Category Archives: Kralingen

Koninginnekerk Boezemsingel, 1946

Parkeerdrukte voor de Koninginnekerk, rechts de Slachthuiskade en links de Boezemstraat, 1946.

De protestantse Koninginnekerk aan de Boezemsingel op de grens tussen de wijken Crooswijk en Kralingen in de gemeente Rotterdam werd in 1907 in gebruik genomen. Ze was genoemd naar koningin Wilhelmina.

Begin twintigste eeuw waren veel Rotterdammers naar nieuwe wijken buiten het stadscentrum verhuisd. Sommige in het centrum gelegen kerkgebouwen kampten daardoor met verminderd bezoek en werden gesloten en verkocht. De opbrengst investeerde men in nieuwe kerken in de randwijken. De Koninginnekerk werd op dergelijke wijze gerealiseerd. Bovendien ontving men een belangrijke gift van de gezusters Van Dam, die ook de Wilhelminakerk in Rotterdam-Zuid hadden gefinancierd en de bouw van het Rotterdamse Diaconessenhuis mogelijk maakten. In juli 1904 werd de eerste steen gelegd en op 1 april 1907 kon de nieuwe kerk plechtig worden ingewijd. Het ontwerp was van de architecten Barend Hooijkaas jr. en Michiel Brinkman. Het gebouw telde 1750 zitplaatsen. In de loop der jaren werd de Koninginnekerk een begrip in Rotterdam. Toen eind jaren zestig bekend werd dat het statige gebouw met zijn twee imposante torens afgebroken zou worden leidde dit in de stad tot veel protest. Desondanks werd het godshuis gesloopt nadat er op 31 december 1971 de laatste eredienst was gehouden.

Op de plaats waar de kerk stond verrees een dertien etages hoge verzorgingsflat voor ouderen, woonzorgcentrum Hoppesteyn geheten. Hiernaast kwam in 2001 de Koninginnetoren te staan, een 78 meter hoog gebouw met 85 seniorenappartementen. De bovenste etages zijn groen gemaakt als herinnering aan de kopergroene daken op de torens van de kerk.

De Slachthuiskade is vernoemd naar het Rotterdams Openbaar Slachthuis dat in 1897 werd gebouwd aan de Boezemstraat in Crooswijk. In de volksmond stond het al gauw bekend als het ‘abattoir’. Het lag dicht in de buurt van de veemarkt. In de loop van de jaren is herhaaldelijk gepoogd het slachthuis naar een ander deel van Rotterdam te verplaatsen. Tot 1981 bleef het echter op de oude plaats in gebruik. In dat jaar verhuisde men naar een nieuw slachthuis in de Spaansepolder. Het oude complex in Crooswijk werd kort daarop gesloopt. Van 1900 tot 1987 had een zijstraat van de Slachthuiskade de naam Slachthuisstraat. Deze straat heet thans Keurmeesterstraat.

De Boezemstraat ontleent haar naam aan de Hoge Boezem. Op 14 januari 1769 werd door de Staten van Holland en West-Friesland octrooi verleend om, tot ontlasting van de gemeene boezem de Rotte, een tweede boezem te maken in de polder Rubroek. Het overtollige water kon door een sluis bij de Oostpoort ontlast worden in de Nieuwe Maas. De aanbesteding van de hoge en de lage boezem en de watermolens vond plaats op 25 april 1772. In 1854 werd nog een Reserveboezem gegraven. In 1897 werden de Hoge en Lage Boezem gedeeltelijk en de Reserveboezem geheel gedempt.

De foto is gemaakt door de Dienst Gemeentewerken en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Vredenoordplein 1965

Een hele rij ‘IJzeren honden’ van de RMI voor melkbezorging vanaf het Vredenoordplein, 1965 (geschat).

Als een der oudste en grootste melkinrichtingen hier te lande mag ongetwijfeld “De Rotterdamsche Melkinrichting” (RMI / R.M.I.) genoemd worden. In 1879 is de RMI / R.M.I. op zeer bescheiden schaal opgericht, met een personeel van oorspronkelijk slechts 3 man, maar wist zij zich al spoedig, onder de zeer bekwame leiding van haren in 1910 overleden Directeur, den Heer G. C. van der Leck Sr., tot een zaak van beteekenis op te werken, welke, door het afleveren van een uitstekend product in Rotterdam een zeer goeden naam verkreeg.

De waardeering van het publiek voor dit streven naar een prima product bleek uit de van den aanvang af steeds voortdurende uitbreiding, ondanks felle concurrentie van andere melkinrichtingen, welke meenden door het aanbieden van een minderwaardig en daardoor goedkooper product, de oudere zaak te kunnen verdringen.

Zij kwamen hierin echter bedrogen uit en op dit oogenblik heeft de “Rotterdamsche Melkinrichting” (RMI / R.M.I.) zich ontwikkeld tot één van de grootste, zoo niet de grootste, melkinrichting van ons land.

De omvang van het tegenwoordig bedrijf wordt door de volgende gegevens nader geïllustreerd: De Vennootschap “Rotterdamsche Melkinrichting” (RMI / R.M.I.) beschikt nu over een kantoorgebouw met laboratorium en afleveringslokaal aan het Noordplein 45, een stoomzuivelfabriek en hygiënische melkstal aan den Bergweg, drie afleveringslokalen in het zuiden, oosten en westen van de stad, een boerderij met uitgebreide varkensmesterij in den Prins Alexanderpolder, benevens 21 verkooplokalen door de geheele stad verspreid. Het personeel bedraagt + 280 personen en de jaarlijksche melkomzet momenteel ca 11 millioen Liter.

Naast volle zoete melk worden nog de navolgende producten in den handel gebracht: Gepasteuriseerde merk in flesschen, gezondheidsmelk uit de modelstal, room, karnemelk, karnemelk in flesschen, speciaal voor zuigelingenvoeding, Yoghurt, karnemelk met gort, centrifugemelk, boter, diverse kaassoorten en eieren.

De naam van het Vredenoordplein herinnert aan de vroegere buitenplaats ‘Vredenoord’ aan de Hoge Boezem, daar gelegen in de eerste helft van de 19de eeuw.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van de site van Engelfriet: http://www.engelfriet.net/Alie/Aad/rmi.htm en uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De skyline van Rotterdam vanaf de Maasboulevard, 1974

De skyline van Rotterdam vanaf de Maasboulevard, maart 1974. Uiterst links het Witte Huis.

De Maasboulevard is de belangrijkste oostelijke toegangsweg van het centrum van Rotterdam. De Maasboulevard ligt langs de rivier de Nieuwe Maas, op de rechteroever, en strekt zich uit van de Oude Haven tot de Honingerdijk, waar de weg overgaat in de Abram van Rijckevorselweg. De Maasboulevard biedt over de grote bocht in de Maas een goed uitzicht op de skyline van Rotterdam.

Tot 1953 lag op de plaats van de Maasboulevard het spoorwegemplacement van station Rotterdam Maas. Na de Watersnood werd besloten de dijken te verhogen. De hoofdwaterkering in Rotterdam is toen verplaatst van de Oostzeedijk naar de Maasboulevard. De Maasboulevard is op deltahoogte gebracht en in 1964 voor het verkeer geopend. De weg telt 2×2 rijstroken voor het autoverkeer.

Tussen de Maasboulevard en de Nieuwe Maas ligt het zwembad Tropicana, dat tot 2010 als zwembad in gebruik is geweest. Verder is er tussen de Maasboulevard en de rivier geen bebouwing, waardoor een vrij uitzicht geboden wordt.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Aegidiusstraat, 1970

De Aegidiusstraat tussen Siondwarsstraat en Lusthofstraat, 1970.

De Aegidiusstraat heet naar Aegidius of Gillis van Voorschoten, onderbaljuw van Zuid-Holland. Het noordelijke gedeelte van de straat heette voordien Lemmstraat, later Oude Lemmstraat; het zuidelijke gedeelte heette Nieuwe Lemmstraat. De straat was aan beide zijden doodlopend. Ze was genoemd naar Theodorus Lemm (1824-1911) die aan de Oostzeedijk een grote smederij bezat. De naam Lemmstraat wordt in 1876 voor het eerst vermeld.

De Siondwarsstraat heet naar de berg Sion bij Jeruzalem. Dit in aansluiting op in deze buurt al bestaande bijbelse straatnamen. De straat ligt op het terrein van de vroegere buitenplaats ‘Het Paradijs’ in Kralingen. Omdat elders in de stad al een Paradijslaan en een Paradijsstraat waren, moest aan de nieuwe straten een andere naam worden gegeven. Zowel de Sionstraat als de Siondwarsstraat zijn bij het bombardement van mei 1940 grotendeels verdwenen. Vooral de Siondwarsstraat, die vroeger van de Sionstraat naar de Lambertusstraat liep, werd zwaar getroffen.

De Lusthofstraat ontleent haar naam aan de vroegere buitenplaats Lusthof. Ze lag ten oosten van de Adamshoflaan aan de Beneden-Oostzeedijk en strekte zich uit tot aan de Groene Wetering. Deze grote buitenplaats komt reeds voor in de 18de eeuw.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Molen de Ster (kralingsebos) 1970

Bezoekers van het Holland popfestival met op de achtergrond molen ‘De Ster’, 26-28 juni 1970.

De organistoren van het popfestival in Kralingen waren de hippie Berry Visser en Georges Knap. Voor Visser leidde het dubbelconcert van The Doors en Jefferson Airplane in het Amsterdamse Concertgebouw in 1969 tot het idee om zelf een grootschalig muziekevenement te organiseren. Uiteindelijk leverde het Amerikaanse Woodstock de inspiratie voor de organisatie van een openluchtfestival op Nederlandse bodem. Hetzelfde gold voor Georges Knap, die de organisatie van het festival financieel mogelijk maakte. Knap was vijftien jaar ouder dan Visser, galeriehouder en directeur van een handelsfirma in medische apparatuur. Daarnaast deed hij in de avonduren jeugdwerk bij hem in de buurt. Knap en Visser ontmoetten elkaar door een journalist die ze aan elkaar voorstelde.

Hoewel de organisatoren geen politieke agenda hadden, klonken er tijdens het festival regelmatig protestliederen tegen de oorlog in Vietnam. Voor de organisatoren ging het naar eigen zeggen slechts om de muziek. “Popmuziek was een subcultuur, nog geen big business”, aldus Visser. Behalve Santana en bands als Jefferson Airplaine waren onder andere The Birds, Ekseption en Dr. John the Nightripper aanwezig.

De fotograaf is H.B. Piebenga en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van https://isgeschiedenis.nl/…/het-holland-pop-festival-nederl…

Met medewerking van Rotterdam van toen

Het gemaal aan de Admiraliteitskade van het Hoogheemraadschap Schieland 1968

Het gemaal aan de Admiraliteitskade van het Hoogheemraadschap Schieland, 1968 (geschat).

Het gemaal aan de Admiraliteitskade is een voormalige machinekamer met bijbehorend ketelhuis, daterend uit 1898 naar ontwerp van A. Nolen en hoofdonderdeel van het stoomgemaalcomplex Schieland. Op de begane grond bevond zich in oorsprong aan de Admiraliteitskade de machineruimte, hierboven bevonden zich in oorsprong twee dienstwoningen, thans tot een woning samengevoegd. Schuin tegen het hoofdgebouw is onder een kleine hoek het ketelhuis gesitueerd dat met een smal tussenlid verbonden is met de voormalige machinekamer. Aan de Admiraliteitskade bevindt zich ter linkerzijde van het hoofdgebouw een muur met poortpijlers, ter rechterzijde een smeedijzeren hekwerk.

De Admiraliteitskade is vernoemd naar de admiraliteit op de Maze, sinds 1586 een van de vijf admiraliteitscolleges in de Republiek der Verenigde Nederlanden. Deze colleges waren onder het opperbewind van de admiraal-generaal belast met het bestuur van de zeemacht en tevens met het ontvangen van de in- en uitvoerrechten (convooien en licenten). Het admiraliteitscollege kocht voor haar werven in 1689 van de stad aan het Reuzeneiland in het Buizengat. In 1849 werd de Marinewerf, zoals de naam van de werf luidde nadat in 1795 de admiraliteiten waren ontbonden,aldaar opgeheven. Het gebouw van de admiraliteit werd in 1855 ingericht als Rijksentrepot. In 1891 werd het door brand verwoest.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van rijksmonumenten.nl.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Gedempte Slaak 1920

Gezicht op de Gedempte Slaak met links de Vredenoordlaan en rechts de Vredenoordstraat, 1920. Rechtdoor splitst de Slaak zich in links de Vlietkade en rechts de Vlietstraat.

De Slaakvaart is een voormalig boezemwater dat na de definitieve demping in 1901 uiteindelijk de naam Slaak kreeg. Slaak of slac betekende kalm of effen en had betrekking op het water van de vaart. De oudst voorkomende naam voor dit water is Cralingsche Vaart, zoals ook nog op de plattegrond van 1626 staat aangegeven. In het huizenprotocol van Kralingen van 1685 wordt gesproken van Molenkade en Molenvliet naar de Kralingse poldermolens, die langs dit water stonden. Deze vliet, ook wel Boezem genaamd (zodoende sprak men ook van Boezemkade), liep van de Rotterdamse stadsvest tot de Oudedijk bij het Jaffa. Ze stond later door het Kralinger Verlaat in verbinding met de Hoge- en Lageboezem. Gewoonlijk onderscheidde men de gehele vaart in Slaakvaart of Slavaart voor het zuidelijke, en Vliet voor het noordelijke gedeelte.

Toen door het vergraven van de Lageboezem in 1869, waardoor deze in de Slaakvaart uitkwam, het noordelijke deel veel van zijn betekenis verloren had, werd hiervan een gedeelte gedempt. In 1891 besloot de Gemeenteraad eveneens een gedeelte Slaakvaart te dempen. Dit was het zogenaamde dode einde, ook wel Stille Slaakkade genoemd, dat zich uitstrekte ten noorden van de Lageboezem tot de toenmalige grens van de gemeente. Hieraan werd de naam Slaakstraat gegeven. In 1901 werd besloten tot het dempen van het overgebleven gedeelte van de Slaakvaart. In 1902 vervielen de namen Slaakvaart, Slaakkade en Slaakstraat en werd alles ‘Gedempte Slaak’. Deze toevoeging verviel in 1947 toen de naam kortweg Slaak werd.

In de 17de en 18de eeuw werd dit water Sla- of Salavaart genoemd en de kade ”t Slawegje’ en de Saladekade. Het ligt voor de hand de naam in verband te brengen met aan de vaart gelegen slatuintjes, die in deze buurt van warmoezerijen niet ontbroken zullen hebben, al komen zij op geen enkele plattegrond voor. Het is echter even goed mogelijk dat Slaakkade tot Slakade verbasterd is en dit laatste door Slavaart en Slaweg is gevolgd.

De naam van de Vredenoordlaan herinnert aan de vroegere buitenplaats ‘Vredenoord’ aan de Hoge Boezem, daar gelegen in de eerste helft van de 19de eeuw. De oude Vredenoordlaan werd verwoest bij het bombardement in mei 1940. Ze heette van 1879 tot 1892 Admiraal de Liefdekade naar Johan de Liefde, 1619-1673, vice-admiraal bij de Admiraliteit op de Maze. Voor het bombardement in mei 1940 liep de Vredenoordlaan van de Vredenoordkade naar de (Gedempte) Slaak. In het verlengde van de Vredenoordlaan lagen de Vredenoordstraat en het Vredenoordplein. De huizen aan de zuidzijde van het Vredenoordplein zijn bij het bombardement gespaard gebleven en vormen thans een onderdeel van de Vredenoordlaan. Voorts was er voor het bombardement nog een hofje dat de naam ‘Vredenoord’ droeg en dat gelegen was op het terrein van bovengenoemde buitenplaats.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

 

Lusthofstraat 1908

De Lusthofstraat gezien vanaf de Rozenburgstraat tijdens een buurtfeest, 1908-1912.

De Lusthofstraat ontleent haar naam aan de vroegere buitenplaats Lusthof. Ze lag ten oosten van de Adamshoflaan aan de Beneden-Oostzeedijk en strekte zich uit tot aan de Groene Wetering. Deze grote buitenplaats komt reeds voor in de 18de eeuw.

Deze straat, die voor het bombardement in mei 1940 van de Lusthofstraat naar de Oudedijk liep, dankt zijn naam aan de buitenplaats Rozenburg aan de Oudedijk. Deze werd in 1895 door de gemeente Rotterdam aangekocht. Het terrein van de vroegere buitenplaats werd bij raadsbesluit van 9 maart 1911 tot openbaar park en voor villabouw bestemd. In het park lag tot 1950 de Rozenburgbrug. Bij besluit B&W 21 november 1952 werd de straatnaam ingetrokken.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Woudenstein (Excelsior) 1999

Sloop van de hoofdtribune van voetbalvereniging Excelsior op het complex Woudestein aan de Honingerdijk, 21 juni 1999.

Excelsior werd opgericht op 23 juli 1902 door een groepje Kralingse vrienden dat in die tijd al regelmatig bijeenkwam op Woudestein om met elkaar te voetballen.

In 1902 was Excelsior een van de eerste arbeidersclubs. Tot dat moment was voetbal vooral een elitesport, maar vanaf de eeuwwisseling nam het aantal arbeidersclubs snel toe. Uiteraard werd Woudestein de thuisbasis van Excelsior, al speelde de club twee keer kort op een ander terrein. In 1907 voetbalde de club een jaar op het Afrikaanderplein en van 1922 tot 1939 was het Toepad het terrein van Excelsior. Kort voor de oorlog, toen aan het Toepad een marinierskazerne werd gebouwd, verhuisde Excelsior terug naar het vertrouwde Woudestein.

Excelsior was in 1958 de eerste club in Nederland met een overdekte staantribune. Leden zorgden voor het geld en een groep ijverige vrijwilligers voor de bouw.

In 1974 was Excelsior ook de eerste club die shirtsponsoring had in het Nederlands voetbal. De club droeg op de borst een grote A. Dit, naar de firma van suikeroom Rob Albers, Akai. Men zei dat de A verwees naar het A-elftal van Excelsior, maar toch werd de letter verboden. Pas in 1982 werd shirtreclame ingevoerd en verscheen Akai weer op de borst en zou daar tot 2000 op de borst prijken.

De fotograaf is Leunis Verlinde en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Voorschoterlaan 1920

Gezicht in de Voorschoterlaan vanaf de Oostzeedijk, 1920.

De Voorschoterlaan is vernoemd naar het geslacht Voorschoten, waaruit de eerste ambachtsheren van Kralingen zijn voortgekomen. De Voorschoterlaan heette van 1884 tot 1897 Avenue Prins Alexander, de Voorschoterstraat heette van 1895 tot 1965 Concordiastraat.

Dit deel van Schielands Hoge Zeedijk ligt ten oosten van de oude stad. De dijk is rond het midden van de 13de eeuw aangelegd. Het gedeelte van de dijk, dat als Hoogstraat, Schiedamsedijk en Vasteland bekend is, verbindt de Oostzeedijk met de Westzeedijk, die ten westen van de oude stad ligt. Voor 1895, het jaar waarin Kralingen met Rotterdam werd verenigd, heette Oostzeedijk-Beneden ‘Lage Dijk’.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen