Category Archives: Rubroek

Goudserijweg 1952

De Veemarkt tijdens marktdag met links de Warande, 1952.

De Veemarkt in Rotterdam bestaat niet meer en was gevestigd aan de Goudserijweg / Hugo de Grootstraat, op de grens tussen Kralingen en Crooswijk. De markt is weg sinds 1973, nu zijn er woningen gebouwd en een van de huidige straten op dit gebied heet de Veemarktstraat.

Binnen de veehandel waren er aardig wat handelaren van Joodse afkomst. Met name onder de Joodse inwoners van Noord- en Oost-Nederland was dit beroep van groot belang. Deze handelaren trokken naar de grote veemarkten om hun vee te verkopen, en de veemarkt in Rotterdam was een belangrijke veemarkt in Nederland. Het was daarom van belang dat er in de stad logeermogelijkheden waren waar kosjer gegeten kon worden. Een van die hotels zat op Veemarkt 24, hotel De Beer.

Niet al het vee op de veemarkt ging naar een andere boerderij. Een deel van het vee ging naar de slager. Nathan Marcus was een slager die een deel van zijn dieren op de Veemarkt in Rotterdam kocht. Hij had een slagerij op de 1e Middellandstraat 14a en de zaak was daar sedert 21 mei 1920 gevestigd.

De Warande herinnert aan de Lange en Korte Warande, die voor het bombardement in mei 1940 in deze buurt lagen. Velen trachten de naam te verklaren, door de tuin van het Predikheerenklooster tot deze straten te laten doorlopen en de ‘lange warande’ tot een van de wandelingen daarin te maken. Nog daargelaten dat deze tuin dan wel aanspraak had mogen maken op de naam van park en er geen enkel bewijs is dat de Dominicanen voor ontspanning zoveel grond gebruikt hebben, is ten overvloede bewezen, dat de laan oorspronkelijk een gedeelte van de Oude Vest was en pas in het begin van de 18de eeuw onder de naam Lange Warande voorkomt. Pas in de 17de eeuw wordt ze Jan van Loonslaan genoemd, naar de eigenaar die in het begin van die eeuw zowel grond ten oosten als ten westen van de Goudseweg in eigendom had. In 1627 had Nicolaes Puyck daar bezittingen. Dientengevolge wordt de weg in 1704 genoemd ‘de laan eertijds bij den heer Nicolaes Puyck uitgegeven ende nu de Lange Warande genaemt’. Ook wordt ze in de 17de en 18de eeuw wel Oost- of Pannekoeklaan genoemd. Een van de uitspanningen aldaar was zeker bekend om haar lekkere pannekoeken. In het midden van de 17de eeuw had Salomon Symonsz. de Waran of Warande hier grondbezit en het ligt voor de hand hem voor de naamgever van de straat te houden.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van http://www.joodserfgoedrotterdam.nl/veemarkt/ en uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewering van Rotterdam van toen

Goudseweg 1928

De Goudseweg uit het noorden, gezien vanaf de Goudserijweg, 1928-1932.

De Goudse Rijweg, Goudseweg en (vooroorlogse) Goudsewagenstraat vormden een onderdeel van de oude weg naar Gouda. De Goudsewagenstraat wordt al in 1366 in bronnen vermeld. Na 1358, toen er grachten om de stad gemaakt mochten worden, zal ook bij deze ‘rijweg’ aan de stadsvest een poort gebouwd zijn en kon men van Gouda daardoor met wagens in de stad, d.w.z. op de Hoogstraat, komen. Later was hier het beginpunt van het Goudse Wagenveer.

De Goudsewagenstraat heette oorspronkelijke Oostwagenstraat, in tegenstelling tot de Westewagenstraat. De brug over de Goudsevest heette ook nog op het einde van de 17de eeuw Oostwagenbrug. In de 18de eeuw zijn beide namen verdwenen.

De Goudsewagenstraat liep vóór het bombardement in mei 1940 van de Goudsesingel naar de Hoogstraat. Ze lag iets westelijker dan de huidige straat van die naam. Het gedeelte tussen de Kipstraat en de Hoogstraat heette Korte Goudsewagenstraat. Onder Goudse Rijweg verstond men in de 16de eeuw ook de straat die nu Goudseweg heet. Tot 1900 droeg de westzijde van de Vlietlaan eveneens deze naam. De Goudsesingel was oorspronkelijk de buiten de stad gelegen vestkade. In 1481 wordt de singel genoemd van de Oostpoort naar het kleine Goudse Poortje. Deze singel moet even ten noorden van de huidige Warande en het Ammanplein hebben gelegen. Na 1505, toen de stad in zuidelijke richting was ingekrompen, verstaat men onder Goudsesingel de weg van de Goudse Poort tot Couwenburghseiland (ter hoogte van het huidige Pompenburg). Ten oosten van de Goudse Poort heette hij Oostsingel. De Goudsesingel en Oostsingel waren de kaden ten noorden van de Goudsevest en de Oostvest.

Het eerste gedeelte van de Oostvest werd in 1871 gedempt. Dit gedeelte heette sindsdien Gedempte Oostvest. In 1888 volgde de demping van het tweede gedeelte. Op deze plaats ontstond het Oostvestplein. Ook de Goudsevest en Luthersche Vest werden gedempt. Nadat de demping was voltooid, ontving de nieuw gevormde brede weg vanaf het Boschje tot aan het Oostplein de naam Goudsesingel.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Boezemweg 1970

De Boezemweg vanuit het zuiden, 1970. Op de voorgrond het Oostplein, op de achtergrond de Koninginnekerk.

Ontleent haar naam aan de Hoge Boezem. Op 14 januari 1769 werd door de Staten van Holland en West-Friesland octrooi verleend om, tot ontlasting van de gemeene boezem de Rotte, een tweede boezem te maken in de polder Rubroek. Het overtollige water kon door een sluis bij de Oostpoort ontlast worden in de Nieuwe Maas. De aanbesteding van de hoge en de lage boezem en de watermolens vond plaats op 25 april 1772. In 1854 werd nog een Reserveboezem gegraven. In 1897 werden de Hoge en Lage Boezem gedeeltelijk en de Reserveboezem geheel gedempt. De 2de Reserveboezemstraat heette van 1914 tot 1918 Kampioenstraat, een naam die herinnerde aan het door de voetbalvereniging ‘Sparta’ behaalde kampioenschap. Deze vereniging oefende op het nabijgelegen Exercitieveld. De Boezemweg vormde voor 1973 een onderdeel van de Boezemsingel. Hoewel de naam Hoge Boezem als straatnaam reeds jarenlang in gebruik is, werd hij pas bij bovengenoemd besluit officieel vastgesteld. Op een plattegrond van 1881 komt de Boezemstraat vóór onder de naam Abattoirstraat naar het slachthuis of abattoir, dat daar geprojecteerd was. Dit abattoir werd op 1 mei 1883 geopend.

Het Oostplein ligt nabij de plaats waar de vroegere Oostpoort stond. Er zijn verschillende poorten van deze naam geweest. De oudste poort moet kort na 1358 zijn gebouwd. De laatste Oostpoort werd in 1836 voor afbraak verkocht. Een klein gedeelte bleef nog tot 1912 staan. De naam Oostplein werd in 1871 gebruikt voor het gedempte gedeelte van de Oostvest, ook wel Oostvestplein geheten. In 1902 werd de naam gegeven aan het plein dat ontstaan is door demping van de uit 1576 daterende kolk aan de Oostpoort.

De foto is gemaakt door de afdeling fotografie van het Gemeentearchief Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Goudsesingel 1882

De Goudsesingel met een in 1882 gebouwd pand op de hoek met de Banketstraat, 1883-1887.

De naam Banketstraat kwam in 1598 voor het eerst voor. Deze straat liep van de Prinsenstraat naar de Goudsesingel. Bij besluit B. 30 juni 1942 werd de naam ingetrokken. In 1584 verkochten Job en Jan Jansz. de grond aan de oostzijde van de straat aan de stad en in 1597 deed Dirck Plonisz., lijndraaier, zijn lijnbaan en grond ten westen van de straat aan de stad over. De naam Banketstraat kwam in 1598 voor het eerst voor. Volgens zeggen dankte ze de naam aan de voordelige zaken, die de verkopers hadden gemaakt, waarvoor zij de stad wel een banket hadden mogen aanbieden. Volgens anderen hadden de verkopers om betere voorwaarden te bedingen het stadsbestuur vooraf een banket aangeboden. Deze verklaringen zijn wel erg gezocht. Bij banket kan men ook denken aan een palt, waarop men de kanonnen legde of aan een verhoging daarop, waarop men stond om er over heen te kunnen kijken. In deze betekenis werd het woord gebruikt, toen de burgemeesters op 1 mei 1674 vergunning verleenden om het ‘banquet’ voor het baanhuis te slopen.

De Goudsesingel was oorspronkelijk de buiten de stad gelegen vestkade. In 1481 wordt de singel genoemd van de Oostpoort naar het kleine Goudse Poortje. Deze singel moet even ten noorden van de huidige Warande en het Ammanplein hebben gelegen. Na 1505, toen de stad in zuidelijke richting was ingekrompen, verstaat men onder Goudsesingel de weg van de Goudse Poort tot Couwenburghseiland (ter hoogte van het huidige Pompenburg). Ten oosten van de Goudse Poort heette hij Oostsingel. De Goudsesingel en Oostsingel waren de kaden ten noorden van de Goudsevest en de Oostvest. Het eerste gedeelte van de Oostvest werd in 1871 gedempt. Dit gedeelte heette sindsdien Gedempte Oostvest. In 1888 volgde de demping van het tweede gedeelte. Op deze plaats ontstond het Oostvestplein. Ook de Goudsevest en Luthersche Vest werden gedempt. Nadat de demping was voltooid, ontving de nieuw gevormde brede weg vanaf het Boschje tot aan het Oostplein de naam Goudsesingel.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Goudserijweg 1973

Het voormalig Veemarktterrrein met geparkeerde veewagens, april 1973.

De Veemarkt in Rotterdam bestaat niet meer en was gevestigd aan de Goudserijweg / Hugo de Grootstraat, op de grens tussen Kralingen en Crooswijk. De markt is weg sinds 1973, nu zijn er woningen gebouwd en een van de huidige straten op dit gebied heet de Veemarktstraat.

Binnen de veehandel waren er aardig wat handelaren van Joodse afkomst. Met name onder de Joodse inwoners van Noord- en Oost-Nederland was dit beroep van groot belang. Deze handelaren trokken naar de grote veemarkten om hun vee te verkopen, en de veemarkt in Rotterdam was een belangrijke veemarkt in Nederland. Het was daarom van belang dat er in de stad logeermogelijkheden waren waar kosjer gegeten kon worden. Een van die hotels zat op Veemarkt 24, hotel De Beer.

Niet al het vee op de veemarkt ging naar een andere boerderij. Een deel van het vee ging naar de slager. Nathan Marcus was een slager die een deel van zijn dieren op de Veemarkt in Rotterdam kocht. Hij had een slagerij op de 1e Middellandstraat 14a en de zaak was daar sedert 21 mei 1920 gevestigd.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van http://www.joodserfgoedrotterdam.nl/veemarkt/

Met medewerking van Rotterdam van toen

Ik heb een aanvulling gekregen van Ed de Groot.

Hotel De Beer Een van die hotels zat op Veemarkt 24, hotel De Beer. Op 16 november 1923 werd over dit hotel in het NIW geschreven: “Sedert korten tijd is aan de Veemarkt 24 alhier de heer M de Beer gevestigd. Een keurig ingericht hotel, met frische kamers, alle voorzien van stroomend water en electrisch licht, behoort genoemden heer toe. Dit hotel is aangesloten bij de R.E.O.R. Wij namen dezer dagen alles in oogenschouw en constateeren volgaarne, dat de consumptie zich goed liet smaken. In de keuken voert mevr. De Beer – Bamberger den scepter. Deze dame, die geboren en getogen is in het hotelwezen en daarin als het ware is opgegroeid (haar vader, de heer Bamberger, heeft te Leiden een hotel) kent het klappen van de zweep. Bij voorkomende gelegenheden onthoude men dit adres.” M. de Beer was Morits Leon de Beer. Hij werd in Sappemeer geboren op 21 april 1898. Hij trouwde op 5 september 1923 met Eva Bamberger. Eva was in Groningen geboren op 17 november 1900. Ze trokken op 15 oktober 1923 naar Rotterdam en kregen twee dochters. Henriette op 13 mei 1925 en Sophia op 31 mei 1928. Het gezin overleefde de oorlog niet. Henriette werd in Sobibor vermoord op 2 juli 1943. Eva en Sophia in Auschwitz op 10 september 1943 en Morits in Auschwitz op 31 maart 1944.

Goudsesingel 1898

De Goudsesingel met sneeuw bedekt, 1898-1902.

De Goudse Rijweg, Goudseweg en (vooroorlogse) Goudsewagenstraat vormden een onderdeel van de oude weg naar Gouda.

De Goudsewagenstraat wordt reeds in 1366 in bronnen vermeld. Na 1358, toen er grachten om de stad gemaakt mochten worden, zal ook bij deze ‘rijweg’ aan de stadsvest een poort gebouwd zijn en kon men van Gouda daardoor met wagens in de stad, d.w.z. op de Hoogstraat, komen. Later was hier het beginpunt van het Goudse Wagenveer.

De Goudsewagenstraat heette oorspronkelijke Oostwagenstraat, in tegenstelling tot de Westewagenstraat. De brug over de Goudsevest heette ook nog op het einde van de 17de eeuw Oostwagenbrug. In de 18de eeuw zijn beide namen verdwenen .De Goudsewagenstraat liep vóór het bombardement in mei 1940 van de Goudsesingel naar de Hoogstraat. Ze lag iets westelijker dan de huidige straat van die naam. Het gedeelte tussen de Kipstraat en de Hoogstraat heette Korte Goudsewagenstraat.

Onder Goudse Rijweg verstond men in de 16de eeuw ook de straat die thans Goudseweg heet. Tot 1900 droeg de westzijde van de Vlietlaan eveneens deze naam.

De Goudsesingel was oorspronkelijk de buiten de stad gelegen vestkade. In 1481 wordt de singel genoemd van de Oostpoort naar het kleine Goudse Poortje. Deze singel moet even ten noorden van de huidige Warande en het Ammanplein hebben gelegen. Na 1505, toen de stad in zuidelijke richting was ingekrompen, verstaat men onder Goudsesingel de weg van de Goudse Poort tot Couwenburghseiland (ter hoogte van het huidige Pompenburg). Ten oosten van de Goudse Poort heette hij Oostsingel. De Goudsesingel en Oostsingel waren de kaden ten noorden van de Goudsevest en de Oostvest. Het eerste gedeelte van de Oostvest werd in 1871 gedempt. Dit gedeelte heette sindsdien Gedempte Oostvest. In 1888 volgde de demping van het tweede gedeelte. Op deze plaats ontstond het Oostvestplein. Ook de Goudsevest en Luthersche Vest werden gedempt. Nadat de demping was voltooid, ontving de nieuw gevormde brede weg vanaf het Boschje tot aan het Oostplein de naam Goudsesingel.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Warmoezeniersstraat 1908

Gezicht op huizen van een hofje in de Warmoeziersstraat tussen Jonker Fransstraat en Meermanstraat, 1908.

De Warmoeziersstraat liep voor het bombardement in mei 1940 van de Kortebrantstraat naar de Goudseweg. Ze vormde een onderdeel van het vroegere lanengebied ten noorden van de Goudsesingel. De Warmoezierslaan, die door de gemeente in 1863 van de eigenaars was overgenomen, dankte haar naam aan de vele warmoezerijen (groentekwekerij, tuinbouw), die men hier vroeger aantrof. Reeds in het midden van de 18de eeuw wordt de naam genoemd. Bij bovengenoemd besluit werd de benaming laan in straat veranderd. De laan kwam in de 17de en 18de eeuw voor onder de namen Tuynderslaan in Rubroek en Tuynmanslaan bij de Goudseweg, die ontleend waren aan hetzelfde bedrijf. Ook de naam Moordenaarslaan voor deze laan kwam voor, waarschijnlijk naar een moord die in deze buurt is gepleegd. Bij besluit B. 21 april 1942 werd de naam ingetrokken.

De Jonker Fransstraat is vernoemd naar Jonker Frans van Brederode (1466-1490), die als aanvoerder van de Hoeken in 1488 Rotterdam tegen Maximiliaan van Oostenrijk wist te verdedigen. In de volksmond werd de straat wel Jonker Frankenstraat genoemd naar analogie van de vooroorlogse Lange en Korte Frankenstraat. Vroeger liep hier ter plaatse, van de Goudsesingel naar de Rubroekse molen, een pad dat vanwege haar lengte in de volksmond ‘het Gebed zonder end’ heette.

De Meermanstraat draagt de naam van Gerard Meerman, 1722-1771, van 1748 tot 1766 pensionaris van Rotterdam. Hij had een grote naam als rechtsgeleerde en staatsman. Ook was hij bekend als boekenverzamelaar en als beoefenaar van de letteren.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Thoolenstraat 1910

 

Gezicht in de Thoolenstraat naar de Goudsesingel, uit het zuiden gezien, 1910.

Deze straat heet naar Johannes Thoolen. Hij kreeg in 1862 vergunning het door hem gekochte oude Diaconie- of Lidmatenhuis af te breken. Het complex lag lag tussen de Bredestraat en de Vest. Ook een ernaast staand huis ging tegen de vlakte. Op het vrijgekomen terrein legde hij een straat aan, waaraan hij 45 huisjes liet bouwen. Op zijn verzoek ontving de straat zijn naam. De straat liep van de Bredestraat naar de Goudsesingel. Bij besluit B.30 juni 1942 werd de naam ingetrokken.

De Goudse Rijweg, Goudseweg en (vooroorlogse) Goudsewagenstraat vormden een onderdeel van de oude weg naar Gouda. De Goudsewagenstraat wordt reeds in 1366 in bronnen vermeld. Na 1358, toen er grachten om de stad gemaakt mochten worden, zal ook bij deze ‘rijweg’ aan de stadsvest een poort gebouwd zijn en kon men van Gouda daardoor met wagens in de stad, d.w.z. op de Hoogstraat, komen. Later was hier het beginpunt van het Goudse Wagenveer.

De Goudsewagenstraat heette oorspronkelijke Oostwagenstraat, in tegenstelling tot de Westewagenstraat. De brug over de Goudsevest heette ook nog op het einde van de 17de eeuw Oostwagenbrug. In de 18de eeuw zijn beide namen verdwenen .

De Goudsewagenstraat liep vóór het bombardement in mei 1940 van de Goudsesingel naar de Hoogstraat. Ze lag iets westelijker dan de huidige straat van die naam. Het gedeelte tussen de Kipstraat en de Hoogstraat heette Korte Goudsewagenstraat. Onder Goudse Rijweg verstond men in de 16de eeuw ook de straat die thans Goudseweg heet. Tot 1900 droeg de westzijde van de Vlietlaan eveneens deze naam.

De Goudsesingel was oorspronkelijk de buiten de stad gelegen vestkade. In 1481 wordt de singel genoemd van de Oostpoort naar het kleine Goudse Poortje. Deze singel moet even ten noorden van de huidige Warande en het Ammanplein hebben gelegen. Na 1505, toen de stad in zuidelijke richting was ingekrompen, verstaat men onder Goudsesingel de weg van de Goudse Poort tot Couwenburghseiland (ter hoogte van het huidige Pompenburg). Ten oosten van de Goudse Poort heette hij Oostsingel.

De Goudsesingel en Oostsingel waren de kaden ten noorden van de Goudsevest en de Oostvest. Het eerste gedeelte van de Oostvest werd in 1871 gedempt. Dit gedeelte heette sindsdien Gedempte Oostvest. In 1888 volgde de demping van het tweede gedeelte. Op deze plaats ontstond het Oostvestplein. Ook de Goudsevest en Luthersche Vest werden gedempt. Nadat de demping was voltooid, ontving de nieuw gevormde brede weg vanaf het Boschje tot aan het Oostplein de naam Goudsesingel.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Heerenstraat 1910

De Heerenstraat, later Meent, gezien vanaf de Goudsesingel, 1910.

Al in 1522 komt er een ‘Heerstraat’ bij de Lombardstraat voor. Dat zegt overigens niets omdat in 1568 eveneens een ‘Heerstraat’ met de bijvoeging ‘genaemt de Meent’ wordt aangetroffen. De meeste nieuwe straten en stegen, die van stadswege werden aangelegd en niet aan particulieren toebehoorden, werden, voor ze een eigen naam kregen gewoonlijk zo aangeduid. De heren waren in dit geval de stadsbestuurders. De in de stadsrekening van 1426/27 vermelde Lammitgenssteeg, op het einde waarvan toen een brug bij de nieuwe vest werd gemaakt, was vermoedelijk een oudere naam voor deze straat. Zeker is, dat daar vroeger reeds een weg gelopen heeft als een verbinding van de Meent met zowel de stadsvest als de Pannekoekstraat. Aangenomen mag worden dat de naam Meent in de 16de eeuw ook wel voor de Heerenstraat voorkomt. Misschien is na 1587 laatstgenoemde naam in zwang gekomen. De straatnaam herinnert aan de Heerenstraat, die vóór het bombardement in mei 1940 in deze buurt lag. Ze lag in het verlengde van de Meent en liep van de Botersloot naar de Goudsesingel.

De Meent kan men identificeren met de in 1385 genoemde ‘der Stede wech’ en met de ‘Poortweg’, waarvan in 1404 sprake is. De naam Meent als straatnaam treft men niet aan vóór de tweede helft van de 16de eeuw. Aangenomen kan worden dat aan deze straatnaam de betekenis ‘gemeene weide’ ten grondslag lag. Dit blijkt onder meer uit een keur op de twee jaarmarkten uit de eerste helft van de 15de eeuw. De paardenmarkt moest toen gehouden worden ‘in de Lombaertstrate upte meente neffens de capelle ende aldaer omtrent’. In 1531 en later komt ‘Beestenmarkt’ voor, daarna ‘Varckenmart’, ‘Meent ende Varckenmarct’ of ‘Meent bij de Varckenmarct’. Oorspronkelijk liep de Meent van de Botersloot naar de Oppert. Ten behoeve van het toenemende verkeer werd een plan ingediend voor de aanleg van een brede straat door de oude stad, die een verbinding tussen Coolsingel en Goudsesingel zou vormen. De Heerenstraat en de Meent zouden worden verbreed en in westelijke richting worden doorgebroken. Op 19 juni 1913 aanvaardde de raad het doorbraakplan. Toen in mei 1940 de oorlog uitbrak was de nieuwe Meent voor het grootste gedeelte voltooid. In de volksmond heeft de Meent enige tijd de Doorbraak geheten. De huidige Meent ligt op dezelfde plaats als de vooroorlogse straat van die naam. Alleen het noordelijke gedeelte tussen de Botersloot en de Goudsesingel, de vroegere Heerenstraat, heeft een iets andere loop gekregen.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Lombardkade 1987

De Lombardkade en Binnenrotte, 7 april 1987. Op de achtergrond de Sint Jacobstraat.

Deze kade heet net als de Lombardstraat naar de geldwisselaars, oorspronkelijk afkomstig uit het Noord-Italiaanse Lombardia, die hier woonden. De Lombardstraat wordt reeds in 1357 genoemd. Het is wel aan te nemen dat ze haar naam dankte aan de eerste lombardhouders, die hier hun tafel van lening en wisselkantoor hadden. In 1340 had Willem IV, graaf van Henegouwen, aan de stad vergunning verleend, om de vrijbrieven voor de Lombarden door haar schepenen te laten bezegelen. In 1370 worden dan vrijbrieven als tafelhouders gegeven aan Robbert Bestant en de gebroeders Taglert. Hun woonplaats wordt niet opgegeven, doch de naam Lombardstraat bewijst, dat zij of voorgangers gehad hebben, of dat in 1370 de vrijbrieven, aan hun gegeven, slechts verlengd zijn. Pas later is de straat onderscheiden in 1ste en 2de Lombardstraat. De straat liep van de Pompenburgsingel naar de Kaasmarkt.

De Sint Jacobstraat straat heet naar een heilige aan wie in de oude binnenstad een kapel was gewijd. Voor het bombardement in mei 1940 lag in deze buurt een Sint Jacobstraat, die liep van de Delftsevaart naar de Oppert. De mening, dat deze straat haar naam zou hebben ontleend aan een Sint Jacobskapel in de Oppert is niet waarschijnlijk. Ten eerste was de in 1470 aldaar aangetroffen kapel van de wevers niet aan Sint Jacob, maar aan Sint Seveer gewijd, en ten tweede komt omstreeks die tijd een Sint Jacobskapel in de Lombardstraat voor. De Sint Jacobstraat wordt reeds in 1426 genoemd en die St. Jacobskapel in de Oppert zou dus nog ouder moeten zijn. Er bestaat echter een mogelijkheid, dat de twee kapellen in Oppert en Lombardstraat van heilige gewisseld hebben. In 1427 krijgen de wolwevers een ordonnantie, waarin bepaald wordt dat de klok van de kapel in de Lombardstraat de uren van de werktijden zal aangeven. In die kapel wordt het beeld genoemd van de heilige bisschop Sint Severus. De wolwevers hadden dus, voor 1470 reeds, een andere kapel gekregen en hun schutspatroon overgebracht. Misschien is Sint Jacob toen van de Oppert naar de Lombardstraat verhuisd. Een moeilijkheid blijft echter nog, dat de kapel in de Oppert niet op de hoek van de Sint Jacobstraat lag, doch het derde huis ten noorden daarvan was. Oorspronkelijk was de straat een steeg, die langs een smal watertje liep, dat in 1497 reeds gedempt bleek te zijn. Misschien heeft het beeld van Sint Jacob op de hoek van de straat gestaan, maar dit is niet meer dan een gissing. De huidige Sint Jacobstraat ligt voor een klein gedeelte ongeveer op de plaats van de vroegere straat van die naam. De Sint Jacobsbrug ligt over het Stokviswater ter hoogte van de Binnenrotte.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen