dagelijks organiseert het bedrijf vanaf de afvaartplaats aan het Willemsplein aan de voet van de Erasmusbrug (centrumzijde) rondvaarten door de havens van Rotterdam en omgeving. Naast havenrondvaarten organiseert Spido dagtochten naar onder andere de Tweede Maasvlakte en de Deltawerken.

De naam Spido werd voor het eerst gebruikt in 1919. Fop Smit, de grondlegger van het huidige Smit Internationale, en D.G. van Beuningen namen toen het initiatief om met kleine bootjes verschillende punten met vaste diensten met elkaar te verbinden; toerisme was toen niet het doel. De bootjes, die wel een beetje leken op de huidige watertaxi’s, vervoerden mensen naar zee- en rivierschepen. Het vervoer van werkers in de haven was het belangrijkst. Aan het begin en eind van de dag werden de werklui van en naar hun werk vervoerd, het zogenaamde volkvaren. Vanaf 1931 begon vliegveld Waalhaven dagjesmensen te trekken, Spido zette veel van deze bezoekers over. Het bedrijf verzorgde ook het postvervoer naar de zeeschepen. Na 1960 werden rondvaarten met toeristen de belangrijkste activiteit.

De fotograaf is Max van Essen en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Café-restaurant ‘t Fust, Stadhuisplein 1966

Het terras en de voorgevel van het café-restaurant ‘t Fust op het Stadhuisplein, 9 oktober 1966. Café ‘t Fust opende op 21 maart 1961 haar deuren.

Het Stadhuisplein is een verkeersvrij gedeelte van het centrum van Rotterdam. Door de aanwezigheid van meerdere horecagelegenheden is het een populaire uitgaansplek. Het plein ligt direct voor het stadhuis van Rotterdam, aan de Coolsingel. Grote successen van Feyenoord worden er door duizenden supporters gevierd. Het is een belangrijke verbinding tussen Coolsingel en Lijnbaan. Op het plein bevindt zich de beeldengroep Monument voor alle gevallenen 1940 – 1945 van Mari Andriessen.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Groote Schouwburg, Aert van Nesstraat 1913

Een portier op het bordes van de Groote Schouwburg aan de Aert van Nesstraat, 1913.

In 1887 werd aan de Aert van Nesstraat een schouwburg geopend met de naam “Groote Schouwburg”. Het gebouw had 1250 zitplaatsen en was gebouwd in neoclassicistische stijl. De vereniging “Verenigde Rotterdamse Toneellisten” speelden in het gebouw. Dit gezelschap speelde overwegend nieuwe Nederlandse stukken, waaronder “Vorstenschool” van Multatuli en “Boefje” van Marie Joseph Brusse.

De toeschouwersaantallen liepen na de Eerste Wereldoorlog sterk terug. Hierom fuseerde de groep met het Hofstadtoneel uit Den Haag. In 1938 werd de groep echter opgeheven; de Rotterdammers zouden nog te weinig de eigen identiteit herkennen in de groep.

Het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940, en de brand die dit bombardement veroorzaakte, vernietigde een groot deel van de binnenstad van Rotterdam, waaronder de Groote Schouwburg. Eind 1941 begon de bouw van een nieuwe schouwburg die in 1947 werd opgeleverd. Dit gebouw beschikte over 1000 zitplaatsen. 10 januari 1947 werd de eerste productie opgevoerd door het gezelschap Stichting Amsterdams Rotterdams Tooneel, afgekort tot START.

Omdat de faciliteiten, het podium en de akoestiek van het gebouw niet voldeden aan de eisen van de gebruikers is in 1984 besloten dat het noodgebouw vervangen moest worden door nieuwbouw. Voor het vervangen van het gebouw werd er tijdelijk uitgeweken naar Hal 4 aan de Watertorenweg in Rotterdam. In 1988 is de nieuwbouw, ontworpen door Wim Quist, geopend.

Aert Jansse van Nes (Rotterdam, ged. 13 april 1626 – aldaar, 13 of 14 september 1693) was een Nederlandse marineofficier uit de 17e eeuw.

Aert ging op zijn elfde naar zee. Bij het begin van de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog van 1652-1653 had Van Nes zich opgewerkt tot schipper (de hoogste onderofficier) van een gewapende koopvaarder onder bevel van zijn vader. Op 23 augustus 1652 werd Van Nes door de Staten van Holland als directe vervanger van zijn overleden vader tot kapitein van de Gelderland benoemd, toen dat schip enige tijd door de Fransen geïnterneerd was in de haven van La Rochelle. Hij vocht in de Driedaagse Zeeslag, de Zeeslag bij Nieuwpoort en de Slag bij Ter Heijde. Ook deed hij mee aan het ontzet van Danzig in 1656 en aan de expeditie tegen Portugal in 1657. Daarbij won hij twee ‘prijzen’, dat wil zeggen dat hij twee schepen buitmaakte.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Rotterdamsche Diergaarde, Kruisstraat 1910

De plantenserre in de Rotterdamsche Diergaarde aan de Kruisstraat, 1910.

Rond 1855 richtten twee spoorwegbeambten een spoortuintje in de Rotterdamse binnenstad in om hun verzameling exotische vogels onder te brengen. Deze hobby-vogeltuin werd een groot succes en leidde tot de oprichting van de ‘De Rotterdamsche Diergaarde’ in 1857. De eerste directeur was Henri Martin, oorspronkelijk leeuwentemmer van beroep. Aanvankelijk mochten alleen leden van de vereniging de dierentuin bezoeken.

In 1857 kreeg J.D. Zocher van de gemeente de opdracht om de tuin voor de Diergaarde aan te leggen. De bedoeling was om op een aangename wijze kennis van dieren en planten te bevorderen. Zocher voerde het plan uit samen met zijn zoon Louis Paul. De Diergaarde was een enorm succes. Tijdens de aanleg kon men de dieren al bezichtigen en binnen acht maanden tijd leverde dat ruim twaalfduizend bezoekers op. Daaronder bevonden zich bijna vierduizend stadgenoten die geen lid waren. Het lidmaatschap was namelijk erg duur, maar eenmaal per jaar, tijdens de kermis, kon de gewone man voor een gereduceerd tarief de dierentuin bezoeken.

De ingang van de Diergaarde was aan de Kruiskade. Rondom het terrein was een fraai hek geplaatst. De dierenverblijven en andere gebouwen werden ontworpen door de architecten A.W. van Dam en H.J. de Haas. In 1862 werd de Diergaarde uitgebreid, waarbij opnieuw de hulp van Zocher werd ingeroepen. Dit gedeelte, dat bekend werd onder de naam Nieuwe Tuin, sloot naadloos aan bij het oude gedeelte. De Diergaarde kon zich meten met die van Amsterdam en Antwerpen dankzij de smaakvolle aanleg van Zocher.

In 1937 besloot het gemeentebestuur van Rotterdam dat de Diergaarde uit het stadscentrum moest wijken voor stedelijke bebouwing. Vanwege het steeds drukker wordende verkeer werd de Diergaarde verplaatst naar de wijk Blijdorp. Het jaar erop begon men met de bouw van de nieuwe Diergaarde ‘Blijdorp’, genoemd naar de polder Blijdorp, waar de tuin nog steeds gehuisvest is. Architect S. Van Ravesteyn kreeg de opdracht voor het ontwerp.

Toen de verhuizing naar Blijdorp in volle gang was, bombardeerden de Duitsers op 14 mei 1940 de binnenstad en daarmee ook de Diergaarde. De chaos was enorm en vele dieren overleefden het bombardement en de vuurzee niet. Voor zover mogelijk werden de overlevende dieren overgebracht naar Blijdorp, waar men nog volop bezig was met de bouw van de nieuwe tuin. Op 7 december 1940 werd de nieuwe Diergaarde officieel geopend.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Kolkkade 1900

De Kolkkade met tram lijn 1 rijdend van de Honingerdijk naar het Park, 1900-1910. Rechts Plan C.

De Kolk herinnert aan het water van die naam, dat vóór het bombardement in mei 1940 in deze buurt lag. Dit water heette oorspronkelijk Haven, doch kwam al in de 17de eeuw voor onder de naam Kolk. De naam Kolk spreekt voor zichzelf; het was een gegraven waterloop, die de Oude Haven met de Steigersgracht verbond. Ten zuiden van de Kolk lag een straat, die sinds 1884 Kolkkade heette.Voorheen was dit een gedeelte van de Kleine Draaisteeg. Na het bombardement werd de Kolk gedempt. Op deze plaats ligt nu het plein, waarop tweemaal per week markt wordt gehouden.

Plan C was een bedrijfsverzamelgebouw in Rotterdam. Het is in 1880 ontworpen door architect Constantijn Muysken en werd op 4 maart 1889 geopend. Bij het bombardement op Rotterdam van 14 mei 1940 is Plan C verloren gegaan.

Plan C was een onderdeel van een stedenbouwkundige ingreep van de directeur van Gemeentewerken Rotterdam, G.J. de Jongh. Het gebied tussen de Kolk en de Oude Haven werd opnieuw ingericht in verband met de verkeersproblemen (op het land én het water) in dit gebied. Plan A en B waren twee bruggen die deel uitmaakten van het plan, Plan C was het bedrijfsverzamelgebouw.

Plan C had een vierhoekige plattegrond. Op de begane grond waren winkels gevestigd. Aan de kant van de Oude Haven en de Kolk waren arcades waardoor mensen bij regen droog konden winkelen. Er was een expeditiehof voor de bevoorrading van winkels. In de twee verdiepingen erboven waren kantoren en woningen. De gevels van Plan C waren opgetrokken in natuursteen en baksteen in Beaux-Arts-stijl.

Onder Plan C waren twee doorgangen voor de scheepvaart tussen de Kolk en de Oude Haven.

Aan de noordzijde van de Oude Haven is nog steeds de balustrade van Plan C te zien. De onderdoorgangen zijn na het bombardement afgesloten.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Keizerstraat 1928

De Keizerstraat bij de kruising met de Zijl, 1928-1932.

De Keizerstraat is vernoemd naar het vroegere huis De Keyzer aan de Blaak. In 1624 kwam, op verzoek van de bewoners van de Wijnstraat, een directe verbinding tot stand tussen de Blaak en de Westewagenstraat. In de jaren 1624 tot 1626 kocht de stad voor dat doel allerlei huizen en erven aan. In 1626 wordt gesproken van de ‘Starremanssteeg, nu genoemt de nieuw geraemde Keyzersstraat’. Deze steeg, lopende van de Zijl naar het Hang, die reeds in 1580 voorkomt en aan Frans Cornelisz. Starreman behoorde, werd verbreed; ze werd een onderdeel van de nieuwe straat. Van het huis De Starre aan de Grotemarkt is Starreman afgeleid. Het huis ‘de Keyzer’ aan de Blaak op de hoek van de straat, komt sinds 1633 in de bronnen voor, doch kan wel veel ouder zijn. In dit stadsgedeelte komt reeds in 1553 een Thonis ‘in de Keizer’ voor. Naar dit huis was ook de Keizersbrug vernoemd. Deze brug lag over de Blaak en vormde de verbinding van de Keizerstraat met de Posthoornsteeg. De huidige Keizerstraat ligt ongeveer op dezelfde plaats als de oorspronkelijke straat van die naam. Ze bestrijkt thans ook het terrein waarop vroeger de Weezenstraat, tussen Hoogstraat en Steiger, lag.

Herinnert aan het straatje het Zijl (de Zijl wordt ook gebruikt), dat vóór het bombardement in mei 1940 in het Hang en in de Zijlsteeg uitkwam. Het Zijl in het Westnieuwland komt al in een akte van 25 november 1391 voor. In een overeenkomst tussen de stad Rotterdam en de Heemraden van Schieland van 19 februari 1571 wordt gesproken over enige ‘Zijlkens, deur dewelcke binnen der voorsz. stede het een water geleit wort int ander’. Met name worden dan genoemd het Zijl aan de Oostpoort, het Zijl onder de Raambrug ‘onlancx geleyt, loopende uyt de Spoeyevaert onder Sint Jacobsstraete in de Stincksloot’, een Zijltje bij de poort van de Sint Jorisdoelen en een Zijl tussen het huis van de toenmalige dijkgraaf en het huis van Bulgerstein. De zijlen zelf waren de sluizen, waardoor water in- en uitgelaten kon worden, bij uitbreiding de watergangen daarheen, die dikwijls ook Stinksloot werden genoemd. Het Zijl dat voor het bombardement in de binnenstad voorkwam, was één van die gedempte watergangen. Deze strekte zich toen uit over het gehele Westnieuwland, van het westen naar het oosten. Het oostelijke gedeelte van het Zijl werd al vroeg overbouwd, zodat alleen het gedeelte dat later als het Zijl bekend stond, nog lang open water was. Het Zijl kwam ook wel voor onder de namen Zijlsloot en Hangsloot. De minder vleiende benaming Stinksloot werd ook gebruikt, evenals de deftige naam Keizersgracht naar het huis ‘de Keizer’ aan de Noordblaak. Bij bovengenoemd besluit werd de naam Zijl gegeven aan de kade, die ten noorden van de Steigersgracht ligt.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Moriaansplein (hoek Hoogstraat) 1940

Opname van de C & A aan het Moriaansplein (hoek Hoogstraat) na het bombardement van mei 1940. Op de achtergrond de Sint-Laurenskerk.

Nog steeds zijn alle vragen rond het vernietigende Duitse bombardement op Rotterdam van 14 mei niet beantwoord. Vast staat dat op hoog Duits niveau zo’n zwaar bombardement wordt beschouwd als middel om de Nederlandse overgave te bespoedigen. Dat is ook wat gebeurt, ondanks de voorkeur van de Duitse commandant in Rotterdam, Schmidt, voor een gericht licht bombardement en onderhandelingen met de tijdrekkende Nederlandse legerleiding om Rotterdam tot overgave te dwingen. Op 14 mei, rond half twee ’s middags, worden het centrum, Kralingen, de Provenierswijk, het Oude Noorden en het Liskwartier doelwit van Duitse Heinkel-bommenwerpers. De afgeworpen lading verwoest meer dan 30.000 woningen en panden. In totaal komen als gevolg van dit bombardement 800 tot 900 mensen om.

Direct na het bombardement van 14 mei breken overal branden uit. Een harde wind wakkert het vuur aan en de brandweer kan in deze situatie weinig uitrichten. Veel materieel is verloren, veel waterbronnen zijn onbereikbaar. Tienduizenden vluchten weg uit de inferno die het stadscentrum nu is. Bijna tachtigduizend Rotterdammers raken in één klap hun huis en hun spullen kwijt. In Kralingen en bij de Coolsingel breidt de vuurzee zich verder uit over de stad. Wanneer ’s avonds en ’s nachts de wind draait en nog sterker wordt, vallen andere stadsdelen ten prooi aan de vlammen. Pas op 16 mei zijn de voornaamste branden geblust, maar de verliezen zijn immens. In een gebied van ruim 250 hectare is veel geheel of gedeeltelijk verwoest; het wordt al snel ‘de puin’ genoemd.

In de jaren 2008-2010 is het verwoeste gebied in de stad gemarkeerd na een een reconstructie aan de hand van oude kaarten. Deze markering wordt de brandgrens genoemd.

De foto komt uit de collectie fotografische opnamen van de verwoeste stad en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen