Category Archives: Delfshaven

Keilestraat 1930

Gezicht op de Keilestraat bij de firma W.H. Köning & Co, 1930-1934.

De Keilestraat ligt in de voormalige Keilepolder. De naam Keile had vermoedelijk de betekenis van nauwe doorgang of opening. Deze polder was oorspronkelijk een buitengors, een smalle strook grond die langs de rivier lag. Wanneer de polder is ontstaan valt niet met zekerheid te zeggen. Op de kaart van Schieland van Floris Balthasars en Balthasar Florisz van Berckenrode uit 1611 wordt deze al vermeld.

De Keilehaven is vooroorlogse industriehaven in Nieuw-Mathenesse in Rotterdam-West. De Keilehaven, ontworpen “in den trant van de Persoons- en Nassauhaven”, is gegraven tussen 1912 en 1914 en was 750 meter lang en met 50 meter relatief smal.

Rond de Keilehaven waren diverse opslagplaatsen en fabrieken gevestigd, waaronder de Gemeentelijke Gasfabriek van Rotterdam. De opslagplaatsen stonden met name aan de zuidkant van de Keilehaven. De zeezijdige aan- en afvoer van koopmansgoederen vond aan de andere kant van de Keilestraat via de Lekhaven plaats. De Keilehaven was daarvoor te ondiep, -3 m NAP. Aan de zuidzijde staat nog het industrieel monument Katoenveem uit 1919 van J.J. Kanters.

Een ander groot pand, van Thomsen’s Havenbedrijf, dat Keilepand heette, is in oktober 1951 bijna geheel afgebrand. Het werd aangepast aan de eisen van de tijd weer in oude glorie hersteld. Het zou nu in aanmerking komen om tot gemeentelijk monument te worden verheven.

Het oostelijk deel van de Keilehaven is in 1994-1995 gedempt. De Keilehaven wordt tegenwoordig nog gebruikt om koelwater van de elektriciteitscentrale aan de Galileistraat te lozen. Ook is er een overslagstation van de Roteb gevestigd: het huisvuil van de rechter Maasoever wordt hier overgeslagen op schepen en naar de vuilverbranding aan de Maashaven verscheept.
De Keilehaven is vernoemd naar de voormalige Keilepolder, waarin ze ligt.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Coolhaven 1920

De Coolhaven in aanleg met op de achtergrond panden in aanbouw aan de Rochussenstraat, 1920-1922.

De Coolhaven werd in 1922 gegraven als nieuwe verbinding tussen de Delfshavense Schie en de Nieuwe Maas. Het is behalve een waterweg tevens een boezem van het Hoogheemraadschap Delfland.

De verbinding tussen de Coolhaven en de Nieuwe Maas loopt via de in 1933 geopende Parksluizen en de Parkhaven. Vanaf de Parkhaven kunnen schepen doorvaren naar de Nieuwe Maas. In de Coolhaven ligt het opleidingsschip van het Scheepvaart en Transport College. Door de Coolhaven varen veel zand- en grindschepen uit en naar Delft en Den Haag.

De Rochussenstraat verbindt het centrum bij het Eendrachtsplein met de Aelbrechtskade (aan de rand van historisch Delfshaven). De Rochussenstraat loopt door de wijken Dijkzigt, Middelland en het Nieuwe Westen. Het gedeelte ten westen van de tunneltraverse is tussen 1900 en 1930 aangelegd. Het oostelijke deel van de Rochussenstraat stamt uit de jaren dertig en is aangelegd op basis van het stedenbouwkundige plan van W.G. Witteveen voor het gebied van het vroegere Land van Hoboken.

Charles Rochussen (Kralingen, 1 augustus 1814 – Rotterdam, 22 september 1894) was een Rotterdams kunstenaar en ontwerper.

Charles Rochussen kwam uit een welgestelde familie. Hij was een zoon van de zeep- en zoutfabrikant Hendrik Rochussen, een verzamelaar van kunst en oudheden, en Judith Bethlemine Charlotte Hubert. Zijn broer Henri (1812-1889) was eveneens schilder en tekenaar. Aanvankelijk voor een carrière in de handel bestemd, volgde Charles Rochussen zijn opleiding aan de academie in Den Haag. Na een lange periode van werken in Amsterdam (van 1849 tot 1869) keerde hij terug naar Rotterdam. In het negentiende-eeuwse Rotterdam was Rochussen een toonaangevende persoonlijkheid. De Rotterdamse notabele was zowel kunstenaar en ontwerper (van bijvoorbeeld historische optochten) als bestuurder van de Rotterdamse kunstacademie en diverse organisaties op cultureel gebied.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Pieter de Hooghweg 1917

Gezicht op het gebouw van de Nederlandse Economische Hogeschool (voorheen Hogere Handelschool) aan de Pieter de Hoochweg, 1917. Links staat de Hogere Zeevaartschool en rechts een gedeelte van de Anglicaanse Sint Mary’s church.

Rotterdam had als haven- en handelsstad aan het eind van de negentiende eeuw een sterke groei doorgemaakt. Een instelling voor hoger onderwijs, speciaal gericht op de handel, bestond in de stad echter nog niet. In 1906 begon de Rotterdamsche Vereeniging voor Voortgezet Handelsonderwijs met het organiseren van avondcursussen in navolging van een Amsterdams voorbeeld. Voorzitter en secretaris van deze vereniging waren de heren C.A.P. van Stolk en J.A. Ruys. Beiden heren waren het eens over de noodzaak van een handelshogeschool en gaven met mr. W.C. Mees, de oprichter van een scheepshypotheekbank, de eerste aanzet tot oprichting van de Nederlandsche Handelshoogeschool te Rotterdam. Dit initiatief werd in hoge mate gesteund door vertegenwoordigers van de Rotterdamse handel.

Op 28 februari 1913 werd een comité gevormd wat op 29 april 1913 leidde tot de oprichting van een vereniging die als doel had te komen tot een Nederlandsche Handelshoogeschool. De drie genoemde heren werden tot voorzitter en secretarissen benoemd. De definitieve vereniging, waarvan de statuten werden vastgesteld op 23 juli van dat jaar, kreeg de naam Nederlandsche Vereeniging voor Hooger Handelsonderwijs (Nederlandsche Handels-Hoogeschool, NHH). De statuten verkregen op 20 september 1913 Koninklijke goedkeuring.

De avondcursussen, gegeven door de Rotterdamsche Vereeniging voor Voortgezet Handelsonderwijs sinds 1906, werden in 1913 door de zojuist opgerichte Nederlandsche Handelshoogeschool overgenomen. Om financiële redenen kwam hieraan in 1921 een einde. De Nederlandsche Vereeniging voor Hooger Handelsonderwijs besloot echter eind 1922 deze avondcursussen weer te hervatten, echter apart van de Hoogeschool. De organisatie werd opgedragen aan een nieuw gevormde commissie voor Voortgezet Handelsonderwijs. De commissie werd opgeheven in 1983.

De feestelijke opening van de hogeschool vond plaats op zaterdag 8 november 1913 in de Grote Zaal van de Sociëteit ‘Harmonie’. Op maandag 10 november startten de colleges voor vijfenvijftig voltijd studenten. Gedurende de eerste jaren vond het onderwijs plaats in een tijdelijk onderkomen, maar in 1916 werd een nieuw gebouw aan de Pieter de Hoochweg, in Delfshaven, in gebruik genomen. De diploma’s van de NHH werden niet wettelijk erkend. In 1917 werd de eerste poging ondernomen om dit te veranderen. Het zou echter nog tot 1939 duren voordat de wettelijke erkenning er zou komen. In verband met deze erkenning werd toen de naam van de hogeschool gewijzigd in Nederlandsche Economische Hoogeschool (NEH) en de nieuwe naam voor de vereniging werd: Nederlandsche Vereeniging voor Hooger Handelsonderwijs in de Economische Wetenschappen.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam. http://www.stadsarchief.rotterdam.nl/nederlandse-economisch…

Met medewerking van Rotterdam van toen

Havenvakschool Jan Backx Parkhaven 1967

De net in bedrijf gestelde drijvende havenvakschool Jan Backx in de Parkhaven met op de achtergrond de Euromast, 7 februari 1967.

Bij het overlijden van Jan Backx in 1982 maakte Dr. Stakenburg, de secretaris van de Scheepvaart Vereniging Zuid en medekompaan in de strijd voor een Havenvakschool, diens verdienstenbalans op. Hier het begin van het referaat:

Jan Backx, in 1903 te Amsterdam geboren als zoon van Cornelis Petrus Hendrikus Johannes Backx en Grietje Key, was een schitterende toekomst weggelegd, welke hij waar zou maken.

Zijn vader was stuwadoor en leidde eerst met zwager Jan en later met neef Gerrit Key Thomsen’s Stuwadoorsbedrijf. Grootvader Backx was notaris te Watergraafsmeer en stamde uit een zeer oud Brabants geslacht, in de middeleeuwen riddermatig.

Na het Gymnasium Erasmiamim te Rotterdam te hebben doorlopen, studeerde Backx te Leiden in de Rechten en Economie. Hij promoveerde in 1928 op een nog veel gelezen proefschrift ‘De Rotterdamse Haven’, waarna hij op 3 oktober 1929 in dienst van zijn vaderlijk bedrijf trad. Hij begon er “in de put”, zoals dat heet, en het laad- en loswerk der zeeschepen in al zijn facetten mede. In 1935 werd hij, nadat zijn praktische opleiding was beëindigd, directeur, en van dat ogenblik af zouden Thomsen’s Havenbedrijf, dat hij van 200 tot 2000 personeelsleden uitbouwde, en hij ondeelbare begrippen worden.

Zijn onderneming moest en zou in Rotterdam model worden voor de inrichting van een havenbedrijf!
Dit nagestreefde ideaal, dat gezien de resultaten veel meer was dan een droomwereld, bestempelt na 1935 Backx behalve als hervormer in eigen bedrijf als leider van een gemeenschap. Niet slechts binnen deze in de publieke opinie verachte, want verachterde, bedrijfstak, moest die gemeenschap – waarvoor in 1907 Dr W.A. Engelbrecht en, na hem Paul Nijgh de grondvesten hadden gelegd – worden opgebouwd, maar ook, ja bovenal!, daarbuiten: in de sociaal-culturele vorming van de mens; in zijn vrijetijdsbesteding; in zijn onderwijswetenschappelijke scholing; in zijn musische begeleiding.

Kortom in tientallen facetten van het leven. Het dagelijks bestaan van de geminachte bootwerker, de hoger geklasseerde industrie-arbeider, de modale bankbediende de uitzichtloze kantooremployé zou moeten worden verrijkt. De mens op zijn werk en de mens thuis, in zijn verenigingsleven, met zijn hobby’s, tijdens zijn schooluren of zelfstudie, zouden moeten worden geïntegreerd in één all-round persoonlijkheid!

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van http://www.havenvakschool.com/www.HAVENVAKSC…/JAN_BACKX.html 

Met medewerking van Rotterdam van toen

 

Voorhaven 1908

De Voorhaven met de Piet Heynsbrug, 1908-1910.

Voor Delfshaven en Rotterdam in 1886 werden samengevoegd, droeg de Voorhaven de naam Oudehaven. Daar laatstgenoemde naam reeds in Rotterdam voorkwam werd de naam Voorhaven, waaronder de haven ook wel bekend stond, officieel vastgesteld. Eveneens werd in 1886 de naam Voorstraat officieel vastgesteld. Deze naam, die aansluit op de naam Voorhaven, was reeds voor 1886 in gebruik.

Deze brug heet naar vlootvoogd Pieter Pietersz. Heyn, 1577-1629. Hij was van 1623 tot 1626 als vice-admiraal en van 1626 tot 1629 als admiraal in dienst van de West-Indische Compagnie. In 1629 werd hij benoemd tot luitenant-admiraal van Holland en West-Friesland. Het bekendste feit uit zijn loopbaan was de verovering van de Spaanse Zilvervloot in de baai van Matanzas in 1628. Piet Heyn was in Delfshaven geboren in een huis in de Kerkhofsteeg of Kerkstraat (sinds 1870 Piet Heynstraat geheten). In 1870 werd in de Plantage een standbeeld voor hem opgericht. Dit plein heet sinds 1886 Piet Heynsplein. Tegelijkertijd ontving de oude Draaibrug op de grens van de Aelbrechtskolk en de Voorhaven de naam Piet Heynsbrug. De bij de brug gelegen sluis werd Piet Heynsluis genoemd.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Keldermakerswerf 1901

Oliemolen Maaszicht of De Hoop op de Keldermakerswerf nummer 25, 1901-1905.

Deze molen werd in 1718 op het erf van een glasblazerij gebouwd door molenmaker Jacob Versluys. In eerste instantie was hij ingericht als runmolen. Later werden Hasseling & Van der Kun de eigenaar. In 1850 blijkt de molen te zijn verbouwd tot korenmolen, want hij wordt in dat jaar als zodanig aangegeven op een kaart. Rond 1875 zou de molen zijn omgebouwd tot oliemolen. Dit bleef hij tot de afbraak. Het was in Delfshaven een stellingmolen met een hoge, steile onderbouw en een vrij taps toelopend achtkant. In 1907 is de molen naar Ouderkerk aan den IJssel verplaatst en kreeg daar de naam Hermina.

De Keldermakerswerf dankte haar naam aan de kistenmakerijen die daar waren gevestigd. Er werden kelderkisten gemaakt. Voor 1886 heette deze straat Molenwerf naar een molen, die daar stond. De straat lag bij de Westzeedijk ten oosten van de 2de IJzerstraat. Bij besluit B&W 6 januari 1922 werd de naam ingetrokken.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van de mooie site http://www.molendatabase.org/molendb.php…

Met medewerking van Rotterdam van toen

Duyststraat 1972

Gezicht op de Duyststraat met de Duyststraatkerk, 3 mei 1972.

De familie Duyst werd in 1534 beleend met de ambachtsheerlijkheid van Schoonderloo en de daarvoor gelegen buitengorzen.

De Duyststraatkerk raakte buiten gebruik als Gereformeerde kerk in 1987. Sinds 1989 in gebruik als Turkse moskee Merkez. Het orgel (Bakker & Timmenga, 1906) kreeg in 2005 een nieuwe bestemming in de Wilhelminakerk te Dordrecht. Uit Het Nieuws van den Dag, 6 December 1902: De nieuwe Gereformeerde kerk B te Oud-Delfshaven werd gisteravond ingewijd. Ds. P. Datema trad voor een zeer talrijk gehoor als feestredenaar op en sprak naar aanleiding van Math. 4 : 4, laatste gedeelte. Het kerkgebouw bevat 1200 plaatsen.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van http://reliwiki.nl/…/Rotterdam,_Duyststraat_26_-_Duyststraa…

Met medewerking van Rotterdam van toen

Noordschans 1972

Noordschans gezien vanaf de Mathenesserdijk met molen De Graankorrel en de R.K. Sint Antonius Abtkerk aan de Jan Kruijffstraat, 29 november 1972.

De Noordschans heet naar de meest noordelijke versterking van Delfshaven. Op bevel van het Hof van Holland moest Delfshaven in 1573 ‘sterk worden gemaakt’. Er werden schansen en wallen opgeworpen ter bescherming tegen de vijand.

Deze straatnaam is ontleend aan de ambachtsheerlijkheid Mathenesse die al in 1276 voorkomt. De naam zal een samenvoeging zijn van de woorden made (weide) en nes (aangeslibd land). Als oudste ambachtsheer wordt genoemd Dirk Bokel, wiens kleinzoon zich Dirk van Mathenesse noemde. Het Slot Mathenesse of Huis te Riviere, waarvan nog een ruïne aanwezig is, lag aan de Schiedamse Schie ten noordwesten van Schiedam.

De Graankorrel, Rouketel, Liefdadigheid of Molen van Van Beest is een windmolen in het Rotterdamse Delfshaven. De molen werd gebouwd in 1716, maar in 1921 na een storm onttakeld. In 1868 kreeg de molen de naam de Graankorrel en omstreeks 1846 de naam Liefdadigheid. Oorspronkelijk heette de molen de Rouketel. Het is een stellingmolen en dus een bovenkruier. De molen staat op de Noordschans 1 in Delfshaven. De molen maalde mout tot moutschroot voor de distilleerderijen. De kap van de molen werd gekruid met een buitenkruiwerk.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Taanderstraat 1924

De Taandersstraat vanuit de Rösener Manzstraat, 1924.

De Taandersstraat herinnert aan het tanen van visnetten, onderdeel van het vissersbedrijf, vroeger in Delfshaven veelvuldig uitgeoefend.

Deze straat is vernoemd naar Johan Wilhelm Rösener Mansz, 1824-1894, burgemeester van Delfshaven 1866-1870.

Delfshaven is gesticht naar aanleiding van het privilege van 8 september 1389, waarbij Hertog Aelbrecht van Beieren aan de stad Delft een vrije vaart vergunde van de stad tot in de Maas, met bepaling dat de vaart en het aanliggende land tot op 14 roeden afstand zouden staan onder de jurisdictie van Schout en Schepenen van Delft. Delfshaven is Delfts gebleven tot de val van de Republiek. Op 24 januari 1795 maakte de Haven zich van de stad Delft los. 19 Januari 1803 nam het Departementaal Bestuur van Holland een Besluit, waarbij werd verklaard, dat Delft en Delfshaven één gemeente gingen vormen met een bestuur dat verplicht bestond uit deels inwoners van Delft en deels inwoners van Delfshaven. Eind 1811 werd Delfshaven door toedoen van de Franse overheersing weer een zelfstandige gemeente. In 1886 werd de zelfstandigheid van Delfshaven voorgoed beëindigd door opname van Delfshaven in de gemeente Rotterdam.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Heiman Dullaertplein 1972

Heiman Dullaertplein gezien vanuit de Dirck Hoffstraat, 3 mei 1972. Rechts de 1e IJzerstraat.

Heyman Dullaert (Rotterdam, 6 februari 1636 – aldaar, 6 mei 1684) was een Nederlands schilder en dichter en leerling van Rembrandt. Zijn schilderijen, veelal trompe-l’oeils, zijn te zien onder andere in Nederland in het Kröller-Müllermuseum.

Als dichter is hij vooral bekend door zijn gedichten Aan myne uitbrandende kaerse en Een korenwanner aan de winden, beide te vinden in De Nederlandse poëzie van de 17e en 18e eeuw van Gerrit Komrij.

De Dirck Hoffstraat draagt de naam van de Rotterdamse kunstschilder Dirck Claesz. Hoff, die in 1628 overleed.

De Ijzerstraat is vernoemd naar het product ijzer dat de firma R.S. Stokvis leverde. De 1ste IJzerstraat loopt ten oosten van het voormalige pand van de firma R.S. Stokvis. De industrie van deze firma heeft de naam bepaald. Bij besluit B&W 21 februari 1928 werd het noordelijke gedeelte 1ste IJzerstraat en het zuidelijke gedeelte 2de IJzerstraat genoemd. Het middelste gedeelte werd een onderdeel van het Heiman Dullaertplein.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van  Rotterdam van toen