Category Archives: Oud Charlois

De Doklaan richting de Maastunnel, 1946

De Doklaan herinnert aan de hier gelegen voormalige Dokhaven. De haven werd in 1881 gegraven en ongeveer een eeuw later gedempt. Ze dankte haar naam aan de gemeentelijke dokken en veren, die hier lagen. Op het gedempte terrein zijn woningen gebouwd en is het Dokhavenpark aangelegd. Vóór de demping lag ten zuiden van de haven de Dokhavenkade.

De Maastunnel is de oudste afgezonken tunnel van Nederland. Hij verbindt in Rotterdam de oevers van de Nieuwe Maas met elkaar. De tunnel omvat vier buizen: twee voor auto’s, een voor fietsers en een voor voetgangers. De bouw ging in 1937 van start en was in 1942 voltooid.

Aan de bouw waren jaren van heftige discussies voorafgegaan, tussen 1898 en 1910. Iedereen was het er wel over eens dat een nieuwe oeververbinding nodig was, omdat er files ontstonden voor de Willemsbrug en de Koninginnebrug. De discussie spitste zich dan ook vooral toe op de vraag of er een brug of tunnel moest worden gebouwd. Uiteindelijk is er een tijd een veerdienst geweest die ook auto’s kon vervoeren, maar deze ferry-dienst kon de drukte bij de bruggen niet ontlasten. De gemeente Rotterdam kreeg uiteindelijk eind jaren twintig haar zin: een tunnel bleek financieel aantrekkelijker dan een brug, met name vanwege de grote hoogte, 60 meter, die een brug zou moeten krijgen om het scheepvaartverkeer niet te hinderen.

De Maastunnel werd gebouwd volgens de afzinkmethode. De afzonderlijke segmenten (caissons) voor de Maastunnel werden elders in een droogdok gebouwd, en zijn vervolgens naar de plaats van de tunnel gesleept en daar afgezonken. Deze methode zou later bij talloze andere Nederlandse tunnels worden toegepast. Om lekken te voorkomen is bij de Maastunnel rond de hele betonconstructie een bekleding van aaneengelaste staalplaten aangebracht. De Maastunnel is de eerste onderspoelde tunnel ooit gebouwd; na plaatsing op in de bodem van de Maas werd zand onder en naast de tunnel gespoten. Hierdoor kon de riviertunnel in rechthoekig dwarsprofiel worden uitgevoerd. Voordien hadden dergelijke tunnels altijd een ronde buis.

Elk van de negen afgezonken delen van de Maastunnel heeft een lengte van 61,35 meter, een hoogte van 9 meter en een breedte van 25 meter. Daarin liggen naast elkaar twee buizen voor gemotoriseerd verkeer (met een doorrijhoogte van 4 meter), en daarnaast twee boven elkaar gelegen buizen voor (brom)fietsers en voetgangers, bereikbaar via houten roltrappen. Voor het controleren van de luchtkwaliteit in de tunnel bevond zich een laboratorium in een van de ventilatiegebouwen.
Inclusief toeritten is de Maastunnel 1373 meter lang. Het gesloten gedeelte is 1070 meter lang. Het diepste punt van de tunnel ligt circa 20 meter onder NAP. Bovengronds is de tunnel te herkennen aan de karakteristieke ventilatiegebouwen op de beide oevers, ook goed zichtbaar vanuit de Euromast, die zich vlak bij de tunnel bevindt. In aansluiting op de Maastunnel is door Rotterdam de Tunneltraverse aangelegd.

De tunnel werd op 14 februari 1942 in stilte geopend. Dit geschiedde zonder ceremonieel, omdat men weigerde er een nazifeest van te maken.

De foto is gemaakt door de Dienst Gemeentewerken en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Landhuis De Oliphant aan de Kromme Zandweg, 1977

Herbouw van landhuis De Oliphant aan de Kromme Zandweg, 17 augustus 1977. Het dak van het torentje staat klaar om gemonteerd te worden. Op 18 augustus, ‘s morgens vroeg, is het torentje op het dak van de Oliphant geplaatst. Het streven is om De Oliphant eind oktober 1977 in gebruik te nemen.

In 1591 gaf Cornelis van Coolwijk opdracht voor de bouw van Landhuis De Oliphant in de nieuw bedijkte polder bij de Nieuwe Sluis op het eiland Voorne. Van Coolwijk woonde in Delft ‘In de Gulden Olyphant’. De naam van zijn huis kwam niet zomaar uit de lucht vallen. Hij zou namelijk actief geweest zijn in de lucratieve ivoorhandel en hij had als rentmeester belangen op Voorne. Zijn nieuw gebouwde boerderij moest met het achthoekige torentje op een kasteeltje lijken en zo zijn invloed en aanzien zichtbaar maken. De pretenties van de bouwheer werden bovendien uitgedrukt in de gevelsteen in de vorm van een gotische spitsboog boven de toreningang, waarop een olifant met een burcht op de rug is afgebeeld. De gouden wapens met een lange zwarte punt in het midden, die in de twee hoeken van de gevelsteen staan, kunnen evenmin aan Van Coolwijk worden toegeschreven. De olifant werd geassocieerd met triomf en faam, begrippen waaraan ook de trompetvorm van de slurf doet denken. Vandaar ook dat ons landhuis ‘De Oliphant’ heet.

Na Van Coolwijk heeft de statige boerderij vooraanstaande eigenaren gekend, onder wie de Heren van Heenvliet en Oudenhoorn en opvallend veel vrouwen die het goed erfden. Ook de pachtboeren ontleenden de nodige status aan de allure van hun boerderij. Hoewel er in de zomer in De Oliphant altijd wel een herenkamer als logeerruimte voor de pachtboer en zijn gezin beschikbaar zal zijn geweest, liet in 1772 de toenmalige eigenaar de boerderij verbouwen en uitbreiden met buitenplaats. In de 19e eeuw fungeerde De Oliphant een tijd als permanente ambtswoning van de ambachtsheer en burgemeester van Zwartewaal. Daarna werd het pand een melkfabriek.

Het voortbestaan van dit historische monument werd een aantal keren bedreigd. Denk bijvoorbeeld aan de aanleg van het Voornse kanaal in 1827, de Tweede Wereldoorlog, de Watersnood van 1953 en later de industrialisatie op Rozenburg. Sloop werd meermaals overwogen, maar liefhebbers van dit landhuis wisten dit telkens te voorkomen. In handen van notaris Korteweg onderging het landhuis in 1929 een grondige restauratie. En in 1975 werd het monument opnieuw gered door het in zijn geheel te verplaatsen naar Charlois op IJsselmonde. Op de huidige standplaats aan de Kromme Zandweg was toen net een historische boerderij afgebrand. De Oliphant is zodoende een van de weinige nog bestaande kasteelachtige hofsteden uit de 16e eeuw.
(Met dank aan Willy Spaan)

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van https://www.oliphant.nl/geschiedenis/

Met medewerking van Rotterdam van toen

Wolphaertsbocht 1957

De Wolphaertsbocht met op de achtergrond een schip in een dok, oktober 1957.

Wolphaert Jansz. was één van de mannen, die in 1410 van de heer van Putten verlof kregen om Katendrecht te bedijken. Samen met Jan Wolphaertsz. werd hij tevens tot ambachtsheer aangesteld. Vóór de vereniging van Charlois met Rotterdam droeg de Wolphaertstraat de naam Groote Singel.

De Doklaan herinnert aan de hier gelegen voormalige Dokhaven. De haven werd in 1881 gegraven en ongeveer een eeuw later gedempt. Ze dankte haar naam aan de gemeentelijke dokken en veren, die hier lagen. Op het gedempte terrein zijn woningen gebouwd en is het Dokhavenpark aangelegd. Vóór de demping lag ten zuiden van de haven de Dokhavenkade.

Charlois (spreek uit: sjaarloos) en de Riederwaard (Reijerwaard) behoorden vroeger tot het land van Putten, een geheel onafhankelijk gebied met een eigen regering en een eigen recht. In 1456 ging dit gebied over van de heren van Gaesbeek op de hertog van Bourgondië, die er zijn zoon Karel de Stoute, graaf van Charollois (een graafschap in Bourgondië), mee beleende. Door de vele hoge vloeden in de 14de en 15de eeuw liep dit gebied regelmatig onder water. Karel de Stoute wilde in 1460 ‘die lande, slijck, uterwairt ende Rietbroek, geheiten Riderwairt’ laten bedijken. Als voorwaarden werden daarbij gesteld dat dit land niet meer Riederwaard, doch Charlois zou heten, en dat er een kerk gesticht zou worden, gewijd aan Sint Clemens.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Zuidhoek 1934

Café de Kruin aan de Zuidhoek vanaf de Grondherendijk, 1934 (geschat). Links de naar beneden lopende Charloisse Kerksingel.

De Zuidhoek is zo genoemd omdat ze zuidwaarts van de voormalige sluis te Charlois loopt. Ook de zuidwesthoek van de polder Charlois heette vanouds Zuidhoek.

De Grondherendijk is vernoemd naar de grondheren (grondeigenaars) van Charlois. Vóór 1895 droeg de Grondherendijk de naam Hooge Dijk. De Grondherenstraat ligt op het terrein van de vroegere Kerkegrient.

De Charloisse Kerksingel loopt rond de uit de 15de eeuw daterende Sint Clemenskerk in het oude dorp Charlois. Charlois en de Riederwaard (Reijerwaard) behoorden vroeger tot het land van Putten, een geheel onafhankelijk gebied met een eigen regering en een eigen recht. In 1456 ging dit gebied over van de heren van Gaesbeek op de hertog van Bourgondië, die er zijn zoon Karel de Stoute, graaf van Charollois (een graafschap in Bourgondië), mee beleende.

Door de vele hoge vloeden in de 14de en 15de eeuw liep dit gebied regelmatig onder water. Karel de Stoute wilde in 1460 ‘die lande, slijck, uterwairt ende Rietbroek, geheiten Riderwairt’ laten bedijken. Als voorwaarden werden daarbij gesteld dat dit land niet meer Riederwaard, doch Charlois zou heten, en dat er een kerk gesticht zou worden, gewijd aan Sint Clemens. Dit land omvatte de latere polders Karnemelksland, de Hille, Charlois, Robbenoord en Plompert. Door de goede bedijking en de gunstige ligging werd het gebied spoedig bebouwd.

Charlois was zowel een ambachtsheerlijkheid als een grondheerlijkheid. Bij eerstgenoemde berustte de jurisdictie, terwijl aan het bestuur van laatstgenoemde de zorg voor waterstaatszaken was opgedragen. In 1895 is Charlois door Rotterdam geannexeerd. De genoemde wegen komen in het begin van de 17e eeuw reeds officieel voor als Kade, Singel of Kerksingel en Lage Dijk. Het Charloisse Hoofd is het landhoofd dat ter hoogte van het voormalige dorp Charlois in de Nieuwe Maas ligt. Voordien was het Charloissche Hoofd de aanlegsteiger aan de westzijde van de Dokhaven. Aan het Hoofd lag de veerboot van Charlois op Schoonderloo. De Kerksingel loopt in de vorm van een halve maan rondom de Oude Kerk. Tot 1963 lag hier ook nog het Charloisse Spui, een besloten water, dat via een spuileiding in verbinding stond met de Dokhaven.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen