Regentessebrug, 1933

 

Gezicht op de Regentessebrug over de Wijnhaven, 1933.

Deze brug is vernoemd naar Koningin Emma, 1858-1934, die van 1890 tot 1898 het regentschap voor haar minderjarige dochter Wilhelmina voerde. Tijdens het officiële bezoek van de beide vorstinnen aan Rotterdam op 9 juni 1899 is de brug voor het publiek geopend.

In 1611 en 1613 werden de erven aan de Wijnhaven verkocht, nadat in 1609 de Wijnstraat reeds voor het grootste gedeelte was aangelegd. De haven en de straat ontvingen direct na hun aanleg deze namen. Wat de reden van de naamgeving was, is niet met zekerheid te zeggen. Het is namelijk nergens uit gebleken dat de haven was aangewezen als ligplaats voor schepen, die Franse en Rijnse wijnen aanvoerden. De grote wijn- en bierhandel kan er natuurlijk wel toe geleid hebben om deze haven, alsmede de inmiddels gedempte Bierhaven, te doen graven. De oudste Wijnbrug is tussen 1613 en 1616 gemaakt. In de 17de eeuw komt ze ook voor onder de namen Satersbrug en Duvelsbrug. Volgens de historicus Van Reyn zou deze hooggelegen brug moeilijk te berijden zijn geweest. Vandaar dat men sprak van ‘satansche’ of ‘duivelsche’ brug. Ze werd Groote Wijnbrug genoemd ter onderscheiding van de Kleine Wijnbrug, die tot 1897 bij de Leuvehaven lag.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met mdewerking van Rotterdam van toen