Category Archives: Feijenoord

Politiebureau Nassaukade 1966

Politiebureau Nassaukade en sinds het begin van de jaren ’60 een kantoor van de Spaarbank Rotterdam op de hoek van de Oranjeboomstraat en de Nassaukade, 1966.

Het huis Nassau is het geslacht dat heerste over het graafschap (later hertogdom) Nassau in Duitsland en dat in 1985 in mannelijke lijn uitstierf. De vrouwelijke takken Oranje-Nassau en Nassau-Weilburg zijn de regerende vorstenhuizen van Nederland en Luxemburg. Wel bestaan er nog bastaardtakken van het geslacht in mannelijke lijn.

Het geslacht (huis) Nassau wordt genoemd naar de burcht Nassau aan de Lahn, een zijtak van de Rijn, die ten noorden van het Taunusgebergte loopt. De Lahn mondt iets ten zuiden van Koblenz uit in de Rijn. Circa vijftien kilometer stroomopwaarts, naar het oosten, ligt het plaatsje Nassau. Op die plek werd de burcht omstreeks 1120 gebouwd door de familie van Laurenburg. Walram van Laurenburg (circa 1146 – 1 februari 1198) was de eerste graaf van Nassau.

De Oranjeboomstraat heet naar bierbrouwerij ‘d’Oranjeboom’, die aan deze straat was gevestigd. De brouwerij dateert uit 1671 en is ontstaan uit de samenvoeging van de brouwerijen ‘De Dissel’ en ‘van den Oranjeboom’. De eerste was gevestigd aan de Coolvest, de laatste aan de Nieuwehaven. In 1885 werd de brouwerij van de Coolvest naar Feijenoord overgeplaatst en in 1902 werd de Naamloze Vennootschap Brouwerij d’Oranjeboom opgericht. In 1990 vertrok de brouwerij naar Breda.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia en uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Stadion Feijenoord 1937

Het pas gebouwde Stadion Feijenoord met publiek op de tribunes tijdens een wedstrijd van de club, 1937.

Al decennialang is Feyenoord de ‘bewoner’ van De Kuip. Het stadion is ontworpen door architect Van der Vlugt. Grote man achter dit idee was Leen van Zandvliet. De voorzitter van Feyenoord in de jaren 30 riep op een dag uit “Ik heb het, ik heb het!” Hij was wakker geworden uit een droom; hij schreef het idee snel op een kladblok. De vorm van het stadion, met een ‘loshangende‘ tweede ring zodat niets het uitzicht van de toeschouwers zou belemmeren, zou zijn droom tot hem zijn gekomen. Enkele maanden later werd architect Van der Vlugt uitgenodigd voor een gesprek. Een stadion met twee verdiepingen moest gerealiseerd worden. De kern van het gesprek was ‘eenvoud’, verfraaiingen kwamen er niet aan te pas.

In 1934 maakte Van Zandvliet enkele trips naar het buitenland om op zoek te gaan naar andere, soortgelijke stadions. Het Highbury van Arsenal FC maakte indruk op hem. Dat had namelijk ook sinds 1932 twee verdiepingen, hetzelfde idee als Van Zandvliet dus. Van Zandvliet vond dat de enorme toestroom van publiek tijdens wedstrijden van Feyenoord de bouw van een modern voetbalstadion met plaats voor tienduizenden toeschouwers rechtvaardigde. Hij ondernam tevens een studiereis naar Amerika en bezocht het stadion van de Boston Red Sox wat hem inspireerde om deze nieuwe inzichten van faciliteiten gecombineerd met meerdere lagen waarvanuit elk gezichtspunt de wedstrijd toch goed te zien zou zijn te verwezenlijken. Voor de financiering steunde hij op havenbaron Daniël George van Beuningen.

Eind 1934 werd er contact gezocht met Braat-constructiewerkplaatsen. Die wilde de taak op zich nemen en ging aan de slag. Een voetbalwedstrijd duurt twee keer drie kwartier. Tussendoor moet men spanning kwijt en wat kunnen eten. Zo zijn er dus zowel onder als boven toiletten tussen de stalen spanten gebouwd. Tevens moest er plaats zijn voor een vergaderruimte, een werkvloer, kleedlokalen, een hokje voor de officials en er is een politiebureau en ook nog een brandweerkazerne en het bevat ook nog eens 4 woningen. De trappen aan de buitenzijde van het stadion konden tevens als tribune dienen voor het trainingsveld.

Van Zandvliet had haast; zo gauw er een bouwtekening klaar was, gaf hij direct de opdracht om te beginnen met de bouw van het stadion. De eerste paal werd geslagen door Puck van Heel op 16 september 1935. Daarna werden er nog 578 heipalen 21 meter diep de grond ingeslagen. De bouw van het stadion werd in 1936 afgerond, maar doordat de door de gemeente beloofde infrastructuur rondom het stadion nog niet was aangelegd, stond het stadion er maandenlang onbruikbaar bij en vond de opening pas in maart 1937 plaats.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Stieltjesplein 1935

Overzicht van het Stieltjesplein vanaf de spoorhefbrug, 1935. In het midden de rooms-katholieke kerk van de Martelaren van Gorkum en daarachter het Entrepotgebouw. Links de Rosestraat.

Het Stieltjesplein heet naar Thomas Joannes Stieltjes, 1819-1878, ingenieur en technisch adviseur van de Rotterdamsche Handelsvereeniging. Hij ontwierp de basculebrug over de Binnenhaven en had de leiding van de havenaanleg op Feijenoord. Het Stieltjesplein bestond reeds in 1878, doch ontving eerst later deze naam.

De Stieltjespleinkerk was de eerste R.K. parochiekerk van Rotterdam-Zuid, opgericht jaren 1880 nabij de Kop van Zuid. Geconsacreerd in 1886. Driebeukige neogotische kruisbasiliek, qua stijl verwant aan de Noordduitse baksteengotiek (veertiende eeuw). Interieur geheel uitgevoerd in schoonmetselwerk, voorzien van een zgn. alternerend stelsel van pijlers, zuilen en zesdelige gewelven. Asymmetrisch front (voorgevel), met uitgebouwd portaal, geflankeerd door een ronde doopkapel op de linker en een toren met hoge naaldspits op de rechter hoek. Kaysers ontwerp vertoonde overeenkomsten met dat van de Allerheiligste Verlosserkerk aan de Goudse Rijweg in Rotterdam en de St. Pauluskerk in Vaals uit dezelfde tijd. De parochie ging in 1940 samen met die van de O.L. Vrouw van Lourdes op het naburige Noordereiland, waarvan de kerk bij het bombardement op 14 mei 1940 werd verwoest. Als gevolg van teruglopend kerkbezoek en bouwvalligheid werd de kerk buiten gebruik gesteld en gesloopt in 1976. De parochie verhuisde nadien naar een nabijgelegen woonhuis, en is later opgeheven. Op de plaats van de kerk staat een verzorgingstehuis.

Uit Het Volk, 21 November 1913.
Een krankzinnige. Terwijl gisterochtend de organist der R.-K. kerk aan het Stieltjesplein voor het orgel zat, kwam een man op het zangkoor, die den uitdrukkelijken wensch te kennen gaf het orgel te willen bespelen. Toen hem zulks geweigerd werd, greep hij een stoeltje, waarmee hij den organist te lijf ging en vervolgens op de toetsen sloeg. De man bleek krankzinnig te zijn.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van reliwiki.nl http://reliwiki.nl/…/Rotterdam,_Stieltjesplein_17_-_Martela…

Met medewerking van Rotterdam van toen

Putselaan 1932

Gezicht in de Putselaan vanaf de kruising met de Hillevliet, 1932.

De Putselaan dankt zijn naam aan het land van Putten Overmaze. Charlois was oorspronkelijk een deel van het land ‘Putten over die Maze’. Putten behoorde van 1361 tot 1456 aan de heren van Gaesbeek en is daarna aan de hertog van Bourgondi gekomen. Een gedeelte van de Putsebocht heette voor 1902 Tolbocht.

De benaming ‘hille’ komt in oorkonden betreffende Holland, Zeeland, Voorne en Putten in het bijzonder voor als door water omringde buitendijkse gronden. De benaming ‘hille’ komt behalve in de betekenis van hoogte en duin ook voor als eiland. Op 17 maart 1447 werden de hillen van Katendrecht door de heer van Gaesbeek en Putten aan Jacob Pot en zijn echtgenote in leen uitgegeven. Op 20 februari 1525 werden de uitergorzen, genaamd de Hille, aan de oostzijde van Charlois ‘met alle slikken, aanwassen, visscherijen, vogelarijen, jaerschot, nat ende drooge dijcken enz.’ door de uitgevers van Charlois verhuurd. Deze Hillepolder, waarvan de grondverkaveling op 23 augustus 1529 plaats vond, was 240 morgen groot en kreeg toen een sluis en een sluisvliet. De Brede Hilledijk beschermde de polder aan de Maaszijde, de Hilledijk aan de zijde van het Zwanegat, de Groene Hilledijk scheidde de Hillepolder van Karnemelksland. De twee wegen, later als Korte- en Langeweg bekend, worden eveneens in 1529 genoemd. De Langeweg heet sinds 1895 Lange Hilleweg, terwijl op de plaats van de Korteweg of Korte Hilleweg thans de Paul Krugerstraat ligt. Vroeger was er ook een Smalle Hilledijk; deze vormt thans een onderdeel van de Brede Hilledijk. Deze Smalle Hilledijk kwam in 1895 in de plaats van de Vildersteeg.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Stadion Feijenoord 1962 Feijenoord N.A.C. (4-1)

Publiek in Stadion Feijenoord tijdens Feyenoord-NAC, 15 april 1962.

Uit het Vrije Volk van 16 april 1962:
Gerard Bergholz, op de rechtsbuitenplaats vervangen door de jonge Hordijk, maar na een kwartier invaller voor een door rugklachten gepijnigde Cor v.d. Gijp, heeft een groot stempel gedrukt op Feijenoord-NAC. Bergholz kwam na één kwartier het veld op en scoorde nauwelijks twintig seconden later een magnifiek doelpunt. Twintig minuten later herhaalde hij die prestatie nog eens. Omdat verder Bouwmeester en Schouten voor Feijenoord scoorden en Visschers voor NAC werd het tenslotte 4-1, een resultaat, dat de verhouding in het veld voortreffelijk weerspiegelde.

Het was een wedstrijd in grote sfeer. NAC werd bij zijn opkomst luid toegejuicht. Feijenoord kreeg een staande ovatie terwijl bij de aanvang het legioen uit volle borst het hand in hand, kameraden zong. Dat heeft de Rotterdammers, die al vijf wedstrijden in successie het zoet der overwinning niet smaakten, gesterkt. Bij vlagen was het spel ouderwets. In weken zag het legioen zijn favorieten niet in zulk een vorm.In het begin leek het daar niet op. NAC gaf fraai partij en kreeg zelfs de beste kansen, vooral via Visschers die als speerpunt van de aanval een voortreffelijke wedstrijd speelde. Pieters Graafland had met zijn schoten de allermeeste moeite, maar klaarde het.

Eerst na het uitvallen van Cor v.d. Gijp kwam er vaart in de Feijenoord-acties. Nauwelijks was Bergholz als midvoor in het veld verschenen, of Bouwmeester mikte de bal uit een corner over de handen van doelman v. d. Merwe in de doelmond. Bergholz stormde toe en kopte de bal schitterend in.

NAC kreeg daarna wel kansen, maar het was Feijenoord dat de zaken ging dicteren. Henk Schouten, grote uitblinker in de aanvalslinie, dirigeerde het aanvalskwintet met slimme acties, waar Kees Kuys c.s. geen vat op hadden. Met man en macht werd Coen Moulijn afgestopt, maar daardoor kwam er ruimte voor de andere aanvallers.

Beautie
In de 20e minuut stuitte een schot van Schouten af op een voet van een verdediger. Bouwmeester kreeg de bal voor zijn voeten en knalde zonder bedenken in (2—0). Fraaier nog was het derde doelpunt, dat Gerard Bergholz na een halfuur op.zijn naam schreef. Hij kreeg de bal van Moulijn toegespeeld, liep langs een paar NAC-verdedigers en loste toen van zeker 25 meter volkomen onverwachts een enorme kogel, die in de uiterste bovenhoek doel trof. Een beautie! (3-0).

Het dolgelukkige Feijenoord, gesteund door een onvermoeid roepende aanhang, had hiermee de overwinning wel veilig gesteld. Kennelijk besloot men het na de rust wat kalmer aan te doen, waardoor NAC een tijdlang sterk in het offensief kon komen. Na drie minuten al leverde dat een doelpunt op, toen Visschers de bal vrij kreeg en een schot loste dat Pieters Graafland zeker zou hebben gehad, als Bennaers er niet op ongelukkige wijze een voet tussen had gezet. De bal veranderde van richting en stuiterde de hoek in (3-1).

NAC bleef gevaarlijk, maar schutter Visschers kreeg geen kans; meer. Omdat de” Feijenoordaanvallen nu zonder tempo werden opgezet verzoende ieder zich al met een tamme afloop, tot in het laatste kwartier de Rotterdammers er nog even een schepje bovenop deden.

Henk Schouten gaf het alarmsein met een grandioze solorush die hem tot vlak voor v.d. Merwe bracht. Cees Kuys kon de bal nog net corner werken, maar het scheelde een haartje. Bouwmeester kreeg een beste kans, maar schoot roekeloos naast. In de 36e minuut ten slotte kon toch nog een keer het legioen overeind komen. Dat dankte het dan weer aan Bergholz, die op rechts een ren ondernam en de bal scherp voortrok. Bouwmeester knalde de bal in, tegen de benen van v.d. Merwe, Hordijk zette zijn voet ertegen, weer tegen de benen van v.d. Merwe, waarna Henk Schouten met de rust van de routinier de bal kalmpjes in de hoek legde (4-1).

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt uit het Vrije Volk, via delpher.nl

Met medewerking van Rotterdam van toen

Oranjeboomstraat 1930

De Oranjeboomstraat met de Wilhelminakerk. In het midden de Steven Hoogendijkstraat, 1930.

Deze straat heet naar bierbrouwerij ‘d’Oranjeboom’, die aan deze straat was gevestigd. De brouwerij dateert uit 1671 en is ontstaan uit de samenvoeging van de brouwerijen ‘De Dissel’ en ‘van den Oranjeboom’. De eerste was gevestigd aan de Coolvest, de laatste aan de Nieuwehaven. In 1885 werd de brouwerij van de Coolvest naar Feijenoord overgeplaatst en in 1902 werd de Naamloze Vennootschap Brouwerij d’Oranjeboom opgericht. In 1990 vertrok de brouwerij naar Breda.

De Steven Hoogendijkstraat is vernoemd naar Steven Hoogendijk, 1698-1788, Rotterdams natuurkundige en horlogemaker. Stichtte in 1769 te Rotterdam het Bataafsch Genootschap der Proefondervindelijke Wijsbegeerte. Hij liet op eigen kosten in de polder Blijdorp een stoomgemaal bouwen dat in 1787 in werking werd gesteld.

De Wilhelminakerk in Rotterdam werd opgericht als nieuwe wijkkerk van de toenmalige zelfstandige “Nederduitsch Hervormde Gemeente”, afgesplitst van de Hervormde Gemeente IJsselmonde. Evenals de Koninginnekerk in Rotterdam kon deze kerk gebouwd worden dankzij een gift van de gezusters Van Dam. De inwijding volgde op 27 november 1898. Het was een forse zaalkerk op centraliserende plattegrond met uitgebouwde, driezijdig gesloten apsis en fronttoren, geflankeerd door twee lagere traptorens. De apsis werd uitwendig geaccentueerd door topgevels en een eenvoudige dakruiter. Het interieur was voorzien van galerijen en werd gedomineerd door een forse vrijstaande kansel in het koor. Het gebouw was een belangrijk voorbeeld van stilistische vernieuwing in de protestantse kerkbouw van omstreeks 1900, voortkomend uit het eclecticisme, tevens belangrijk werk uit het oeuvre van B. Hooykaas Jr.

De kerk kreeg in de naoorlogse jaren grote bekendheid door de orgelconcerten van de bekende organist en dirigent Feike Asma. Als gevolg van teruglopend kerkbezoek werd de kerk in 1972 buiten gebruik gesteld en in het jaar daarna gesloopt. Een groot deel van de pijpen uit het orgel zijn aangekocht door de Hervormde Gemeente Veenendaal en zijn gebruikt voor het orgel van de Oude Kerk te Veenendaal.

Zowel de Koninginnekerk als de Wilhelminakerk beschikten over 1.600 zitplaatsen.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Poortgebouw/Binnenhavenbrug 1960

De Binnenhavenbrug is in verband met onderhoud door een drijvende bok van zijn plaats gehaald, 1 mei 1960. Op de achtergrond is het Poortgebouw zichtbaar.

Over de Binnenhaven ligt de Binnenhavenbrug met daarbij het Poortgebouw. Volgens de overeenkomst van 24 oktober 1873 tussen de gemeente Rotterdam en de Rotterdamsche Handelsvereeniging moesten door laatstgenoemde de Binnenhaven en de Entrepôthaven gemaakt worden. De naam is gegeven omdat de haven niet uitkomt op de Maas, doch op de Koningshaven. De Binnenhavenhof is het binnenterrein tussen de Rosestraat en de Rijtuigweg ten zuiden van de Binnenhaven.

Het Poortgebouw is een gebouw in Rotterdam-Zuid, dat over de Stieltjesstraat heen is gebouwd. Het ligt aan de brug over de Binnenhaven. Sinds 1986 is het opgenomen in het register van rijksmonumenten.

Het Poortgebouw werd in 1879 opgeleverd als hoofdkantoor van de Rotterdamsche Handelsvereeniging (RHV) van Lodewijk Pincoffs. De architect was J.S.C. van de Wall. In 1882 kwam het onroerend goed van de Rotterdamsche Handelsvereeniging, waaronder het Poortgebouw, in handen van de gemeente Rotterdam. Het havencomplex aan de Binnenhaven en de Spoorweghaven werd toen de Gemeentelijke Handelsinrichtingen. De directie ervan werd in het Poortgebouw gevestigd. De ruimte die over bleef, werd aan derden verhuurd. Onder meer aan de Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart-Maatschappij, nu de Holland-Amerika Lijn, die er tussen 1889 en 1901 onderdak voor de directie en het vrachtbureau vond.

In 1932 werd het na zijn oprichting het hoofdkantoor van het Havenbedrijf der Gemeente Rotterdam, waarin de Gemeentelijke Handelsinrichtingen opgingen. Oorspronkelijk stond er aan de andere zijde van de brug over de Binnenhaven nog een tweede, veel kleiner poortgebouw, dat uitsluitend als poort diende. Deze poort heeft echter een relatief kort bestaan gehad. Het Havenbedrijf der Gemeente Rotterdam, sinds 2004 het Havenbedrijf Rotterdam N.V., bleef er tot 1977 gevestigd.

In 1980 is overwogen een eroscentrum in te richten in het Poortgebouw. Dit plan is echter niet tot uitvoering gekomen. Tussen 1980 en 1982 werd het gebouw gekraakt, waarna er met de krakers een huurovereenkomst werd afgesloten. In 2005 is het slecht onderhouden gebouw aangekocht door een projectontwikkelaar, die het wilde renoveren en omvormen tot kantoorruimte. Op 30 maart 2010 oordeelde de rechtbank in Den Haag dat de eigenaar de huidige bewoners niet mocht uitzetten.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Olympiaweg 1937

De Olympiaweg bij de ingang van Stadion Feijenoord, 1937-1939.

Door Feyenoords successen in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw was het terrein van de voetbalclub aan de Kromme Zandweg veel te klein. Feyenoordvoorzitter Leen van Zandvliet slaagt er, na jaren ijveren, in om met hulp van notabelen – onder wie havenbaron Van Beuningen -, een groot voetbalstadion ‘op Zuid’ te verwezenlijken. Via de oprichting van een NV werd het ambitieuze project gefinancierd. Het complex, met de officiële naam Stadion Feijenoord, werd ontworpen door de architecten Brinkman en Van der Vlugt in de trant van het Nieuwe Bouwen, een zakelijke bouwstijl met veel glas, staal en beton. Vanwege de ovale hoofdvorm stond het complex in de volksmond al snel bekend als De Kuip.

Brinkman en Van der Vlugt, geïnspireerd door het stadion van Arsenal in Londen, maakten een stadion in twee verdiepingen, waarbij het publiek dicht op het veld zat. De tribunes kenden een optimale zichtlijn, mede doordat de constructie-elementen aan de buitenzijde waren geplaatst en de hoeken waren afgerond. Tussen 1935 en 1936 werd het – afgezien van de betonnen tribunes – geheel in staal geconstrueerde gebouw door aannemer J.P. van Eesteren gebouwd. Op 16 september 1935 werd de eerste paal geslagen door Puck van Heel.

De openingswedstrijd tussen Feyenoord en het Antwerpse Beerschot vond plaats op 27 maart 1937. Vertegenwoordiger van de koningin Jhr. De Beaufort opende het stadion en burgemeester Droogleever Fortuyn trapte af. De RET vervoerde die dag vijfentwintigduizend passagiers van en naar het stadion aan de Kreekweg. Feyenoord won onder aanvoerder Puck van Heel de wedstrijd voor circa zevenendertigduizend toeschouwers met 5-2.

Stadion Feijenoord, zoals de officiële naam luidt, telde vijfenzestigduizend plaatsen. Met een spoorweghalte en trams voor de deur bleek het stadion al snel uitstekend te voldoen. In 1957 kreeg De Kuip, met Feyenoord als de vaste bespeler, een lichtinstallatie. In totaal zitten er in de lichtmasten tweehonderdachtentachtig lampen van tweeduizend watt, dat zijn er tweeënzeventig per mast. In 1968 werd de stoeltjes capaciteit verhoogd en vervingen stoeltjes de houten banken. In De Kuip zijn ook vele wedstrijden van het Nederlands Elftal, finales om de KNVB-beker, Europacupfinales en wedstrijden – waaronder de finale – van Euro 2000 gespeeld. De Kuip ontwikkelde zich tot hét interlandvoetbalstadion en vervulde de Rotterdammers, vooral die op de linker Maasoever, met trots.

De inhoud van het Stadion Feijenoord is gelijk aan anderhalf miljoen kubieke meter. Onder meer de Rolling Stones, U2, David Bowie, Bob Dylan, Michael Jackson, Madonna en Bruce Springsteen hebben in De Kuip opgetreden. Bob Dylan was de eerste popmuzikant die er optrad, maar de Jehovagetuigen en Billy Graham gingen hem voor. Ook werden er in het stadion incidenteel bokswedstrijden, speedway- en wielerwedstrijden en turn- en atletiekwedstrijden georganiseerd.

Strengere veiligheidseisen en moderne comforteisen leidden in 1994 tot de renovatie van het stadion en het aanbrengen van een overkapping naar ontwerp van architecten Zwarts & Jansma. De verbouwing hield een aanzienlijke capaciteitsreductie in, in totaal bleven er na de renovatie circa eenenvijftigduizend zitplaatsen over. Voor de grasmat werd zand uit Wassenaar gehaald en er werd speciaal gras geïmporteerd. De Kuip heeft tot op de dag van vandaag een goede staat van dienst voor wat betreft de kwaliteit van de grasmat.

De fotograaf is Adrianus Langejan en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam. Lees verder op http://stadsarchief.rotterdam.nl/de-kuip

Met medewerking van Rotterdam van toen

Entrepothaven 1968

Het entrepotgebouw Vijf Werelddelen aan de Entrepothaven en de Binnenhaven, maart 1968. Op de achtergrond de hervormde Wilhelminakerk aan de Persoonsstraat en de woonhuizen langs de Rosestraat.

Bij een wet van 31 maart 1828 werd Rotterdam verplicht een entrepôt (een publieke opslagplaats van goederen, waarvoor invoerrechten verschuldigd zijn) op te richten. Achtereenvolgens werden hiervoor het oude Oost-Indische Huis aan de Boompjes (1829) en het Admiraliteitsgebouw bij het Boerengat (1855) ingericht. Na de oprichting van de Rotterdamsche Handelsvereeniging in 1872 kreeg de stad de beschikking over een tweede en beter ingericht Vrij-Entrepôt op de Linker-Maasoever. Het entrepôt kwam te liggen bij een haven, die de naam Entrepôthaven ontving.

Voormalig entrepotgebouw ‘De Vijf Werelddelen’ was in oorsprong bestemd voor de belastingvrije opslag van transitogoederen. Tussen 1875-1879 gebouwd in utilitaire eclectische bouwstijl op initiatief van L. Pincoffs en H.A. Then-Bergh, de directeuren van de in 1872 opgerichte Rotterdamsche Handels Vereeniging (R.H.V.), naar ontwerp van architectenbureau G.J. Morre en Co. te Delft. Bij de technische uitvoering van het destijds modernste pakhuis ter wereld waren Th.J. Stieltjes als hoofdingenieur van de R.H.V. en zijn assistent en latere opvolger ir. W.A. Mees nauw betrokken. De onderbouw werd aanbesteed door het aannemersbedrijf Engel & Van Krevelden, de bovenbouw door aannemer D. Warnsink. In verband met de bereikbaarheid vanaf het water werd het gebouw voorzien van een eigen insteekhaven aan de Binnenhaven, de Entrepothaven. Het Vrij Entrepot was bovendien direct bereikbaar voor goederenwagons. Na het faillissement van de R.H.V. in 1882 werd na langdurig onderhandelen tussen de directie, de gemeente en het Rijk besloten dat vanaf 1 mei 1885 de gemeente Rotterdam het Vrij-Entrepot zou exploiteren.

De naam van de Binnenhaven is gegeven omdat de haven niet uitkomt op de Maas, maar op de Koningshaven. Volgens de overeenkomst van 24 oktober 1873 tussen de gemeente Rotterdam en de Rotterdamsche Handelsvereeniging moesten door laatstgenoemde de Binnenhaven en de Entrepôthaven gemaakt worden. Over de Binnenhaven ligt de Binnenhavenbrug met daarbij het Poortgebouw. De Binnenhavenhof is het binnenterrein tussen de Rosestraat en de Rijtuigweg ten zuiden van de Binnenhaven.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van http://rijksmonumenten.nl/…/voormalig-entrepotge…/rotterdam/

Met medewerking van Rotterdam van toen

Oranjeboomstraat 1926

Gezicht op de Nederlandse Hervormde Wilhelminakerk, en een tram van lijn 12, aan de Oranjeboomstraat, 1926. Links de Perssoonsstraat.

De Wilhelminakerk in Rotterdam werd opgericht als nieuwe wijkkerk van de toenmalige zelfstandige “Nederduitsch Hervormde Gemeente”, afgesplitst van de Hervormde Gemeente IJsselmonde. Evenals de Koninginnekerk in Rotterdam kon deze kerk gebouwd worden dankzij een gift van de gezusters Van Dam. De inwijding volgde op 27 november 1898. Het was een forse zaalkerk op centraliserende plattegrond met uitgebouwde, driezijdig gesloten apsis en fronttoren, geflankeerd door twee lagere traptorens. De apsis werd uitwendig geaccentueerd door topgevels en een eenvoudige dakruiter. Het interieur was voorzien van galerijen en werd gedomineerd door een forse vrijstaande kansel in het koor. Het gebouw was een belangrijk voorbeeld van stilistische vernieuwing in de protestantse kerkbouw van omstreeks 1900, voortkomend uit het eclecticisme, tevens belangrijk werk uit het oeuvre van B. Hooykaas Jr.

De kerk kreeg in de naoorlogse jaren grote bekendheid door de orgelconcerten van de bekende organist en dirigent Feike Asma. Als gevolg van teruglopend kerkbezoek werd de kerk in 1972 buiten gebruik gesteld en in het jaar daarna gesloopt. Een groot deel van de pijpen uit het orgel zijn aangekocht door de Hervormde Gemeente Veenendaal en zijn gebruikt voor het orgel van de Oude Kerk te Veenendaal.

Zowel de Koninginnekerk als de Wilhelminakerk beschikten over 1.600 zitplaatsen.

De Oranjeboomstraat heet naar bierbrouwerij ‘d’Oranjeboom’, die aan deze straat was gevestigd. De brouwerij dateert uit 1671 en is ontstaan uit de samenvoeging van de brouwerijen ‘De Dissel’ en ‘van den Oranjeboom’. De eerste was gevestigd aan de Coolvest, de laatste aan de Nieuwehaven. In 1885 werd de brouwerij van de Coolvest naar Feijenoord overgeplaatst en in 1902 werd de Naamloze Vennootschap Brouwerij d’Oranjeboom opgericht. In 1990 vertrok de brouwerij naar Breda.

De Persoonsstraat herinnert aan de stadsarchitecten Claes Jeremiasz. Persoons en zijn zoon Johannes Persoons. Zij volgden elkaar van 1660 tot 1692 op als architect van Rotterdam. De eerste was stadsarchitect en is bekend geworden door het recht zetten van de Laurenstoren,en de bouw van de Oosterkerk aan de Hoogstraat. Met het graven van de Persoonshaven werd eerst in 1901 een begin gemaakt.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen