Category Archives: Overschie

De Lugt (Kleinpolderkade)1920

De Lugt, met het Delftse bootje, voor 1920. Links de achterzijde van panden aan de Zestienhovensekade. Op de achtergrond de molen van Hartkoorn.

De Lugt (of Lucht) was een oude ‘trekweg’, een weg langs een trekvaart waarop de paarden liepen die schepen door de vaart trokken. De naam betekent: doorgang of opening in een dijk. De weg van deze naam liep oorspronkelijk ten zuiden langs de Rotterdamse Schie vanaf de Delftse Schie in oostelijke richting. In 1953 ontving deze weg de naam Kleinpolderkade als voortzetting van de reeds bestaande kade van die naam. De naam De Lugt werd toen gegeven aan een zuidelijker gelegen straat.

De Zestienhovensekade is vernoemd naar de polder Zestienhoven. De Staten van Holland en Westfriesland verleenden op 23 augustus 1786 octrooi voor het bedijken en droogmaken van de polders Zestienhoven en Oudendijk. De polder ontleende zijn naam aan het aantal hofsteden dat hier vroeger lag.

De molen van P. Hartkoorn heette de Eendracht of de Gouden Leeuw. De molen werd gebouwd in 1870 en afgebroken in 1920. Het was een korenmolen.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van molendatabase.org. http://www.molendatabase.org/molendb.php…

Met medewerking van Rotterdam van toen

Burgerneester Baumannlaan 1958

Het politiebureau (posthuis) Overschie en woonhuizen aan de Burgemeester Baumannlaan 190 op de hoek met de Hoornweg, 18 maart 1958.

Jan Cornelis Baumann (Dordrecht, 9 december 1884 – Oegstgeest, 27 september 1954) was een Nederlandse burgemeester. Baumann was lid van de Christelijk-Historische Unie (CHU)

Baumann werd in 1884 in Dordrecht geboren als zoon van Jan Cornelis Baumann, rijksopzichter van de Waterstaat, en Hermine Harmsen. Na zijn middelbareschoolopleiding werkte Baumann achtereenvolgens als ambtenaar bij de gemeenten Leimuiden, Monster en Enschede. In 1912 werd hij benoemd tot burgemeester van Oude Tonge. In 1916 volgde zijn benoeming tot burgemeester van Woubrugge. In 1917 werd hij tevens secretaris van de gemeente Woubrugge. In 1928 werd Baumann benoemd tot burgemeester van Overschie. Zijn burgemeesterschap van Overschie eindigde in 1941 toen deze gemeente werd opgeheven en bij Rotterdam werd gevoegd. Hij vestigde zich in Den Haag, waar hij de functie van waarnemend-commissaris afvoer burgerbevolking bekleedde. In 1946 werd Baumann benoemd tot burgemeester van Oegstgeest. Deze functie vervulde hij tot zijn pensioennering in 1950.

Baumann trouwde op 25 mei 1912 te Leimuiden met Johanna Pieternella Ninaber, dochter van de burgemeester van Leimuiden. Hij overleed in september 1954 op 69-jarige leeftijd in zijn woonplaats Oegstgeest. Baumann werd in 1933 benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. In de Rotterdamse wijk Overschie werd in 1941 de burgemeester Baumannlaan naar hem genoemd.

Het dorp Overschie, eigenlijk Ouderschie, Ouwerschie of Oldschie geheten, moet al voor het jaar 1063 hebben bestaan. Op 28 december van dat jaar sloot de bisschop van Utrecht, Willem van Gelder, met Reginbertus, de abt van Echternach, een verdrag waarbij eerstgenoemde afstand deed van een aantal kerken in Holland, waaronder die van Schee of Schie. Ook onder de naam Oud-Schiedam komt het dorp wel voor. Het dorp Overschie behoorde tot de heerlijkheid van die naam, die ook een aantal polders omvatte. In 1409 werd deze heerlijkheid door graaf Willem VI van Holland in erfleen gegeven aan Filips van Spangen. Later kwam ze in bezit van de stad Delft. Overschie werd in 1941 door Rotterdam geannexeerd.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Verm. Rotterdamserijweg 1940

Rookwolken van de brand na het bombardement van Rotterdam, 14 mei 1940. Op de voorgrond de omgeving van de Rotterdamse Rijweg (Overschie).

Nog steeds zijn alle vragen rond het vernietigende Duitse bombardement op Rotterdam van 14 mei niet beantwoord. Vast staat dat op hoog Duits niveau zo’n zwaar bombardement wordt beschouwd als middel om de Nederlandse overgave te bespoedigen. Dat is ook wat gebeurt, ondanks de voorkeur van de Duitse commandant in Rotterdam, Schmidt, voor een gericht licht bombardement en onderhandelingen met de tijdrekkende Nederlandse legerleiding om Rotterdam tot overgave te dwingen. Op 14 mei, rond half twee ’s middags, worden het centrum, Kralingen, de Provenierswijk, het Oude Noorden en het Liskwartier doelwit van Duitse Heinkel-bommenwerpers. De afgeworpen lading verwoest meer dan 30.000 woningen en panden. In totaal komen als gevolg van dit bombardement 800 tot 900 mensen om.

Direct na het bombardement van 14 mei breken overal branden uit. Een harde wind wakkert het vuur aan en de brandweer kan in deze situatie weinig uitrichten. Veel materieel is verloren, veel waterbronnen zijn onbereikbaar. Tienduizenden vluchten weg uit de inferno die het stadscentrum nu is. Bijna tachtigduizend Rotterdammers raken in één klap hun huis en hun spullen kwijt. In Kralingen en bij de Coolsingel breidt de vuurzee zich verder uit over de stad. Wanneer ’s avonds en ’s nachts de wind draait en nog sterker wordt, vallen andere stadsdelen ten prooi aan de vlammen. Pas op 16 mei zijn de voornaamste branden geblust, maar de verliezen zijn immens. In een gebied van ruim 250 hectare is veel geheel of gedeeltelijk verwoest; het wordt al snel ‘de puin’ genoemd.

In de jaren 2008-2010 is het verwoeste gebied in de stad gemarkeerd na een een reconstructie aan de hand van oude kaarten. Deze markering wordt de brandgrens genoemd.

De fotograaf is Henk Sutterland en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Dorpstraat 1923

De Dorpsstraat in Overschie, 1923. Links de grof- en kachelsmederij van Noorlander, rechts het postkantoor (met het wapen boven de ingang), daarnaast het statige huis van notaris D. van den Berg en het raadhuis (met de lantaarns).

De Dorpsstraat is de hoofdstraat in het voormalige dorp Overschie. Bij besluit B. 16 december 1941 werd de naam gewijzigd in Overschiese Dorpsstraat.

Het dorp Overschie, eigenlijk Ouderschie, Ouwerschie of Oldschie geheten, moet al voor het jaar 1063 hebben bestaan.Op 28 december van dat jaar sloot de bisschop van Utrecht, Willem van Gelder, met Reginbertus, de abt van Echternach, een verdrag waarbij eerstgenoemde afstand deed van een aantal kerken in Holland, waaronder die van Schee of Schie. Ook onder de naam Oud-Schiedam komt het dorp wel voor. Het dorp Overschie behoorde tot de heerlijkheid van die naam, die ook een aantal polders omvatte. In 1409 werd deze heerlijkheid door graaf Willem VI van Holland in erfleen gegeven aan Filips van Spangen. Later kwam ze in bezit van de stad Delft. Overschie werd in 1941 door Rotterdam geannexeerd. De Kerksingel is vernoemd naar de hervormde Grote kerk. Het oudste kerkgebouw van Overschie werd in de 10de eeuw gesticht. In de 14de en 15de eeuw brandde het gebouw verschillende malen af en werd vervolgens steeds herbouwd. De kerk brandde in 1899 eveneens af; ze werd door een nieuw gebouw vervangen. De Overschiese Kleiweg is een onderdeel van de Kleiweg. De Overschieseweg heette voor 1940 Schiedamseweg. Hij vormde de verbinding van Schiedam met Overschie.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Schie 1895

Houtzaagmolens van de firma Van Stolk aan de noordzijde van de Rotterdamse Schie, 1895 (geschat). Van links naar rechts: De Koe (met schoorsteen); De Haan en De Vlaggeman. Links: de Bergpoldermolen.

Abraham van Stolk (1762-1819) was eigenaar van de gelijknamige Rotterdamse houthandel.

De familie Van Stolk bezat vanaf 1727 een houthandel aan de Rotterdamse Schie. Deze firma droeg sedert het begin van de negentiende eeuw de naam Abraham van Stolk. Wegens stadsuitbreiding werd het bedrijf in 1927 gedwongen te verhuizen naar de Delfshavense Schie. De weg langs het nieuwe bedrijf heet sinds 1928 de Abraham van Stolkweg.

Molen De Koe werd in 1746 door David van Stolk aangekocht. In 1859 werd deze molen omgebouwd tot stoomzagerij. Molen De Haan werd in 1880 gekocht door de familie Van Stolk. In 1895 werd de molen gesloopt. Molen de Vlaggeman werd onttakeld in 1924 en gesloopt in 1929.

Een gedicht over de molens aan de Schie:
De Mol is mij ontkropen;
De Leeuw in ‘t groene woud.
De Abram mag het hopen,
Dat hij wordt opgebouwd.
De Koe, die staat te loeien,
De Barg staat aan haar zij;
Het Haantje staat te kraaien,
De Vlaggeman staat erbij.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia en van http://www.molendatabase.org/molendb.php…

Met medewerking van Rotterdam oud en nieuw