Category Archives: Kralingen

Kortekade,1908

De Kortekade bij de Plaszoom ter hoogte van molen De Lelie, 1908-1912.

Dze kade dankt haar naam aan haar lengte. Ze was oorspronkelijk de dijk die ten oosten van de Noordplas (nu Kralingseplas) lag. Aan de westzijde van deze plas lag een dijk die de naam Langekade droeg. Beide kaden komen voor op de kaart van Schieland van de kaartmeester Floris Balthazarsz. (1611).

De Lelie is een 8-kante stellingmolen uit 1740 gelegen aan de Kralingse Plas in Rotterdam, naast molen De Ster. In deze twee windmolens, die gebouwd werden als snuifmolens, worden nog altijd specerijen gemalen.

In 1740 werd de molen in het oude Kralingen gebouwd en heette toen De Ezel. In 1840 werd de molen naar de huidige plaats overgebracht.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Slachthuiskade – Sophiakade, 1953

Pontje over de Boezem tussen de Slachthuiskade en de Sophiakade, 1953-1957.

De Slachthuiskade is vernoemd naar het Rotterdams Openbaar Slachthuis dat in 1897 werd gebouwd aan de Boezemstraat in Crooswijk. In de volksmond stond het al gauw bekend als het ‘abattoir’. Het lag dicht in de buurt van de veemarkt. In de loop van de jaren is herhaaldelijk gepoogd het slachthuis naar een ander deel van Rotterdam te verplaatsen. Tot 1981 bleef het echter op de oude plaats in gebruik. In dat jaar verhuisde men naar een nieuw slachthuis in de Spaansepolder. Het oude complex in Crooswijk werd kort daarop gesloopt. Van 1900 tot 1987 had een zijstraat van de Slachthuiskade de naam Slachthuisstraat. Deze straat heet thans Keurmeesterstraat.

De Sophiakade draagt de naam van H.M. Koningin Sophia (1818-1877), eerste echtgenote van Z.M. Koning Willem III. De Sophiakade heette eerst Boezemkade, daarna Rustwatkade naar de uitspanning ‘Rustwat’, gelegen op de hoek van de kade en de Goudse Rijweg bij de Boezembrug.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Buizengat, 1923

Balken hout van de familie Abraham van Stolk & Zn. in het water aan het Buizengat, 1923-1927.

Abraham van Stolk (1762-1819) was eigenaar van de gelijknamige Rotterdamse houthandel. De familie Van Stolk bezat vanaf 1727 een houthandel aan de Rotterdamse Schie. Deze firma droeg sedert het begin van de negentiende eeuw de naam Abraham van Stolk. Wegens stadsuitbreiding werd het bedrijf in 1927 gedwongen te verhuizen naar de Delfshavense Schie. De weg langs het nieuwe bedrijf heet sinds 1928 de Abraham van Stolkweg.

Het Buizengat was een winterbergplaats voor haringbuizen. De stadsregering liet in 1591 in een gedeelte van de buitengrond nabij de Oostpoort een ruime winterbergplaats maken voor de haringbuizen. Deze lagen tot dusver gedurende de winter in de Blaak. De haven werd met palissaden omringd en van een muur voorzien. In 1689 werd het zogenaamde Reuzeneiland door de stad aan de Admiraliteit op de Maze overgedragen. Deze ontving daarvoor onder meer in ruil twee scheepstimmerwerven op het einde van het Haringvliet en de Nieuwehaven, genaamd de Binnenwerf. Evenals het daarvoor gelegen Bolwerk is deze weggegraven om beide havens in de Maas door het Buizengat te doen uitwateren. Het oude Buizengat is grotendeels weer aangepleind en Admiraliteitswerf geworden. Het overblijvende gedeelte ontving de naam Boerengat. In 1699 werd de haven in oostelijke richting vergroot. Een gedeelte kreeg de oude naam Buizengat, hoewel de bergplaats voor de haringbuizen toen naar het westen van de stad was verlegd.

De foto komt uit de collectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Oostzeedijk en de Oostzeedijk Beneden ,1900

De Oostzeedijk en de Oostzeedijk Beneden vanuit het oosten bij de Gemeentelijke Gasfabriek, 1900. Op de achtergrond molen de Noord aan het Oostplein.

Dit deel van Schielands Hoge Zeedijk ligt ten oosten van de oude stad. De dijk is rond het midden van de 13de eeuw aangelegd. Het gedeelte van de dijk, dat als Hoogstraat, Schiedamsedijk en Vasteland bekend is, verbindt de Oostzeedijk met de Westzeedijk, die ten westen van de oude stad ligt. Voor 1895, het jaar waarin Kralingen met Rotterdam werd verenigd, heette Oostzeedijk-Beneden ‘Lage Dijk’.

Korenmolen De Noord was een stellingmolen aan het Oostplein in Rotterdam. De molen werd in 1711 gebouwd ter vervanging van een standerdmolen. Vanaf de bouw tot in de negentiende eeuw werd de Noord gebruikt als moutmolen; later werd overgeschakeld op het malen van graan voor veevoer. In 1919 dreigde sloop, wat ternauwernood voorkomen kon worden door ingrijpen van de gemeenteraad. De Noord werd gerestaureerd en verhuurd aan de firma van Vliet uit Goidschalxoord. Tijdens het bombardement op Rotterdam stond de omgeving in lichterlaaie. De molenaars lieten de wieken draaien om overslaan van de brand naar de molen te voorkomen.

In de nacht van 27 op 28 juli 1954 brandde de molen door onbekende oorzaak uit. De molenromp, die te slecht was om gebruikt te kunnen worden voor herbouw, werd in het najaar van hetzelfde jaar afgebroken. Een plan voor herbouw werd door de gemeenteraad afgekeurd.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Admiraliteitskade,1900

Gezicht op de Admiraliteitskade met oliemolen ‘De Reus’ op de hoek van de Infirmeriestraat, 1900.

De Admiraliteitskade is vernoemd naar de admiraliteit op de Maze, sinds 1586 een van de vijf admiraliteitscolleges in de Republiek der Verenigde Nederlanden. Deze colleges waren onder het opperbewind van de admiraal-generaal belast met het bestuur van de zeemacht en tevens met het ontvangen van de in- en uitvoerrechten (convooien en licenten). Het admiraliteitscollege kocht voor haar werven in 1689 van de stad aan het Reuzeneiland in het Buizengat. In 1849 werd de Marinewerf, zoals de naam van de werf luidde nadat in 1795 de admiraliteiten waren ontbonden, aldaar opgeheven. Het gebouw van de admiraliteit werd in 1855 ingericht als Rijksentrepot. In 1891 werd het door brand verwoest.

De Infirmeriestraat dankt haar naam aan de Infirmerie of het Ziekenhuis van de Marine, die na de opheffing van de daargelegen Marinewerf in 1849 verviel. Voorzover de opstal betreft, werd het geheel in 1854 door de gemeente van het rijk aangekocht. Vóór 1900 droeg de straat, die langs de Infirmerie liep de naam Olieslop, naar de omstreeks 1905 afgebroken oliemolen ‘de Reus’. De molen lag vlak tegenover de Infirmerie. Het Olieslop was de toegang tot de molen.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Burgemeester P.J.Oud op het balkon van zijn woning aan de Hoflaan, 1945

Burgemeester P.J. Oud, die op het balkon van zijn woning aan de Hoflaan de Nederlandse vlag heeft uitgestoken, wordt toegejuicht door de Rotterdamse bevolking, 6 mei 1945.

Per 15 oktober 1938 werd Oud benoemd tot burgemeester van Rotterdam, waar hij, als de grote bezuiniger, kil werd ontvangen.

Het begin van de Tweede Wereldoorlog bracht het bombardement van Rotterdam waarbij het centrum van de stad in puin werd gelegd. De bezetter zag in hem geen bedreiging en daarom kon Oud aanblijven als burgemeester. Snel na de capitulatie begon burgemeester Oud leiding te geven aan het opbouwwerk. In de gemeenteraad kwam hij regelmatig in botsing met het enige raadslid van de NSB. In juni 1941 liet hij deze door een paar politiemannen uit een vergadering verwijderen. Verschillende NSB-ers namen wraak door de burgemeester een maand later op zijn werkkamer te overmeesteren en fotografeerden hem vervolgens, nadat ze de burgemeester een schortje met daarop een Pentagram hadden omgedaan. Dit was voor Oud reden om zijn ontslag in te dienen. Desondanks vonden sommigen dat Oud al te ver was meegegaan door zijn samenwerking met de Duitse bezetter. Tot het eind van de oorlog was de NSB’er Frederik Ernst Müller burgemeester van Rotterdam.

Kort voor zijn aftreden was Oud opgelicht door de verrader Anton van der Waals. Deze deed zich onder de naam Cranendonk voor als een Engelse geheim agent, met nauwe contacten met de Sicherheitsdienst. Volgens Van der Waals waren de Duitsers erop uit om de burgemeester te arresteren. Hij kon Oud echter naar Engeland helpen vluchten. Oud nam hem serieus en gaf Van der Waals twaalfduizend gulden voor de aankoop van een boot. De V-man kwam vervolgens telkens met uitvluchten waardoor Oud uiteindelijk afhaakte. Van der Waals Duitse opdrachtgever eiste dat hij de twaalfduizend gulden aan hen zou overhandigen, maar volgens hem was het gestolen tijdens een inbraak. De Duitsers lieten het er maar bij zitten, omdat Van der Waals te belangrijk voor hen was.

Gedurende de oorlogsjaren besteedde Oud zijn tijd aan het schrijven van zijn boeken, maar hij hield ook contact met belangrijke mensen uit het Rotterdamse bedrijfsleven en bestuur. Op 7 mei 1945 werd Oud weer burgemeester en bleef dat tot 1952. Deze tijd stond in het teken van de wederopbouw van de Rotterdamse haven en stad.

De fotograaf is Johannes Bob van Rhijn en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Oudedijk, 1977

Een speelplaats aan de Oudedijk in de wijk Jaffa, 17 april 1977. Op de achtergrond het gebouw van de scholengemeenschap ‘Libanon’ aan de Taxusstraat.

De Oudedijk is een deel van de zeedijk, welke in de 12de eeuw is aangelegd. De Oudedijk sluit aan de oostzijde aan op de ‘s-Gravenweg en vroeger aan de noordzijde op de Crooswijkseweg. De Oudedijk verbond Kralingen met Rotterdam, waarmee de ouderdom van het gezegde ‘zo oud als de weg naar Kralingen’ wordt weergegeven.

De Taxusstraat is vernoemd naar een conifeer, in de 19de eeuw ingevoerd uit het Verre Oosten. Bij de straataanleg op de grond van de voormalige buitenplaats ‘Jericho’ stond hier nog een forse haag van deze coniferen.

De naam Jaffa komt al in 1542 voor. Toen woonden, blijkens het Register van Sententiën, Jan Vrankensz. en Adriaen Claesz. in het Jaffa. In dit geval gaat het om een buurt van die naam. Later komen een huis, een herberg en een broodbakkerij onder de naam ‘Jaffa’ voor. Volgens de Rotterdamsche Courant van 26-08-1898 herinneren de namen Jaffa, Paradijs, Jeruzalem en Jericho aan de tijd, toen dit terrein aan de Duitse Orde behoorde.

De foto komt uit de collectie Topografie Rotterdam en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

 

Goudserijweg 1946

De Goudse Rijweg gezien vanaf de Veemarkt, 1946. Op de achtergrond de Koninginnekerk aan de Boezemsingel.

De Goudse Rijweg, de Goudseweg en de (vooroorlogse) Goudsewagenstraat vormden een onderdeel van de oude weg naar Gouda.De Goudsewagenstraat wordt al in 1366 in bronnen vermeld. Na 1358, toen er grachten om de stad gemaakt mochten worden, zal ook bij deze ‘rijweg’ aan de stadsvest een poort gebouwd zijn en kon men van Gouda daardoor met wagens in de stad, d.w.z. op de Hoogstraat, komen.

De Veemarkt herinnert uiteraard aan de veemarkt die hier van 1867 tot 1973 gevestigd. Tussen 1868 en 1940 lag in deze buurt een straat, die de naam Veemarktstraat droeg. Bij besluit B&W. 8 januari 1982 werd de naam ingetrokken.

De Koninginnekerk aan de Boezemsingel op de grens tussen de wijken Crooswijk en Kralingen in de gemeente Rotterdam werd in 1907 in gebruik genomen. Ze was genoemd naar koningin Wilhelmina.

Begin twintigste eeuw waren veel Rotterdammers naar nieuwe wijken buiten het stadscentrum verhuisd. Sommige in het centrum gelegen kerkgebouwen kampten daardoor met verminderd bezoek en werden gesloten en verkocht. De opbrengst investeerde men in nieuwe kerken in de randwijken. De Koninginnekerk werd op dergelijke wijze gerealiseerd. Bovendien ontving men een belangrijke gift van de gezusters Van Dam, die ook de Wilhelminakerk in Rotterdam-Zuid hadden gefinancierd en de bouw van het Rotterdamse Diaconessenhuis mogelijk maakten. In juli 1904 werd de eerste steen gelegd en op 1 april 1907 kon de nieuwe kerk plechtig worden ingewijd. Het ontwerp was van de architecten Barend Hooijkaas jr. en Michiel Brinkman. Het gebouw telde 1750 zitplaatsen. In de loop der jaren werd de Koninginnekerk een begrip in Rotterdam. Toen eind jaren zestig bekend werd dat het statige gebouw met zijn twee imposante torens afgebroken zou worden leidde dit in de stad tot veel protest. Desondanks werd het godshuis gesloopt nadat er op 31 december 1971 de laatste eredienst was gehouden.

De fotograaf is Gerard Roos en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Libanon Hogere Burgerschool aan de Ramlehweg, 1935

De Libanon Hogere Burgerschool aan de Ramlehweg, 1935. Op de achtergrond de gasfabriek van Kralingen.

Het Libanon Lyceum is een openbare school voor voortgezet onderwijs voor mavo, havo, en vwo (Atheneum en Gymnasium) in Rotterdam. De school bestaat uit twee gebouwen, de onderbouw (klassen 1, 2 en 3 havo/vwo) krijgt les op de Mecklenburglaan, en de bovenbouw (klassen 3 mavo, 4, 5 en 6) op de Ramlehweg. Het gebouw aan de Ramlehweg is ontworpen door Grandpré Moliere.

Marinus Granpré Molière (1883-1972) behoort niet tot de bekendste architecten van Nederland, maar wel tot de invloedrijkste. Hij was de voorman van de zgn. Delftse School, een architectuurstroming die een tegenwicht voor het Nieuwe Bouwen vormde en een terugkeer beoogde naar traditionele waarden, vormen en materialen in de architectuur.

De naam Delftse School is afgeleid van de Delftse Technische Hogeschool, waar Granpré Molière van 1924 tot 1953 hoogleraar was. Zijn meeslepende colleges over Schoonheidsleer en Stedebouw waren invloedrijk en hij inspireerde een hele generatie architecten: J.F. Berghoef, A.J. Kropholler, de gebroeders Van der Laan, Pouderoyen en Kraaijvanger. Maar ook niet-traditionele architecten als Rietveld, Van Tijen en Bakema waren geboeid door zijn ideeën. Mart Stam werkte enige tijd op zijn bureau.
Molière bekeerde zich in 1927 tot het katholicisme. Het mede door hem opgerichte Rooms Katholiek Bouwblad was vanaf 1929 de spreekbuis van de Delftse School.

Granpré Molière studeerde in 1908 cum laude af aan de TH in Delft. Van 1910 tot 1914 werkte hij bij Gemeentewerken in Rotterdam. Hij ontwierp onder anderen de Libanon HBS aan de Ramlehweg.

De Ramlehweg ligt ter hoogte van het vroegere buitenhuis ‘Ramleh’ dat in de tweede helft van de jaren dertig werd gesloopt. Het droeg de naam van een stad in Israël.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt uit het Stadsarchief Rotterdam, van Wikipedia en van rotterdam.nl.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Weteringstraat, 1968

Gezicht in de Weteringstraat ter hoogte van de Plantageweg, 1938.

Zowel de Groene Wetering als de Weteringstraat liepen langs de inmiddels grotendeels gedempte Groene Wetering of Middelwatering. De wetering liep oorspronkelijk vanaf de Vliet (Vlietlaan) dwars door de groene weilanden in de Polder Kralingen. Reeds in 1612 wordt de wetering in de transportregisters van Kralingen vermeld. De Weteringbrug ligt bij de Laan van Woudestein over een nog bestaand gedeelte van de wetering.

De Plantageweg is vernoemd naar de Nieuwe Plantage, die tussen 1844 en 1848 werd aangelegd door de Rotterdamsche Werkvereeniging. Het werk werd uitgevoerd naar het plan van tuinarchitect J.D. Zocher. De Nieuwe Plantage liep van de Oostzeedijk naar de Oudedijk. Het grootste gedeelte van dit park werd bij het bombardement in 1940 verwoest, evenals een gedeelte van de Plantagestraat en de Plantageweg. De Plantagestraat is later verlengd over het terrein van het park. Van de vroegere Plantageweg draagt alleen het gedeelte tussen de Oudedijk en de Weteringstraat nog de oude naam. Het meest zuidelijke deel heet thans Dr. Zamenhofstraat.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen