Dorus-theater, 1968

Veel mensen voor de ingang van het Dorus-theater, 1968 (geschat). Op de voorgrond het standbeeld van Koos Speenhoff.

Een programma voor alle Rotterdammers. Dat brengt Dorus en zijn jong talent in zijn zaal aan het Doruspleintje naast de Rotterdamse Schouwburg. Een programma waar iedereen twee uur lang volop plezier aan kan beleven. Zonder onderbreking kabbelen de amusementsgolfjes de sfeervolle zaal in, soms cabaretesk, dan weer zuiver muzikaal. Er zijn vele meezingertjes bij en de zaal, zo blijkt elke keer weer, weet dan van wanten. Maar ook bij de praatstukjes van Dorus is wel duidelijk dat de Maasstedelingen „meesmoezers” zijn, zoals Tom Manders zed. En vooral hij weet de sfeer op bijzondere wijze te maken. Meestal door het publiek er direct in te betrekken. Hij maakt een geintje over een man die sigaren rookt, zegt dat hij ze zelf ook graag krijgt en de man is zo goed niet of hij staat er een af. Dorus bekijkt het kleine sigaartje en vraagt: „Ik zou wel eens willen weten wat je met z’n ouders gedaan hebt?”

En wat hem aan Rotterdam bindt, blijkt een vrouw te zijn. „Ik heb al dertig jaar een verhouding met een hele aardige weduwe,” merkt hij op. Een reclamemopje, want hy draait even later een zware weduwe. ‘En met de metro weet hij ook op bijzonder fijne manier de spot te drijven. De tien jeugdige Zuidhollanders die op de planken verschijnen, hebben veel eenvoudige scènes met nogal wat pantomime erin. Vooral het mondharmonikanummertje is aardig. Lidia Oosthoek (uit Rotterdam) en Diny Paerels (Schiedam) maakten een goede indruk, aan het optreden van de overigen zal nog plankenkoorts en onwennigheid kleven. Maar wat dat betreft: met het aantal optredens zal ook dat wel slijten.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt uit het Vrije Volk van 26 juni 1967 via delpher.nl

Met medewerking van Rotterdam van toen