Category Archives: Zuidplein

Winkelcentrum Zuidplein

Bouw van winkelcentrum Zuidplein, voor 1970 (geschat).

Winkelcentrum Zuidplein is een groot, overdekt winkelcentrum in Rotterdam Zuid. Het winkelgedeelte is niet op grondniveau maar op de eerste “etage”; op grondniveau bevindt zich een grote parkeergarage in twee lagen met ongeveer 1400 parkeerplaatsen, een bewaakte fietsenstalling, opslagruimte en een busstation. De evenementenhal Ahoy Rotterdam, het Ikazia ziekenhuis, politiebureau Zuidplein en het Theater Zuidplein bevinden zich op loopafstand. Momenteel bevindt zich tevens een tijdelijke fietsenstalling ter plaatse van de Pleinweg.
Winkelcentrum Zuidplein is gekoppeld aan een belangrijk knooppunt voor het regionale openbaar vervoer (metrostation en veertig regionale en stadsbuslijnen), zie: Zuidplein (metrostation)

Het overdekte winkelcentrum Zuidplein is een van de belangrijkste werken van de Rotterdamse architect Hermanus Dirk Bakker (28 augustus 1915 – 12 oktober 1988) en was voor die tijd een zeer modern concept. Aan het winkelcentrum werd gebouwd van 1962 tot 1972 op een grotendeels braakliggend terrein tussen het metroviaduct en een aantal brede verkeerswegen. De Nieuwe kerk moest er echter voor worden gesloopt. In 1972 werd het winkelcentrum geopend door Mies Bouwman. In die tijd bestond een deel van het Zuidplein nog uit winkelkramen. Tussen 1993 en 1995 werd het winkelcentrum in oostelijke richting uitgebreid met circa 11.000m² door architectenbureau Bakker & Partners i.s.m. Chiel Verhoeff. Tussen 1999 en 2003 werd het interieur gerenoveerd zonder noemenswaardige uitbreiding door JHK Architecten uit Utrecht i.s.m. Greig + Stephenson Architects uit Londen. Het onoverzichtelijke centrale plein werd rustiger gemaakt door de vervanging van de wirwar aan oude kiosken door twee nieuwe kiosken.

Met een oppervlakte van 55.000 vierkante meter is dit het belangrijkste winkelcentrum voor Rotterdam-Zuid en de gemeenten aan de zuidrand van Rotterdam. In 2004 had het winkelcentrum ongeveer 150 winkels. Het is één van de grootste overdekte winkelcentra van Nederland. Het winkelcentrum trekt ongeveer 10 miljoen bezoekers per jaar.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Ahoy complex 1969

Bouw Ahoy’-complex Zuidplein met hallen en sportcomplex, 1969 (geschat).

De geschiedenis van Ahoy’ is nauw verbonden met de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. In 1950 was de haven zo goed als voltooid en daarom werd dat jaar de havententoonstelling “Rotterdam Ahoy!’ georganiseerd. De tentoonstellingshal, die op de plek stond waar nu de medische faculteit van de Erasmus Universiteit staat, kreeg de naam: Ahoy’-hal. De hele stad stond destijds in het teken van deze tentoonstelling op de Westzeedijk.

Op de Eerste Wederopbouwdag, 18 mei 1950, werd ‘Rotterdam Ahoy!’ geopend, een tentoonstelling die maar liefst 6 maanden duurde en gedurende dat half jaar 1.650.000 bezoekers trok. De expositiehal die hiervoor werd neergezet, bleef staan en kreeg de naam: Ahoy’-hal. Tijdens de watersnoodramp van 1953 werd de hal in gebruik genomen voor de opvang van de slachtoffers. Het huidige kommaatje achter Ahoy’ is een overblijfsel van het oorspronkelijke uitroepteken.

Al in 1961 werd het initiatief geboren om een groot sportpaleis in Rotterdam op te richten. In die periode was Sjoukje Dijkstra het grote sportfenomeen in Nederland. Dijkstra was een kunstschaatser en behoorde in de jaren zestig tot de wereldtop. Ze was dan ook een grote inspiratie voor het vooruitstrevende plan om zo’n groot sportpaleis te bouwen. De eerste helft jaren ’60 wilde het voormalige Dijkzigt-ziekenhuis uitbreiden en moesten de oude Ahoy’-hallen plaats maken voor de Medische Faculteit. Na 1966 werd een tijdelijk onderkomen gevonden aan de Hofdijk / Pompenburg in Rotterdam op het terrein van het voormalige heliport. Voor de nieuwbouw werd, vanwege de gunstige ligging ten opzichte van autowegen en openbaar vervoer, gekozen voor een locatie in het Zuiderpark, grenzend aan Zuidplein.

In 1967 werd de opdracht voor de nieuwbouw van Ahoy’ verleend aan Ernest Groosman en het architectenbureau Pinncoo & Van der Stoep. Het door hen ontworpen gebouwencomplex bestaat uit drie delen: een sporthal, een aantal tentoonstellingshallen en een centraal entreegebouw dat de verschillende onderdelen met elkaar verbindt. Het centrale gebouw vormt de entree tot alle activiteiten. Architect van der Stoep: “De voorbereidingen tot het en met het begin van de bouw besloegen een periode van bijna tien jaar.” Het was voor die tijd een enorm project. We hebben dan ook vele ups en downs gekend.” Het unieke aan het project was dat de architecten met tekenen en bouwen tegelijk bezig waren. Architect van der Stoep: “Toen de eerste heipalen de grond in gingen, wisten we nog niet exact hoe het gebouw eruit kwam te zien. Dat is natuurlijk erg bijzonder.”

In 1968 begon men met de bouw van het Ahoy’ complex. In 1970 waren de drie hallen en het Sportpaleis gereed. In september 1970 werd Ahoy’ voor het eerst in gebruik genomen. Zij het officieus, want pas op 15 januari 1971 was de officiële opening door Z.K.H Prins Claus.

Het complex ontving in 1972 de Nationale Staalprijs voor architectuur en een jaar later met de internationale Staalprijs voor architectuur. Na de opening in 1971 was het project nog steeds niet afgerond. Er waren namelijk plannen om complex uit te breiden met een hotel, naar buitenlands voorbeeld, maar ook de realisatie van een ijsbaan van 400 meter en een betere verbinding met het nabij gelegen metrostation Zuidplein behoorden tot de ambities van de architecten. Al deze plannen hebben in de jaren ’70 veel aandacht gehad, maar zijn nooit gerealiseerd.

Volgens Oud-burgemeester Thomassen werd er voor de bouw van Ahoy’ er altijd een beetje honend gesproken over Zuid. Daar woonden de arbeiders of de eilanders. Die sfeer is volgens Thomassen vanaf 1971 langzamerhand verdwenen. Door Ahoy’ heeft het stadsdeel Rotterdam-Zuid zeker aanzien heeft gewonnen.

In 1988 werd besloten tot een grootschalige renovatie van het complex. Een van de meest ingrijpende veranderingen was toen het verwijderen van de wielerbaan uit het sportpaleis. In drie maanden tijd werd de inmiddels legendarische wielerbaan gesloopt. De volgende verbouwing werd gestart in 1997. In het oog springend hierbij waren de nieuwe beurshal, een ontvangsthal en een compleet nieuwe entree voor het sportpaleis. Dit bouwproject werd onder de naam Ahoy2000 gestart om in te kunnen spelen op de marktontwikkelingen en de steeds hogere eisen die bezoekers gingen stellen aan accommodaties als Ahoy.

De laatste jaren is er een trend dat bezoekers van een beurs dit als‘vrijetijdsbesteding’ zien, waardoor meer entertainment, showelementen en demonstraties op beurzen komen.Ahoy Rotterdam heeft met de laatste renovatie op deze trend ingespeeld. Het multifunctioneel karakter van Ahoy’ komt terug in de enorme verscheidenheid aan evenementen die worden georganiseerd:

ABN-AMRO World Tennis Tournament,
Nederlandse Universitaire Kampioenschappen,
Grote beurzen als Freight Show Rotterdam,
Concerten,
Holiday on Ice
Kerstcircus Ahoy’
Modernisering

In 2009 werd het Sportpaleis volledig gemoderniseerd en uitgebreid. Door deze grootscheepse verbouwing hoopt Ahoy’’ zowel in Nederland als in Europa één van de belangrijkste accommodaties voor grote (sport-) evenementen, concerten, shows en andere vormen van entertainment te blijven.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam

Met medewerking van Rotterdam van toen

Zuidplein ?? 1953

Door de watersnoodramp staat een auto in het water voor het flatgebouw bij het Zuidplein, 1 of 2 februari 1953. Op de achtergrond het Brabants Dorp.

Meer dan 1800 mensen verdrinken en een veelvoud daarvan verliest have en goed. In Rotterdam houdt Schielands Hoge Zeedijk net stand, maar ten zuiden van de lijn Westzeedijk-Schiedamsedijk-Blaak-Groenendaal-Oostplein is er ernstige wateroverlast, maar ook Katendrecht, Bloemhofkwartier, Oranjeboomstraat, Rosestraat en Noordereiland staan straten onder water. Ook Pernis, Hoogvliet en IJsselmonde hadden van het water te lijden. De verbinding tussen de maasoevers via bruggen was verbroken, treinverkeer was alleen mogelijk in de richting Den Haag. In de haven raakten schepen op drift en er was grote materiële schade door verzakkingen en beschadigingen van kademuren en emplacementen.

De Ahoy’-hal en kort daarna het Feyenoord-Stadion worden aangewezen als opvang- en doorvoercentrum voor evacuees uit de bedreigde en overstroomde gebieden. Vandaar worden de vluchtelingen door bemiddeling van kerkelijke- of overheidsinstanties ondergebracht in de stad. In de tweede helft van februari herbergt Rotterdam bijna 10.000 mensen, grotendeels afkomstig van de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden.

Het plan Witteveen, dat kort na het bombardement van 1940 was gemaakt, had de waterkering van de Hoogstraat naar de nieuw te bouwen boulevard langs de Maas verlegd. De werkzaamheden waren al in 1946 gestart met vernieuwing van de 450 meter lange kademuren langs de Boompjes. De stormvloed van 1953 toonde andermaal de urgentie aan van een waterkering. Daarvoor moesten veel panden worden gesloopt en een deel van de Oude Haven worden gedempt.

Het Brabants Dorp was een in 1941 gebouwd complex noodwoningen bij het Zuidplein. In de jaren 1965/66 is dit complex afgebroken. De straten in het ‘dorp’ waren genoemd naar steden en dorpen in de provincie Noord-Brabant. Vernoemd waren Achtmaal, Boxmeer, Breugel, Deurne, Enschot, Geldrop, Gemert, Klundert, Mierlo, Nieuwkuijk, Nispen, Oisterwijk, Raamsdonk, Schijndel, Sprundel, Tilburg, Uitwijk, Vlierden, Vlijmen, Waspik en Woensdrecht.

De fotograaf is Johannes Bob van Rhijn en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Zuidplein 1968

Mensen op metrostation Zuidplein tijdens de eerste dagen van de metro in Rotterdam, 10 februari 1968.

De eerste metrolijn, Noord-Zuidlijn genoemd, was tevens de eerste van Nederland, en bij de opening een van de kortste metrolijnen ter wereld: slechts 5,9 kilometer tussen het station Rotterdam Centraal en het winkelcentrum Zuidplein op de linker Maasoever. Op 9 februari 1968 openden prinses Beatrix en prins Claus in het bijzijn van toenmalig burgemeester Wim Thomassen en RET-directeur drs. C.G. van Leeuwen de metrolijn op het Centraal Station met een rit naar Zuidplein. Met de bouw van de lijn, die ruim zeven jaar duurde, was een bedrag van 170 miljoen gulden (ruim 77 miljoen euro) gemoeid, plus twintig miljoen gulden (negen miljoen euro) aan bijkomende werken. Om de Rotterdammers kennis te laten maken met dit nieuwe vervoermiddel, mocht iedere inwoner eenmaal een gratis ritje maken met de metro.

Het belangrijkste kunstwerk was de tunnel onder de Nieuwe Maas. Deze tunnel (de tweede ondertunneling van de Maas na de Maastunnel voor het auto-, fiets- en voetgangersverkeer) werd gebouwd door middel van geprefabriceerde tunnelstukken die werden afgezonken. De tunnelstukken (caissons) werden gebouwd bij de Leuvehaven (ook op het eiland van Brienenoord als ik het goed heb) en daarna naar de juiste plek gevaren. Het traject van Rotterdam Centraal tot aan de Maas werd in openbouwputten gerealiseerd. Weena, Hofplein en Coolsingel waren hierdoor jarenlang onbegaanbaar.

Het gedeelte van de eerste lijn loopt door Rotterdam-Zuid geheel bovengronds over een viaduct. De stroomvoorziening met een elektrische spanning van 750 Volt gelijkstroom geschiedt via een derde rail-systeem.

In 1970, twee jaar na de opening, werd de lijn over het viaduct verlengd van Zuidplein tot Slinge. In 1974 werd de lijn doorgetrokken van Slinge via de voorsteden Rhoon en Poortugaal naar Zalmplaat in Hoogvliet, waarmee de lengte in één klap bijna verdubbelde. Dit gedeelte loopt grotendeels gelijkvloers over een afgeschermd traject, omdat de stroomvoorziening gebeurt via de derde rail. Elf jaar later, in 1985, werd een verlenging van Zalmplaat tot De Akkers in Spijkenisse in gebruik genomen.

Sinds 1997 werd voor de noord-zuidlijn de benaming Erasmuslijn gebruikt, naar Desiderius Erasmus. Deze naam werd met de invoering van de dienstregeling 2010 weer afgeschaft. Het traject werd toen opgesplitst in twee lijnen:

Lijn D, met een lichtblauwe lijnkleur, tussen Rotterdam Centraal en Spijkenisse De Akkers.
Lijn E, met een donkerblauwe lijnkleur, het traject van de RandstadRail, Den Haag Centraal – Rotterdam Centraal – Slinge.

In 2007 kwam de RandstadRail-Erasmuslijn in gebruik op het traject Hofplein – Den Haag Centraal. Een verlegging naar Station Rotterdam Centraal werd op 17 augustus 2010 operationeel. Op 11 december 2011 werd de lijn verlengd tot metrostation Slinge.

In 2013 vervoerde de Noord-Zuidlijn van de Rotterdamse metro circa 145.000 passagiers per dag. Het centrale deel van de lijn – tussen Rotterdam Centraal en Slinge – is met ongeveer 100.000 dagelijkse reizigers het drukste. De meestgebruikte stations op de lijn zijn respectievelijk Beurs, Rotterdam Centraal, Zuidplein en Wilhelminaplein (alle meer dan 10.000 instappers/dag). De uitbreiding van Rotterdam Centraal naar Den Haag vervoerde in 2014 ruim 30.000 passagiers per dag.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen